Economische debatten De jaarvergaderingen van IMF, Wereldbank en internationale bankenlobby IIF trokken deze week duizenden deelnemers naar Washington. China’s drastische exportbeperkingen, Trumps dereguleringsagenda en diens aanval op het klimaatbeleid zetten de discussies op scherp.
Toehoorders van een debat over de wereldeconomie en de 'vorming van economisch beleid in een wereldwijd veranderend landschap', woensdag tijdens de jaarvergadering van de Wereldbank en het IMF in Washington, DC.
Een bronzen plaquette van Ronald Reagan hangt in het grote glazen atrium waarin strak geklede mensen uit de financiële sector staan te netwerken. Reagan, Amerikaans president tussen 1981 en 1989, kampioen van de vrije markt en eeuwig optimist, zou tevreden kijken naar wat zich hier, in het Ronald Reagan Building and International Trade Center in het hart van Washington afspeelt.
Tijdens het jaarlijkse treffen van bankenclub International Institute of Finance (IIF) worden contacten gelegd, deals gesloten, wordt gepraat over groei, over innovatie. Er staan grote borden met sponsors, waaronder Swift (het door grote banken gerunde internationale betalingssysteem) en consultancy McKinsey. De New Yorkse bank BNY betaalt voor de koffie.
Het bankenevenement vindt, zoals altijd, tegelijk plaats met de jaarvergaderingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Duizenden mensen komen ervoor naar de Amerikaanse hoofdstad: bankiers, centrale bankiers, ministers van Financiën, lobbyisten, hun talloze medewerkers. Ze bewegen zich tussen IMF, IIF, Wereldbank, denktanks, ambassades, hotels, restaurants en kroegen.
Maar het zonnige optimisme waar velen in het Reagan Building blijk van gaven, werd tijdens de drie parallelle jaarvergaderingen verstoord door heel andere geluiden: knagende onzekerheid, behoedzaamheid, bezorgdheid en zelfs angst.
Want een grote geopolitieke confrontatie tussen de twee economische grootmachten VS en China is niet bepaald ideaal voor de wereldeconomie. En digitalisering en klimaatverandering dwingen tot een andere manier van nadenken over risico’s.
Over zeker drie belangrijke thema’s woedden in Washington scherpe debatten.
Nieuws van vlak voor de vergaderweek dreunde nog flink door in Washington. China kondigde op 9 oktober nieuwe, drastische en wereldwijde restricties aan op de export van zeldzame aardmetalen en van een reeks cruciale onderdelen voor onder meer elektrische auto’s. Daarop dreigde president Trump de Chinezen te treffen met nieuwe invoerheffingen van 100 procent.
Nog niet duidelijk is of China deze leveringsketens daadwerkelijk gaat afknijpen, maar de schrik in de VS, en ook in Europa en elders, zit er behoorlijk in. De afhankelijkheid van China’s aardmetalen en onderdelen is groot, onder meer in de auto-industrie. „Het nieuws uit China veroorzaakte vorige week even paniek in deze stad”, zei bestuurslid Daniel Yergin van S&P Global, een kredietbeoordelaar, tijdens een panelgesprek bij het IIF.
De ‘invoerheffingenoorlog’ tussen de VS en China heeft misschien wel zijn hoogtepunt bereikt, maar de ‘leveringsketenoorlog’ begint nog maar net, zei Evan Medeiros, oud-lid van de Nationale Veiligheidsraad van de VS onder president Obama en nu hoogleraar aan Georgetown University. Al langer doen de VS zelf aan exportrestricties van onder meer chips.
Handelsbeleid en geopolitiek kun je nooit echt los van elkaar zien, maar de laatste jaren zijn deze terreinen volledig met elkaar vervlochten geraakt – geoeconomics is nu de modeterm.
Er is sprake van ‘economische oorlogsvoering’, zei Anna Rosenberg van de Franse verzekeraar Amundi. Meestal eindigt dit in échte oorlog, zei ze, mede op basis van historische modellen van de verzekeraar.
Er klonken in de discussies bij IIF en IMF soms grote woorden: door de wildgroei van invoerheffingen, exportrestricties en staatssteun komen ‘decennia’ van vrijhandel en globalisering ’ten einde’. Het lijkt bijna onvermijdelijk dat ook Europa, Japan, Canada en opkomende landen als Mexico en Brazilië hun geloof in de vrijhandel opgeven.
Of niet? Ngozi Okonjo-Iweala, chef van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hield een vlammend betoog voor de vrijhandel, een „motor van economische groei”. Nog steeds vindt 72 procent van de wereldhandel plaats volgens de WTO-regels, zei ze. Die regels leggen de inzet van heffingen zwaar aan banden.
Maar het begint duidelijk te wringen. De recente handelsdeal tussen de EU en de VS is „niet volgens de regels van de WTO”, zei Charles Lichfield van de Atlantic Council tijdens een sessie van deze denktank. De EU-heffingen tegen Chinese stekkerauto’s zijn dan weer wel WTO-conform. „Ik heb sympathie voor het Europese streven zoveel mogelijk te doen volgens de WTO-regels, maar misschien zal dit voor Europa niet genoeg blijken.”
