Er is kritiek op verkiezingsplannen om de zorg te versoberen: die zijn onrealistisch volgens gezondheidseconomen. Hoe moet het wel?
Het was dé grote verrassing van de doorrekening vorige week: de forse versoberingen in de zorg die veel politieke partijen blijken te willen doorvoeren.
De groslijst: het eigen risico omhoog (vier partijen). Minder geld naar ouderen in verpleeghuizen (zeven partijen). Het basispakket bevriezen zodat nieuwe behandelingen en medicijnen niet meer automatisch worden vergoed (zeven partijen). Meer eigen betalingen (zes partijen).
Alleen GroenLinks-PvdA kiest er niet voor om een rem te zetten op de groei van de zorguitgaven. De andere negen partijen die hun plannen bij het Centraal Planbureau indienden, doen dat wel, in meer of mindere mate. VVD en JA21 besparen het meeste geld. BBB en NSC het minst. D66, ChristenUnie, CDA, SGP en Volt zitten daar tussenin.
Nu is die keuze voor versobering op zichzelf niet raar. Je kan een boekenplank vullen met doorwrochte rapporten over de zorg die unisono adviseren: nietsdoen is geen optie. Door de vergrijzing zit de zorg de komende decennia met een steeds groter wordend probleem. Financieel: zonder ingrijpen stijgen de collectieve zorguitgaven tussen 2025 en 2060 van 11 naar 16 procent van het bbp, berekende het CPB.
Maar vooral personeel is een probleem: er zijn straks niet genoeg mensen om alle ouderen te verzorgen. Als we op dezelfde voet doorgaan zou in 2060 een op de drie werkende mensen in de zorg aan de slag moeten, berekende de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dat kan natuurlijk niet.
Het is dus heel goed dat politieke partijen nu kleur bekennen over hóe ze willen besparen op de zorg. Dan kunnen we er eindelijk een goede maatschappelijke discussie over voeren: hoe gaan we dit probleem in hemelsnaam op een menselijke manier oplossen?
Maar wat niet goed is, zijn de ingrepen waarvoor politieke partijen nu kiezen, zeggen diverse gezondheidseconomen. De twee ingrijpendste versoberingen zijn namelijk volstrekt onrealistisch. Het gaat om het bevriezen van het basispakket van de zorgverzekering en om een methode die verpleeghuizen dwingt efficiënter te werken (in jargon ‘benchmarking’).
Het is ondenkbaar dat er de komende decennia geen enkel nieuw medicijn of behandeling in het basispakket zou komen. „Artsen gaan in 2040 niet werken volgens de medische inzichten van 2025”, zegt gezondheidseconoom Xander Koolman. En het benchmarken van verpleeghuizen is al uitgebreid onderzocht, zegt Koolman, en afgeserveerd. Het idee is dat je objectieve kwaliteitsnormen opstelt en kijkt welk verpleeghuis goede ouderenzorg levert tegen de laagste kosten. Om daar vervolgens alle verpleeghuizen op af te rekenen. „Dat is onuitvoerbaar.”
Hoe moet het dan wel? In de ziekenhuiszorg is een oplossing lastig. De zorg heeft in de rijksbegroting een speciale positie. Vrijwel automatisch wordt een nieuwe behandeling vergoed, soms zelfs zonder dat wetenschappelijk is aangetoond dat het gezondheidswinst oplevert. „Als we dezelfde methode zouden toepassen op het onderwijs, zouden we klassen niet groter maken dan twintig kinderen in groep 1 tot en met 4. Het is aangetoond dat kinderen dan veel meer leren. Maar bij het onderwijs zeggen politici: nee, daar hebben we geen geld voor. Bij de zorg is dat politieke besluit er niet.”
Koolman snapt dus dat politieke partijen én het CPB het automatisme in de zorguitgaven willen aanpassen. „Maar niet op deze kansloze manier.” Hoe dan wel is complex, zegt Koolman. Want verbetering hou je niet zomaar tegen. Je moet op zoek naar behandelingen die overbodig en niet effectief zijn en die dan uitsluiten van het basispakket.
In de ouderenzorg is duidelijker hoe het wel zou kunnen. Daar ligt ook het grootste probleem. Er komen veel meer ouderen die hulp behoeven. De professionele zorg zal daarvoor simpelweg niet genoeg personeel hebben, dus zijn er vrijwilligers nodig. „De opdracht is om vitale gepensioneerden te verleiden vrijwilliger te worden.”
Die kunnen prima zorgtaken overnemen, omdat sociale ondersteuning van ouderen meer dan in andere landen door zorgverleners wordt gedaan. Nederland geeft relatief veel geld uit aan de langdurige zorg. „Dit gaat niet alleen over zware zorg, maar ook om een kopje koffie drinken en checken of er geen bedorven voedsel in de koelkast staat, buurtmaaltijden maken.”
Verleiden kan met behulp van kleine belastingvoordelen, door kosten te vergoeden en door wederdiensten onder ouderen te organiseren, zegt Koolman. Ik doe de tuin bij jou, doe jij de belastingaangifte bij mij.
Koolman heeft net een stapel wetenschappelijke studies doorgeploegd naar initiatieven in het buitenland. En hij heeft zelden zoveel positieve resultaten gezien. „Daar lukt het om een deel van de professionele zorg over te dragen aan vrijwilligers. Dat het geld bespaart is ook duidelijk. Alleen: het onderzoek is vooral gedaan door sociologen. Die maken geen kosten-batenanalyse. En dus kan het CPB er geen besparing aan hangen.”
Koolman is ervan overtuigd dat als we dit niet voor elkaar krijgen, we de emancipatie van vrouwen deels terugdraaien. „Dan valt de zorg voor ouderen straks terug op familieleden die zich het meest verantwoordelijk voelen. Vaak is dat een vrouw. Of het nou een dochter, een nicht of een schoondochter is. Dat zie je ook in andere landen. Dan zijn de maatschappelijke kosten fors, want vrouwen hebben tegenwoordig goede banen en kunnen dan minder werken.”
Het laat zien welke enorme verandering nodig is om de vergrijzing op te vangen. Die verandering vereist een andere manier van denken: niet naar de overheid kijken, maar naar elkaar.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC