Telegraaf-verslaggever Wierd Duk is uitgegroeid tot een prominente figuur in het publieke debat, waar hij radicale standpunten inneemt. Veelvuldig en met grote woorden geeft hij ‘ongehoorden’ een stem. Hoe gaat hij te werk en wat heeft hem gevormd?
‘Maar vóél je jezelf de messias?’ Presentator Wilfred Genee leunt achterover en kijkt geamuseerd naar tafelgast Wierd Duk. ‘Voel je dat je dit land op sleeptouw moet nemen, dat je het land moet redden?’
Het is een woensdagavond in september, de camera’s van SBS-talkshow Vandaag Inside draaien en Duk grinnikt een tikkeltje ongemakkelijk. Hij heeft zojuist een fragment gezien van de uitzending van de dag ervoor. Daarin betichtte René van der Gijp hem van ‘grootheidswaanzin’.
‘Nee’, antwoordt Duk, hij voelt zich niet de messias. ‘Dan zou ik wel de politiek in zijn gegaan.’ Even later: ‘Ik voel wel een bepaalde verantwoordelijkheid, omdat ik veel mensen spreek, en veel mensen me vertellen dat zij ook vinden wat ik zeg. En dat je dat geluid niet vaak in de media terughoort.’
Als Duk daarna vertelt over de permanente kritiek die hij al tien jaar krijgt als hij zijn rechtse meningen verkondigt, over de bedreigingen die bij hem binnenkomen en de aangifte die hij net weer heeft moeten doen, omdat iemand beweerde dat hij ‘een kogel door zijn pan’ moest krijgen, vraagt Genee hem naar zijn activiteit op X, het voormalige Twitter.
‘Je bent daar zo druk de hele tijd. Maar wat ben je aan het doen? Je hebt de afgelopen week alleen al 124 tweets geschreven en je retweet werkelijk alles wat voorbijkomt, alles waar een beetje polarisatie in zit.’
X is een hobby voor hem, antwoordt Duk. ‘Ik communiceer via Twitter met heel veel mensen, ik krijg veel tips. Het is een beetje mijn stamkroeg, zeg maar.’
‘Het is daar wel wat uitgesprokener dan op andere kanalen’, zegt Genee. ‘Jij schreef laatst iets over Sander Schimmelpenninck en dan maak je daar een heel verhaal van, en dan schrijven mensen óók daaronder dat Sander Schimmelpenninck maar moet worden omgelegd.’
‘Er komen zoveel reacties’, zegt Duk, ‘dat kan ik ook niet allemaal in de gaten houden. Maar ik zeg dat niet zelf. Het gaat erom wat ík zeg.’
De 65-jarige Wierd Duk is uitgegroeid tot een dominante stem in het publieke debat. Sinds begin dit jaar zat hij meer dan zestig keer als opiniemaker bij Nieuws van de dag, het actualiteitenprogramma op SBS 6, dat de laatste weken kijkcijfers haalt boven de half miljoen. Ook schuift hij elke woensdag aan bij Vandaag Inside, met gemiddeld ongeveer anderhalf miljoen kijkers de best bekeken talkshow van Nederland. Met zo’n groot publiek is het programma, waarin het veel over politiek gaat, een belangrijke factor in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen. En daarmee is Duk dat ook.
In De Telegraaf – de krant met het grootste bereik van Nederland – vult hij wekelijks een pagina, waarvoor hij vooral gelijkgestemden spreekt. Dat laatste geldt ook voor zijn eigen podcast Het land van Wierd Duk, die in augustus 35 duizend keer werd gedownload. En dan is hij dus ook actief op X, waar hij ruim 230 duizend volgers heeft. Zijn populairste berichten worden door honderdduizenden mensen gezien.
Via al die kanalen verspreidt Duk onvermoeibaar zijn politieke analyses en sombere visie op de wereld. Die luidt ongeveer zo: als we nu niet hard ingrijpen, dan verliezen we Nederland en onze nationale identiteit aan ‘woke’ links, ‘transgenderisme’, immigratie en islam. Soms waarschuwt hij voor een burgeroorlog.
Duk neemt radicale standpunten in en draagt bij aan de normalisatie ervan. Zo toont hij zich voorstander van een Nexit, wil hij heropvoedingskampen voor ontspoorde jongeren en probeert hij ‘remigratie’ op de agenda zetten, een begrip dat volgens de NCTV in extreemrechtse kringen geldt als eufemisme voor de grootschalige deportatie van immigranten. ‘Ik wil het hier best als eerste in de Nederlandse mainstreammedia ter sprake brengen’, zei Duk half september bij Nieuws van de dag over remigratie.
Ook staat Duk pal achter de staat Israël en noemt hij de Verenigde Naties ‘een activistenclub’. Lang zag hij Vladimir Poetin als brenger van stabiliteit in Rusland, een standpunt dat wijzigde met de invasie van Oekraïne. Mensen die de Russische betrokkenheid bij de ramp met de MH17 in twijfel trokken, gaf hij een podium. In 2018 werd hij geïnterviewd door Café Weltschmerz, een alternatief kanaal waar complotten niet worden geschuwd. ‘Het gevaar van Rusland wordt enorm overschat’, luidde de titel.
Wie is deze Wierd Duk? Hoe gaat hij te werk? En wat heeft hem gevormd? Om zulke vragen te beantwoorden, sprak de Volkskrant met mensen die hem kennen. Ook volgde de krant in augustus en september zijn publieke uitingen in De Telegraaf, in zijn podcast, op televisie en op X, waar hij in die twee maanden ruim 2.800 berichten deelde.
Zelf stond Duk niet open voor een gesprek, omdat hij vindt dat de Volkskrant ‘niet bepaald rechtschapen omgaat met mensen die zij als rechts beschouwen en die zij profileren’. Later laat hij weten dat de krant hem via columnist Sander Schimmelpenninck ‘zo vaak door het slijk heeft gehaald’, dat hij weinig animo voelt om mee te werken aan een volgende publicatie.
Schimmelpenninck was inderdaad niet mild. De afgelopen jaren noemde hij Duk onder meer een ‘eeuwige loopjongen van het fascisme’. Andersom schreef Duk ooit op X over Schimmelpenninck dat hij ‘een leugenaar, een lasteraar, een opruier, een hitser en een stalker’ was. In zijn podcast uitte Duk onlangs een zeer vergaande beschuldiging aan het adres van de columnist: ‘Eigenlijk lijkt hij erop te hopen dat ze in actie komen. Dat leidt ertoe dat mensen als ik gevaar lopen.’
Gerlof Leistra ontmoette Wierd Duk in 1978 op de kennismakingsdag van de studie geschiedenis in Groningen. Ze raakten aan de praat en al snel ontstond een hechte vriendschap die tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘We herkenden iets in elkaar’, zegt Leistra, tegenwoordig misdaadjournalist bij EW, het voormalige Elsevier, komen uit hetzelfde calvinistische milieu: ik ben de zoon van een leraar, hij van een dominee.’
Dat laatste is om twee redenen belangrijk. ‘Op de uitvaart van zijn vader hield hij een mooie afscheidsrede over de barmhartigheid die hij van huis uit had meegekregen. Voor mij is dat de essentie van Wierd: hij heeft oog voor ‘de hinkende mens’, zoals Hugo Camps het noemde. Alleen laat hij die kant nog maar weinig in het openbaar zien.’
En ja, zegt Leistra, daarmee komen we op een gevoelig punt. ‘Zijn vader was dominee, maar Wierd is een soort missionaris geworden. Tegenwoordig doet hij soms uitspraken waarvan ik denk: joh, hoe kun je dat nou zeggen?’
Philippe Remarque, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, was zowel in Moskou als Berlijn tegelijkertijd met Duk correspondent. Vooral in Duitsland hadden ze veel contact. ‘Wierd is altijd een avonturier en een pionier geweest’, zegt hij. ‘Dat zie je ook aan de manier waarop hij verslaggeving en opinie combineert. Hij heeft invloed, maar het is ook glad ijs.’
‘Ik vind zijn optredens altijd een beetje verwarrend’, zegt ideeënhistoricus en journalist Marijn Kruk, die het boek Opstand schreef over de populistische contrarevolutie in Europa. ‘Hij heeft een gulle lach, praat in talkshows net zo makkelijk mee over voetbal. Maar dan gaat de knop om en zit hij volledig in die cultuurpessimistische, soms duistere ideeënwereld.’
Migratiehistoricus Nadia Bouras, die tot een paar jaar geleden met hem bevriend was, houdt het korter: ‘Hij is een geradicaliseerde propagandist.’
Wat maakt Wierd Duk zo omstreden? Allereerst grijpt hij snel naar grote woorden, zelfs als de feiten die niet ondersteunen. Na een vechtpartij op een vakantiepark, waarbij ook Israëli’s betrokken waren, schreef hij deze zomer op X: ‘Pogrom – maar blijf vooral ontkennen.’ Hij bereikte er tachtigduizend mensen mee. Later stelde de politie dat het een ruzie betrof tijdens een potje paintball. Er werd een 15-jarige jongen opgepakt. Duk corrigeerde zijn bericht niet.
Over de motie waarin GroenLinks-PvdA voorstelde geen onderdelen voor verdedigingssystemen meer te leveren aan Israël, zei hij in juni in een podcast: ‘Ze zijn bezig met waar heel veel mensen in de jaren dertig en veertig ook mee bezig waren: met de wens het Joodse volk te vernietigen.’
‘GroenLinks is bij uitstek de ballenbak’, zo zei hij in zijn eigen podcast, ‘van totaal totalitaire, niet tolerante, linkse maoïsten.’ Ook beweerde hij zonder bewijs dat een deel van ‘die radicale types’ binnen de partij ‘op het moment dat dat mogelijk is’ geweld niet zal schuwen.
Wat ook opvalt: dat Duk in zijn duiding aanschurkt tegen complottheorieën. Meerdere keren sprak hij de afgelopen maanden over cultuurmarxisme, de theorie die beweert dat links vanaf de jaren zestig doelbewust ‘een mars door de instituties’ zou hebben ondernomen, waarbij de ambtenarij, de rechterlijke macht en de media van binnenuit werden overgenomen. Bewijzen voor zo’n doelgerichte linkse overname van de instituties bestaan niet.
‘Overal zitten die mensen’, zei Duk desalniettemin op 11 september in zijn podcast, ‘en ze zijn bezig de samenleving zoals wij die hadden ingericht te ondermijnen. En uiteindelijk willen ze de vernietiging ervan. Dat is de uitkomst. En dan hebben ze ook nog als hulpmiddel de radicale islam, die ook uit is op de vernietiging van onze samenleving.’
Ook staat hij geregeld vooraan bij digitale relletjes, en niet zelden is hij de veroorzaker. Met een verontwaardigd bericht op X joeg hij in juni de ophef aan rondom het afgezegde optreden van Douwe Bob bij een Joods voetbaltoernooi. Zijn bericht – inmiddels anderhalf miljoen keer bekeken – werd verder verspreid door onder meer VVD-leider Dilan Yesilgöz (‘Zó gewoon is Jodenhaat geworden. Pure haat in het volle zicht.’), die daardoor later in politieke problemen zou komen. Ook BBB-leider Caroline van der Plas herplaatste het bericht van Duk.
En dan beschikt hij nog over zijn ‘trollenleger’, een groep veelal anonieme volgers die mensen ongevraagd besmeuren zodra Duk hen op de korrel neemt. Hij heeft naar eigen zeggen geen controle over zijn volgers, maar dat neemt niet weg dat zij ‘een tsunami aan haatreacties’ kunnen uitstorten over een slachtoffer, zoals columnist Emine Uğur het verwoordt. Vrij snel nadat Duk haar op de korrel had genomen, ontving ze een bericht van iemand die de naam van haar zoon kende en wist waar hij op school zat, zegt ze. ‘Heel beangstigend.’
Ook deze krant kreeg met zijn aanhang te maken, toen Duk deze week op X meldde dat zowel de Volkskrant als NRC werken aan een profiel van hem. ‘Wat een wereld jongens, waarin media op jacht gaan naar een journalist van een ander medium’, schreef hij in een bericht dat ruim tweehonderdduizend mensen onder ogen kregen, zonder de inhoud van het stuk te kennen.
Duk was verbolgen dat de Volkskrant enkele collega’s van hem had benaderd om – eventueel anoniem – vragen te beantwoorden over de positie van Duk bij De Telegraaf. Zijn volgers concludeerden – nog voor er een letter was gepubliceerd – dat er sprake was van ‘een smerige heksenjacht’. De radicaal-rechtse website De Dagelijkse Standaard sprak bij voorbaat van een ‘lastercampagne’ en ‘karaktermoord’.
Wie hem druk berichten ziet reposten op X of losjes in podcasts hoort filosoferen over de ondergang van Nederland, beseft misschien niet dat Duk ooit een klassieke journalist was. Een gevierd journalist ook, die als Rusland-correspondent in 1999 de Anne Vondelingprijs won voor zijn Elsevier-reportages in Tsjetsjenië.
Duk bleek soms ook een betrokken verslaggever. In 1999 en 2000 publiceerde hij reportages in Het Parool over Joesoep, een Tsjetsjeense puber die bij een bombardement niet alleen zijn vrienden verloor, maar ook zijn benen. Buitenlandredacteur Cecilia Tabak ging met de pet rond op de redactie, nadat Duk met andere journalisten een actie was begonnen om Joesoep kunstbenen te geven. ‘Hij had ook een zachte, barmhartige kant’, zegt Tabak, die inmiddels bij de Volkskrant werkt. ‘Die kant zie ik niet terug als hij zich nu in het debat roert.’
Zijn journalistieke carrière begon in het midden van de jaren tachtig, toen hij stukken over popmuziek en kunst schreef voor het Nieuwsblad van het Noorden. Voor die tijd stond zijn naam ook al in het dagblad, maar dan als bassist van verschillende bands. In 1984 voegde hij zich bij The Visitor, de Friese newwaveband die ook landelijk een cultstatus verwierf. ‘Wierd Duk heeft veel power, swingt ongenadig’, tekende de Groningse krant op.
De soms psychedelische, zwaarmoedige muziek noopte een interviewer tot de vraag hoeveel er werd geblowd door de band. ‘We roken wel wiet als we oefenen en optreden’, antwoordde zanger Ernst Langhout. ‘Maar we drinken ook heel veel koffie en daar hoor je nooit iemand over.’ Bassist Duk was de uitzondering. ‘Wierd rookt bijna niet – ja, een jointje bij de koffie voordat we beginnen.’
The Visitor baarde opzien door als een van de eerste westerse bands op te treden in Leningrad, het huidige Sint-Petersburg. ‘Russen gaan uit hun bol van Friese undergroundband’, kopte Het Parool in 1987. De contacten waren een paar maanden eerder opgedaan door Duk, die op de golven van de glasnost voor het Nieuwsblad van het Noorden naar de Sovjet-Unie was gereisd om verslag te doen van het ontluikende, vrije culturele leven.
De 27-jarige journalist was duidelijk onder de indruk van alles wat hij meemaakte. Hij belandde in het atelier van de bekende (vrouwelijke) magnetiseur Dzhuna Davitashvili en zag hoe knappe Russische vrouwen in hotelbars met westerse zakenlui aanpapten. In de nachttrein dronk het reisgezelschap met het treinpersoneel. ‘We slapen alweer niet’, merkte hij op.
In de jaren daarop trok hij vaker naar de Sovjet-Unie, en een van die reizen werd geleid door Remarque, destijds student Ruslandkunde. ‘Ik herinner me dat ik hem nogal opschepperig vond. Dan pochte hij dat hij de weduwe van de kunstenaar Tatlin had gesproken. Wat een mannetje is dat zeg, dacht ik.’ Later ging Remarque hem om die reden ook waarderen. ‘Hij is een lefgozer.’
In 1992 stouwde Duk een knalrode Lada vol met dozen en reed naar Moskou, om daar correspondent te worden. In zijn eigen krant werd hij met een interview uitgezwaaid. ‘Wat me in Rusland trekt is de afwezigheid van ironie en de aanwezigheid van sentiment’, verklaarde hij. ‘Een door en door postmoderne, ironische generatie zoals de onze wordt daar flink op haar tekortkomingen gewezen.’
Over de rol van journalist zei hij: ‘Je moet niet tot een bepaalde clan willen horen. Je moet uit een raar soort recalcitrantie steeds een ander licht op de zaak proberen te werpen. Of het nou een methode of een karaktertrek is: ik wantrouw per definitie de gangbare mening.’
Hoe gaat Wierd Duk te werk? Dat toont zijn optreden na de dood van de radicaal-rechtse en ultraconservatieve influencer Charlie Kirk. In die casus wordt onder meer zichtbaar hoe snel Duk grote conclusies trekt en hoe hij extreem gedrag van mensen aan de flanken gebruikt om een hele groep zwart te maken.
Kirk werd op 10 september 2025 neergeschoten tijdens een debat op een Amerikaanse campus. Al na een half uur deelde Duk een filmpje van de moordaanslag. Hoewel er nog niets over de dader bekend was, begon hij al snel berichten te delen van mensen die naar links wezen. ‘De aanval op Charlie Kirk laat opnieuw zien dat links niet openstaat voor een democratie die niet hun kant kiest’, schreef ene A3 bijvoorbeeld. Duk schreef erbij: ‘Dit klopt en het is walgelijk. Het aantal mensen dat ideologische tegenstanders het liefst dood zou willen – ook mij – is schokkend. Dát is de werkelijke bedreiging van de rechtsstaat.’
Vervolgens richtte hij zijn pijlen op mensen die de aanslag op Kirk vierden. Hij deelde een filmpje waarin een 24-jarige progressieve vrouw met piercings en kort haar zegt: ‘I do cheer when bad things happen to bad people.’ Het commentaar van Duk: ‘Dit tuig loopt ook in ons land rond.’
Niet veel later vond hij inderdaad een Nederlands voorbeeld: ‘Ik ga niet schijnheilig lopen huilen als Hitler nu doodgeschoten zou worden’, had een vrouw geschreven. ‘Dat betekent niet dat ik daarom voor zijn moord zou zijn.’ Duk noteerde: ‘De meedogenloosheid van deze mensen is zo schokkend.’
De volgende ochtend noemde Duk de moord op Kirk ‘een ijkpunt in een cultuuroorlog’ en deed hij een oproep voor zijn podcast: ‘Stuur mij voorbeelden van die haat-comments (ik heb er inmiddels een heel aantal) en vertel wat Kirk voor jullie betekende. Dank!’
Toen de podcast die middag online kwam, gebruikte Duk opnieuw grote woorden: ‘Er woedt een oorlog tegen onze vrije samenleving en het is tijd dat conservatieven gaan beseffen dat zij doelwit zijn. Als linkse activisten juichen om een politieke moord – de ultieme degeneratie – liggen anarchie en geweld op de loer.’ In de podcast zelf sprak Duk over ‘paarsharige, getatoeëerde, gepiercete linkse activisten’.
Bij Vandaag Inside, dat die avond ruim anderhalf miljoen kijkers trok, sprak hij alleen nog over juichende reacties ‘uit het linkse kamp’. Dat veel mensen aan de linkerzijde van het spectrum, onder wie politici als Barack Obama, Frans Timmermans (GroenLinks-PvdA) en Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren), de moord al lang en breed veroordeeld hadden, vertelde hij nergens.
Het was niet voor het eerst en niet voor het laatst dat Duk zaken opblies om zijn punt te maken. Zo plaatste hij op de dag van de Rodelijndemonstratie in oktober, toen 250 duizend mensen zich op vreedzame wijze uitspraken tegen de oorlog in Gaza, een citaat op X dat een Telegraaf-verslaggever had opgetekend uit de mond van een bezoeker: ‘Tactisch was het niet slim wat op 7 oktober is gebeurd, maar het is hun goed recht. Het Nederlandse verzet had toch ook het recht om geweld te gebruiken?’ Duk bestempelde de hele demonstratie vervolgens als ‘Hamas-demo’.
Ook herplaatste hij een foto waarop één demonstrant te zien was met een pamflet: ‘May every day be October 7’. Toen hij erop werd gewezen dat het een oude foto betrof van een demonstratie in Duitsland, verwijderde Duk zijn repost, maar zette zijn fout verder niet recht.
Wel repostte hij een foto geplaatst door een zekere Jan Ooms, met daarop de prominente GroenLinks-PvdA’ers Esmah Lahlah en Marjolein Moorman, lachend tijdens de demonstratie in Amsterdam. ‘Lachen om de doden van 7 oktober’, had Ooms erbij gezet. Duk voelde kennelijk de behoefte die boodschap aan een groter publiek te helpen.
Dit alles staat in schril contrast tot zijn analyse van de rellen op 20 september in Den Haag. Hoewel aanwezigen daar ‘Sieg heil’ riepen, zwaaiden met de Prinsenvlaggen waarmee ooit NSB’ers wapperden en de ruiten van het partijkantoor van D66 ingooiden, vroeg Duk zich bij Nieuws van de dag af ‘of je dit als een extreemrechtse manifestatie moet gaan zien, zoals Timmermans en Jetten doen, of dat je moet zeggen: dit was een demonstratie van die Els en van bezorgde burgers, en er was nog een ander deel dat gewelddadig bleek te zijn.’
Duk noemde de relschoppers op X ‘nihilistische vandalen’. Zij hadden ‘de boel bewust verstierd en zodoende rechts-activistisch Nederland een hele slechte dag bezorgd’.
Dol op linkse en progressieve mensen lijkt Duk nooit te zijn geweest. Als jonge columnist voor het Nieuwsblad van het Noorden schreef hij al smalende stukjes over ‘de al wat grijzende mannen met slobbertrui, de vrouwen nog altijd in vale tuinbroeken’.
Remarque zag hem veel toen ze allebei correspondent in Berlijn waren. ‘Voor mij was hij een interessante gesprekspartner’, zegt hij. ‘Wierd was analytisch, bevlogen en ook emotioneel betrokken bij de onderwerpen waarover hij verslag deed. Maar een heel duidelijke politieke signatuur had hij nog niet.’
Toch waren die woelige eerste jaren van het nieuwe millennium vormend voor Duk, denkt Remarque. Vanwege de terroristische aanslagen van 11 september en de oorlogen die daarop volgden. ‘Hij wond zich ontzettend op over de weigerachtige houding van Duitsland bij de invasie van Irak. Vooral de morele verhevenheid stoorde hem. Mij ook wel, maar hij was feller. In die periode zag je de scheiding der geesten in de politiek en journalistiek: mensen die vonden dat het nu oorlog was en we onze beschaving moesten verdedigen, en mensen die vonden dat dit gewoon terroristen waren die je moest isoleren.’
In een opiniestuk dat hij in 2002 na de moord op Pim Fortuyn schreef, gepubliceerd op de website van Theo van Gogh, beweerde Duk dat de media hun werk slecht deden, omdat ze geen verband legden tussen extreemlinks en Volkert van der G., de moordenaar van de LPF-politicus. Dat zou komen door ‘de terreur van politieke correctheid’ bij de overwegend linkse journalisten. ‘Zemelende dominees die mij vertellen wie goed, fout, gevaarlijk of juist zo verschrikkelijk fatsoenlijk is.’
Duk keerde in 2006 vanuit Berlijn terug naar Nederland, waar hij eerst als politiek redacteur bij de Geassocieerde Pers Diensten werkte en later als verslaggever binnenland bij Elsevier. Vanaf 2013 kwam hij weer veel in Berlijn, om van daaruit voor verschillende opdrachtgevers te gaan schrijven. Hij sloot zich ook aan bij een platform waar mensen zich konden abonneren op verhalen van individuele journalisten. Tegen journalistenvakblad Villamedia zei hij dat hij zich ging ‘profileren als merk’.
Het Algemeen Dagblad stelde hem in 2016 aan als ‘reizend politiek commentator’. In die hoedanigheid maakte hij interviews met koppen als ‘Achter islamisering zit een plan’, ‘Er is een cultuurstrijd gaande’ en ‘Links maakt alles wat enigszins conservatief is belachelijk’.
Ondertussen ontpopte hij zich ook op Twitter als invloedrijke stem. De afgelopen vijftien jaar plaatste hij ongeveer 210 duizend berichten, wat neerkomt op een gemiddelde van zo’n veertig berichten per dag.
Zijn voormalige echtgenote Fidan Ekiz vond dat hij daar te veel tijd aan besteedde. ‘Soms verweet ik hem dat hij meer tijd en energie stak in het uitvechten van discussies op sociale media dan in ons’, zei ze in 2017 in een interview in de Volkskrant. ‘Het leek me ook ongezond voor hem. Maar hij zag dat als ‘geen steun’. We groeiden uit elkaar.’
Bij het AD ergerden enkele collega’s zich aan de reizende commentator, die in zijn stukken geregeld zijn mening liet doorschemeren. Ook de hoofdredactie vond dit problematisch. ‘Het schuurde’, zegt toenmalig hoofdredacteur Hans Nijenhuis. ‘Wij wilden bij het AD superneutraal zijn en besloten zijn stukken voortaan op de opiniepagina te zetten. Op dat moment kreeg hij een aanbod van De Telegraaf. We zijn niet met ruzie uit elkaar gegaan.’
Na zijn overstap in 2017 bleef Duk door het land reizen, op zoek naar ‘de stille meerderheid’, zoals hij het graag noemt, de burgers die elders niet aan het woord komen. In deze periode ontwikkelde hij zich ook tot een opiniemaker met een uitgesproken profiel, onder meer doordat hij bij De Telegraaf in 2018 een eigen podcast kreeg, waarvan inmiddels bijna vierhonderd afleveringen zijn verschenen.
Sinds begin dit jaar schuift Duk meerdere keren per week aan bij Nieuws van de dag, een samenwerking tussen SBS 6 en De Telegraaf. Hij drukt als vaste opiniemaker een stevige stempel op het programma, waar presentatoren Art Rooijakkers en Malou Petter, die met veel tamtam waren binnengehaald, na een halfjaar weer vertrokken. ‘Het programma matcht niet met mijn journalistieke waarden’, schreef Petter op Instagram. Rooijakkers vond dat er te veel nadruk op opinie was komen te liggen.
Op televisie praat Duk veel over politiek, maar hij spreekt daarbij geen duidelijke voorkeur uit voor een van de politieke partijen. Wel is duidelijk dat hij met denkbeelden over onder meer de strijd tussen volk en elite aanschurkt tegen populistische partijen als PVV, BBB, JA21 en Forum voor Democratie. Op linkse politici is hij vrijwel altijd uitermate kritisch. Toen een gast in zijn podcast Frans Timmermans complimenteerde, noemde Duk dit ‘vloeken in de kerk’.
Marijn Kruk, auteur van het boek Opstand, heeft het denken van Duk door de jaren heen zien veranderen. ‘Als verslaggever was hij erg gericht op PVV-stemmers. Deze ‘ongehoorden’ wilde hij aan het woord laten. Gaandeweg is hij zich gaan identificeren met hun ideeën en die zelf gaan propageren.’
Volgens Kruk heeft hij de laatste jaren nog een ideologische sprong gemaakt. ‘In podcasts hoor ik hem nu consequent het illiberale wereldbeeld uitdragen: een mythische gemeenschap die van binnen en van buiten wordt bedreigd. Door een linkse, decadente elite aan de ene kant, en asielzoekers, moslims en immigranten aan de andere kant. Dit verhaal dient hij in hapklare brokken op aan het grote publiek, en daarmee is hij een cruciale schakel tussen de kleine ideeënwereld en de massa.’
De islam is in de onheilsprofetieën van Duk inderdaad nooit ver weg. Eind jaren negentig kwam hij als correspondent in Tsjetsjenië in aanraking met de politieke islam. Hij zag hoe de gematigde moslimbevolking slachtoffer werd van de strijd tussen de Russen en de radicaal-islamitische krijgsheren die vanuit het Midden-Oosten hun ideologie importeerden.
‘Deze ervaring heeft me er alert op gemaakt dat hetzelfde in Europa en in Nederland zou kunnen gebeuren als we niet oppassen’, zei hij daarover in 2017 tegen het Nederlands Dagblad. ‘Er zijn mensen die het overdreven vinden wanneer ik waarschuw voor de radicale islam. Ik vind hen naïef.’
Zijn dochter, over wie Duk in 2013 columns schreef, bezocht in Berlijn een multicultureel gymnasium, waar ze een diverse vriendinnengroep had. Door de moslima’s werd ze kritisch beoordeeld, noteerde hij. Ze zou te bloot gekleed zijn, te brutaal. Toen ze een vriendje had, riep een vriendin: ‘Weet je niet dat dat haram is?’
Via zijn dochter kwamen ook de aanslagen van moslimterroristen dichtbij. In de zomer van 2016 raakte een goede vriendin van haar zwaargewond toen een vrachtwagen over de Promenade des Anglais in Nice raasde, schreef Duk in het AD. Bij de aanslag op een Berlijnse kerstmarkt, een paar maanden later, waren ook vriendinnen van zijn dochter in de buurt. ‘In een geglobaliseerde wereld is er altijd de mogelijkheid dat de terreur ook jou opzoekt’, schreef Duk. ‘Dat is de realiteit waarin mijn dochter, en zoveel andere kinderen, volwassen worden.’
Nog altijd maakt Duk zich grote zorgen over de politieke islam. Alleen schaart hij daar inmiddels veel meer moslims en mensen met een migratieachtergrond onder. Geregeld spiegelt hij zijn volgers voor dat moslims die goed meedraaien er stiekem op uit zouden zijn om de Nederlandse samenleving te ondermijnen. ‘Deze mensen zijn infiltranten, de 5e colonne, doen zich voor als democraten maar zijn wolven in schaapskleren’, schreef hij bijvoorbeeld op X over een D66-raadslid van Turkse afkomst.
Vooral in de nasleep van de Maccabi-rellen herhaalde Duk deze verdachtmaking geregeld. Zo zei hij in Vandaag Inside: ‘Het antisemitisme en de haat tegen het Westen zit juist ook bij de goed geïntegreerde moslims, die hoogopgeleid zijn. Die functies hebben, die columns hebben, die bij universiteiten werken.’
‘Op wie doel jij dan?’, vroeg een van de andere gasten in het programma.
‘Iemand van de Universiteit Leiden bijvoorbeeld’, antwoordde Duk. ‘Nadia Bouras, die is docent daar.’
Migratiehistoricus Bouras, die niet naar de uitzending keek, kreeg talloze berichten van bekenden. ‘Het was ingrijpend’, zegt ze. ‘Hij trok mijn integriteit in twijfel, noemde mijn naam en werkgever in een kwalijk racistisch complot.’ Een paar dagen later liep ze door Amsterdam-Osdorp, waar haar moeder woont. ‘Mensen kwamen naar me toe en zeiden: ‘Als ze jou al pakken, wat vinden ze dan van ons?’
‘Het erge’, vervolgt Bouras, ‘is dat hij wéét dat het niet waar is. We waren vrienden. Hij was op mijn promotie, kent mijn zussen. We hebben avonden in het café gehangen en gepraat over persoonlijke dingen.’
Duk interviewde haar in 2010 voor Elsevier als integratiedeskundige, daarna bleven ze contact houden. Naarmate Duk prominenter werd op Twitter, kwam er meer frictie. ‘We spaarden elkaar niet’, zegt Bouras over hun interactie op het platform. De vriendschap ging uiteindelijk voorbij.
Toch was het een schok dat hij haar voor de bus gooide in de best bekeken talkshow van Nederland. ‘Hij offerde mij om zichzelf groter te maken’, zegt Bouras. ‘Hij reikte een nieuw perspectief aan: als heel Nederland praat over onopgeleide, niet-geïntegreerde Marokkanen, zegt hij dat ook hoogopgeleide Marokkanen het probleem zijn.’
We moeten alert zijn op de radicale islam, benadrukt Bouras. ‘Maar bij hem staat er achter elke boom een boze moslim.’ Ze zegt ook: ‘Op Twitter heeft hij een veel te groot platform gekregen. Hij doet nog altijd alsof hij een achterhoedegevecht voert, terwijl hij de macht ís.’
De ontwikkeling die Duk de afgelopen tien jaar doormaakte, toont ook hoe het medialandschap en het publieke debat zijn veranderd. De algoritmen van sociale media, waar in het gevecht om aandacht emotie en polarisatie de boventoon voeren, hebben ook hun stempel gedrukt op de journalistiek.
Duk is, zou je kunnen zeggen, succesvol met die algoritmen meegebogen. ‘Daar heb ik toch ook wel enige bewondering voor’, zegt Remarque. ‘Tegelijkertijd is het de dood in de pot voor de onafhankelijke journalistiek. Verslaggevers moeten gewoon waarnemen en niet alles in een ideologisch licht zien.’
In zijn denken werd Duk door de jaren heen radicaler. En tegelijk werd hij een prominentere publieke figuur. Waar hij eerst vooral zijn fans op X bediende, komt hij nu meerdere keren per week via SBS 6 in honderdduizenden huiskamers binnen.
‘De afgelopen jaren ging het veel over post-truth en informatiebubbels op sociale media’, zegt Marijn Kruk. ‘Maar ik denk dat we te weinig oog hebben voor iets klassieks als propaganda. Lang hebben we het populisme beschouwd als een beweging van onderop: legitieme boosheid van ‘het volk’ tegen het falen van de politiek. Mijn stelling is dat die onvrede van bovenaf wordt opgejut en politiek vormgegeven. Radicaal-rechtse, conservatieve activisten als Duk spelen daarin een belangrijke rol.’
De vraag die resteert is of Duk zijn inktzwarte ideeën over de stand van het land en de wereld daadwerkelijk gelooft. ‘Natuurlijk’, zegt Kruk. ‘Deze beweging wordt vaak weggezet als opportunistische bangmakerij. Dat is echt een onderschatting. Mensen als Duk zien dit als een heel serieuze, politiek-ideologische strijd. Ze maken zich echt zorgen. Duk is een soort one-man gang. Hij is hier dag en nacht mee bezig en springt op elk podium dat hij kan krijgen.’
‘Ik vind wel dat hij verhard is’, zegt Gerlof Leistra, een van zijn beste vrienden. ‘En dat begrijp ik ook wel, als je elke dag wordt aangevallen. Daarin speelt hij zelf ook een rol, hij provoceert ook.’
Voor zijn bekendheid betaalt Duk wel een prijs, ziet Leistra. ‘Ik weet niet of hij nog heel ontspannen naar de kroeg kan. Hij krijgt op onverwachte momenten mensen voor zich die witheet zijn over zijn uitspraken of hem juist op het schild hijsen. Soms denk ik: kan hij daardoor de wereld nog wel ervaren zoals die is?’
Met medewerking van Pieter Sabel en Erik Verwiel.
Wierd Duk was niet bereid met de Volkskrant in gesprek te gaan. Toen de krant hem deze week per e-mail een aantal vragen stuurde, besloot hij die vragen te behandelen in zijn eigen podcast.
Over het gebruik van het woord ‘pogrom’ bij een vechtpartij op een vakantiepark zei hij: ‘Alles wees erop dat er sprake was van een antisemitisch incident. En dan doet het er helemaal niet toe of dit een pogrom was. Het ging erom dat dit een incident was waarbij een van de Israëli’s zwaar letsel opliep. Een gebroken oogkas of zo.’
Twee vragen van de krant kwamen niet in zijn podcast aan bod. De eerste ging over zijn vingerwijzing naar links, direct na de dood van Charlie Kirk, toen nog geen feiten bekend waren over de dader. De tweede over de foto met het pamflet ‘May every day be October 7’, die niet afkomstig bleek van de Rode Lijn-demonstratie.
Videofragmenten: Vandaag Inside (Talpa Network), Nieuws van de dag (Talpa Network) en Het land van Wierd Duk (Mediahuis De Telegraaf).
Luister hieronder naar onze politieke podcast ‘De kamer van Klok’. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant