Home

De Amsterdamse marathon bestaat 50 jaar, is in die tijd onherkenbaar veranderd en een groot feest geworden

Zondag viert de Amsterdamse marathon zijn vijftigjarig bestaan. De eerste editie startten er 300 deelnemers – nu doen er wel 45 duizend mensen mee. Met de jaren is het evenement groter, diverser én feestelijker geworden.

Gerard Nijboer voelt halverwege de Amsterdamse marathon in 1980 dat het te traag gaat. Zijn haas van dienst heeft moeite om het tempo vast te houden en Nijboer besluit aan de Amstel alleen verder te gaan.

Op dat moment loopt hij op kop in de race. Zijn doel is om 2.14 te lopen, de limiet voor een startplaats in Moskou, waar later dat jaar de Olympische Spelen plaatsvinden. Dat is aanpoten: zijn persoonlijke record is op dat moment 2.16.48.

‘Ik wist niets van tijden’, zegt Nijboer nu aan de telefoon. ‘Ik liep marathons om te winnen, niet om steeds sneller te lopen.’ Onderweg was hij zich ook amper bewust van zijn tempo. Slechts één keer wist de bondscoach, Bob Boverman, hem iets door te geven: ‘Rond de 25 kilometer hoorde ik dat ik bijna op het schema voor 2.14 lag. De rest van de race liep ik volledig op gevoel. De bondscoach zat op de fiets en was veel te druk bezig met het ontwijken van kinderwagens en dagjesmensen. De trams reden ook nog, het was complete chaos op het parcours.’

De tweede keer dat Nijboer zijn tijd hoorde, was toen hij op de Dam richting de finish ging. Het werd geen 2.14. Toen Nijboer het finishlint brak, stond er 2.09.01 op de klok: ver onder de limiet, een Europees record en toen de op een na snelste tijd ooit gelopen. ‘Onwerkelijk’, zegt Nijboer. ‘Ik weet nog dat ik alleen maar kon uitbrengen: ‘Dit bestaat niet. Dit bestaat niet.’’

Nijboer zou de Amsterdamse marathon nog drie keer winnen. Zijn Nederlands record zou pas 23 jaar later door Kamiel Maase gebroken worden.

Onherkenbaar veranderd

Vraag een marathonliefhebber van een zekere leeftijd naar de hoogtepunten van de Amsterdam Marathon en de gouden race van Nijboer zal hoog op de lijst staan. Al is er veel te kiezen: het evenement viert zondag zijn vijftigjarig bestaan. In 1975 werd de race in de huidige vorm voor het eerst gehouden ter ere van het zevenhonderdjarig bestaan van de stad.

Sinds het begin van de Amsterdam Marathon is het evenement onherkenbaar veranderd. In 1975 stonden er ongeveer driehonderd man aan de start. Met de nadruk op man, want er deden nauwelijks vrouwen mee. Marathonlopers werden volgens Nijboer nog met een scheef oog aangekeken: ‘Rennen was voor kinderen, het was een sport voor zonderlingen.’

Die tijd is voorbij, zondag staan er dertigduizend lopers aan de start van de marathon, nog eens vijftienduizend lopers willen het over de halve afstand proberen.

Dat de marathon zo’n massaal evenement zou worden, hadden de organisatoren van de eerste marathon in 1975 niet voorzien. Tjerk Vellinga was lid van atletiekvereniging Blauw-Wit, voorloper van Phanos in Amsterdam, en vanaf het begin betrokken bij de organisatie van de marathon.

‘Ger van Nesse van atletiekvereniging AV23 kwam met het idee’, zegt hij. ‘Maar hij wist ook wel dat hij het niet alleen kon organiseren.’ Van Nesse deed een rondvraag bij de Amsterdamse atletiekverenigingen. Behalve Blauw-Wit en AV23 waren ook Sagitta, ADA, Atos en Startbaan enthousiast over het plan. ‘Zo ontstond er een commissie, waarmee we eens in de maand vergaderden.’

Over het parcours hoefde de organisatie niet lang te vergaderen. Er werd besloten om dezelfde route te nemen als in 1928, toen de Olympische Spelen in Amsterdam plaatsvonden. Start en finish waren in het Olympisch Stadion en ook de bekende lus om de Amstel stond op de planning. Een deel van dat parcours is altijd intact gebleven, al werd er tussen 1979 en 1997 meestal gefinisht op de Dam.

Volgens Vellinga was het voor de organisatie vooral improviseren om een mooi evenement neer te zetten: ‘We hadden zelf nog nooit een marathon gezien, dus we hadden geen idee wat ons te wachten stond.’

Vellinga was verantwoordelijk voor de waterposten onderweg. ‘We wisten wel dat mensen onderweg geholpen moesten worden, maar we hadden geen idee hoe. We namen kampeertafeltjes mee en belden aan bij mensen langs het parcours om stroom en water te tappen. Daarmee maakten we bekertjes warme thee voor de lopers – dat kun je je nu niet meer voorstellen.’

Gemeenschapsgevoel

Ondanks de opstartproblemen waren er veel mensen bereid om te helpen. Vellinga: ‘Iedereen bij de betrokken atletiekverenigingen hielp mee. We hadden twee-, driehonderd vrijwilligers die allemaal een taak hadden. En iedereen zette zich in, want de marathon was toch een visitekaartje voor de clubs. Het inspireerde mensen om zich aan te sluiten bij een atletiekvereniging.’ Hardlopen was dan misschien voor zonderlingen, maar het gemeenschapsgevoel was groot.

De toplopers waren net zo goed onderdeel van die kleine wereld, al was het maar omdat er met hardlopen geen droog brood te verdienen viel. ‘Olympiërs moesten in die tijd amateur zijn’, zegt Nijboer. ‘Sponsorgeld moest in een potje voor onkosten.’ Nijboer werkte een paar dagen per week als psychiatrisch verpleegkundige.

In het ziekenhuis vond Nijboer kennis die hem een voorsprong gaf op de competitie: ‘Ik praatte met een diëtist die me hielp met voeding en begon mijn hartslag te meten. We waren echt pioniers: niemand wist iets van de marathon. Zelfs mijn trainer had geen idee, die was sprinter van origine. Hij woonde in Groningen en ik in Deventer, dus ik moest hem elke zondag een brief schrijven met trainingstijden. Op dinsdag kreeg ik een brief terug met het schema voor die week.’

Maar waar de wetenschap achterliep, was de mentaliteit van de lopers hard als steen. Nijboer: ‘Iedereen was bloedfanatiek. Veel mensen trainen nu drie of vier keer per week voor een marathon. Toen was dat veel te weinig, je moest het wel serieus nemen. Wie tijdens de marathon als laatste binnenkwam, werd uitgefloten door het publiek. Vrouwen werden al helemaal niet serieus genomen.’

Vrouwelijke deelname

Inderdaad waren vrouwen buitenbeentjes in deze sport voor buitenbeentjes. Op dezelfde dag in 1980 dat Nijboer een magische race loopt, doet nog iemand dat, maar bijna ongemerkt. Marja Wokke loopt tussen de mannen, met alle vrouwen ver achter zich, en weet dat ze hard gaat.

Niet alleen moet haar broer, die een stuk met haar oploopt, haar al vroeg in de wedstrijd alleen verder laten gaan, ook dankzij de stopwatch om haar pols blijft ze op de hoogte van haar tijd. Wokke nu: ‘Die gebruikte niemand, het was een blok van een ding.’

Ze kwam in 2.40.15 over de finish, een verbetering van het Nederlandse record met 7 minuten. ‘Maar er gebeurde niet zo veel. Iedereen stond in een kluitje om Gerard heen. Er was niet eens een prijs voor de snelste vrouw.’ Omdat Wokke 25 minuten eerder finishte dan de nummer 2, Plonie Scheringa, besloot de organisatie niet te wachten met de huldiging. Wokke moest in haar eentje het podium op.

Vrouwelijke deelname aan de marathon werd niet gestimuleerd. Wokke: ‘Er werd niet naar vrouwen omgekeken. Er was bijvoorbeeld geen aparte kleedkamer voor vrouwen, we kleedden ons om in het toilet. De gedachte was dat een marathon slecht zou zijn voor ons, dat je er onvruchtbaar van zou worden.’

Toch voelde Wokke, die opgroeide met drie broers, zich thuis tussen alle mannen. ‘Ik trainde ook met ze en ze vonden het leuk dat er een vrouw was die zo hard liep. Van de mensen op het parcours kreeg ik ook extra aanmoediging. Zo’n bos krullen viel wel op.’

Wokke denkt wel dat de overdaad aan mannen voor veel vrouwen afschrikkend werkte. Volgens haar kwamen er in de jaren negentig opeens meer vrouwen aan de start, een ontwikkeling die ze voor een deel aan Nijboer toeschrijft. ‘Door de prestaties van Gerard in de jaren tachtig kwam er een loopgolf. Daarna promootte hij namens de atletiekbond het idee dat iedereen kan hardlopen. Steeds meer mensen gingen lopen voor hun gezondheid en plezier.’

Professionalisering

Rond diezelfde tijd begint bij de organisatie een proces dat Vellinga omschrijft als ‘professionalisering’. Twee organisaties worden daarvoor verantwoordelijk gehouden: Global Sports Communication, opgericht door Jos Hermens, en Le Champion, een Nederlandse stichting die sportevenementen organiseert.

Hermens was er als eerste bij. In 1991 werd hij door de organisatoren gevraagd om het deelnemersveld van de topatleten samen te stellen. Hermens: ‘Onze kracht lag erin dat we als een van de eersten, rond 1980 al, naar Ethiopië en Kenia gingen om atleten te scouten, toen nog in opdracht van de Rotterdamse marathon.’

Dat er talent te vinden was in die landen was bekend. Zo had de Ethiopische Abebe Bikila in 1960 de olympische marathon gewonnen in 2.15.16 – en dat op blote voeten. ‘Door de paar successen waren daar heel veel mensen die droomden van een doorbraak op de marathon. En veel jongens hadden enorme potentie, omdat ze hun hele leven op hoogte woonden en veel stukken lopend aflegden.’

Hermens werkte samen met een Ethiopische coach die veel getalenteerde atleten onder zijn hoede had. ‘Het probleem was om structuur aan te brengen in de training. Als ik belde om met een atleet de voorbereiding op een marathon te bespreken, kreeg ik hem niet te pakken. En als dat wel lukte, zei hij: ‘Een marathon over een maand? Dan begin ik vandaag met trainen.’’

Omdat Hermens goede contacten had bij marathonorganisaties over de hele wereld, werd hij van veel Ethiopische atleten de manager. ‘Ze wilden allemaal lopen in de belangrijkste marathons, zoals die van Boston en Londen. De deal was dat ik ze daarmee zou helpen, maar dat goede atleten dan ook naar Amsterdam zouden komen.’ In New York liepen in die tijd al twintigduizend mensen mee, vergeleken daarbij was de Amsterdamse marathon een kleine vis.

Vlak achter de wereldtop

Hermens: ‘Amsterdam was voor talenten wel aantrekkelijk. Het budget dat we hadden was beperkt, dus de écht goede atleten konden we niet betalen. Maar een nieuwe loper wist ook wel dat hij niet meteen in New York aan de start moest staan. Je kon beter eerst een marathon lopen die vlak achter de wereldtop zat. Amsterdam was zo’n marathon.’

Voor vrouwen was er geen geld over. ‘Als we ook daarin hadden geïnvesteerd, hadden we twee middelmatige velden gehad. We kozen ervoor om één sterk veld neer te zetten bij de mannen.’

In de jaren negentig staat er steeds vaker een Keniaan of een Ethiopiër op de hoogste trede van het podium in Amsterdam. In 1997, na zeventien jaar, wordt het parcoursrecord van Nijboer dan ook gebroken door een Keniaan: Sammy Korir komt in 2.08.24 over de streep. Sinds 2002 komen alle mannelijke winnaars uit Kenia en Ethiopië, bij de vrouwen is dat sinds 2005 het geval.

Hermens kwam graag naar Amsterdam, maar was niet altijd te spreken over de organisatie: ‘Als ik aangaf dat iets beter moest, zei iedereen dat het goed zou komen en was het twee jaar later nog niet geregeld.’

Waar Hermens het deelnemersveld veranderde, was het Le Champion die de organisatie aanscherpte. Le Champion organiseert veel hardloopwedstrijden, zoals de halve marathon van Egmond en de Dam tot Damloop.

Sinds 2000 is Le Champion betrokken bij de marathon van Amsterdam, toen de gemeente de stichting vroeg of ze het evenement in goede banen kon leiden. In die tijd deden al niet meer enkele honderden, maar 2.300 lopers mee aan de marathon.

Promotie in het buitenland

Le Champion gebruikte haar ervaring met de organisatie van evenementen om de rafelrandjes van de Amsterdamse marathon glad te strijken en zette in op groei. René Wit is als race director eindverantwoordelijk voor het evenement.

Wit: ‘Vanaf 2000 zijn we in het buitenland promotie gaan maken voor de marathon van Amsterdam. Er zijn veel fanatieke lopers die over de hele wereld reizen om marathons in grote steden te lopen. Die groep wilde we ook naar Amsterdam krijgen.’

De tactiek werkte: in 2007 waren er al elfduizend marathonlopers, onder wie veel uit het buitenland. Inmiddels komt ongeveer 70 procent van de deelnemers van over de grens.

Ondertussen zet de organisatie in op een steeds sneller parcours, alhoewel de Amsterdam Marathon al bij de snelste tien marathons ter wereld hoort. Vanaf 2026 wil de organisatie het parcours aanpassen, waardoor lopers weer het centrum passeren en een paar seconden eerder in het Olympisch Stadion zullen terugkeren.

Mede door het snelle, vlakke parcours lukt het de organisatie steeds vaker om wereldtoppers aan de start te krijgen.

Zo zou Tamirat Tola, olympisch kampioen in Parijs, zondag starten, maar hij moest door een stressfractuur afzeggen. Dat maakt de Tanzaniaanse Gabriel Geay met een pr van 2.03.00 favoriet, net als Joshua Cheptegei, viervoudig winnaar van de Zevenheuvelenloop en Tsegaye Getachew, tweevoudig winnaar van de Amsterdam Marathon. Met hen hoopt de organisatie, zoals ieder jaar, op een parcoursrecord. Ook bij de vrouwen hopen ze daarop. Van de vrouwelijke deelnemers liepen er al vier onder de 2.20, allen Ethiopiërs.

De interesse van het publiek zullen zij niet direct trekken. Nijboer: ‘Het publiek bij een marathon bestaat vooral uit vrienden en familie van lopers. De interesse voor toplopers beperkt zich vaak tot: ‘Tjee, wat gaan die hard.’’

Sifan Hassan

Een uitzondering is Sifan Hassan. ‘Hassan doet iets wat eigenlijk niet kan’, zegt Nijboer. ‘Ze spot met de wetten van de sport. Dat stimuleert zeker het hardlopen in Nederland.’ Hermens verwacht dat Hassan ooit wel in Nederland zal lopen. ‘Dat wordt geweldig. Maar we kunnen niet zomaar bepalen wanneer dat is, ze heeft nog zo veel dromen. Bovendien lopen toppers maar twee keer per jaar een marathon.’

Met of zonder Hassan: de Amsterdam Marathon is in vijftig jaar onherkenbaar veranderd. Maar wat René Wit van Le Champion aan de afgelopen jaren het meest opvalt, is de manier waarop de stad de marathon heeft omarmd. ‘We zien dat het steeds meer een feest wordt. Vooral de afgelopen tien jaar is er meer betrokkenheid, zowel bij de toeschouwers als bij de horeca en bedrijven.’

Hermens erkent dat: ‘Als ik vroeger meefietste met een atleet, was er altijd een Amsterdammer die zei: ‘Pleur op, man, ik steek hier over.’ De laatste tien, vijftien jaar is dat compleet veranderd. Het is met vallen en opstaan een heel mooi evenement geworden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next