Home

Winnen is het doel voor Audi’s nieuwe F1-team, maar hoe?

Formule 1 Audi is druk bezig met de voorbereidingen op zijn officiële entree in de Formule 1. Kan het Duitse automerk de valkuilen vermijden die andere fabrikanten in het verleden hebben opgebroken?

Het Braziliaanse racetalent Gabriel Bortoleto (links) met Audi’s projectleider Mattia Binotto. Hun team heet nu nog Sauber, maar komend seizoen Audi.

Wie deze zomer op de Europese circuits voorbij de fotografen, televisieploegen en selfiejagers liep die permanent samendrommen voor de luxe onderkomens van Red Bull, Ferrari en McLaren, belandde bij een witte constructie, half van tentdoek, half van glas. Het gastenverblijf van Sauber. Druk was het er meestal niet.

Nóg niet. Want het bescheiden Zwitserse Sauber, wordt volgend jaar omgedoopt tot het officiële Formule 1-team van Audi.

Na decennia van successen in allerlei raceklassen, zal het Duitse autoconcern zich in 2026 voor het eerst wagen op het hoogste niveau van de autosport. Dat is het slotstuk van een transitie die bezig is sinds Audi eind 2022 zijn overname van Sauber aankondigde; een deal waarmee honderden miljoenen euro’s gemoeid waren, en die behelsde dat het team nog een paar jaar zou blijven racen onder zijn oude naam, tot Audi zijn eigen motor klaar had.

De aandacht voor het project is groot, net als de sportieve verwachtingen. Audi is eigendom van de Volkswagen Group, de grootste autofabrikant ter wereld. Over een paar jaar zal het Audi-team races moeten winnen. Wereldtitels zelfs.

Maar hoe moet Audi van Sauber, vorig jaar nog laatste in het constructeurskampioenschap, een organisatie te maken die kan wedijveren met de topteams?

Audi zou niet de eerste grote autofabrikant zijn die zich stukbijt op die ambitie. Toyota, Ford en BMW pompten de afgelopen kwarteeuw tevergeefs enorme bedragen in hun eigen F1-teams. Renault kwakkelt met al een decennium in de middenmoot.

Economische malaise

De man die ervoor moet zorgen dat Audi wél slaagt, heeft een bos bruine krullen en draagt een bril met zwart montuur. Mattia Binotto (55) leidt Audi’s F1-project, en neemt eind juli plaats aan een tafeltje in het gastenverblijf van Sauber op het circuit van Spa. „Het zou verkeerd zijn om te verwachten dat Audi er op de eerste dag direct staat”, zegt hij.

Binotto, nu ruim een jaar bij Sauber, heeft een team geërfd met een F1-geschiedenis van ruim drie decennia. De Zwitserse autosportfanaat Peter Sauber schreef zijn team in 1993 in voor de Formule 1, waarna het jarenlang een kleine maar degelijke middenmoter was. In de jaren nul werd het grotendeels eigendom van BMW, dat het te midden van de financiële crisis in 2009 weer verkocht aan Peter Sauber. Zeven jaar later 2016 nam een Zwitserse investeringsmaatschappij de renstal van hem over.

Een handvol aankomende topcoureurs reed voor Sauber. Kimi Räikkönen, later wereldkampioen bij Ferrari, debuteerde er, net als Felipe Massa, Sergio Pérez en Charles Leclerc. De Pool Robert Kubica bezorgde Sauber in 2008, tijdens de BMW-periode, zijn enige grandprixoverwinning.

Na het vertrek van BMW bleef Sauber een zelfstandig team, losstaand van grote (auto)concerns, dat vanwege zijn voor F1-begrippen bescheiden budget van iets boven de 100 miljoen euro elke cent moest omdraaien om te blijven bestaan.

Die permanente underdogpositie had volgens Binotto zijn weerslag. „De afgelopen jaren was de doelstelling: overleven. Het personeel was niet gewend om méér te vragen. Ze draaiden bijvoorbeeld weinig overuren. Dat was te duur.” Dat terwijl het werk in de zeer competitieve Formule 1 juist altijd moet doorgaan.

Nu is Binotto aan het investeren. Vorig jaar heeft hij 150 nieuwe mensen aangenomen. De faciliteiten op Saubers hoofdkantoor in Hinwil, vlak bij Zürich, zijn ook aan een upgrade toe, onder meer zodat het team meer onderdelen zelf kan maken. Daarnaast komt er een nieuwe racesimulator, een tien meter hoge kolos die bewegingen op het circuit fysiek kan nabootsen. „Daar heb je dus ook een gebouw van tien meter voor nodig”, zegt Binotto.

Eerder in zijn carrière heeft Binotto gezien hoe het moet. Tussen 1995 en 2022 werkte hij bij Ferrari. Hij maakte daar als motordeskundige de succesjaren van Michael Schumacher (2000-2004) mee. In 2019 werd hij teambaas. Onder zijn hoede won Ferrari zeven races.

Binotto’s les uit die tijd is dat je de laatste, cruciale seconde rondetijd alleen goedmaakt als het team een „winning mindset” heeft. Een bedrijfscultuur waarin de honderden technici zó kunnen samenwerken dat de beste technische ideeën automatisch komen bovendrijven. Waarin problemen met de auto snel worden vastgesteld en opgelost. Waarin medewerkers niet bang zijn om fouten te maken.

Sauber-coureur Nico Hülkenberg zwaait naar fans in Singapore.

Filmsterrengezicht

In het Britse Silverstone beleefde Sauber begin juli zijn beste dag in de afgelopen dertien jaar. Met een derde plek na een sterk optreden in een verraderlijke regenrace, bezorgde Nico Hülkenberg het team zijn eerste podiumfinish sinds 2012. Voor de 38-jarige Duitser met blonde kuif en filmsterrengezicht was het ook een mijlpaal: in 238 eerdere races was hij nog nooit op een podiumplek gefinisht.

Hülkenbergs podium was geen toevalstreffer. Sinds Sauber eind mei in Spanje een set nieuwe onderdelen meebracht, is de auto vrijwel elke race goed genoeg voor een puntenfinish in de top-tien. Acht keer lukte dat sindsdien al, tegenover één keer in heel 2024.

Op een regenachtige donderdag eind augustus zit het Sauber-personeel te lunchen in het witte gastenverblijf, dat dit keer is opgebouwd in de Zandvoortse paddock. Hülkenberg wandelt binnen, begroet zijn collega’s met een brede grijns, schudt handen. De zomervakantie is net voorbij, ze zien elkaar voor het eerst weer.

Dan komt Gabriel Bortoleto aanlopen. De 20-jarige Braziliaan neemt plaats in een beige loungestoel en vertelt over de veranderingen die hij heeft waargenomen in de negen maanden dat hij bij Sauber zit.

„Ik zal niet zeggen dat de mensen depressief waren toen ik hier begon, maar ze waren echt niet blij. Nu hebben ze veel meer zelfvertrouwen. Ze zijn minder bang om fouten te maken.”

Bortoleto moest dit jaar, in zijn debuutseizoen in de Formule 1, even op gang komen, maar de laatste maanden rijdt hij steeds sterker. Hoogtepunt was zijn zesde plek in Hongarije. Bortoleto heeft duidelijk veel talent. Dat liet hij al eerder zien, door titels te winnen in de Formule 3 en de Formule 2.

Hülkenberg en Bortoleto blijven in 2026 bij het team. Van hun prestaties hangt veel af. Is dat intimiderend voor een jonge coureur als Bortoleto?

„Daar denk ik niet over na”, zegt hij. „Ik neem mijn werk niet serieuzer omdat het team straks Audi heet. Het is natuurlijk een merk met een grote autosportgeschiedenis, ze hebben alles gewonnen, maar ik vertrouw op mezelf. Druk van buiten kan me niet schelen.”

Dertien keer Le Mans

Dat Audi een grote racehistorie heeft, is een understatement. In de jaren dertig, toen de Duitse race-industrie op royale steun kon reken van de nationaalsocialisten, domineerde Audi’s directe voorloper Auto Union samen met Mercedes-Benz de Europese grandprixracerij. Een halve eeuw later veroverde Audi met de revolutionaire, vierwielaangedreven Quattro een paar wereldtitels in het rallyrijden. En van 2000 tot 2014 wonnen Audi’s dertien keer de prestigieuze 24 Uur van Le Mans.

Alleen de Formule 1 ontbreekt nog. Het eerste jaar van Audi’s jacht opF1-succes is veeleisend: vanwege nieuwe technische reglementen moeten zowel de auto’s als de motoren volledig opnieuw worden ontworpen.

Kan Audi de al geboekte vooruitgang bij Sauber wel meenemen naar volgend seizoen? Op motorgebied valt daar weinig over te zeggen. De hybride aandrijving die volgend jaar na jaren ontwikkeling achterin de Audi’s ligt, is de eerste die het concern zelf heeft gebouwd – nu rijden de Saubers nog met Ferrari-aandrijving. Zo’n eerste motor kán prima bevallen, maar vanwege de complexe technologie ook grandioos mislukken, zoals de desastreuze rentree van Honda als motorbouwer in 2015 liet zien.

Wat het bouwen van de auto betreft, denkt Binotto dat het team wel degelijk kan profiteren van de bedrijfsstructuur, kennis en ervaring die het nu opbouwt. Tegelijk tempert hij de verwachtingen. Hij noemt Mercedes, dat van 2014 tot en met 2020 alle wereldtitels won. „Zelfs bij hen duurde het een paar jaar voor ze kampioen werden.”

Kortom: een F1-team neerzetten dat zowel organisatorisch als qua infrastructuur klaar is voor de top, doe je niet zomaar. „Het kan wel drie jaar duren om de benodigde faciliteiten te bouwen. En dan heb je nog twee jaar nodig om sterker te worden als groep”, zegt hij. „2030 is ons doel.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next