Ja ik meen het: zet het geluid eens uit bij het kijken van een verkiezingsdebat op tv. U gaat zoveel zien als u alleen maar kunt kijken. Dat scheve lachje, de afkeurende blik, de friemelende handen, deze non-verbale signalen vormen het tweede gesprek in het debat. Het geeft informatie over de verhoudingen tussen de politici, hun drijfveren en emoties die zij in het moment ervaren.
Waar kunt u op letten? Allereerst de signalen van stress. Natuurlijk heel begrijpelijk als een politicus voor een miljoenenpubliek zijn partij moet vertegenwoordigen. Wie heeft deze stress dan het meest onder controle? Dit kunt u bijvoorbeeld zien aan het knipperen van de ogen en het uitsteken van de tong. Dat uitsteken van de tong gaat u pas opvallen met het geluid uit; het is doorgaans een teken van stress omdat onze mond dan droger wordt en we onze tong uitsteken om onze speekselklieren aan te zetten.
Het tonen van respect kunt u als kiezer waarschijnlijk waarderen. Dan ziet u dat iemand zijn hoofd een stukje schuin houdt. Hij biedt dan als het ware eerst zijn oor aan om pas daarna te reageren. Het tegenovergestelde is als iemand al naar lucht aan het happen is en niet kan wachten om te reageren. Iets wat Dilan Yesilgöz (VVD) nog wel eens kan doen.
Hoe kan Yesilgöz trouwens het vertrouwen in haar persoon vergroten? Door eens achterover te gaan zitten in plaats van op het puntje van haar stoel, klaar om met opengesperde ogen een vinnig antwoord uit te delen.
Wie vertrouwt u het meest? Met de dramatische cijfers uit peilingen over vertrouwen in de politiek, is het zaak hier extra op te letten. Voor signalen van betrouwbaarheid let u, op het langer sluiten van de ogen dan gebruikelijk. Wanneer dit wordt getoond, wordt namelijk veel niet uitgesproken van wat er in het hoofd van de betreffende politicus omgaat.
En wat als non-verbale communicatie en verbale communicatie elkaar tegenspreken? Dan wordt het natuurlijk echt interessant. Een van de meest voorkomende signalen van non-congruentie is ‘nee’ schudden en tegelijkertijd ‘ja’ zeggen of andersom. Ik raad u dan aan het non-verbale signaal te geloven.
U kunt het debat overigens beter niet in z’n geheel zo blijven volgen. Dat non-verbale communicatie 80 of zelfs 93 procent van de communicatie is, is een mythe. Anders hoefde u nooit meer te luisteren naar politici. En dat is een onverstandige zaak.
Maar het blijft interessant om te kijken. Wat doet Wilders als hij niet meer kan tekenen zoals hij zoveel doet in de Tweede Kamer. Waar richt hij dan zijn ogen naar en steekt hij daarbij zijn tong in zijn wang? Zijn kenmerkende non-verbale signaal, heeft u dat met het geluid aan al eens gezien? Dit is zelf-kalmerend gedrag bij oplopende emotie.
Hoe kan Timmermans zijn tanende populariteit buiten zijn eigen partij versterken? Letten op zijn stemgebruik is dan mijn advies. Want met zijn steeds hogere en soms bijna overslaande stem pleit hij net wat te hard voor zijn zaak; impactverlagend. En hoe kan Bontenbal tot slot zijn momentum benutten? Zichzelf blijven want dat heeft al veel resultaat. Als de stress hem toch te pakken krijgt, let dan op de top drie signalen: knipperen, tong uitsteken en zelf-kalmerend gedrag.
Op school leer je al vroeg: als je iets niet simpel kan uitleggen, begrijp je het eigenlijk niet. En als je iets ouder bent, weet je: in containerbegrippen zoals ‘liberalisme’ en ‘democratische rechtsstaat’ kan je heel veel kwijt. Sommigen zouden zeggen: je kan erin wonen.
Toch lijken deze lessen aan sommige politici niet besteed. Tijdens de Algemene Beschouwingen stelde Esther Ouwehand (PvdD): „Wanneer onze democratische rechtsstaat piept en kraakt onder de aanvallen van radicaal-rechts en hun bondgenoten, dan is het je plicht om je daartegen uit te spreken.”
Dat klinkt heel mooi. Maar zonder toelichting blijft het een leeg refrein. Cees van de Sanden, het Eerste Kamerlid dat deze maand uit de VVD stapte, sprak over „een partij die niet langer liberaal is”. Het migratiestandpunt van de VVD noemde hij „juridisch onmogelijk en vanuit liberaal perspectief volstrekt onwenselijk”. Vervolgens verklaarde hij dat hij „bijna elke dag dingen zag die hij niet aan zichzelf kreeg uitgelegd, laat staan aan anderen. Als je dan blijft zitten en je mond houdt, dan ben je daar mede debet aan.” Wat mij betreft is het vooral een gemiste kans dat de senator zijn mond hield over het waarom van zijn vertrek. Want waarom is de VVD dan niet meer liberaal? En wat houdt liberaal zijn volgens hem eigenlijk in? De senator kwam in het interview niet verder dan „vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid”. Waarden die zo breed zijn dat bijna iedereen ze onderschrijft. Het probleem met abstracte taal is dat zij op zichzelf leeg is. Conceptuele begrippen vereisen niet alleen technische uitleg, maar ook verbeeldingskracht. Ze moeten uiteindelijk tot de harten spreken. En als waarden aan vanzelfsprekendheid inboeten, moeten ze juist niet worden gepapegaaid. Dan moeten ze opnieuw worden voorzien van inhoud. Woorden krijgen pas betekenis door rake analyse, in kleurrijke taal. Dat is best lastig, in een tijd van flitsende fragmenten, waarin TikTok regeert en de aandachtsspanne korter is dan ooit.
Sommigen politici vallen daarom maar terug op een historische parallel. Ouwehand verwees bijvoorbeeld in haar verhaal naar een gedicht van een in de Tweede Wereldoorlog vermoorde studente. Maar helaas kan zelfs de ergste terreur zonder actuele context zinledig worden. George Orwell schreef in 1946 al: „het woord fascisme heeft nu geen betekenis meer, behalve dat het aanduidt dat iets ‘niet wenselijk’ is.” Politiek vakmanschap draait om het scheppen van een betekenisvol verhaal. Zonder techniek, en zonder vage taal. De democratische rechtsstaat is geen theoretisch bouwwerk. Het is het huis waarin wij allemaal wonen. Wie dat huis wil verdedigen, moet kunnen uitleggen waar de muren staan, hoe de ramen open kunnen, en wat er gebeurt als het dak lekt. En wie dat niet lukt, wekt de verdenking eigenlijk niet goed te weten waar hij woont. De komende tv-debatten bieden kans op reparatie. Ik daag alle politici uit: laat thuis, dat hol gebonk. Toon me wat je raakt, en waarom je hier staat. Het huis is van papier en oude letters gemaakt. Wie die beeldspraak niet kan illustreren, is tot puinruimen gedoemd.
Tot mijn grote frustratie doet Geert Wilders (PVV) in zijn verkiezingsprogramma herhaaldelijk aan zondebokpolitiek. Wat was het goed geweest als lijsttrekkers tijdens een verkiezingsdebat Wilders konden confronteren met deze afleidingsstrategie.
In haar visie op het onderwijs bijvoorbeeld komt de PVV niet tot oplossingen van het eigenlijke probleem: het achterblijven van basisvaardigheden. Het moet Wilders voornamelijk van het hart dat links-liberale (seksuele) indoctrinatie de onderwijskwaliteit belemmert. Hierdoor beschrijft de partij niet met welke middelen taal en rekenen weer de basis van onderwijs kunnen worden.
Verkiezingsprogramma’s van andere partijen zijn zonder twijfel constructiever van aard. De SP pleit voor meer onderwijsassistentie om leerprestaties te verhogen. De VVD zet in op een curriculumherziening met reken- en taalvaardigheid in elk schoolvak.
In beide gevallen rijst de vraag hoe dit beleid te verwezenlijken is. Toch doen deze partijen voorstellen voor concrete maatregelen om de onderwijskwaliteit te verbeteren. En belangrijker nog, zij gaan uit van de bevlogenheid en deskundigheid van docenten. Door hen worden wij docenten niet weggezet als links-liberale kinderfluisteraars.
De uitgewerkte maatregelen van de PVV betreffen het afschaffen van de Week van de Lentekriebels, een verbod op bescherming van islamitisch onderwijs, louter Nederlandse bacheloropleidingen en ontslag dan wel uitzetting van onderwijspersoneel dat aan gewelddadige demonstraties meedoet. De taal- en rekenachterstanden worden benoemd, maar praktische oplossingen blijven achterwege.
Met de genoemde voorstellen probeert Wilders zijn extreemrechtse profiel te bekrachtigen binnen het gekozen links-liberale indoctrinatieframe.
Een boodschap aan de VVD. Hou toch eindelijk eens op over die ‘hardwerkende Nederlander’. Want we doen allemaal ons best.
Ook de vrouwen in de bijstand met kinderen, die geen baan kunnen vinden, maar wel hun kinderen moeten verzorgen en rond zien te komen. Ook de zieken, die niet of nauwelijks meer kunnen werken. Ook de jongeren, die willen werken, en soms geen baan kunnen vinden. Ook immigranten uit voornamelijk Oost-Europese landen die hard werken, en vaak het werk doen dat veel Nederlanders niet willen doen.
Tot slot de ouderen, die aan het eind van hun leven anderen met raad en daad bijstaan, en hun wijsheid kunnen doorgeven. Wijsheid die de VVD blijkbaar hard nodig heeft.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC