Home

Bestsellerschrijver Michel van Egmond: ‘Ik hou van verhalen met iets grappig en iets tragisch tegelijk’

Met biografieën over oud-voetballers verkocht hij meer dan een miljoen boeken en won hij driemaal de NS Publieksprijs. Hij werd al de redder van de boekenbranche genoemd. ‘Ik wil de mensen die het lezen entertainen.’

is verslaggever van de Volkskrant.

In de zonverlichte bovenkamer van café de Huismeester in Rotterdam krijgt schrijver Michel van Egmond (57) op een dinsdagochtend eind september een paar speldenprikjes te verduren. Het is de opname van de Dick Voormekaar Podcast, een heerlijk geouwehoer over Feyenoord, en daarin is Voetbal International-journalist Martijn Krabbendam nooit te beroerd om het publieke imago van zijn vriend en collega op de hak te nemen.

Hij kondigt Van Egmond aan als ‘de grote schrijver’ en prijst ‘de kapperszoon uit Zoetermeer’ die eigenhandig ‘de ontlezing in Nederland tegengaat’. Van Egmond glimlacht, houdt zijn hoofd zo goed mogelijk in de plooi en nipt van zijn mok met het hoofd van Liverpool-trainer Arne Slot erop.

Van Egmond is wel wat gewend. Met biografieën over oud-voetballers en mediafenomenen als Gijp, Kieft en Derksen verkocht hij meer dan een miljoen boeken, won hij driemaal de NS Publieksprijs en werd hij door Volkskrant Magazine al eens omgedoopt tot ‘redder van de boekenbranche’. Het middelpunt van de aandacht zijn hoort er zo nu en dan bij, al is het vandaag in ironische verpakking.

Writer’s block, zijn nieuwste boek, ligt net in de winkel. Het is zijn ‘negentiende of twintigste’, hij is de tel kwijt. ‘Er gaat geen dag voorbij dat ik niet over mezelf aan het praten ben deze weken’, zegt hij over de stortvloed aan media-optredens.

Telkens duiken dan dezelfde vragen op. Over zijn familie van kappers – vader, moeder, zus, tante. Heeft hij van hen het observeren geleerd, het luisteren, het geduld? Van Egmond rolt met zijn ogen. ‘Overdreven. Als ik nou uit een astronautenfamilie kwam, snapte ik het dat mensen er steeds op terugkwamen. Maar kapper is een heel normaal beroep.’

Krabbendam heeft andere vragen voor hem. Hij informeert alvast hoe de fotoshoot van Volkskrant Magazine straks zal verlopen. Moet hij net als actrice Thekla Reuten ‘met een net pak in de modder, op een soort stoel?’ Van Egmond schudt zijn hoofd. ‘Ik ga ver in de strijd tegen de ontlezing en voor de literatuur met hoofdletter L, maar er zijn grenzen.’ Hij zegt niet bereid te zijn om ‘tot mijn knieën in de Maas te gaan staan met een brandende kaketoe onder mijn arm en een broodrooster op mijn hoofd’.

Na anderhalf uur kletsen – over een knullig veroorzaakte penalty, over Feyenoord-coryfee Mario Been die niet mee mag naar een Europese uitwedstrijd in Braga, over de rafelranden van het Nederlandse voetbal, kortom – zit de opname erop. Dan wandelen we vanaf de Meent naar de Wijnhaven, waar Van Egmond neerstrijkt in Bar Blink.

Daar zit hij dan. De bestsellerauteur. De populaire sportschrijver. De Gijp-miljonair. Etiketten die hem al jaren vergezellen. Van Egmond lacht erom, maar wordt er soms ook een beetje moe van. Ze leggen ook een last op hem: van hem wordt succes verwacht. ‘Al leg ik die druk vooral mezelf op.’

Juist vanwege het verwachtingspatroon is zijn nieuwste boek interessant. Geen sportboek dit keer, geen kleedkameranekdotes of voetbalicoon in de hoofdrol. Wel een mozaïek van zijn fascinaties.

Het gaat over Joseph Mitchell, de Amerikaanse sterverslaggever die 32 jaar lang geen fatsoenlijke letter meer op papier kreeg, over de gevallen tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk en over hond Pickles, die de verloren WK-beker van 1966 terugvond. Over Philippa Schuyler, het wonderkind van gemengde afkomst dat door haar ouders werd geacht het racisme de wereld uit te helpen. En over Larry Walters, die in een zelfgemaakte tuinstoel met heliumballonnen gedurende 45 minuten het luchtruim koos.

Het lukte aanvankelijk niet om van elk van die onderwerpen één boek te smeden. Walters kreeg al een documentaire, het spoor naar Schuylers Nederlandse penvriendin liep dood en Van Nieuwkerk haakte af voor een biografie. Totdat Van Egmond besloot om die opeenstapeling van mislukkingen dan maar tot onderwerp van zijn boek te maken.

Het leverde een literair portret op van zijn eigen falen, geschreven in de typische Van Egmond-stijl, met veel warmte voor zijn hoofdpersonen, een feilloos oog voor menselijke eigenaardigheden en een royale dosis droogkomische relativering.

Je partner Antoinnette Scheulderman, journalist en schrijver, zei: ‘Dit boek is echt Michel.’

‘Marcel van Roosmalen (schrijver en NRC-columnist, red.) belde me toevallig van de week op en zei precies hetzelfde. Ik word natuurlijk vaak versleten voor de sportschrijver. Veel mensen gaan ervan uit dat ik een sportfreak ben, die de hele dag naar voetbal zit te kijken en verder niets doet. Maar voetbal is slechts een heel klein onderdeel van mijn leven.

‘Ik snap wel dat mensen mij in dit boek herkennen. Veel van deze verhalen heb ik op verjaardagsfeestjes al drie of vier keer verteld. Volgens mij dachten ze dan vaak: hij lult uit zijn nek, of hij is dronken. Dat zal ook een reden zijn dat mensen denken: schrijf het nou maar een keer op, dan hou je er ook over op.’

Voelde je de druk om te bewijzen dat je over iets anders kan schrijven dan over voetbal?

‘Nee. Ik zou niet weten aan wie ik dat zou moeten bewijzen. Ik beschouw mijn andere boeken ook niet echt als sportboeken. In het boek van Wim Kieft rolt nauwelijks een bal. Dat is een levensverhaal van iemand die twintig jaar worstelt met een cocaïne- en drankverslaving en daar al ploeterend weer bovenop komt.

‘De boeken over René van der Gijp gaan in deel 1 over de burn-out die hij kreeg nadat zijn bekendheid hem was gaan beklemmen, deel 2 gaat over hoe zijn leven plotseling veranderde na het overlijden van de moeder van zijn zoontje. Dat had niets met buitenspel of gegenpressung te maken.

‘Ik heb ook al eerder boeken geschreven die niet over sport gaan. Met Antoinnette een biografie van Patty Brard. En twee boeken over Voetbal Inside (het praatprogramma waar Van Egmond in het verleden eindredacteur van was en dat nu Vandaag Inside heet, red.).’

Welk onderwerp uit dit boek fascineerde je het meest?

‘Het verhaal van Larry Walters. Een Vietnam-veteraan die in 1982 een decennialang gekoesterde droom vervult door met een zelfgemaakte aluminium tuinstoel met heliumballonnen eraan 45 minuten op kilometers hoogte door de lucht te zweven. Iedereen had geprobeerd hem tegen te houden, zijn moeder zei zelfs dat hij naar de psychiater moest, maar hij ging toch.

