In Frankrijk leidden stakingen, demonstraties en parlementaire blokkades afgelopen jaren tot politieke stagnatie en de val van meerdere regeringen. Deze week was er eindelijk een doorbraakje. De gehate pensioenhervorming wordt bevroren tot 2027. Ook belooft de nieuwe premier dat de begroting niet meer per decreet door de Assemblée wordt geramd, maar de ‘gewone’ parlementaire route neemt met debatten, amendementen en stemmingen. „Zouden de afgevaardigden nog weten hoe dat moet?”, vroeg een radiocommentator.
Frankrijk is niet het enige land waar de politiek is vastgelopen op boosheid van burgers. België werd dinsdag platgelegd door de zoveelste algemene staking en massademonstratie tegen hervormingen van de regering. Brussel wordt amper nog bestuurd omdat politieke partijen geen compromissen sluiten en geen coalitie vormen. Zelfs in Bern werden vorig weekend vernielingen en agressie gemeld tijdens een demonstratie. Ook Nederlanders zijn permanent boos – zie ook het populaire online programma met die titel. Polarisatie en politiek geweld zijn in opmars. Kamerdebatten degenereren. De regering produceert weinig beleid meer.
Wat is er aan de hand in Europa? Krijgen we de geest weer in de fles? Daarover heeft de Franse socioloog François Dubet net een interessant boekje geschreven, Le mépris: émotion collective, passion politique. Dubet is van 1946. Hij groeide op in een klassenmaatschappij waarin minachting de sociale verhoudingen structureerde. Het was meer een sociale ordening, schrijft hij, dan echte minachting. Elke groep had zijn eigen kenmerken. Sociale mobiliteit bestond amper. Daardoor was minachting niet iets wat velen persoonlijk voelden – het was iets groters, het zat hem in de manier waarop de wereld functioneerde. Neerkijken op vrouwen, migranten en arbeiders was destijds bijna normaal.
Tegenwoordig komt zulke collectieve maatschappelijke minachting minder voor dan in de tijd van Dickens, Zola of Hugo, constateert Dubet. Dat is vooruitgang. „Maar het subjectieve, persoonlijke gevoel van minachting is geëxplodeerd. Zo sterk, dat het nu de dominante emotie is van moderne sociale bewegingen, van gele vestjes, boze boeren, demonstranten tegen pensioenhervormingen of Bloquons tout [de protestbeweging tegen hervormingen] tot de Trumpisten van over de Atlantische oceaan.”
Nu voelen niet alleen de lagere klassen deze emotie. Bijna iedereen voelt het: verplegers, leraren, rijke boeren die tegen handelsverdragen zijn, academische freelancers. Kasten vol boeken worden er geschreven over mensen die van sociale klasse wisselen. Collectieve minachting is persoonlijke minachting geworden. Dat komt deels door de individualisering. Iemands sociale klasse is niet meer bepalend voor zijn salaris, loopbaan, smaak of vakantiebestemming. In theorie kan iedereen zijn leven bepalen, ongeacht zijn afkomst. Wat iemand doet, wordt niet bepaald door waar zijn wieg stond, maar door eigen verdiensten. In deze meritocratie ben je overal zelf verantwoordelijk voor. Dat kan bevrijdend zijn, maar maakt velen ook kwetsbaar: als iets niet perfect loopt, ligt het aan jezelf. Voeg daarbij het statusverlies van scholen en andere overheidsinstellingen die eens de waardigheid van de natie en vooruitgang belichaamden, en je zit met een land vol burgers die snakken naar erkenning. Die overgevoelig zijn voor kritiek. Die alles als belediging opvatten. En hoe reageren ze dat af? „Door anderen op hun beurt te verachten”, schrijft Dubet.
Minachting structureert niet meer het klassenconflict, maar „vormt een keten van emoties, brandstof voor populisten die de eenheid van het volk nastreven door wat vijanden aan te wijzen – rijken en buitenlanders vooral”. Mensen gebruiken de democratie nu als forum waarop ze emoties kunnen uitspugen en grieven uitventen. Dat wakkert conflicten aan, terwijl de democratie juist moet zorgen dat groepen in de samenleving elkaar niet naar de strot vliegen. Ze moet boosheid omzetten in politieke eisen en voorstellen, die tot verandering kunnen leiden.
Hoe kunnen we daarnaar terug? Niet simpel. Gelukkig put Dubet hoop uit lokale initiatieven waarbij burgers, ver van sociale media, samen werken aan een betere maatschappij. Dat heeft zin. Het geeft mensen voldoening, maakt ze zichtbaar. Dit is de weg die we moeten volgen, stelt hij: „De crisis is meer politiek dan sociaal”. Hopelijk begrijpt de politieke klasse dat op een dag ook.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC