Home

‘Brandmuur’-debat tegen extreemrechts verdeelt Duitse regeringspartij CDU/CSU

De ‘brandmuur’ die de Duitse christendemocraten hebben opgericht tegen de extreemrechtse AfD vertoont scheurtjes. Prominenten in de CDU/CSU vinden dat samenwerking met de AfD maar eens moet kunnen, en hebben daarmee een storm ontketend. Bondskanselier Merz leidt een bikkelharde tegenaanval.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.

Zondag vergadert het partijbestuur over de ‘tactiek’ die CDU/CSU tegen de opkomende AfD in stelling moet brengen. Volgens de bondskanselier zal daar één principe niet veranderen: er wordt niet samengewerkt. De christendemocraten moeten zich volgens Merz strikt houden aan hun eigen besluit om elk contact met de Alternative für Deutschland te vermijden. Het CDU heeft dat in 2018 niet voor niets formeel vastgelegd in een ‘onverenigbaarheidsbesluit’: AfD en CDU/CSU zijn onverenigbaar, ook al houden ze zelf vol van niet.

De rechtspopulisten houden de christendemocraten telkens weer een ‘uitgestoken hand’ voor, zegt Merz, ‘maar in werkelijkheid willen ze ons vernietigen’. Hij noemt AfD bij de komende verkiezingen zelfs de Hauptgegner: tegenstander nummer één van CDU/CSU.

Ook de CSU, partner van de CDU in de christendemocratische Unie, denkt dat samenwerking met de extreemrechtse AfD het einde zal betekenen van de christendemocraten. De AfD is ‘een gevaar voor het land’, meent de CSU, het is een populistische partij die uit de Navo en uit de Europese Unie wil stappen. Een partij waarvan de vertegenwoordigers bovendien ‘de deur platlopen bij de Russische ambassade’ (zegt de secretaris-generaal van de CSU, Martin Huber).

Tegengeluid

Het tegengeluid dat zoveel woede heeft opgeroepen, klinkt daarbij vergeleken ronduit bescheiden, al wordt het wel gesteund door niet de eersten de besten: Tom Unger, secretaris-generaal van de CDU in Saksen bijvoorbeeld, erkent openlijk tegen Bild dat de AfD ‘niet zwakker’ is geworden door de manier waarop andere partijen met haar omgingen. Voormalig secretaris-generaal van de nationale CDU, Peter Tauber, valt hem bij: ‘De huidige stigmatisering helpt de AfD alleen maar.’

Dus wordt het tijd voor iets anders dan verguizing. Tauber: ‘Als ik moet concluderen dat een gekozen tactiek in tien jaar tijd niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd, kan ik niet maar domweg doorgaan.’ Tauber vindt dat het debat los moet komen van altijd maar weer de AfD: we moeten ‘niet over elk thema debatteren alsof het over de AfD gaat’.

Saskia Ludwig (parlementslid in Brandenburg) vult aan dat samenwerken soms moet kunnen. Soms, maar lang niet altijd: ‘Het gaat niet over de vorming van een coalitie’, zegt zij, maar om ‘meerderheden voor goede doeleinden goed te keuren’. Daar houdt Merz niet zo van.

In januari had de regerende Unie zo’n geval aan de hand: de partij diende in de Bondsdag een wetsvoorstel in voor een scherpere aanpak van de immigratie, en kon daarvoor alleen een meerderheid krijgen dankzij de steun van de verguisde AfD. Merz zou dat achteraf betreuren. Het mag van hem dus niet nog eens gebeuren.

Dat tien jaar ‘moraliseren’, ‘buitensluiten’ en ‘demoniseren’ echter niet hebben geholpen erkent zelfs Merz, maar wat helpt dan wel? De voorstanders van de ondoordringbare ‘brandmuur’ tussen de Unie en de AfD vinden dat de partij in ieder geval nooit haar houding tegenover de populisten moet veranderen, maar hoogstens de eigen politiek. Die moet helderder, erkent Merz zelf: ‘We moeten de verschillen tussen de Unie en de AfD duidelijker maken.’

Oost-Duitsers

De omroep Tagesschau legt de vinger nog op een andere zere plek: de politici die nu beginnen te praten over samenwerking komen vooral uit het oosten, het voormalige Oost-Duitsland. Het zijn allemaal ‘Ossies’, uit het economisch nog steeds achtergebleven deel van Duitsland dat in het verleden door de traditionele partijen te vaak over het hoofd is gezien.

De Oost-Duitsers voelen zich achtergesteld, zij zien buitenlanders als concurrenten, geloven de politici uit het westen niet, en hunkeren naar vroeger, toen Oost-Duitsland nog bestond en wat voorstelde. Op die gevoelens speelt de populistische AfD sinds jaar en dag veel handiger in dan de traditionele partijen, met spectaculaire groei als gevolg.

In 2026 zijn er vijf deelstaatverkiezingen waar de nieuwste veranderingen in de machtsverhoudingen duidelijk zullen worden. In Saksen-Anhalt en Mecklenburg-Vorpommern stevent de AfD volgens de peilingen af op de meerderheid, en in Baden-Würtemberg dreigt de extreemrechtse partij de tweede plaats over te nemen van de Grünen. Tot slot zijn er nog verkiezingen in Rijnland-Palts (waar de AfD bij de vorige bondsdagverkiezingen de tweede partij werd) en het linkse bolwerk Berlijn, waar de AfD in februari de SPD voorbijstreefde en op de vierde plaats eindigde.

Zondag praten de bestuurders onder leiding van Friedrich Merz over de beste tactiek om de groei van de populisten af te remmen. AfD-voorzitter Alice Weidel maakt zich daar niet druk om. Zij ziet de groei alleen nog maar verdergaan, en op den duur zal de Unie van CDU en CSU daarom wel moeten samenwerken met haar partij. Weidel: ‘Zolang ze elke samenwerking met de AfD uitsluiten binden ze zich aan de Groenen, de SPD en ‘die Linke’, die als enige programmapunt hebben: de AfD tegenhouden.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next