Home

‘Hyperglobalisering kent veel verliezers, die daardoor hun geloof in de democratie kwijtraken’

Paul Schenderling | Postgroei-econoom Europa moet kiezen, schrijft econoom Paul Schenderling in zijn nieuwe boek. Want hyperglobalisering, een sterke Europese industrie én goede sociale en ecologische wetgeving zijn volgens hem onverenigbaar. „We kunnen de verliezers van globalisering niet steeds blijven compenseren.”

Paul Schenderling ziet dat „sociale en ecologische waarden teloorgaan” in Europa, door economische keuzes.

Zijn vorige boek schreef Paul Schenderling in de avonduren. De econoom was nog in dienst bij adviesbureau Berenschot. Er is leven na de groei raakte na de verschijning in 2022 een snaar. Zijn boodschap dat minder consumeren noodzakelijk is voor een gezonde toekomst van de samenleving, sloeg aan bij lezers. Want, betoogde Schenderling in dat eerste boek, loslaten van economische groei kan samengaan met meer welvaart, meer vrije tijd, meer levensgeluk, meer gemeenschap en meer democratie.

„Het liep nogal uit de hand met alle interesse en uitnodigingen die ik kreeg om te komen praten, om lezingen te geven bij bedrijven, financiële instellingen, ministeries en decentrale overheden, om mee te denken. Dat werd samen een fulltime job”, vertelt hij op een maandagmiddag in een café in Amsterdam.

Dus nam hij afscheid van Berenschot. Hij begon met Sufficiënt, een centrum voor onderzoek en advies rondom brede welvaart. En hij richtte met anderen de stichting Genoeg om te leven op en haalde geld op bij donateurs die „willen dat nieuw economisch denken bredere ingangen krijgt”. Binnen de stichting is een denktank voor ‘postgroei’ opgezet. Daarnaast een beweging van consumenten die wil uitzoeken welke producten passen in een eerlijk en duurzame economie. En een levensbeschouwelijke beweging waarin christenen van diverse pluimage samenkomen om te beschouwen hoe ze eerlijker en duurzamerkunnen leven. Hij werd zo een van de prominente postgroei-economen in Nederland, die zich meer richten op brede welvaart dan op ontwikkeling van materiële groei.

Door geld van donateurs kon hij het afgelopen jaar verlof nemen om zijn tweede boek te schrijven. „De reden dat ik dit boek wilde maken, is dat ik sociale en ecologische waarden in Europa teloor zie gaan als gevolg van de economische keuzes die we maken. Omdat we ook in Europa de economie zo dominant hebben gemaakt.”

Verrot

Hij gaf zijn afgelopen week uitgekomen boek de titel Continent van de kwaliteit. Hoe Europa een eigen economische koers kan varen. Daarin werkt hij uit hoe Europa van een groeiverslaving af kan komen en los moet komen van de „hyperglobalisering” van de afgelopen vier decennia. De goedkope producten die daardoor over de wereld zijn uitgestort, hebben volgens zijn betoog consumenten genotzuchtig gemaakt, maar ook ontevreden over hun manier van leven in een stressvolle samenleving waar de inkomensverschillen zijn toegenomen. Hij beschrijft hoe Europa de afgelopen veertig jaar het sociale model uit de naoorlogse wederopbouw heeft losgelaten. In die decennia lieten overheden de vrije markt hun gang gaan.

Daarmee is volgens Schenderling de Europese samenleving door de vloer gezakt én door het plafond geschoten. De vloer gebruikt hij als metafoor voor minimale zekerheden van goed werk, en een bepaalde mate van gelijkheid in inkomens en vermogens. Die zekerheden zijn geërodeerd. Met het plafond bedoelt hij de ecologische grenzen die worden overschreden. Daarbij kijkt hij naar meer dan alleen CO2-uitstoot, waar veel duurzaamheidsbeleid zich op richt. Volgens Schenderling is sturing nodig in „de uitstoot van broeikasgassen én het materiaalverbruik én het waterverbruik én het landgebruik én de uitstoot van giftige stoffen”.

De economische wetenschap is door en door verrot, constateert hij in het boek. „Er is gewoon veel behoefte aan „een nieuwe visie op de economie”, zegt hij bij een kop thee. „Het economisch denken, vooral zoals het aan de universiteiten wordt gedoceerd, wordt nog steeds gedomineerd door Amerikaanse denkbeelden over de vrije markt.”

Waar hebt u economie gestudeerd?

„Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Dus ja, in die orthodoxe economische wetenschap. Het heeft me daarna tien jaar gekost voordat ik daar kritiek op durfde te leveren en eigen alternatieven durfde te ontwikkelen. Die hele periode had ik wel een ‘niet-pluisgevoel’ bij hoe de economische wetenschap wordt ingevuld. Mijn fundamentele kritiek is dat economie bestudeerd wordt als een systeem op zichzelf, in een soort vacuüm. Terwijl de economie is ingebed in een samenleving, en die is weer onderdeel van de biosfeer. Die relaties ontbreken.”

Is het postgroeidenken niet alweer over zijn hoogtepunt heen? Als je kijkt naar de Europese Commissie of de Nederlandse regering, dan gaat het vooral over groei en worden bijvoorbeeld klimaatregels afgezwakt.

„Nee, ik denk eerder dat je in de huidige polarisatie kunt zien hoe serieus we genomen worden. Een ministerie van Klimaat én Groene Groei is een rechtstreekse reactie. Of de titel van het VVD-verkiezingsprogramma Keuze voor Radicale Groei. Dat zijn rechtstreekse aanvallen op postgroeidenken, dat duskennelijk wordt gezien als een volwassen macro-economisch alternatief voor het beleid dat nu wordt gevoerd.”

Schenderling zegt achter de schermen intussen een luisterend oor te vinden bij ambtenaren op sommige ministeries, zoals Infrastructuur en Milieu. „Diverse ideeën in dit boek heb ik eerder in adviesopdrachten van ministeries uitgewerkt. Zeker ook in het kader van circulaire economie, waar het ministerie van I&M aan het verkennen is hoe consumptie en productie kunnen verminderen. Dus hoe we als samenleving de slag van kwantiteit naar kwaliteit kunnen maken, zoals ik in het boek bepleit. Maar het afgelopen jaar heeft dat uiteraard stilgelegen. Die adviezen gingen niet meer van de ambtenaren naar de ministers van de coalitie van PVV, VVD, BBB en NSC.”

Ontwrichting

In zijn boek leunt Schenderling op het globaliseringstrilemma dat Harvard-econoom Dani Rodrik vijftien jaar geleden lanceerde. Europa zal drastisch moeten kiezen tussen die hyperglobalisering (met vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal), een eigen sterke Europese industrie en de sociale en ecologische waarden die Europa zegt te huldigen. „Alle drie tegelijk nastreven, kan niet. Óf we willen hyperglobalisering en onze industrie behouden, maar dan zal Europa zijn sociale en milieuwetgeving drastisch moeten afzwakken om internationaal concurrerend te blijven. Óf we willen hyperglobalisering en onze ambitieuze sociale en milieuwetgeving behouden, maar dan zal een blijvende stroom goedkope import de toekomst van de Europese industrie op het spel zetten. Óf we willen onze industrie en onze ambitieuze sociale en milieuwetgeving behouden, maar dan zal Europa zijn handelspolitiek drastisch moeten hervormen.”

Niet kiezen leidt volgens Schenderling tot verdere ontwrichting van de samenleving en daarmee tot enorme onvrede bij veel mensen. „Hyperglobalisering is een systeem van winnaars en verliezers. Dat heeft in het mondiale zuiden een werkende klasse opgeleverd die geen loonontwikkeling ziet. En dat geldt ook voor het mondiale noorden.”

Hij laat op zijn laptop een grafiekje zien. Dat toont dat iemand die in Nederland nooit van functie is veranderd – zeg: een bouwvakker in loondienst – gecorrigeerd voor inflatie zijn cao-loon nauwelijks heeft zien stijgen in de afgelopen veertig jaar, en in ieder geval veel minder dan de arbeidsproductiviteit. „In Europa hebben we de verliezers van globalisering gecompenseerd door belastingkortingen en toeslagen. Maar ze zijn aangetast in hun beroepseer, omdat hun werk nooit extra is gewaardeerd in financiële zin. In de VS is er nooit gecompenseerd en zijn mensen er echt op achteruitgegaan.”

Ook ecologische ontwrichting wijt Schenderling aan de industriële overproductie, aangejaagd door hyperglobalisering. „Dat veroorzaakt de moordende en oneerlijke concurrentie voor Europese bedrijven, omdat in andere landen niet aan de Europese arbeids- en milieustandaarden hoeft te worden voldaan. Ondernemers verplaatsen dan hun bedrijf. En als ze dat niet kunnen, klagen ze dat ze door strenge normen niet kunnen overleven en lobbyen ze voor schrappen van die klimaat- en milieunormen. Zo krijg je veel verliezers van de globalisering, die daardoor hun geloof in de democratie hebben verloren. Dat zijn dus zowel ondernemers als mensen uit de werkende klasse.”

Ziet u het boek als antwoord op het rapport van Draghi, die juist wel pleit voor productieverhoging om Europa weer concurrerend te maken?

„Zeker, het is een rechtstreeks antwoord. Ik ben het met Draghi eens dat de productiviteitsontwikkeling in Europa achterblijft. Maar industriepolitiek is volgens mij een tijdelijke oplossing, en duur voor de belastingbetaler. De economische, sociale en ecologische dumping gaat gewoon door als je oneerlijke concurrentie laat bestaan. We kunnen de verliezers van globalisering niet steeds blijven compenseren. De prijs daarvan is al gigantisch opgelopen.”

Protectionisme moeten we dus niet uitsluiten?

„Je zult je industrie in een bepaalde mate moeten beschermen. Mijn allergrootste zorg is dat over handelspolitiek geen politiek gesprek wordt gevoerd en er zo besluiten vallen die losgezongen zijn van wat de meerderheid van de kiezers wenst. Je hebt een democratische controle op handelsstromen nodig, anders haken nog meer mensen af. Je zult iets aan oneerlijke concurrentie moeten doen.”

Economische dynamiek

Afspreken in een café vlakbij de Houthavens in Amsterdam leek Schenderling een goed idee. Waar sinds een jaar of vijftien complete woonwijken langs het IJ zijn verrezen, meerden vroeger schepen aan om hun handel aan land te brengen. „Een haven die niet meer als haven wordt gebruikt. Je ziet hier dat tijdperken veranderen, dat je niet de illusie moet hebben dat je markten voor een lange periode kunt creëren.”

Zijn grootvader en overgrootvader hadden een handelsonderneming, in Rotterdam. Zij moesten ook varen op de golven van globalisering, voor de Tweede Wereldoorlog en vlak erna. „Zij profiteerden van de enorme bloei van de Rotterdamse haven voor de oorlog. Zij leverden de touwen waarmee schepen afmeerden. Maar hun kantoor en huis werden platgebombardeerd in mei 1940. Na de oorlog probeerden ze het bedrijf weer op te bouwen, Maar de tijd was veranderd; er was nylontouw gekomen. Ze waren te laat om op die nieuwe technologie in te spelen.”

Hij heeft zich wel eens afgevraagd of zijn voorvaders wisten onder welke arbeidsomstandigheden het touw, vermoedelijke uit India, gemaakt werd. „Ik denk dat zij niet geweten hebben waar het precies vandaan kwam en hoe het geproduceerd werd.”

Het hoofdkantoor van Fairphone, ‘de eerlijke smartphone’, ligt om de hoek van het café. Fairphone is zijn favoriete bedrijf, zegt Schenderling. Het maakt zich juist wel druk over de herkomst van alle onderdelen van zijn smartphone, en hoe ze zijn geproduceerd. „Als je ziet wat zij hebben losgemaakt door zich zo te richten op eerlijke mijnbouw, en uit te diepen wat er in de mijnen gebeurt waar de grondstoffen vandaan komen. Zij zijn een voorbeeld geweest voor andere smartphonefabrikanten, hebben de standaard gezet, terwijl ze eerst werden uitgelachen. Zij zijn een voorbeeld van wat een bedrijf als voortrekker kan doen. Voor mij symboliseren zij de nieuwe economie.”

Waarom dan?

„Ik vind het mooi als de waardeketen van een bedrijf is opgebouwd op basis van sufficiëntie. Dat wil zeggen: wederkerigheid, zodat iedereen die bijdraagt meeprofiteert. Neem een reep chocolade. Je zorgt voor het regenwoud waar de cacaobonen groeien, je betaalt de boerenfamilies goed die de bonen plukken, drogen en fermenteren. Net als de zeelieden die op de schepen varen die de cacao vervoeren en vaak worden uitgebuit. Tot aan de arbeiders in de haven en de fabriek hier in Nederland. De transacties moeten niet zo efficiënt worden ingericht dat de ene partij de andere uitknijpt, niet een race naar de bodem zijn.”

Sufficiënt klinkt een beetje… eh, suf. Slaat zo’n term aan?

„Ik denk dat beslissers in het bedrijfsleven goed begrijpen wat ik ermee bedoel. Termen als ‘duurzaamheid’, ‘cradle to cradle’ of ‘people, planet and profit’ die veel zijn gebruikt, leggen onvoldoende de vinger op de zere plek. Ze gaan nog steeds uit van volumegroei, en daar moeten we juist vanaf. Dat is onhoudbaar. Het moet in Europa niet meer gaan over de kwantiteit, maar over de kwaliteit.”

Bij het lezen van het boek schoot me een aantal keren door het hoofd dat je eigenlijk een beter rentmeesterschap bepleit.

„Ja, dat speelt voor mij een belangrijke rol. Toen mijn zoontje in 2018 werd geboren, realiseerde ik me dat hij het jaar 2100 zou kunnen halen. Dat lijkt ver weg, maar is dichtbij. In je modellen moet je dan kijken naar wat het betekent als de industriële en de agrarische productie door blijft groeien zoals nu, en daarbij de ontwikkelingen in de biosfeer meenemen. Dan is postgroei echt de optimale keuze om een optimale welvaart en een gezonde biosfeer te behouden. Ik begrijp niet waarom traditionele economen die biosfeer niet in hun modellen meenemen. Als je die beperkingen aan de groei niet ziet, zal dat resulteren in een industriële ineenstorting.”

CV

Na het behalen van zijn Masters degree in Internationale Economie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, werkte Paul Schenderling (37) van 2012 tot 2023 bij adviesbureau Berenschot. Na het succes van zijn eerste boek ‘Er is leven na de groei’ (2022) nam hij ontslag en richtte hij Sufficiency op, een centrum voor onderzoek en advies rondom brede welvaart. Als econoom werkt hij als adviseur op dat gebied en hij treedt veel op als spreker.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next