Home

Optreden

Sarah Sluimer

We vierden een feest bij ons thuis, speciaal voor mij. Mijn beste vrienden hadden zich verzameld. De vuurkorf werd aangestoken. Willem droeg een smoking. We aten van kleine bordjes en dronken glas na glas. De mensen omarmden elkaar, ook als ze vreemden waren. Er renden kinderen rond (maar wel alleen maar die van mij). We aten oesters, er werd piano gespeeld, er vloeiden tranen (ook alleen maar die van mij).

Een vriend had King Herod’s Song bewerkt tot een liefdevolle monoloog over schrijvende moeders. Ik werd door een psychiatervriendin – binnen de voorwaarden van haar eed – op de sofa gelegd en doorgelicht. Een vriend haalde herinneringen op aan het studententoneel en hoe ik hem regisseerde in mijn eerste bloedserieuze stuk, getiteld Geurstempel.  

Mijn oudste zoon (9) las een feministische rant voor uit Hasse Simonsdochter van Thea Beckman. Willem had een boomerlied voor me geschreven op de melodie van Que Sera Sera (want daar zit toch bijna mijn naam in).

Een andere vriend stond ondertussen bij onze zinken teil in de tuin naar de goudvissen Martha en George te roepen.

Misschien geef je pas voor je veertigste verjaardag het feest dat je je tot die tijd alleen herinnert van je ouders. Je moeder, hevig bewogen, in een zwarte jurk en met rode lippenstift. Haar vrienden, die inmiddels best een beetje op middelbare school-leraren lijken. De stiekeme rokers en het stiekeme geflirt. En jijzelf, als kind, onder de tafel in een Oilily-jurk. En dan mijn eerste grote optreden: de rap die ik voor mijn oma’s vijfenzestigste verjaardag performde. Handen in de zij, heen en weer bompend over een geïmproviseerd podiumpje. Het applaus. Het diepe geluk van volwassenen die eindelijk naar je keken. En hoe ik op dat moment, op een bepaalde manier, wist wat er van mij moest worden.

En toen stond, midden in de woonkamer, opeens mijn jongste dochter (4), die zich een paar maanden geleden nog verstopte achter onze benen of de ruggen van haar broers wanneer een vreemde haar aansprak. Ze droeg een rode Charro-hoed, één monsterhandschoen en een blauwe Elsa-jurk en begon te dansen op haar favoriete nummer uit de film KPop Demon Hunters.

Ze stak haar handen smekend in de lucht en ging dan weer diep door haar knieën met d’r paardenstaart sliertend over de grond. Haar ogen bleven onder de hoed verborgen. Ze tolde rond, armen gespreid. Even duwde ze de rand omhoog en ving ik haar blik. Stralende ogen, rode wangen, glinsterende tandjes, een glimlach van oor tot oor. Een laatste pose en daarna boog ze. De kamer juichte haar toe. 

„Mag ik nog een keer optreden?”, bleef ze me die avond vragen. Het voor haar gloednieuwe woord ‘optreden’ sprak ze met het grootst mogelijke respect uit, alsof ze een diamant had gevonden in de zandbak.

Ze mocht nog een keer, maar nu kort, omdat je volwassenen (zeker die zonder kinderen) niet moet overvoeren met je eigen kroost.

„Een oerherinnering”, zei Willem tegen me, terwijl we keken hoe ze – nu nog zekerder – vanonder die hoed haar publiek versierde.  

Ik dacht dat hij een oerherinnering voor mij bedoelde, omdat deze hele avond me nogal overweldigde, maar hij keek naar haar.

En toen wist ik dat over twintig jaar zou blijken dat dit eigenlijk haar feestje is geweest.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next