In Voor de democratie gaat Bas Heijne op zoek naar democratische lessen bij de oude Grieken. Anno 2025 is de democratie immers ‘een slangenkuil, een kruitvat, een kooigevecht’. Wat valt er te leren van het leiderschap van de Atheense bestuurder Perikles?
De democratie is er niet best aan toe – dat weet u inmiddels wel. Politici met weinig liefde voor de democratische traditie doen het bijna overal beter dan voorvechters van ons politieke systeem. Toch beschouwen veel westerlingen de liberale democratie nog altijd als een soort natuurwet.
Ten onrechte, constateert essayist Bas Heijne. Historisch gezien is democratie eerder uitzondering dan regel. De liberale democratie bleek geen eindpunt van de kolkende rivier van de geschiedenis, waarna de wereld als een kalm beekje verder zou stromen, zoals historicus Francis Fukuyama begin jaren negentig voorspelde.
Nee, anno 2025 is de democratie ‘een slangenkuil, een kruitvat, een kooigevecht’. Net als in het oude Athene, stelt Heijne, die in een prikkelend essay op zoek gaat naar democratische lessen bij de Atheense staatsman Perikles (ca. 495-429 v.Chr.).
Daarbij leunt hij sterk op het interpretatiewerk van de Amerikaanse classicus Donald Kagan, een groot fan van Perikles, maar Heijne bouwt wel de nodige voorbehouden in. Want ja, het Athene van de 5de eeuw voor Christus was naar onze standaarden een verre van perfecte democratie, met koloniën en slaven, zonder vrouwenkiesrecht, enzovoorts.
En ja, Perikles moeten we strikt genomen ‘Perikles’ tussen aanhalingstekens noemen, omdat we geen teksten van zijn hand hebben. We kennen hem alleen uit andere bronnen, en vooral als personage in het werk van geschiedschrijver Thucydides over de Peloponnesische Oorlog (431-404 v.Chr.).
En ook: interpretator Kagan had een gekleurde bril op, als uitgesproken neoconservatief en aanhanger van de Amerikaanse invasies in Afghanistan en Irak.
Ondanks die behoedzaamheid kunnen democraten volgens Heijne leren van de beroemde grafrede, die Perikles in het jaar 431 v.Chr. zou hebben gehouden voor de Atheense bevolking. De leider spreekt het volk toe op de jaarlijkse plechtigheid voor gesneuvelde soldaten. Achter Heijnes essay is de heldere vertaling door Wolther Kassies (2013) opgenomen.
De toespraak begint met de dapperheid van de gevallenen, maar gaat al snel over in een lofzang op de Atheense democratie. Perikles zet het Atheense systeem af tegen dat van vijand Sparta, en stelt uiteraard dat Athene in alle opzichten superieur is. Wat kan een leider anders zeggen om zijn volk, dat aan het begin van een zware oorlog staat, moed in te spreken?
Perikles’ grafrede is, plat gezegd, ook een vorm van campagnepraat. Voor de kracht van de grafrede maakt dat niet uit, vindt Heijne: ‘De morele waarden die aan de Atheense democratie ten grondslag liggen zijn er niet minder herkenbaar om.’
Dat is waar. De Atheners zullen zich ongetwijfeld niet altijd hebben gedragen naar het ideaalbeeld dat Perikles beschrijft, maar het is op zichzelf al interessant dat dit het ideaalbeeld ís. Perikles laat zien dat democratie meer behelst dan alleen het meeste-stemmen-gelden-principe, een armoedige misvatting die nog altijd rondwaart.
De Athener schetst een samenleving met vrijheid in het privéleven, maar een verantwoordelijkheid voor iedereen (althans, een deel van de mannen dus) om deel te nemen aan het publieke leven. Hij benadrukt het belang van debat, van een samenleving die openstaat voor mensen van buitenaf, en zet de ontspannen Atheense levensstijl af tegen het militarisme van de Spartanen.
In misschien wel de mooiste zin van de toespraak karakteriseert hij de democratische Atheners als ‘schoonheid- en inzichtminnend’ – de tweede Griekse term is een voorloper van ons woord ‘filosofie’.
Heijne trekt als belangrijkste les uit Perikles’ betoog dat democratie ‘geen abstracte constructie is, die een verzameling individuen met afzonderlijke identiteiten en achtergronden herbergt’, maar dat juist de democratie zélf een identiteit is, die alle deelnemers bindt. Een identiteit die bovendien een praktische kant heeft, in de vorm van deelname aan het democratisch proces.
De weg naar dat inzicht hoeft niet per se via het oude Athene te lopen, maar de oudheid blijft nu eenmaal een dankbaar doek om moderne discussies op te projecteren. Misschien omdat het een veilig decor is, ver en dichtbij tegelijk. Onlangs noemde de Israëlische premier Benjamin Natanyahu uitgerekend Sparta nog als economisch voorbeeld voor zijn steeds sterker geïsoleerde land.
Maar Heijnes keuze om de lof op Perikles te zingen, vervult ook een andere functie. De Athener is een voorbeeld van de welsprekende leiders die de democratie volgens Heijne nodig heeft, ‘iets wat uit afkeer van populistische extremisten nog wel eens vergeten wordt’. Ons woord ‘retoriek’ heeft vaak een negatieve bijklank, niet geheel onbegrijpelijk na de 20ste eeuw.
Toch zullen de verdedigers van de democratie er sterker in moeten worden, lijkt Heijne te betogen, al blijft zijn pleidooi voor meer retorische hartstocht enigszins impliciet. Wel zo consistent, want de auteur hekelt in zijn essay zogeheten ‘Links moet...’-stukken: artikelen die dé remedie voor de ruk naar rechts-populisme voorschrijven.
Verwacht dus geen adviezen, anders dan de nadrukkelijke conclusie dat de democratie ‘het waard is om voor te vechten’. Dat laatste woord is bij Heijne vermoedelijk overdrachtelijk bedoeld, maar klinkt door de verwijzing naar Perikles een tikje omineus: de Athener wilde zijn publiek er in de meest letterlijke zin van overtuigen de wapens op te pakken en hun leven te wagen.
Zover zijn wij gelukkig nog niet.
Met Perikles en de Atheense democratie liep het allebei slecht af. De politicus stierf twee jaar na zijn beroemde rede in de pestepidemie. Athene verloor de oorlog van Sparta, de democratie raakte in verval en verdween uiteindelijk.
In dat licht is Voor de democratie vooral een waarschuwing, maar het is meer dan dat. Rob Jetten en Frans Timmermans hoeven het niet open te slaan in de hoop op een panklaar recept voor de redding van de democratie. Maar wie een injectie democratische inspiratie en enthousiasme kan gebruiken – en wie kan dat in deze tijd niet? – is bij Heijne en Perikles aan het goede adres.
Bas Heijne: Voor de democratie. Prometheus; 96 pagina’s; € 15.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant