Pretpark In Groenlo staat sinds kort het kasteel van Olivier B. Bommel. Een pretpark bedacht om dagjesmensen naar de regio te trekken en toeristen langer te houden. Maar ook „een mooie manier om jongeren met Toonder kennis te laten maken”.
Het kasteel van Ollie B. Bommel in Bommelwereld in Groenlo. Het imposante kasteel is hoger dan de kerktoren van het plaatsje.
‘Kijk, Bommel-sokken!” Vier 65-plussers staan in het souvenirwinkeltje in pretpark Bommelwereld. Met op de achtergrond het geluid van opgewonden kinderstemmen en een jingle die nog uren als oorwurm in je hoofd blijf zitten.
De vier zijn fans van Olivier B. Bommel, de stripverhalen van Marten Toonder die tussen 1947 en 1998 in NRC stonden. Ze kennen elkaar van een reis naar Ierland. Het landschap, de geschiedenis en de mythologie inspireerden Toonder. En nu staan de vier hier in Groenlo, in Gelderland. In een indoorpretpark met onder meer een achtbaan, een waterbaan, botsautootjes en een zweefmolen.
Bommelwereld werd begin deze maand geopend, en op deze vrijdagochtend is het er behoorlijk druk met (groot)ouders met kinderen, van wie er veel uit Duitsland komen. Ze rennen naar de poort van het imposante kasteel, dat hoger is dan de kerktoren van Groenlo. Ze laten zich met Olivier B. Bommel of Tom Poes fotograferen, en dalen via de trap, een schilderijengalerij of glijbaan af naar het nagebouwde stadje Rommeldam, waar de attracties zijn.
Een jonge bezoeker komt een knuffel halen bij Ollie B. in Bommelwereld.
„We zijn niet helemaal de doelgroep”, zegt Banno Bruntink. René Nijhof: „Maar hier wordt wel een nieuwe groep aangeboord voor Bommel. Ik vind het van lef getuigen om een commercieel park te beginnen met de stripverhalen als basis.” Peter Paardekooper: „De generatie die Bommel nog kent, begint natuurlijk uit te sterven.” Lilian van Wee met een verwijzing naar de jonge doelgroep achter hen: „Ik hoop dat zij óók de verhalen gaan lezen.”
Het hoofddoel van Bommelwereld is niet om Toonders werk „weer tot leven te wekken”, zegt Bart Porskamp, directeur bedrijfsvoering bij Marveld Recreatie, eerlijk. „Al denken we wel dat de verhalen weer breder bekend zullen worden.” Nee, het hoofddoel van eigenaar Edwin Bomers is dat gasten van zijn naastgelegen recreatiepark langer blijven. Dat ze tijdens een regenachtige vakantie naast een dagje in het binnenzwembad nóg iets leuks te doen hebben in de Achterhoek. Dat dagjesmensen de regio ontdekken, en misschien ook blijven logeren.
Net zo eerlijk vertelt Porskamp dat Bomers, die er deze vrijdag niet is, eerst gesprekken had met de eigenaar van Angry Birds, de vogels uit de Finse videogame. Door de directeur van het Groninger Stripmuseum werd hij gewezen op Bommel. „Achteraf de beste keuze, want het is toch Nederlands cultureel erfgoed”, zegt Porskamp.
Daardoor is er veel meer aandacht voor Bommelwereld dan ze van tevoren hadden verwacht, onder anderen van Bommelfans. En extra aandacht doordat er al vijftien jaar geen nieuw attractiepark in Nederland werd geopend, laat staan een overdekt pretpark. De achtbaan trekt weer een derde groep: „Van voornamelijk mannen die op hun bucketlist hebben staan dat ze in alle zestig achtbanen in Nederland hebben gezeten.” „En bedenk ook dat we vlak bij de grens zitten…” Porskamp maakt de zin niet verder af.
Achter hem rijden in langzaam tempo de bolides van Bommel door de kasteeltuin. Er is een haven met het schip Albatros, dat heen en weer en op en neer schudt. Achterin de enorme hal moet het draakje Zwelgje optreden in het circus, net als in Toonders verhalen. Daarnaast dreigt tovenaar Hocus Pas de bezoeker, die – net als in de verhalen de dwergen – de vlucht nemen door in een mijnwerkerskarretje te stappen. Dat is de achtbaan.
Attracties in Bommelwereld: links met een bolide door de kasteeltuin; rechts de achtbaan.
Van de erven moest goedkeuring komen. Willem Feltkamp van de Toonder Compagnie vertelt telefonisch dat „elk onderdeel vooraf is voorgelegd”. Hij is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het park. Wel met het idee dat wellicht zo een nieuw lezerspubliek kan worden aangeboord: „Laten we realistisch zijn, ontlezing is gaande en het ouderwetse taalgebruik in de verhalen kan een obstakel zijn.”
Toonder stond bekend om zijn literaire talent. In de Van Dale zijn woorden opgenomen die hij bedacht, zoals ‘kommer en kwel’ en ‘minkukel’. „Als u begrijpt wat ik bedoel” en „Tom Poes, verzin een list”, zijn staande uitdrukkingen geworden, net als „heer van stand”, zoals Olivier B. Bommel zichzelf noemde.
Marten Toonder „heeft een hele wereld gecreëerd, vol met aspecten die goed te vertalen zijn naar een pretpark”.
Toch past volgens Feltkamp ook een pretpark bij Toonder: „Hij heeft natuurlijk een hele wereld gecreëerd, bol van de magie, vol met aspecten die goed te vertalen zijn naar een pretpark.” Hij vertelt: „Het verhaal gaat dat hij op het hoogtepunt van zijn literaire faam door de Efteling werd benaderd. Maar Toonder vond Bommel daar niet passen.”
Feltkamp wijst op het huis van de markies de Canteclaer, dat maar op één plaatje in alle 177 verhalen staat. In Bommelwereld is het een driedimensionaal restaurant geworden. Bij alle attracties staat een QR-code, waarmee de bezoeker uitleg krijgt over de karakters en stukjes verhaallijn.
De literaire erfenis van Toonder wordt vooral zichtbaar vóór de kassa. De Bommelzolder, een mini-museum dat tot begin dit jaar in Zoeterwoude stond en de verzameling was van Pim Oosterheert, is nu onderdeel van Bommelwereld. Daar staan de boeken en de strips, en in een hoek staat Toonders bureau, met knipsels uit NRC erboven.
De Bommelzolder, een mini-museum dat tot begin dit jaar in Zoeterwoude stond, is nu onderdeel van Bommelwereld.
Bewust is het voor de kassa geplaatst, vertelt Bart Porskamp van Bommelwereld: „Het geeft Bommelliefhebbers die niet de doelgroep zijn van het pretpark de gelegenheid te komen kijken.” Vitrines vol laten zien hóé verweven Toonders karakters waren met Nederland. Er liggen niet alleen de stripverhalen en boeken, maar zeepjes, ovenwanten, mokken, glazen, dassen, sleutelhangers, koekblikken.
„Een pretpark is niet zo literair of cultureel, wij hebben dat geleverd”, vertelt Oosterheert telefonisch. Voor hem is Bommel „in eerste instantie taal” en dan „diepgang en inhoud”. „In de verhalen zit wat Toonder ‘de andere wereld’ noemde: er zit iets van Iers-Keltische mythes in, van de psycholoog Carl Jung, van de Chinese filosoof Lao Tse. Het is maatschappijkritisch, ironisch, en nog veel meer.”
Ook Oosterheert hoopt dat jongeren kennismaken met de verhalen. „Toonder was natuurlijk een van onze grote literaire talenten. Laten we eerlijk zijn, hier in Zoeterwoude kwam de grijze golf. Leuk dus dat het pretpark is ontstaan en dat mensen kunnen denken ‘goh wat een bijzonder erfgoed’.”
Bij de bolides staan Loic (9), Maeve (6) en Ginny (10). „Oma heeft ons de film laten zien toen we wisten dat we hierheen gingen”, vertelt Ginny. Inge Denekamp knikt: „Een beetje voorbereiding.” De familie is enthousiast. Loic vindt „de beertjes grappig”, het park „heel mooi gemaakt, vooral de lichtjes”. Maeve roemt de „zwevende zwam”, de zweefmolen die „heel hoog” gaat.
De ‘professor Prlwytzkofski’s Protonen Spitz’, waarbij de bezoekers vanaf bijna 22 meter naar beneden ‘vallen’.
Ook de Duitse familie Beër is enthousiast. Moeder Anja en haar vier kinderen uit Saksen-Anhalt zijn op bezoek in Oberhausen, over de grens bij Arnhem, en lazen over Bommelwereld. Ze staan te wachten bij ‘professor Prlwytzkofski’s Protonen Spitz’, een attractie waarbij de bezoekers vanaf bijna 22 meter naar beneden ‘vallen’. „We kenden de figuren niet. Maar ik ben hier met vier- tot dertienjarigen en er is voor elk wat wils.”
Het park is nog niet af. Er is nog ruimte voor meer attracties, de tweede verdieping is nog leeg, het politiebureau, de grootgrutter en de bank in Rommelstad nog gesloten. Bommelfan Peter Paardekooper begint meteen te fantaseren: „In de bank moet natuurlijk de grote kluis komen, uit Bommel en de bovenbazen…”
De attractie met de Bommelbolides. Bommelwereld is nog niet af. Er is nog ruimte voor meer attracties.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC