Verkiezingen Nederland is een meelopersdemocratie, schrijft Tom-Jan Meeus. Gehoorzaamheid wordt beloond en moed afgestraft. Dat moet anders.
Ooit leerde ik op een bijeenkomst met campagnestrategen in Washington hoe zij de kansen van een presidentskandidaat inschatten. Ze bleken iemands loopbaan en opvattingen ondergeschikt te vinden. Ze kijken allereerst naar de bereidheid van kandidaten risico’s te nemen. Is de kandidaat in staat zichzelf op het spel te zetten?
Beter gezegd: dúrft de kandidaat te verliezen?
In die benadering draait alle electorale politiek uiteindelijk om één ding: moed. Maar Den Haag is daar dubbelzinnig over. Moed is er algauw ongewenst.
Nederland is in feite al een jaar of vijftig een meelopersdemocratie. Een politieke cultuur die draait om gehoorzaamheid, herkenbaar aan twee Haagse kernbegrippen: fractiediscipline en regeerakkoord.
Tom-Jan Meeus is redacteur bij NRC.
Bekijk de kandidatenlijsten voor de verkiezingen en je ziet overwegend mensen met een nette opleiding en een keurige carrière. Mensen bij wie het Kamerlidmaatschap voortreffelijk op het cv zou passen. Zo kiest het land bij elke verkiezing vooral politici die zichzelf niet op het spel zetten. In campagnetijd spreken ze over de oplossing van het probleem. Eenmaal in de Kamer benadrukken ze het probleem van de oplossing.
Wie ervan afwijkt, wordt vaak populair en daarna meestal afgestoten. Pieter Omtzigt bond als CDA-Kamerlid de strijd aan met zijn partij in de Toeslagenaffaire. Het eindigde in een vechtscheiding.
Nadat Ahmed Aboutaleb (PvdA), zelf moslim, in straattaal moslims bekritiseerde die in 2015 sympathiseerden met de aanslagen op Charlie Hebdo („rot toch op”), was hij in opinieonderzoek jaren de populairste linkse bestuurder van het land. Toch wees de partijtop hem ettelijke malen af als leider.
Geert Wilders (PVV) wil sinds 2007 een verbod op de Koran en sluiting van moskeeën. Hij wordt mede hierdoor al jaren met de dood bedreigd en zwaar beveiligd. Onbetwistbaar zet hij zichzelf op het spel. Maar veel politici vinden hem behalve moedig ook roekeloos. Als oppositieleider noemde Mark Rutte hem in 2008 een „politieke pyromaan”.
Ook zelf eist Wilders van PVV’ers gehoorzaamheid aan de Haagse mores. Nadat staatssecretaris Ingrid Coenradie (Justitie, PVV) intern vergeefs had gevraagd om meer geld tegen het cellentekort, bekritiseerde ze hem dit voorjaar bij Eva Jinek. De PVV liet haar meteen vallen. In coalitie-onderhandelingen weigerde Wilders, man van law and order, geld te eisen om te beletten dat Coenradie gedetineerden vervroegd moest vrijlaten.
Het laat zien: in alle stromingen worden politici met moed afgestraft.
Dit werd de laatste jaren alleen maar sterker. Ook omdat partijen vrijwel exact weten wie hun kiezers zijn, en aan wie ze aanhangers kunnen verliezen. Politiek is daardoor catenaccio geworden: probeer allereerst geen kiezers kwijt te raken en gok op foutjes van tegenstanders. Het gevolg is dat electorale concurrenten in de Kamer zoveel mogelijk hetzelfde stemmen.
Het meest schrijnend kwam dit in beeld toen de Kamer deze zomer instemde met een PVV-amendement om illegaal verblijf in Nederland strafbaar te stellen. En dan vooral: in de verbluffende woordkeuze in de toelichting op dit voorstel. Daaruit bleek dat ook mensen of organisaties strafbaar zouden worden die illegalen helpen. Letterlijk – en daar gaat het hier om – stond er dat alle mensen en organisaties strafbaar worden die illegalen „helpen onder te duiken”.
De wereld kent Nederland van Anne Frank. Maar in het Nederland van 2025 worden mensen zoals degenen die haar lieten onderduiken, in de Kamer omschreven als verdachten die moeten worden opgepakt. En in het debat voorafgaande aan de stemmingen op 1 juli, vroeg niet één Kamerlid hier aandacht voor.
Wel liet CDA-leider Henri Bontenbal weten dat hij afzag van steun, en ontraadde minister David van Weel (destijds Justitie en Asiel, VVD) het voorstel: de enige twee politici met aanhang op de rechterflank die tegen durfden te zijn.
Uiteindelijk stemde een rechtse Kamermeerderheid van partijen die vrezen kiezers aan elkaar te verliezen – PVV, VVD, JA21, BBB, SGP, FVD – in met deze wetswijziging (die later werd ingetrokken, maar ook dat ging niet over deze woordkeuze).
De meelopersdemocratie in haar meest perverse gedaante.
Klassieke Amerikaanse interpretaties van politieke moed draaien om het vermogen de eigen kiezers te trotseren. Omdat het algemeen belang dit vereist.
De Republikein Abraham Lincoln had in 1864 de Burgeroorlog praktisch gewonnen toen hij werd herkozen. Die dag riep hij zijn aanhang op niet te vallen voor wraakzuchtige verlangens: het land moest geregeerd worden.
In zijn fameuze Man in the arena-speech in Parijs (1910) benadrukte oud-president Theodore Roosevelt (1901-1909) dat alleen zij moed tonen die verantwoordelijkheid durven nemen. „Alle krediet moet gaan naar de man in de arena, wiens gezicht wordt ontsierd door stof, zweet en bloed; die moedig voort strijdt; die fouten maakt; die steeds tekortkomt; maar die ernaar blijft streven zaken voor elkaar te krijgen.”
Het herinnert ook aan 1976, toen Joop den Uyl (PvdA) als premier de monarchie redde. In een pijnlijk onderzoek naar prins Bernhard werd aannemelijk dat de prins smeergeld had aangenomen. Den Uyl weerstond verlangens in zijn republikeinsgezinde achterban en koos tegen strafrechtelijke vervolging van de prins.
Of aan premier Ruud Lubbers (CDA), die in 1985 de verdeeldheid in zijn eigen partij trotseerde met een principebesluit nieuwe kernwapens te plaatsen. 3,7 miljoen Nederlanders tekenden een volkspetitionnement daartegen. Niettemin verdedigde Lubbers zijn besluit in een kolkende Haagse zaal vol tegenstanders die hem de rug toekeerden.
Zo bezien was Wilders’ keuze, deze zomer, om het kabinet-Schoof binnen een jaar ten val te brengen toen hij verloor in de peilingen, onmogelijk moedig te noemen. Ook omdat het een herhaling van 2012 was, toen Rutte I vroegtijdig struikelde omdat hij zijn gedoogsteun introk.
Maar de buitenwereld veranderde sindsdien nogal. De online cultuur ondermijnt politieke moed: grote woorden en uitvergroot conflict leveren juist aandacht op. Politieke influencers – Donald Trump, Wilders – zijn nu zelf massamedia. Hun bereik stijgt zover boven anderen uit dat tegengeluid bijna per definitie verstomt.
Het resulteert erin dat mensen met weinig volgers ook online in een rol van meeloper worden gedwongen. Niet één voor allen. Maar allen tegen één.
Een verruwing van omgangsvormen die overslaat naar de democratie zelf. Intimidaties en bedreigingen van politici zijn gemeengoed geworden. Demonstranten tegen lokale asielopvang overschrijden, soms na een bijdrage van Wilders, routinematig grenzen. Vergaderingen van gemeenteraden moeten worden beveiligd, vaak met de ME achter de hand.
Strijd hoort bij democratie. Maar geweld is alles wat democratie nietis. En het besef vervaagt dat strijd geen democratie meer is zodra mensen geweld als argument gebruiken.
Uitgerekend de lokale politici die wél de moed opbrengen asielopvang te regelen, worden vaak persoonlijk bedreigd: wie weigert meeloper te zijn zal het weten. En de nationale politiek schiet hier schromelijk tekort.
In de Democratische voorverkiezingen van 1968 gaf Bobby Kennedy op een avond een toespraak voor zijn overwegend Afro-Amerikaanse aanhang in een stadion in Indianapolis. Die dag was Martin Luther King vermoord. Er waren geen sociale media. De jonge Kennedy moest zijn supporters zelf het schokkende nieuws brengen. Verontwaardiging ging door het stadion.
Kennedy improviseerde een pleidooi tegen wraak, en vóór de moed de ander te blijven zien. Die avond braken in talloze Amerikaans steden rellen uit. Niet in Indianapolis. En het ongemakkelijke van de democratie nu – in de VS, ook hier – is dat politici dit soort risico’s amper nog nemen. Liever voeden zij op zo’n moment vrees en wrok voor wat extra zetels.
Nu geweld en dreiging – een aanslagplan tegen Wilders, een belaging van Frans Timmermans (GL-PvdA) – ook deze campagne domineren, zoals NRC maandag schreef, onderstreept dat het belang van een geloofwaardig politiek weerwoord.
Juist nu heeft het land leiders nodig met de ambitie en het vermogen de acute angsten en impulsen van de eigen kiezers af te remmen. Waar zijn de lijsttrekkers die durven verliezen?
Sommige politici, Bontenbal voorop, presenteren zichzelf als moedig. Het is een begin. Maar moedige voornemens moeten eerst waargemaakt worden. Te vaak is de praktijk dat de moedige het aflegt tegen de meeloper – omdat zoveel politici lijden aan een chronisch gebrek aan optimisme. Wie niet durft te verliezen, zal ook niet snel de verwachtingen verslaan.
Dus kandidaten hebben nog twee weken om zichzelf op het spel te zetten. Het is laat. Het kan nog net.
Lees hier al onze artikelen over de landelijke verkiezingen op 29 oktober
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC