Home

Rechtsstaatverwarring

Ik weet niet wanneer Van Dale beslist wat het Woord van het Jaar is, maar ik wil graag pleiten voor ‘rechtsstaatverwarring’. U denkt misschien: dat woord ken ik niet, en dat klopt, want ik heb het net bedacht. Het lijkt me een passend woord voor de diepe onenigheid over zowel aard als belang van de democratische rechtsstaat, die deze campagne weer aan de oppervlakte komt.

Uit onderzoek van Ipsos I&O, in opdracht van NRC, bleek donderdag dat met name kiezers van rechts-conservatieve partijen (PVV, FVD, BBB en JA21) ontevreden zijn over de democratie omdat ‘de wil van het volk’ niet voldoende wordt gehoord. De respondenten gaven concrete voorbeelden van rechtsstatelijke tegenwerking: ambtenaren, verdragen en „linkse rechters”. De nieuwste editie van het SCP-onderzoek Burgerperspectieven, dat komende maandag verschijnt, laat iets soortgelijks zien. PVV-kiezers zijn minder tevreden met de democratie dan de gemiddelde kiezer; als reden geven zij Wilders’ uitsluiting door de meeste politieke partijen.

Een grote groep Nederlanders ziet de rechtsstaat dus als sta-in-de-weg, in plaats van als onderdeel van de democratie. Volgens SCP-onderzoekers Josje den Ridder en Lonneke van Noije komt dit door een „gebrek aan begrip van de principes van de democratische rechtsstaat”: die zijn „abstract en moeilijk te verwoorden”, schreven ze vorig jaar in Sociale Vraagstukken.

Hoe maak je mensen duidelijk dat de rechtsstaat er is om hen te beschermen, niet om hun democratische ervaring te verpesten? Daarvoor zul je in gewonemensentaal aan ze moeten uitleggen wat de rechtsstaat doet, in plaats van simpelweg te zeggen: hij is belangrijk, want het is de réchtsstaat. Mark Bovens en Anchrit Wille, auteurs van het boek Diplomademocratie, waarschuwen daar deze week voor in een blog: „het voortdurend inroepen van de rechtsstaat als argument om politieke debatten te beslechten” kan volgens hen „het gevoel van afstand juist vergroten”.

Precies dat vond ik problematisch aan een stelling die Ipsos I&O voorlegde aan de respondenten: „De rechtsstaat moet boven alles beschermd worden, ook als dit besluiten tegenhoudt die de meerderheid van de burgers wil.” Zo geformuleerd klinkt het alsof de rechtsstaat beschermd moet worden als doel op zich, omdat het zo’n kwetsbaar lief rechtsstaatje is. In werkelijkheid zijn het onze rechten die de rechtsstaat beschermt. Was een andere vraagstelling niet beter geweest?

Dit hangt samen met iets breders: rechtsstaatverdedigers beschrijven het recht vaak als een heilig en statisch geheel, in plaats van als een verzameling wetten en regels die onderling kunnen botsen, herschreven kunnen worden, en die ook verschillen in belang. Het maakt nogal uit of een politicus de vrijheid van godsdienst wil afschaffen of het Vluchtelingenverdrag wil aanpassen. Dat laatste kun je een slecht plan vinden, maar je kunt niet zomaar stellen dat die politicus tegen de rechtsstaat is.

Dit bezwaar heb ik ook tegen een in linkse kringen veel gedeeld artikel uit Vrij Nederland, waarin de partijen zijn ingedeeld op een ‘democratisch spectrum’. VN bekeek hiervoor hun houding ten opzichte van democratische rechten en instituties. Allerlei dingen worden in het stuk op een hoop gegooid: partijen scoren slecht als ze islamitisch onderwijs willen afschaffen of de onafhankelijkheid van rechters willen inperken, maar ook als ze subsidies aan ngo’s willen stoppen of een taaleis willen stellen aan mensen in de bijstand. Het een lijkt niet zwaarder te wegen dan het ander. Dit relativeert de schadelijkheid van de echt grote rechtsstaatschenders, met name PVV en FVD. De PVV wil tornen aan de rechtsgelijkheid van moslims, en FVD gelooft, als je de uitlatingen van prominente leden als Baudet en Van Meijeren bestudeert, überhaupt niet in democratie.

Het is belangrijk dat kiezers begrijpen waarom PVV en FVD antirechtsstatelijke partijen zijn, en waarom dit erg is. Daarvoor moet zowel links als rechts zijn best doen. Links moet niet ‘de rechtsstaat’ als argument op zich gebruiken, maar uitleggen welke rechten er op het spel staan. Dat betekent ook: niet doen alsof elke kritiek op rechterlijke uitspraken of internationale verdragen meteen antirechtsstatelijk is. Rechts, op zijn beurt, moet duidelijker op de bres staan voor de rechtsstaat. Dit is mislukt met het kabinet-Schoof, en nog steeds blijken (centrum)rechtse politici het moeilijk te vinden om te normeren. Neem Dilan Yesilgöz, die eindelijk Wilders uitsluit, maar alleen omdat hij wegliep uit het kabinet. Of neem Rob Jetten, die laatst bij Pauw en De Wit zei: „In mijn Nederland kunnen Sylvana Simons, Fleur Agema en ik samen aan tafel een fatsoenlijk gesprek voeren.” Alsof Simons even radicaal is als Agema, die jarenlang politicus was van een autoritair geleide partij met maling aan rechtsgelijkheid en democratische basisnormen.

Iedereen, van links tot rechts, heeft baat bij een helder gesprek over de rechtsstaat. Gebeurt dit niet, dan is de rechtsstaatverwarring compleet – leuk voor mijn nieuwe woord, jammer voor Nederland.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next