‘Weinig mensen kennen dat verhaal, vaak geloven ze niet dat het echt is gebeurd. Zeker niet als je vertelt dat hij op een gegeven moment wordt gespot door twee passagiersvliegtuigen, waarvan de gezagvoerders de verkeerstoren waarschuwen omdat ze opeens een man in een tuinstoel door de lucht zien vliegen.

‘Larry Walters overleeft de vlucht. Hij wordt een cultheld, toch loopt het slecht met hem af. Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord, volgens sommigen omdat Larry niets meer had om voor te leven sinds hij zijn grote droom had waargemaakt.

‘Ik hou van zulke verhalen. Grappig en tragisch tegelijk. Dat iemand zich helemaal kan verliezen in iets onbelangrijks. Daarom hou ik ook van voetbal. Het ene moment kan het me enorm ontroeren – het sportmanschap, de tragiek van de verliezer, de wederopstanding van de winnaar – maar het volgende moment vind ik het totaal lachwekkend. Een buiten alle proporties gegroeid gekkenhuis.’

Omdat er tegenwoordig zo immens veel geld in omgaat?

‘Ja, maar ook dat er voetballers zijn die hun kapper naar het WK laten overkomen terwijl ze amper een haar op hun hoofd hebben. Of dat er een benefietwedstrijd wordt gespeeld voor slachtoffers van de tsunami en dat de toeschouwers dan de wave gaan doen.’

Je hebt in je verhalen duidelijk een sympathie voor de verliezers. Veel mensen waarover je schrijft zijn talentvol, maar komen ten val of krijgen te maken met mislukkingen. Waar komt die fascinatie vandaan?

Lachend: ‘Nou, niet omdat ik mezelf een grote verliezer vind, of zo. Ik heb altijd de neiging gehad om de underdog op te zoeken. Toen ik op mijn 17de als scholier stage ging lopen bij de Zoetermeersche Courant, deed ik dat al.

‘De meeste sportjournalisten zitten het liefst op de tribune bij de Champions League-finale van Real Madrid. Maar ik ben meer van de school van Martin Bril, die zei: succes is een saai verhaal. Ik ging liever op bezoek bij Hans Kraay als trainer van FC Lienden in de Betuwe. Of ik maakte een verhaal over de zoon van de legendarische Braziliaanse voetballer Garrincha, die worstenverkoper was in Zweden.

‘Het zal ook iets in mijn karakter zijn. Toen ik bij de media-afdeling van Feyenoord werkte ging ik ook altijd het beste om met de wisselspelers, de waterdragers, de excentriekelingen. Zelden met de topspits of de aanvoerder.’

Zie je jezelf als autodidact?

‘Ik heb nooit een opleiding journalistiek gedaan, dus in die zin wel. Ik was een ongemotiveerde leerling. Ik was een dromer, met andere dingen bezig dan met school. Ik zat in bandjes, was altijd aan het drummen. En elke vrije middag zat ik op de redactie van de Zoetermeersche Courant. Dat vond ik interessanter dan school.’

Dat is erg volwassen, om je staande te houden als 17-jarige journalist.

‘Het was een goede leerschool. Je moest overal naartoe en alles doen. Je moest de krant nog net niet zelf in de bus gooien. Ik heb het over de jaren tachtig hè. In Zoetermeer gebeurde helemaal niets.

‘Weet je wat het verschil was met nu? Er was geen internet. Ik heb in het begin best veel blunders gemaakt, maar die werden alleen gezien door het handjevol abonnees dat aan het einde van de dag de aardappelschillen erin verpakte.

‘Op een dag moest ik een korfbalwedstrijd verslaan, daar wist ik níets van. Ik ben in de rust weggegaan in de veronderstelling dat de wedstrijd was afgelopen. Maar niet voordat ik de trainer had geïnterviewd over hoe hij terugkeek op de wedstrijd. En die man gaf ook gewoon antwoord.

‘Ik zag dat hij een beetje gehaast was. Hij zei: nu moet ik weer naar mijn spelers toe. Maar ik dacht dat hij de nederlaag met zijn ploeg moest gaan verwerken. Ik heb ook de ruststand als eindstand genoteerd.’

In Writer’s block beschrijft Van Egmond hoe hij met Scheulderman korte tijd aan een boek werkte over Matthijs van Nieuwkerk, met wie het tweetal een vriendschappelijke relatie onderhield. Zo’n twee weken na het Volkskrant-artikel over structureel grensoverschrijdend gedrag bij De Wereld Draait Door verschijnt Van Nieuwkerk bij Scheulderman thuis en vertelt hij hen wat er allemaal is gebeurd.

Van Egmond beschrijft hoe Van Nieuwkerk datzelfde weekend nog een afspraak bij de huisarts had gemaakt. De paniek was hem aangevlogen, hij was bang om ooit nog een stap buiten de deur te zetten, om gek te worden zelfs. Samen komen ze tot de conclusie dat een boek misschien de beste manier zou zijn om de wereld tegemoet te treden.

Het eerste diepte-interview wordt gehouden en Van Egmond en Scheulderman zijn maanden met research bezig. Uiteindelijk gaat het plan toch niet door. Van Nieuwkerk krijgt een aanbod om terug te keren op televisie. Welke zender of welk programma dat was, houdt Van Egmond liever voor zich – ook al ging het niet door, hij vermoedt dat Van Nieuwkerk die openheid niet zou waarderen. Zeker is wel: een tv-comeback en een biografie tegelijk ziet Van Nieuwkerk niet zitten. En dus gaat er een streep door het project.

Bij Eva vertelde je dat jullie nu geen contact meer hebben. Vind je dat hij jullie een streek heeft geleverd?

‘Streek vind ik een beetje te zwaar gezegd, maar in eerste instantie schoot het me wel in het verkeerde keelgat, want het was tegen onze afspraak in. Ik vind het echt een gemiste kans, ook voor hem, al klinkt dat een beetje aanmatigend.’

Zou hij passen in het rijtje van biografieën dat jij hebt geschreven?

‘Ja, hij is een uniek persoon. Het verhaal zou gaan over wat roem met iemand doet, en daar gaan veel van mijn boeken over. De stoomwals waar hij onder terecht is gekomen, vind ik fascinerend. Wat doet het met je als je de meest geliefde man op televisie bent en dan plotseling zo hardhandig van je voetstuk wordt getrokken en zo diep valt?

‘We zagen een kans in dit boek. Er viel iets te onthullen, iets te nuanceren en misschien zelfs iets te lachen. Er zat een contrast in: het beeld dat de buitenwereld had strookte niet met hoe hij met zijn inner circle omging. Veel kanten zouden interessant zijn.’

Je schrijft over zijn enorme talent om te bewonderen. Herken je jezelf daarin?

‘Ja, ik kan ook mensen bewonderen. Ik kan een tijdje in de ban zijn van iemand. Daar geniet ik van. Ik vind dat een positieve eigenschap.’

Je schrijft ook met enig plezier over zijn eigenaardigheden: zijn o-benen, het woord ‘gotsiemikkie’, zijn poëtische maar inhoudsloze schrijfstijl. Over het malle hoedje bij het NRC-interview, en dat redacteuren in zijn bijzijn niet mochten gapen. Had Van Nieuwkerk zo’n biografie met scherpe kantjes gewild?

‘Dat weet ik niet. Ik ben altijd enorm verwend door mijn hoofdpersonen. Gijp vond alles prima, ook als ik zijn rare trekjes opschreef. Bij Matthijs was dat misschien minder vanzelfsprekend. Hij gaat normaal heel anders met journalisten om, geeft zijn antwoorden liever per mail. Maar hij kende het werk van Antoinnette en mij, en hij wist ook dat wij hem nooit alleen maar zouden verheerlijken.’

Wat vindt Van Nieuwkerk ervan dat hij nu alsnog in je boek voorkomt?

‘Ik heb het hem laten weten. Ik weet niet of hij het gelezen heeft. Hij reageerde niet afwijzend. Hij zei: ‘Bedankt voor je attente berichtje en alle succes met het boek’.’

Je hebt een groot lezerspubliek. Van Gijp zijn zo’n 450 duizend exemplaren verkocht. René van der Gijp zei grappend tegen me: ‘Michel is er met ons boekje zelfs in geslaagd om mensen aan het lezen te krijgen die …’

‘... normaal alleen de menukaart van de shoarmazaak lezen.’

Nee, hij zei: er zijn zelfs mensen die het hebben gelezen die helemaal niet kúnnen lezen.

Bulderende lach.

Hij heeft blijkbaar een heel repertoire. Hij zei ook dat jij een mail had ontvangen van een lezer die zei: ‘Ik vind het zó’n mooi boek, ik ben het al vier maanden aan het lezen.’ Terwijl de letters vrij groot zijn en veel mensen het boek in één dag uitlezen.

‘Hij overdrijft. Ik heb honderden mails gehad van mensen die zeiden dat ze nog nooit eerder een boek hadden gelezen. Iemand schreef: ‘Ik ben pas drie weken bezig en ik ben al bijna op de helft.’ Dat vond ik heel mooi. Een heel mooie reactie.’

Humor is een belangrijk onderdeel van jouw schrijfstijl. Wie waren de schrijvers die jou op dat vlak hebben geïnspireerd?

‘Humor is een serieuze zaak bij het schrijven. Ik ben geïnspireerd door Kees van Kooten, Remco Campert en Jan Mulder. Ik weet nog de eerste keren dat ik Jan Mulder las. Hij schreef tijdens het WK 1986 in de Volkskrant een column onder de kop ‘Kalle’, over de Duitse voetballer Karl-Heinz Rummenigge die op een nacht het voetballen zou zijn verleerd. Jan schreef dat hij zelfs niet meer wist hoe hij zijn voetbalschoenen moest aandoen.

‘Tijdens de wedstrijd probeert Rummenigge niet in de weg te lopen en droomt hij van ‘een zonnige zaterdagmiddag met vrouw en kinderen, ijsjes en een film van de dikke en de dunne’. Vervolgens schoot iemand per ongeluk tegen hem aan en maakte hij tot zijn eigen verbazing een doelpunt. Zo verklaarde Mulder dat de wedstrijd moest zijn gegaan. Dat vond ik prachtig.’

In je nieuwe boek beschrijf je ook een bizarre reportage die sportverslaggever Harry Vermeegen maakte van een Ajax-trainingskamp in Ivoorkust, eind jaren zeventig.

‘Ja, dat moet je echt even kijken op YouTube. De spelers brengen daar ook een bezoek aan een Afrikaanse ijsbaan. Buiten loopt het tegen de 40 graden, binnen schiet Simon Tahamata opeens op Friese doorlopers door het beeld.’

Ze hebben dan ook een oefenwedstrijd tegen hun Ivoriaanse collega’s. Vermeegen komt dan in de rust het veld op en interviewt de spelers ter plekke.

‘Ja. Vermeegen vraagt dan aan Ajax-speler Karel Bonsink hoe de scheidsrechter het doet. En Bonsink geeft gewoon antwoord: ‘Ja, dat is een klootzak, hè?’

‘Dat was een andere tijd. Een heerlijke tijd waarin mediatraining hooguit iets was voor politici, niet voor voetballers.’

‘Na afloop van de wedstrijd loopt Vermeegen met draaiende camera op Tscheu La Ling af. Die is nog gefrustreerd over de wedstrijd. ‘Ze worden helemaal gek gemaakt’, zegt hij over de tegenstander. ‘Die mensen horen eigenlijk nog in de bomen thuis.’’

Ik moest lachen, omdat het zo’n bizarre en idiote uitspraak is. Tegelijkertijd vroeg ik me af: kan dat nog wel, om zo’n racistische opmerking lachen?

‘Ik zou niet weten waarom niet, eerlijk gezegd.’

Als iets racistisch is, is het misschien per definitie niet meer om te lachen?

‘Dat is natuurlijk niet waar. Als ik langs een muur loop waarop iemand een hakenkruis heeft geschilderd, en ik zie dat diegene twee pogingen heeft gedaan omdat het blijkbaar de eerste keer te moeilijk was, dan moet ik daar verschrikkelijk hard om lachen.’

Je lacht dus eigenlijk om de stupiditeit van degene die de racistische opmerking maakt.

‘Ja, iedereen probeert racisme tegen te gaan door er heel voorzichtig mee om te gaan en het te veroordelen. Maar misschien zou het veel beter werken om racisten keihard uit te lachen.’

Tegelijkertijd vermommen mensen racistische, homofobe en seksistische opvattingen vaak als grap. Laatst zei Van der Gijp nog dat Ilse de Lange vast lekker kan pijpen. Totaal niet grappig.

‘Nee, dat is gewoon niet grappig. Ik vind dat helemaal niet leuk. Het is niet eens een grap, eerder een opmerking om te shockeren. Het grootste probleem is dat mensen die zeggen dat je overal grappen over moet kunnen maken, vaak racistische of seksistische grappen maken die helemaal niet grappig zijn.

‘Overigens vond ik dat Gijp laatst wel weer in zijn oude vorm was. Toen werden hem beelden getoond van een man die op de brommer door Amsterdam rijdt met een Palestijnse vlag op zijn bagagedrager. Hem werd gevraagd: ‘René, wat denk jij nou als je zo iemand ziet rijden.’ Hij zei: ‘Zo, die komt van ver.’ Die vond ik mooi getimed, en hij viel ook goed.’

Van der Gijp waardeert in jou dat als hij een lullige grap had gemaakt over Marco van Basten, jij het dan precies zo opschreef dat Van Basten er zelf ook nog wel om kon lachen.

‘Ik hou meer van understatement dan van overstatement. Subtiel is het mooiste. Ik ben niet van die van dik hout zaagt men planken-humor. Ik heb liever dat mensen gniffelen, al is dat een vreselijk woord, dan dat ze keihard gaan lachen omdat het een grove grap is. Daar hou ik niet zo van.’

Word je op straat nog weleens op VI aangesproken?

‘Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand naar me toekwam en zei: wat híj nou zegt over de stikstofcrisis, dat slaat nergens op. Ik zou het ook heel raar vinden als mensen mij gaan aanspreken op wat Johan Derksen of René van der Gijp allemaal zeggen en doen.’

Nee, maar misschien in de trant van: wat vind jij daar nou van?

‘Oh, op die manier, ja, dat zal misschien weleens voorkomen. Maar daar zit ik eerlijk gezegd niet altijd op te wachten.’

Je hebt er geen mening over, hoe dat programma is geëvolueerd tot een soort politiek programma?

‘Ik verbaas me erover, ik was er zelf ook niet zo’n voorstander van. Ik moet natuurlijk wel vreselijk lachen als René en Johan worden geciteerd in de Tweede Kamer. Ik denk: hoe is het toch mogelijk dat dit gebeurt? Dat zij iets zeggen en een minuut later is het breaking news op allerlei sites. Ik kijk ernaar zoals ik naar alle dingen kijk: met verwondering. Maar ik voel me er niet verantwoordelijk voor of verbonden mee.’

Ik zat gisteravond nog even te kijken. Derksen legde min of meer de schuld van alle problemen in Nederland bij asielzoekers. Hij zei dat ‘ieder asielzoekerscentrum een bron van criminaliteit, vechtpartijen, prostitutie, drugsgebruik’ is. Dat is niet alleen onwaar, het is ook schadelijk. Denk je dan niet: waarom doe je dit?

‘Ik verbaas me over niets meer wat die man zegt. Soms kijk ik met kromme tenen naar dat programma. Andere momenten val ik bijna van de bank van het lachen. En heel vaak kijk ik niet. Soms denk ik: dit kan écht niet. Op andere momenten: dit is het meest unieke tv-programma ter wereld. Maar ik neem aan dat de meeste mensen dat hebben als ze daarnaar zitten te koekeloeren.’

Van der Gijp was het met me eens toen ik zei dat hij en Derksen in jouw boek een sympathiekere en gelaagdere versie van zichzelf zijn dan op televisie.

‘Dat geldt voor iedereen die op tv is. Dat geeft altijd een nauwe afspiegeling van de werkelijkheid en een uitvergroting van sommige persoonlijkheidskenmerken.’

Volgens Van der Gijp hebben ze de afgelopen jaren menigmaal geprobeerd om jou aan tafel te krijgen, maar weiger je bijna altijd.

‘Ik vind mezelf er gewoon niet zo geschikt voor. Je moet mij niet met een draaiende camera vragen: wat vind jij van de wooncrisis, en hoe gaan we dat oplossen? Want ik heb geen idee. De meeste mensen hebben trouwens geen idee, maar gaan er op tv dan toch een draai aan geven. Daar heb ik niet zo’n zin in.’

Iedereen zegt dat je ondanks je succes niet veranderd bent. Scheulderman vindt het erg leuk aan jou dat je niet materialistisch bent. Zelf zou ze bij een financiële klapper allang een nieuw huis of een andere auto hebben gekocht.

‘Spullen interesseren mij niet. Wat mij interesseert is vrijheid en onafhankelijkheid. Ik kan doen wat ik wil, schrijven wat ik wil. Ik kan naar alle plekken toe. Nu wil ik toevallig nergens heen, maar het zou wél kunnen. En ik ga ook niet naar Istanbul om me een nieuw kapsel te laten aanmeten.’

In dit boek schrijf je over een briefje dat de Amerikaanse sterverslaggever Gay Talese ooit voor je schreef: ‘To my fellow author Michel. Best always, Gay Talese’. Je schrijft vervolgens dat het je eraan herinnert dat je net zo veel fellow author van hem bent als Cor Bakker fellow musician is van Johann Sebastian Bach. Vind je het leuk om jezelf zo op je plek te zetten?

‘Nee, ik meen dat ook echt. De enige overeenkomst tussen Talese en mij is dat we allebei woorden op papier zetten, verder houdt het wel op. Hij is echt de Champions League.’

En wat ben jij dan?

‘Rechterrijtje Eredivisie.’

Voel je ook weleens de behoefte om over de grote thema’s van deze tijd te schrijven? Over klimaatverandering, de democratie die onder druk staat, Gaza, Oekraïne?

‘Nee, omdat ik niet denk dat ik iets zou kunnen bijdragen wat ook maar enig gewicht in de schaal legt. Ik vind dat er al te veel mensen zijn die over Gaza praten, terwijl ze daar niets van afweten.’

Wil je als schrijver dan niet proberen om de tijdgeest te vangen?

‘Nee, helemaal niet. Ik wil niet de tijdgeest… ik wil gewoon een boek maken waar ik plezier in heb. En ik wil de mensen die mijn werk lezen, entertainen. Ik wil niks bewijzen, ik wil niks veranderen, ik wil niks aan de kaak stellen. Dat wil ik allemaal niet. Ik wil gewoon lekker een boek maken dat ik zelf zou willen lezen.’

Sla je dat soort zware onderwerpen over in de krant?

‘Ik lees dat wel, maar ik doseer het. Ik ben niet goed in kinderlijken. Ik weet hoe erg het is. Ik hoef het niet elke dag te zien, want het raakt me wel.’

Zo’n verhaal over Larry Walters vind ik heerlijk om te lezen. Maar het is ook vrij particulier, en ook nog eens veertig jaar geleden in de Verenigde Staten gebeurd.

‘Je hebt er verder niets aan. Maar dat geldt voor al mijn boeken. Ik bedoel: de levensgeschiedenis van Gijp, dat hebben honderdduizenden mensen gelezen, maar het verandert je leven niet. Je had het net zo goed niet kunnen lezen.

‘Maar soms hoor je toch dat mensen er dingen in zien. De oncoloog Casper van Eijck vertelde me dat Gijp op de afdeling het meest gelezen boek was. Dan zaten er tijdens de chemotherapie tien mensen te lezen, van wie er zeven bezig waren met Gijp. Ze haalden er relativering uit, humor, een soort ontsnapping.

‘Er was zelfs iemand die haar man had begraven en het boek in de had kist gelegd. Dat is iets heel grappigs en ontroerends tegelijk. Heel bijzonder, maar ook heel gek.’

Ik vond het interessant wat je zei in de Dick Voormekaar Podcast. Door alle oorlogen en Trump zijn lichtere zaken als voetbal juist extra belangrijk geworden.

‘Ja, dat is het zeker. Voetbal is een grote troost.’

Is dit boek uiteindelijk ook een beetje een trommel oude anekdotes bij gebrek aan beter? Wie wordt de volgende Van Nieuwkerk, Kieft, Gijp?

‘Nee, dit boek is niet geschreven uit gebrek aan beter. Dit is juist geboren uit het verlangen om iets anders te doen. Larry Walters, Philippa Schuyler, daar had ik ook nog nooit eerder over geschreven. En persoonlijkheden als Kieft of een Gijp, die zijn niet zomaar voorhanden.’

Scheulderman zei dat ze het best heftig vond dat jij met de uitgeverij de afspraak hebt om elk jaar een boek te leveren.

‘Zo zie ik dat niet. Er zijn ook best veel mensen die zich schrijver noemen maar alles doen behalve een boek schrijven. Dat wil ik niet. Ik heb een deadline nodig om aan de gang te blijven. Ik ben een van de weinige mensen in Nederland die fulltime boeken kan schrijven. Dan zou het bijna arrogant zijn om te zeggen: ik ga nu een jaar lang uit het raam staren.

‘Ik ben wat dat betreft net Larry Walters. Na die ene ballonvlucht moet er eigenlijk wel weer iets nieuws in mijn hoofd komen om de hele dag mee bezig te zijn.’

Cv Michel van Egmond

1968 op 26 maart geboren in Voorburg

1986-1993 Medewerker en sportredacteur Zoetermeersche Courant, Westlandsche Courant, Haagsche Courant.

1993-2002 Freelancesportjournalist.

2002-2006 Hoofdredacteur Feyenoord Media (krant, tv, internet).

2007-2008 Redacteur Holland Sport (VPRO).

2008-2015 Adjunct-hoofdredacteur Voetbal International, eindredacteur tv-programma’s VI Oranje en Voetbal International.

2012 Gijp (NS Publieksprijs).

2014 Kieft (NS Publieksprijs).

2015 Topshow (met Jan Hillenius).

2015 De Snor van József Kiprich.

2015-heden Hoofdredacteur Voetbal Inside Boeken (uitgever: Marieke Derksen).

2016 De wereld volgens Gijp (NS Publieksprijs).

2017 Deal (over voetbalagent Rob Jansen).

2018 Inside (met Jan Hillenius).

2020 Patty. De negen levens van Patty Brard (met Antoinnette Scheulderman).

2021 Derksen (met Antoinnette Scheulderman).

2022 Lourdes aan de Maas (over Feyenoord, met Martijn Krabbendam).

2025 Writer’s Block.

Van Egmond heeft twee dochters en woont in Rotterdam. Hij heeft een relatie met journalist Antoinnette Scheulderman.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next