Home

Duizenden Oekraïners werken aan de identificatie van omgekomen militairen en burgers. ‘Na twee jaar is er niets over dan botten’

Oorlog in Oekraïne Dit jaar kwamen al bijna 14.000 lijkzakken de grens over uit Rusland. Nog zeker 70.000 Oekraïners zijn vermist. Achter de schermen wordt in twintig laboratoria geprobeerd de lichamen een naam te geven. „Het gaat een leven lang duren om iedereen te vinden.” 

Forensische experts laden de lichamen van gesneuvelde Oekraïense soldaten uit nabij Poltava in juli 2025.

In het lab van het Staatswetenschappelijk Forensisch Onderzoekscentrum in Kyiv ruikt het naar alcohol, chloor en mensenbotten – „die hebben hun eigen geur”, zegt adjunct-directeur Roeslan Abbasov. Het geeft een indringende, dierlijke lucht, vermengd met de geur van schoonmaakmiddel.  

Met een oscillerende zaag snijdt de forensisch bioloog een plakje bot af. Het monster wordt in een plastic potje geplaatst en gewassen met chemicaliën. Daarna gaat het in een droogkast op 56 graden. „Sommige botten zijn min of meer droog binnen een nacht, andere na een dag of twee”, vertelt Abbasov. Hij is opgeleid als bioloog en chemicus en deed ook forensisch onderzoek.  

De enige succesvolle onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland tot nu toe draaiden om het uitwisselen van krijgsgevangenen en de lichamen van doden. Als gevolg van de verder mislukte vredesonderhandelingen in Istanbul in mei kreeg Oekraïne dit jaar 13.700 lichamen – voor iedere lijkzak die de grens over gaat naar Rusland, komt er ook één terug. 

Het zijn hoofdzakelijk in de strijd omgekomen militairen, maar soms ook burgers uit bezette gebieden – zoals het lichaam van de in Russische detentie omgekomen Oekraïense journalist Viktoria Rosjtsjyna, dat dit jaar werd uitgeleverd. 

Oorlogsmisdrijven

Meer dan zeventigduizend Oekraïners zijn sinds het uitbreken van de oorlog ‘vermist onder speciale omstandigheden’, zoals dit heet. Daar horen ook krijgsgevangenen bij – dat zijn er zeker 2.500, volgens onderzoek van de veiligheidsorganisatie OSCE. Tot iemand levend en wel terug is, blijft diegene formeel vermist.  

Slechts 15 procent van de door Rusland overgedragen stoffelijke resten is aangemerkt met een vermoedelijke identiteit, stelde president Volodymyr Zelensky afgelopen zomer. De rest moet achterhaald worden. Hier werken duizenden Oekraïners aan. Dat begint direct na het uitladen – als de zakken met honderden tegelijk via het spoor de grens over komen.  

Een laborant bij het het Staatswetenschappelijk Forensisch Onderzoekscentrum in Kyiv.

Een wetenschapper analyseert de monsters van binnengekomen lichamen.

De lichamen zijn vaak begraven geweest en verkeren bij overdracht in erbarmelijke toestand. Teams in witte beschermende overalls openen de lijkzakken en zoeken naar iets waarvan al op eerste gezicht de identiteit afgeleid kan worden: documenten, sieraden, kleding, tatoeages. Als er nog huid op de vingers zit, kan een poging worden gedaan de vingerafdrukken te herstellen.  

De lichamen worden ook onderzocht op kenmerken van marteling en andere oorlogsmisdrijven. „Politierechercheurs hebben al vele gevallen vastgesteld van schendingen van de internationale verdragen inzake de behandeling van krijgsgevangenen”, laat het ministerie van Binnenlandse Zaken weten. Het noemt bijvoorbeeld „vastgebonden ledematen, afgehakte lichaamsdelen, kogelgaten in het hoofdgebied, en bevestiging van sterfgevallen in gevangenschap”.  

Gevoelig vraagstuk

De lichamen krijgen een nummer van zeventien cijfers mee. „Als de lichaamsdelen gescheiden zijn, beschouwen we ze als verschillende lichamen”, zegt Abbasov. Geregeld zitten de stoffelijk overschotten van verschillende mensen bij elkaar in een zak. Soms zit er een lichaamsdeel van een Russische militair bij, stellen de Oekraïense autoriteiten.  

„Van een zak met twintig lichaamsdelen nemen we twintig monsters”, zegt Abbasov. De monsters zijn vrijwel uitsluitend botfragmenten. „Na twee of drie jaar is er niets meer over behalve botten en tanden. En tanden identificeren, daar moet je niet aan beginnen.” Slechts een klein deel van (toch al kleine) tanden bevat materiaal dat bruikbaar is voor dna-identificatie.  

In de volgende labruimte staat een tiental dna-sequencingapparaten in verschillende groottes. In de grootste kunnen 24 monsters tegelijk geanalyseerd worden binnen slechts 40 minuten. Na het drogen wordt het botmonster tot poeder vermalen en gedemineraliseerd om tot het celmembraan te kunnen komen, tot de celkern, en dna te onttrekken. Eén identificatie duurt drie tot vijf dagen, waarvan het grootste deel van de tijd wachten is.  

Forensische experts onderzoeken een lichaam dat net is uitgeladen nabij Poltava in juli 2025.

Achter een computer in dezelfde ruimte buigt een expert zich over de analyse van een dna-profiel. Hij is op zoek naar een match in een database met familieleden. Elke maand komen daar vijf- tot tienduizend nieuwe monsters bij. Identificatie gebeurt bij voorkeur op basis van een match met twee of drie familieleden. 

Het proces zou geholpen zijn met een dna-database van iedereen die in militaire dienst gaat. Een wet hiertoe werd tijdens de oorlog aangenomen, maar de juridische uitwerking daarvan – het gevoelige vraagstuk over hoe en hoelang de gegevens bewaard worden, wie er toegang toe heeft en hoe het georganiseerd wordt – is nog niet rond. 

Balkan

Zodra bekend wordt dat er lichamen uitgeruild gaan worden, is een van de eersten die wordt ingelicht Artur Dobroserdov, de Oekraïense commissaris voor ‘onder speciale omstandigheden vermist geraakte personen’. Toen hij van de zomer, na de mislukte vredesonderhandelingen in Istanbul, hoorde dat er zesduizend Oekraïense lichamen geleverd werden, ging hij het aantal plekken in mortuaria en koelwagens inventariseren.  

„Ons hoofddoel in dit stadium is om ervoor te zorgen dat de lichamen op de juiste manier worden opgeslagen voor verder deskundig onderzoek en identificatie”, zegt Dobroserdov in zijn kantoor in Kyiv. Hij is onder meer voormalig opsporingsambtenaar en openbaar aanklager. In zijn kast staat het Oekraïense Wetboek van Strafvordering naast een boek over de Amerikaanse president Franklin Roosevelt. Verderop ligt de donkergroene huls van een NLAW, een vanaf de schouder afgevuurd Amerikaans anti-tankwapen. Oekraïense hoogwaardigheidsbekleders krijgen geregeld dergelijke memento’s van het front.  

Artur Dobroserdov, de Oekraïense commissaris voor ‘onder speciale omstandigheden vermist geraakte personen’.

Dobroserdov coördineert alle activiteiten rond de zoektocht naar en het identificeren van lichamen van het slagveld. Hij is de spil tussen alle betrokken instanties, zoals de ministeries van Defensie, Gezondheid en Binnenlandse Zaken, politie en het Openbaar Ministerie. Zijn bureau communiceert ook met internationale organisaties die ervaring hebben met grote aantallen vermisten. „Dit is heel belangrijk”, zegt Dobroserdov. „In de Balkan stelden ze pas lijsten met vermisten op na de oorlog. Dat heeft het proces jaren vertraagd. Wij doen dat nu al. Daarom geloof ik dat we de meeste mensen kunnen terugvinden.”

Rechtszaaltje

Zijn kantoor heeft ook een eigen onderzoekstak. In een klein kamertje achter brede, gekromde computerschermen bekijken de medewerkers gruwelijke Russische snuff video’s [waarin te zien is hoe mensen vermoord worden] en beelden van krijgsgevangenen. Uit openbare bronnen vergaren de analisten informatie over de mogelijke verblijfplaats van krijgsgevangen militairen en door de staat ontvoerde burgers, en documenteren ze vermoede oorlogsmisdrijven.  

„We downloaden alles wat de orcs [de Russen] online zetten”, zegt een medewerker die niet bij naam genoemd mag worden omwille van zijn veiligheid. Hij klikt een video aan. Die toont een gemangeld gezicht, mond open, van een dode Oekraïense militair. De analist maakt een schermafbeelding en kopieert die naar zijn geavanceerde gezichtsherkenningssoftware. Op het scherm verschijnt een foto van sociale media. De man op de foto is feestelijk in pak. „Een bruiloft”, zegt de analist. „Misschien van een familielid.” 

De naam van de man wordt gekopieerd naar de database en inderdaad: hij is als vermist opgegeven. De onderzoeker zet de screenshots bij elkaar in een dossier dat wordt opgestuurd naar de politie, inlichtingendienst en het hoofdkwartier voor vermiste personen. „De politie belt de getroffen personen. Als iemand als zijn vrouw bevestigt dat hij het is op de foto, dan is het zeker”, zegt de analist. 

In een voor die gelegenheid ingericht rechtszaaltje, elders in Kyiv, kunnen nabestaanden wekelijks vragen stellen over de zoektocht naar hun geliefden. Op de muren hangen vlaggen van brigades. Dobroserdov zit deze bijeenkomsten voor. Er is een videoverbinding met onder meer Abbasov en andere vertegenwoordigers van iedere betrokken instantie.  

De aanwezigen zijn enkel vrouwen. Ze staren somber voor zich uit, niemand toont zich openlijk emotioneel. Znykli bez vesti – ‘zonder bericht vermist’ – is het enige antwoord dat tienduizenden Oekraïners kunnen geven als mensen vragen naar hun geliefden. De bijeenkomst duurt zo lang als er vragen zijn – deze dag meer dan drie uur.  

De vragen die de vrouwen stellen zijn zeer specifiek, raken aan juridische, militaire, procedurele en bestuurlijke vraagstukken, maar uiteindelijk komen ze vrijwel allemaal op hetzelfde neer: waarom hebben jullie mijn man of zoon nog niet gevonden?  

Een aanwezige vrouw, blond haar in een paardenstaart, vraagt om alle dronebeelden die door de brigade van haar vermiste zoon zijn gemaakt. „Drones filmen alles”, zegt ze ontdaan. „Hoe kan het dat er geen enkel beeld beschikbaar is van het moment dat mijn zoon vermist raakte?” 

Ze zal niet de eerste zijn die zich dit afvraagt. Dobroserdov heeft het antwoord: first person view-drones (drones met een camera die vanaf grote afstand worden bestuurd) geven alleen beelden door aan hun bestuurder. Die beelden worden niet opgeslagen. De drones gaan meestal onderweg verloren, en hebben dus ook geen geheugenkaart. „Als u goed kijkt, kunt u zien dat de meeste dronevideo’s die u online ziet, eigenlijk zijn gefilmd met een smartphone die een scherm vastlegt waarop live wordt uitgezonden”, zegt hij.  

De vrouw begrijpt het niet, of wil het niet accepteren. „Het zou onmogelijk veel opslag kosten als we alle videobeelden van het front willen bewaren”, probeert de commissaris. Uiteindelijk geeft de vrouw het hoofdschuddend op.  

Een forensische experts sluit de deur van een wagon waarmee lichamen zijn aangekomen nabij Poltava.

Gevechtspauze

Voor de oorlog had Oekraïne negen forensische dna-laboratoria. Inmiddels zijn er twintig; één in bijna iedere provincie. „Het opzetten van een laboratorium is een heel complex proces, dat parallel loopt met het identificatiewerk. Je moet vacatures uitzetten, mensen trainen, de juiste omstandigheden creëren, apparatuur zoeken, de reactiestoffen inslaan.”  

En al dit werk creëert meer werk: „Hoe meer onderzoeksmonsters er worden vastgelegd, hoe meer misdrijven er gedocumenteerd worden, hoe meer data zich bevinden in onze instituties en hoe groter de verantwoordelijkheid is die we krijgen”, zegt de adjunct-directeur Abbasov.  

In de drieënhalf jaar dat de oorlog nu duurt, is er nog nooit een gevechtspauze geweest om de lichamen te ruimen. In de frontlinies blijven gesneuvelden vaak liggen. Het is te gevaarlijk om te evacueren – wie hieraan begint, loopt een groot risico zelf doelwit te worden.  

Dobroserdov noemt het belangrijk dat er een staakt-het-vuren komt, waarbij het mogelijk is de lichamen te evacueren. „Maar als je het hebt over bijvoorbeeld een stad als Bachmoet, die is compleet verwoest. Daar liggen veel lichamen onder het puin, met onontplofte explosieven. Het gaat een leven lang duren om die te vinden – en het is alleen mogelijk na de bevrijding van het gebied.” 

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next