Home

Hoe de elitaire ANWB het wegwielrennen verboden wist te krijgen

Sinds afgelopen dinsdag kent Nederland weer een profwielerkoers die door heel het land trekt. In 1909 was zo’n nationale wielerronde er voor het eerst en dat terwijl wegwedstrijden, na een lobby van de ANWB, verboden waren.

Met een rugnummer op de straat op voor een wielerwedstrijd, dat mocht niet. Maar op 19 juli 1909 meldt De Telegraaf desalniettemin: ‘Het is na maandenlange arbeid de Amsterdamsche sportclub ‘Olympia’ mogen gelukken van het ministerie van Waterstaat toestemming te verkrijgen tot het houden van een hier te lande tot nu toe ongekenden wedstrijd.’

De ‘Toer door Nederland’ zou de renners in vier dagen en drie etappes (Utrecht-Maastricht, Maastricht-Groningen en, na een rustdag, Groningen-Amsterdam) door heel het land voeren. Het concept was afgekeken van de Ronde van Frankrijk, voor het eerst georganiseerd in 1903. Anders dan in Frankrijk moest de Toer-organisatie zich hier door een taai bureaucratisch proces wurmen en ijveren voor een wettelijke ontheffing.

Ontheffingen zijn 116 jaar later niet meer nodig, vergunningen wel. En die zijn voor wedstrijdorganisatoren steeds moeilijker te verkrijgen. Toch keerde afgelopen dinsdag na een onderbreking van 21 jaar de Ronde van Nederland terug, nu Tour of Holland gedoopt. ‘Nederland heeft zo’n rijke wielergeschiedenis. Alleen daarom al hoort de Ronde van Nederland op de kalender’, zei koersdirecteur Roxane Knetemann in deze krant.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Rijk? In de eerste decennia van de 20ste eeuw leidde het wegwielrennen door gebrek aan koersen een kommervol bestaan. Wielervereniging Olympia hoopte met de Toer door Nederland de koers van de sport te verleggen. In het Algemeen Handelsblad van 21 juni 1909: ‘Mislukt deze eerste proef, dan is ‘t voor goed gedaan en elke kans verkeken om weer eens met zoodanig plan voor den dag te komen.’

De armzalige staat van het wegwielrennen valt niet los te zien van de dubbelrol die de ANWB rond 1900 speelde. In de eerste jaren na de oprichting in 1883 was de ‘Algemene Nederlandsche Wielrijders Bond’ de drijvende kracht achter de ontluikende wielersport. De bond was er niet alleen voor de recreatieve wielrijders, maar organiseerde ook wedstrijden.

Maar in de overtuiging dat de opkomst van beroepswielrenners de pure amateursport corrumpeerde, stootte de bond in 1898 het wedstrijdwezen af. Aan de oppervlakte leek de discussie over het amateurideaal te gaan, dat sport om de eer moest gaan, niet om geld. Maar eronder woedde een klassenstrijd. De chique ANWB’ers vond het wielrennen te volks geworden.

De oprichters van de ANWB waren in de jaren 1880 tieners, rijkeluisjongens, die gegrepen waren door een modern vervoermiddel dat voor de gewone burger onbetaalbaar was. Maar rond 1900 was de fiets nauwelijks nog exclusief. Steeds meer mensen konden zich een rijwiel veroorloven en maakten hun entree in de sport die eerder voorbehouden was aan de elite. Die nieuwe generatie wielrenners haalde de neus niet op voor een geldprijs.

Door het professionalisme uit te bannen en zich meer op toerisme en de auto, de volgende luxe noviteit, te richten, kon de ANWB zich ontdoen van de volkse elementen. In 1905 doopte de ANWB zich om tot ‘Toeristenbond’ en werd de afkorting nog wel gevoerd, maar de letters van betekenis ontdaan.

In die jaren voerde de ANWB onder leiding van voorzitter Edo Bergsma, in 1884 als 21-jarige als voorzitter aangetreden en tot 1937 in functie, zelfs actief een lobby om wedstrijden te verbieden.

Bergsma, medeoprichter van de tegen zedeloosheid strijdende Tucht-Unie, gaf gehoor aan een sentiment dat in 1901 in De Nederlandsche Sport werd verwoord: ‘De wegwedstrijden met hun gevlieg langs en door dorpen doen op één Zondag meer kwaad, dan een geheel seizoen van bezadigd optreden van toeristen heeft kunnen goedmaken (...). Dit valt te betreuren en zal, naar wij hopen, den A.N.W.B. nopen om krachtig tegen wegwedstrijden op te treden.’

De lobby had succes. Met de Motor- en Rijwielwet, in 1906 ingevoerd, werd het wegwielrennen officieel verboden. De sport verplaatste zich noodgedwongen naar de wielerbanen. Voor elke losse wegkoers moest een enorme papierwinkel worden doorgeworsteld. Dat gold ook voor de olympische wegwedstrijd van 1928. De nationale kampioenschappen van 1914 werden uit noodzaak in Brussel georganiseerd.

Ondanks financiële tegenvallers bij de eerste editie, gewonnen door Chris Kalkman, keerde Olympia’s Toer in 1910 terug voor een reprise. En na veel geregel volgde een derde editie in 1927. Toch kon het Nederlandse wegwielrennen zich pas echt ontwikkelen toen na de Tweede Wereldoorlog het verbod op wegwedstrijden van de baan was.

Olympia’s Tour keerde in 1955 als amateurronde terug. En voor de profs klonk met de eerste Ronde van Nederland in 1948 het startschot voor de ‘rijke wielergeschiedenis’, waar Knetemann op doelde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next