Handelsoorlog
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Verrassing: op het eerste gezicht lijkt het dit jaar allemaal best mee te vallen met de wereldeconomie. Toen de Amerikaanse president Trump in april vriend en vijand schokte door op een zelf uitgeroepen ‘bevrijdingsdag’ een draconische verhoging van de invoertarieven aan te kondigen, hield de rest van de wereld zijn hart vast. Hoge inflatie, door duurdere import, zou om zich heen grijpen. En de welvaartsgroei zou een behoorlijke knauw krijgen.
Zo ver is het niet gekomen, of in ieder geval: nog niet. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verhoogde deze week zijn prognoses voor de wereldwijde economische groei zelfs iets: van 2,8 procent dit jaar naar 3 procent. Maar onder het oppervlak schuilt wel degelijk een groot risico. Dat geldt allereerst voor de wereldhandel zelf. De Amerikaanse invoertarieven staan op dit moment gemiddeld op een procent of 16. Dat is fors lager dan de veel hogere aankondigingen van april. Maar er is hier ook sprake van gewenning. Voordat Trump zijn handelsoffensief ontketende stonden de Amerikaanse tarieven, volgens verschillende calculaties, gemiddeld onder de 4 procent. Dat er geen vertienvoudiging is gekomen, betekent niet dat bij de huidige verviervoudiging opgelucht adem kan worden gehaald.
Dat het effect tot nu toe lijkt mee te vallen, heeft verschillende oorzaken. Als eerste is er de reactie van het betrokken bedrijfsleven. Amerikaanse importeurs hebben van tevoren veel ingeslagen, zodat zij lange tijd nog tegen de oude lage prijzen aan hun klanten konden leveren. Vaak hebben ze ook winst ingeleverd om de hogere invoerprijzen niet helemaal door te hoeven voeren. En exporteurs naar de VS hebben soms hun prijzen verlaagd, om niet te duur te worden in de VS en zo daar geen marktaandeel te verliezen.
Al deze maatregelen zijn niet duurzaam vol te houden. Eens is de voorraad op, worden aandeelhouders ontevreden over de gedaalde winstmarges – zowel in de VS als in de naar dat land exporterende handelspartners. Die tijdsdruk geldt ook voor de reactie van Amerika’s handelspartners. De EU heeft vrijwel niet teruggeslagen, en kampt nu met Amerikaanse heffingen van zo’n 15 procent.
Daarmee is een escalatie voorkomen – die overigens ook ten koste zou zijn gegaan van Europese bedrijven en consumenten. Maar intussen is er wel iets stuk gegaan tussen de EU en de VS. Het vertrouwen dat Washington zich houdt aan de nu gemaakte afspraken is broos. Een oplopend conflict over de invloed en het gedrag van Amerikaanse tech-bedrijven in Europa kan zomaar leiden tot hernieuwde handelssancties door Washington, en hogere invoerheffingen. Daar maakt niemand in Brussel zich illusies over.
Daar komt bij dat de grote opkomende economische wereldmacht China zich anders gedraagt en de confrontatie met Washington aangaat. Het slaat zelf terug met tarieven. En deze week kondigde het land aan de export van zeldzame aardmetalen, die essentieel zijn voor de productie van elektronica, van auto’s en wapens tot windturbines, verder aan banden te leggen. Scott Bessent, de Amerikaanse minister van Financiën, reageerde met de opmerking dat China zichzelf daarmee ‘ontkoppelt’ van de wereld. Waarmee de VS zich bediende van een gebruik dat het inmiddels heeft geschopt van het schoolplein tot de wereldpolitiek: de ander iets verwijten wat je zelf van plan bent.
Nu gebruikt China zeldzame aardmetalen, waarvan het zowel bij productie als verwerking een bijna-monopolie bezit, al langer als machtsmiddel. Maar de nieuwe maatregelen gaan ver, kunnen de rest van de wereld in een wurggreep houden.
Dat wijst pijnlijk op de naïviteit van de aanvankelijke reactie in de rest van de wereld op het Amerikaanse handelsoffensief. Gedacht werd dat landen buiten de VS gemeenschappelijk op konden treden, elkaar geen tarieven of beperkingen op zouden leggen, en zo een alternatief circuit konden vormen. Maar de vijand van de vijand is niet per definitie een vriend. China heeft zijn eigen belangen. De vrees is gerechtvaardigd dat bij het wegvallen van de Amerikaanse markt andere markten worden overspoeld met Chinese producten. De EU heeft bestaande barrières voor bijvoorbeeld Chinees staal en auto’s al verhoogd om te voorkomen dat zijn eigen industrie wordt weggevaagd.
Zo blijkt de Amerikaanse handelspolitiek alsnog besmettelijk. Geopolitiek is óók geo-economie geworden – een tendens die al langer aan de gang was, maar dit jaar een hoogtepunt bereikt.
Europa zit in de bankschroef van de rivaliteit tussen China en de VS, en moet zijn eigen belangen zien te waarborgen. In dat kader moet de ingreep deze week van de Nederlandse regering, die de controle nam over chipmaker Nexperia – dat in Chinese handen is – worden gezien. Eerder deden Frankrijk en Duitsland soortgelijke ingrepen bij respectievelijk chipmakers Ommic en NWF.
Dat wijst op een richting die Europa óók kan inslaan: van reactief, waarbij telkens moet worden ingespeeld op de handelingen van de rivaliserende grootmachten, naar pro-actief. In een wereld en wereldeconomie waar rauwe macht een steeds grote rol krijgt, is het bespelen van de machtsbalans, de ‘balance of power’, van oudsher een beproefd middel.
Dat vergt een duidelijke agenda, een beeld of ideaal van wat het oude continent zou moeten en willen zijn én een hang naar een minimum aan zelfvoorziening – hoe triest het ook is dat dit kennelijk moet. Het veronderstelt ook eensgezindheid. En het vergt omstandigheden die diepere onderlinge samenwerking onontkoombaar maken. Bij defensie is dat laatste al te ontwaren. Maar ook op economisch gebied neemt de druk van buiten toe. Dat het IMF deze week gematigde prognoses afgaf, is geen reden tot onbekommerdheid. De ogenschijnlijke rust die uit de cijfers blijkt, moet worden gezien als een stilte voor de storm.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC