Haar borstkankerdiagnose lijkt de rommelige affaire tussen Laura (44) en een oudere man ruw te beëindigen. Maar dan neemt hij een rol aan die hij onverwacht prettig vindt.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Van iedereen die ik die middag had kunnen bellen, belde ik hem: de getrouwde man die 22 jaar ouder was dan ik en met wie ik al jaren een rommelige, geheime relatie had. ‘Ze denken dat het niet goed is’, zei ik. ‘Ik heb misschien wel kanker.’ De hele dag waren er scans gemaakt, er was een biopt afgenomen. En nu was het zo goed als zeker dat ik borstkanker had. Mijn wereld stond al op zijn kop door de scheiding waar ik middenin zat, ik had uitgekeken naar het einde van dit hele proces, naar het nieuwe huis voor mij en mijn zoon. En ineens kwam alles tot stilstand.
Hij reageerde geschokt en lief, maar zei meteen: je hebt nu iemand nodig die met je meegaat naar alle ziekenhuisbezoeken en dat kan ik niet zijn. En dat begreep ik, want wat wij samen hadden, had niet eens een naam. Ik was verliefd, we hadden veel gescharreld, maar ik had nog nooit langer dan een paar uur met hem doorgebracht. De diagnose maakte ruw een eind aan de hoop dat we, met mijn scheiding in zicht, de tijd zouden hebben om uit te zoeken wat we voelden voor elkaar. Vanaf nu was de toekomst steeds de volgende uitslag.
‘Ga maar naar huis’, zei hij, ‘ik kom straks bij je langs.’ Die middag hield hij me stevig vast, minutenlang. Ik voelde zijn armen om mijn romp, mijn hoofd tegen zijn borst. Ik dacht: mijn zieke lichaam is alleen nog interessant voor chirurgen en andere artsen. Anderen die mij aanraken doen dat om te troosten, niet meer omdat ik aantrekkelijk word gevonden. Ik wantrouwde zijn stevige greep en genoot ervan. We keken elkaar aan. Hoe nu verder?
Hij ging niet mee naar de onderzoeken, maar haalde me na afloop wel elke keer op. Meermaals zat hij tijdens de chemokuren hele dagdelen naast me. Toen de chirurg vroeg wat onze relatie was, antwoordde hij: ik ben een heel goede vriend. Rond iedere vijfde dag van de chemo krabbelde ik weer een beetje op uit de misère. Dan haalde hij me op in zijn Mercedes.
Het was warm, die zomer van 2022. Op een dag kregen we tijdens een ritje ineens zin om te gaan zwemmen. Hij reed naar een meertje, we hingen onze kleren op aan een boomtak en hij liep voor me uit het water in. Een zeker gevoel voor fatsoen had ons er altijd van weerhouden een hotelkamer te boeken. Telkens als het verder dreigde te gaan dan uitgebreid knuffelen en voezelen, lieten we elkaar weer los. Nu zag ik hem voor het eerst helemaal naakt. Hij was een mooie man van 63 jaar.
Ik bleef staan en keek. Hij draaide zich om: kom je? Die dagen was ik emotioneler dan voor mijn ziekte, niet langer de überzelfstandige vrouw die alles per se zelf wilde doen. Misschien was het die kwetsbaarheid die ook hem zachter en toegankelijker maakte. Want eenmaal in het water bleek de erotiek die ik dacht in het ziekenhuis achter te hebben gelaten, niet verdwenen. Mijn lichaam was ziek, het chemomutsje op mijn hoofd was daarvan het zichtbare bewijs, maar toen hij me omhelsde voelde ik geen medelijden maar begeerte. Hij was naar me toe gezwommen. Zijn voeten stonden stevig op de bodem, ik hing in zijn armen. Zijn vingers raakten de borst met de tumor aan en hij vroeg: doet het pijn?
Drie jaar later herinner ik me nog de golfjes in het water die van onze lichamen maakten en de gonzende insecten om ons hoofd. Het was niet alsof de kanker er niet meer was – die was er wel. Wreed genoeg om de amputatie van mijn borst noodzakelijk te maken, maar niet zo wreed om mij alle lichamelijk genot te ontnemen.
Euforisch droogde ik me daarna af met het hemd dat hij me gaf. Onderweg naar de auto durfde ik zomaar zijn hand te pakken en hij liet dat toe. Mijn ziekte had hem een duidelijke rol gegeven, leek het. Een rol waarbij hij zich prettig voelde. En ook al zou die rol naar alle waarschijnlijkheid tijdelijk zijn, in de weken die volgden was hij er bij iedere tegenslag. Telkens als ik wilde opgeven, zei hij: doe het dan voor ons. En natuurlijk beet ik dan door. Na de laatste chemobehandeling zei de arts: ga nog even wat leuks doen voor de operatie, rust uit, je krijgt het nog zwaar genoeg.
Mijn lief opperde Schiermonnikoog en somde van alles op wat daar te doen was. Dan gaan we samen, dacht ik, maar dat hield hij af. ‘Als we daaraan beginnen, krijgen we gesodemieter. Dat kan ik thuis niet verkopen.’ ‘Ik hou wel van gesodemieter’, sputterde ik tegen. Ik dacht: we zijn er zo vaak van uitgegaan dat iets onhaalbaar was, maar kijk ons nu eens.
Ik huurde een huisje op Schier en hij kwam, met de allereerste boot van zeven uur. Hij belde: ik sta voor je deur. In mijn pyjama deed ik open. We hadden meteen naar bed kunnen gaan, maar kozen voor een warme omhelzing en dronken koffie in het gehuurde huisje. Na een strandwandeling wilde hij de sauna in en daar hadden we voor het allereerst seks, zoals echte stellen seks hebben. We kwamen los van onze levens op een plek waar niemand ons kende, tijd speelde geen rol.
Tot hij aan het begin van de avond toch op zijn horloge keek en zei: over een half uur vertrekt de laatste boot. En op dat moment wist ik zeker dat hij die boot niet zou missen. Ik bracht hem naar de bus, meegaan tot aan de haven kon ik niet opbrengen. Nog voor ik terug bij het huisje was, begon ik te huilen. Op tafel stonden de koffiekopjes nog van die ochtend, op de vloer lagen zandsporen. Hij was niet gebleven, wat ik wel had gewild. Al die valse hoop, het was beter als het nu klaar was met wat er tussen ons speelde. De operatie zou ik alleen doen, dat kon ik. Vlak voor de narcose, toen iemand me vroeg aan een mooi moment te denken, dacht ik aan deze laatste dag met hem. Het klopte wat hij de chirurg had gezegd, hij was een heel, heel goede vriend.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Laura gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant