Home

Amsterdam is veel te klein voor Famke Janssen, die even terug is als meedogenloze jager op een wietimperium

Famke Janssen, wereldberoemd door haar rol in de Bond-film GoldenEye en de X-Men-films, was even terug in Nederland voor haar eerste Nederlandstalige rol in een nieuwe Netflix-serie. ‘Soms zou ik liever in de luwte leven, zoals Greta Garbo.’

Famke Janssen is net terug uit Monaco wanneer ik haar in juni in Amsterdam spreek. Ze bezocht het Monte-Carlo Television Festival. In het vorstendom begon haar carrière precies dertig jaar geleden met haar rol in de Bond-film GoldenEye. Ze werd daarin wereldberoemd als Xenia Onatopp, de huurmoordenaar die tegenstanders tussen haar dijen vermorzelt. Het was haar eerste grote productie.

In Monaco werden destijds meerdere memorabele scènes opgenomen, zoals haar speedboot-entree in de haven en de eerste ontmoeting met 007 aan de roulettetafel in het casino. Niet lang daarna maakte ook hij kennis met haar dodelijke dijen – het is nauwelijks een spoiler om te zeggen dat hij dat overleefde.

Janssen (60) woont al vijfendertig jaar niet meer in Nederland. Op haar 22ste vertrok ze naar de Verenigde Staten. Ze ging erheen als model en werd actrice. Engels werd haar speeltaal, de sets waren overal ter wereld en haar collega’s hadden vele nationaliteiten.

Voor het eerst in haar loopbaan heeft ze een Nederlandstalige rol: in Amsterdam Empire, een Netflix-serie over nederwiet. Ze speelt Betty Jonkers, een zangeres wier roem rust op één hitje uit de jaren negentig. Haar partner Jack (Jacob Derwig) werkte zich op in de Amsterdamse onderwereld en leidt inmiddels een nederwietimperium. Hun ogenschijnlijk onwankelbare relatie barst wanneer Jack vreemdgaat – en zijn jongere vriendin (Elise Schaap) zwanger maakt. Ooit brak Betty op zijn aandringen haar eigen zwangerschap af. Jack denkt de boel te sussen met geld en hoopt op een zachte scheiding; Betty heeft andere plannen.

‘Het is een soort War of the Roses’, zegt Janssen, verwijzend naar de gitzwarte komedie uit de jaren tachtig waarin Michael Douglas en Kathleen Turner elkaar naar het leven staan, ‘maar nog donkerder’. Het personage van Betty – een vrouw die terugvecht – sluit opvallend goed aan bij de rollen die Janssen vaker speelt.

We zitten in een brasserie op de Prinsengracht. Janssen bestelt groene thee en een dessert met chocoladeijs. ‘O my god this is so good’, zegt ze als ze een eerste hap neemt. Ze draagt een rood-witte jurk met daaroverheen een kort jasje met kunstig geborduurde applicaties van bloemen en dieren die ze, vertelt ze, zelf heeft ontworpen – de applicaties welteverstaan, niet het jasje, dat is van een duur merk. Aan haar voeten platte schoenen met witte sokjes.

Het heeft iets ontwapenends, zo’n internationale ster die applicaties op haar jasje laat zien alsof het een schoolproject is waar ze een tien voor heeft gehaald en smult van een dessert met ijs. Al kan het ook een pose zijn, om toch iets van vertrouwelijkheid te suggereren. Want dit interview gaat wel op zijn Amerikaans: er zit een pr-functionaris van Netflix bij die het gesprek in de gaten houdt. Ook zijn er duidelijke do’s en vooral don’ts. Zo werd op voorhand gezegd dat Janssen het liever niet over ‘privézaken’ wilde hebben. ‘Dertig jaar in het vak – dat moet genoeg zijn om over te praten, toch?’ zegt ze.

Die dertig jaar begonnen in de luwte. Ze was een paar jaar in Amerika, studeerde aan Columbia University en zette daarnaast de eerste stappen als acteur (‘een krankzinnig idee – iedereen in Amerika wilde acteren’) tot de Bond-productie haar zag in de dailies, de dagopnamen, van een film waarin ze een rol had. ‘Ze waren al een tijd op zoek. Ik werd gevraagd voor een screentest, die pakte goed uit.’ Dat die rol haar tot icoon zou maken, had ze toen nooit kunnen vermoeden.

Dertig jaar na dato is haar rol in GoldenEye nog steeds legendarisch: de seksueel getinte kreetjes terwijl ze een man tussen haar benen klemt, de sluikse blikken, de ironische, brutale oogopslag. Veel daarvan stond niet in het script, vertelt Janssen. ‘Regisseur Martin Campbell werkte vooral technisch – ik wil een close-up van het geweer dat je oppakt en that’s it. En dan zei ik – ik snap nog steeds niet dat ik dat durfde – misschien kan ik eerst nog iets doen vóórdat ik het pak. Als ik het voordeed, moest de crew vaak lachen. Dan kreeg ik groen licht en mocht ik mijn ding doen.’ De credits deelt ze met haar acteercoach, Harold Guskin, met wie ze bijna dertig jaar heeft samengewerkt. ‘Hij is een paar jaar geleden overleden. Hij was goed met humor. Zonder hem had ik dit nooit zo gespeeld.’

Na GoldenEye volgden rollen in thrillers en actiefilms – The Faculty (1998), Deep Rising (1998), House on Haunted Hill (1999) – maar de échte doorbraak kwam in 2000, toen Bryan Singer haar castte als Jean Grey in X-Men. Het was een gok: superheldencinema was toen nog geen gegarandeerd kassucces, en Singer koos voor alle centrale rollen geen bekende namen. Maar de film werd een hit en stond aan de basis van een filmreeks die bijna twee decennia zou bestrijken. Janssen speelde Jean Grey in drie films, culminerend in X-Men: The Last Stand (2006), waarin haar personage transformeert in de destructieve Phoenix – een duistere metamorfose die haar favoriete rol in de trilogie werd.

Tussen de X-Men-films door werkte ze met Liam Neeson in de Taken-films, waarbij ze de ex-vrouw speelde van zijn voormalige CIA-agent. Het waren commerciële successen die haar naam vestigden bij een breder publiek. Zelf denkt ze juist graag terug aan de kleinere rollen. ‘De wereld van de actiefilm lag open na GoldenEye, maar ik wist altijd dat ik niet alleen maar dat soort rollen wilde. Ik wilde divers, klein en groot, in commerciële en onafhankelijke films.’ Die leergierigheid loopt als een rode draad door haar werk.

Ze speelde in een film met Woody Allen (Celebrity, 1998), speelde tegenover Harvey Keitel (City of Industry, 1997, haar eerste film na James Bond) en in de voor zijn tijd grensverleggende tv-serie Nip/Tuck (2003-2010), waarin ze Ava Moore speelde, een levenscoach die haar cliënten manipuleerde en grensoverschrijdende relaties aanging. Het was een van de meest besproken rollen uit de serie.

Toch bleef Nederland nooit helemaal buiten beeld. In 2014 was er even sprake dat ze in een Nederlandse film zou acteren. Haar oudere zus Antoinette Beumer zou regisseren, haar jongere zus Marjolein Beumer zou het scenario schrijven. De film kwam uiteindelijk niet van de grond. ‘We waren zo druk, we kregen onze agenda’s niet op elkaar afgestemd.’ Achteraf denkt ze dat het goed is geweest. ‘Dingen met familie doen, draagt altijd risico’s met zich mee. We zijn, hoewel ik al zo lang in het buitenland woon, nog steeds close.’

Dat bleven de drie zussen ook toen oudste zus Antoinette in 2018 Mijn vader is een vliegtuig schreef, een roman over het opgroeien met een ouder met psychiatrische problemen. Die ouder was niet alleen de vader van Antoinette, maar ook van Famke en van Marjolein. Zo openhartig als Antoinette in het boek (en de gelijknamige film die ze drie jaar later zou regisseren) en in de media was, zo gesloten blijft Janssen over haar verleden. Desgevraagd zegt ze dat ze het boek heeft gelezen en dat het ‘fictie’ is. ‘Het is het verhaal van mijn zus, haar visie.’ Hoe ze zelf op haar jeugd en de relatie met haar vader terugkijkt? Ook nu wil ze er niet over praten. Maar hoe ze Antoinettes openheid ook heeft ervaren, het heeft hun relatie niet geschaad. ‘Ik was wel blij dat ik zo ver weg was. Ik denk dat het voor Marjolein moeilijker is geweest.’

De drie zussen groeiden op in Amstelveen. Famke was de middelste. Maar of ze een ‘typisch middelste kind was’ weet ze niet. ‘Dat zijn natuurlijke diplomaten toch? Ik ben eigenlijk altijd mijn eigen weg gegaan, zonder dat ik de behoefte had om op de voorgrond te treden. Ik herinner me wel dat Antoinette opener was dan ik. Ze nam haar vriendjes mee naar huis, maar er was daarom ook vaak gedoe. Ik probeerde misschien als reactie onzichtbaar te opereren. Ik was het type dat ’s nachts het huis uitglipte en dan ’s ochtends om zes uur op mijn tenen weer het huis binnensloop in de hoop dat mijn moeder me niet hoorde.’

Wat ze deed? ‘Dansen, hele nachten dansen. Eerst in De Bok in Amstelveen waar ze fantastische R&B draaiden. Later ging ik naar clubs in het centrum van Amsterdam.’ Op haar 18de, ze was net begonnen aan een studie economie, werd ze gescout. Als model vloog ze al snel de wereld over, stond op covers, liep shows.

‘Als kind had ik nooit kunnen bedenken dat dit mijn leven zou worden. Ook dat we alle drie in de filmwereld terecht zouden komen. Wij kwamen helemaal niet uit een milieu waar je groot durfde te dromen. En misschien is dat ook wel heel on-Nederlands. In Amerika zag ik pas hoe dat werkt, dat grote dromen. Dat doet iedereen daar.’ Voor de opnamen van Amsterdam-Empire verbleef Janssen voor de eerste keer in heel lange tijd weer eens langer in Amsterdam. ‘Acht maanden. Ik had een appartement in het centrum. Ik kom niet heel vaak in Nederland, we zijn geen familie die hangt aan tradities van kerst of verjaardagen. Nu kon ik na mijn werk gewoon langs bij mijn zussen en mijn nichtjes en mijn neef.’

Van Amsterdam Empire is ten tijde van het gesprek nog niets te zien, de montage is nog in volle gang. Maar Janssen is erg opgetogen over haar eerste Nederlandse optreden: het onderwerp, haar rol, de samenwerking met haar mede-acteurs. Maar wat ze misschien nog het leukste vond was het maken van de videoclip en het zingen van het jarennegentighitje.

‘Een van de leukste dingen van acteren is dat je steeds nieuwe dingen mag leren. Voor Locked in (2023), heb ik leren paardrijden en nu kreeg ik zang- en danslessen en werkte ik samen met choreograaf Vincent Vianen. Hij is zo goed! We waren aan elkaar gewaagd, alleen het beste was goed genoeg.’ Het nummer is catchy geworden, zegt ze. De pr-medewerker, die de loop van het interview nog steeds bewaakt, kan het beamen. Janssen glundert. ‘Het is een liedje dat in je hoofd blijft zitten.’ Met een knipoog: ‘maar daar neem ik geen verantwoordelijkheid voor.’

Dan de vraag of ze jonger gemaakt moest worden voor de clip, omdat de video in de jarennegentig speelt. Ze kijkt niet begrijpend. ‘Niet dat ik weet. Je kunt toch niet dansen dat je jonger bent? Dan, een tikje geïrriteerd: ‘Wat bedoel je eigenlijk?’

De laatste paar jaar dook Janssen geregeld op in de media en ging het over haar uiterlijk, dat erg veranderd zou zijn. ‘Beledigend’, zegt ze, als een YouTube-filmpje ter sprake komt waarin een cosmetisch chirurg analyseert wat Hollywoodsterren aan hun uiterlijk hebben laten doen. Ook haar gezicht werd doorgelicht. ‘Ik heb dat filmpje niet gezien en wil het ook niet zien. Ik vind het afschuwelijk. Je moet niet onderschatten hoe moeilijk het is voor een vrouw om ouder te worden in een industrie waar de druk op ouder worden zo sterk is en waarin zoveel nadruk ligt op perfectie. Natuurlijk zie ik er anders uit dan toen ik jonger was. Maar ik voel me goed en ik voel me jong.

‘Het vervelende is dat er altijd druk zal zijn om als vrouw en vooral als acterende vrouw met je uiterlijk bezig te zijn. Zoals een vriendin van me, ook een actrice, het zegt: ‘You are damned if you do, you are damned if you don’t’, waarmee ze bedoelt dat wanneer je niks doet aan je uiterlijk je er evenzeer van langs krijgt als wanneer je wel dingen laat doen. Je wordt hoe dan ook bekritiseerd. Het verandert niet. Bij elk artikel en bij elk interview met mij staat mijn leeftijd vermeld. Bij mannen is dat echt anders.’

Dat gesprek over ouder worden en zichtbaarheid leidt vanzelf naar filmreeks die haar wereldwijd beroemd maakte. Een paar jaar geleden kreeg de reeks een prequel-tijdlijn (X-Men: First Class en daarna X-Men: Apocalypse), waarbij de studio koos voor jongere versies van de bekende personages. Voor Jean Grey werd de rol vanaf 2016 vertolkt door Sophie Turner. Hoewel Janssen in interviews zei dat ze het niet ‘persoonlijk nam en dat het de keuze voor een generatiewissel was’, vond ze het wel opvallend dat de mannelijke rollen wel langer door dezelfde acteurs werden gespeeld. Hugh Jackman bijvoorbeeld mocht bijna twintig jaar Wolverine blijven. ‘Het is nu wel veranderd. Ook de oudere generaties actrices zijn nog te zien.’

Zichtbaar zijn – of beter gezegd: bekeken worden – was altijd onderdeel van het vak. Soms pakte dat gunstig uit, soms ongemakkelijk. Op YouTube is bijvoorbeeld een fragment te zien uit 1995, toen ze te gast was bij Late Night van Conan O’Brien. GoldenEye is net uit en de talkshowhost wil wel eens weten hoe het is om samengeknepen te worden tussen de dijen van de Bond-girl. Daar liggen ze, zij onder, hij tussen haar benen op de tafel. Janssen doet het beslist goed, cool en collected en met humor. Toch krijg je bij het zien een dubbel gevoel. ‘Ik snap wat je bedoelt,’ zegt Janssen, ‘ik heb het zelf niet bij dat moment, want volgens mij pakte het voor hem minder goed uit dan voor mij. Als jonge actrice moet je je weg vinden. Dus ik kijk niet terug met de gedachte: die of die rol, of dat optreden in die show – wat erg. Het hoorde erbij.’

Wat niet wegneemt dat Janssen ook met gemengde gevoelens terugdenkt aan haar begintijd. ‘Natuurlijk vraag ik me af hoe het mogelijk is geweest, hoe we in de jaren negentig als actrices dingen deden en normaal vonden. Jij gebruikte net voor Conan O’Brien het woord creepy. Mannen zijn creepy, wist je dat niet? Als ik terugkijk op mijn carrière heb ik ook rare dingen meegemaakt. Al moet ik erbij zeggen dat het niet hele grote dingen zijn geweest. Ik vermoed dankzij mijn Nederlandse directheid en mijn lengte. Maar ik heb genoeg gezien, ook in mijn modellentijd, en ik leef mee met de vrouwen die echt vervelende dingen hebben meegemaakt. Daar zitten veel vriendinnen tussen.’

Ondanks die mallemolen van beroemd zijn, bleef haar grootste uitdaging altijd: balans vinden. ‘Ik ben in mijn wezen heel introvert. Ik ben graag alleen en ik bewaak mijn privacy met mijn leven. Dat is niet makkelijk in dit vak. Maar ik geloof dat het tot nu goed is gelukt. Ik zag laatst een documentaire over Greta Garbo, de van oorsprong Zweedse actrice die in de jaren twintig naar de Verenigde Staten kwam en een van de grootste actrices aller tijden werd.

In de film zegt ze: ‘I want to be left alone.’ Ik begrijp dat als geen ander. Garbo is in haar leven slechts één keer naar een première geweest – dat was in het begin van haar carrière, toen ze nog in Zweden woonde. Daarna nooit meer. Ik zou ook het liefst in de luwte willen leven, maar dat is moeilijk in dit vak. Dat was het al in de tijd van Garbo, toen waren de paparazzi ook al overal. Maar nu, met internet en sociale media, is het nog moeilijker geworden.’

Hoe leuk ze haar tijd in Nederland en het werken hier ook vond, een terugkeer naar haar geboorteland sluit ze uit. ‘Als je New York gewend bent en een grote stad als Londen, dan is Amsterdam een mooi, lief dorpje. Maar voor mij toch te klein.’ Of ze altijd in de VS wil blijven, weet ze ook niet. ‘Dat land lijkt steeds meer een reality-tv-show te worden. Al heb ik dat gevoel eigenlijk bij de hele wereld. Op dit moment hoef ik niet per se ergens anders heen.’ Dan dromerig: ‘Al lijkt een mooi dorp in Italië me wel wat, ooit.’

De serie Amsterdam Empire is vanaf 30 oktober te zien op Netflix.

CV Famke Janssen

5 november 1964 Geboren in Amstelveen.
Jaren tachtig Gescout als model, werkte internationaal voor onder meer Yves Saint Laurent en
Victoria’s Secret. Studeerde economie aan de UvA (niet afgemaakt), later Engelse literatuur en
creative writing aan Columbia University en volgde acteerlessen in New York.
1992 Eerste filmrol (Fathers & Sons) en rol in seizoen 5 van tv-serie Star Trek: The Next Generation.
1995 Doorbraak als Bond-schurk Xenia Onatopp in GoldenEye.
Jaren negentig Rollen in films van onder andere Woody Allen (Celebrity), Robert Altman (The
Gingerbread Man
) en Ted Demme (Snitch).
2000-2006 Jean Grey/Phoenix in drie X-Men-films.
2003-2010 Ava Moore in tv-serie Nip/Tuck.
2008-2014 Lenore Mills in de drie Taken-films.
2011 Regiedebuut met Bringing Up Bobby (ze schreef ook het scenario).
2025 Eerste Nederlandstalige rol en executive producer van Netflix-serie Amsterdam Empire.

Famke Janssen woont in New York.

Foto credits
Styling door Xaviera Aubri, bij By Jane Kate. Visagie: Natasha Fagri. Haar: Hester Wernert. Set design: Marieke van Warmerdam. Assistent set: Puck Zeegers. Fotogragie assistenten: Arnaud Szalai, Nico Swartz.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next