Hoeveel van de vrijhandel nog stand gaat houden, dát wordt voor de wereldeconomie de komende jaren een grote vraag.
Vanuit de leiding van het IMF kwamen er deze week veel waarschuwingen over de financiële stabiliteit. Enorme beurswinsten, gedreven door de belofte van en de enorme investeringen in AI, kunnen plots verdampen als AI te weinig oplevert. Het financiële systeem is instabieler geworden, door de snelle opmars van riskant opererende beleggingsfondsen. Zij opereren als kredietverleners, een rol die banken traditioneel vervullen. Beleggingsfondsen en banken zijn onderling met allerlei financiële lijntjes verbonden – dus een nieuwe crisis is allesbehalve ondenkbaar. Intussen zorgt ook de anarchistische en ongrijpbare cryptosector voor kopzorgen bij internationale toezichthouders.
Uitgebreidere regels en toezicht op de financiële sector dan maar, om ongelukken te voorkomen?
Ja, zegt het IMF, en zeggen ook Europese centrale bankiers en politici.
Nee, zegt de regering-Trump. Sterker nog, die is juist bezig met het verzwákken van de strengere bankenregels die na de wereldwijde financiële crisis van 2007-2008 zijn ingegaan. Kapitaaleisen worden verlaagd, regels voor consumentenbescherming afgebroken. Intussen krijgt de cryptomarkt ruim baan van Trump. Pogingen in G20-verband om deze markt internationaal te reguleren, worden door de Amerikanen afgehouden.
Michelle Bowman, vicevoorzitter van de Fed, de Amerikaanse centrale bank, zei dat het Amerikaanse bankentoezicht zich teveel met details was gaan bemoeien. Ze sprak van een noodzaak van „modernisering” om die nodig was om „drukkende” regelgeving te schrappen. Dit om de „innovatie” vooruit te helpen.
Soortgelijke geluiden klonken onder meer bij Mark Uyeda, bestuurder bij de Amerikaanse financieel toezichthouder SEC. Hij zei dat de vorige regering, van president Biden, innovatie met AI in de financiële sector „had tegengehouden” met strenge regels en toezicht. „Nu is het een heel ander verhaal.”
In Europa klinkt een veel behoedzamer toon: deregulering is riskant. In Brussel wordt weliswaar gewerkt aan „simplificatie” van het toezicht, zei Valdis Dombrovskis, Eurocommissaris voor Economie. „Maar simplificatie mag níét deregulering betekenen.” De kapitaalregels voor banken die na de financiële crisis van 2008 zijn ingevoerd, zorgden ervoor dat de banken goed bestand waren tegen schokken zoals de coronapandemie, zei Dombrovskis.
Deze Amerikaans-Europese ideeënbotsing – meer of minder publiek toezicht op de financiële sector? – gaat nog een stuk verder.
Door razendsnelle innovatie zijn nieuwe vormen van digitaal geld aan het ontstaan. Nu is de vraag: moet de particuliere sector hierin het alleenrecht krijgen of moet er (ook) publiek digitaal geld komen?
Het IMF-kantoor in Washington, DC, afgelopen woensdag, tijdens de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank.
De VS zetten vol in op stablecoins, door commerciële bedrijven uitgegeven cryptomunten met onderpand in de traditionele financiële wereld, die in principe waardevast zijn en waarmee makkelijk (grensoverschrijdend) transacties kunnen worden gedaan. Meestal zijn ze een-op-een gekoppeld aan de dollar. Dante Disparte van stablecoinbedrijf Circle, één van de sponsors van de IIF-bijeenkomst, sprak van „modern geld”.
Europa staat ook stablecoins toe (en reguleert ze, net als overigens de VS), maar vindt dit niet genoeg. Er wordt ook een publieke variant van het digitale geld ontwikkeld: de digitale euro. Die euro moet, net als bankbiljetten, worden uitgegeven door de Europese Centrale Bank. Het stuit op onbegrip in de VS. „Ik geloof niet dat ik helemaal begrijp waarom andere landen dit zouden willen”, zei Fed-bestuurder Bowman over dit digitale centrale-bankgeld.
Eurocommissaris Dombrovskis zei hierover: wat we willen is burgers een betrouwbare versie van digitaal geld bieden met dezelfde publieke garantie als cash. „Uiteindelijk”, zei hij, „gaat dit over de rol die centrale banken spelen in de economie.” In de Europese Unie bestaat de vrees dat cryptogeld het monopolie van de centrale bank op de uitgifte van geld gaat ondergraven – en zo de economie kan destabiliseren.
De regering-Trump ontkent klimaatverandering, promoot olie, gas en kolen en breekt wind- en zonneprojecten af. Die fossiele agenda nemen de Amerikanen ook mee naar IMF en Wereldbank. En daarmee jagen ze andere landen de gordijnen in.
De beide zusterorganisaties moeten terug naar de „kern”, verklaarde de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent woensdag. Het IMF moet strikt letten op de financiële gezondheid van landen en deze zo nodig helpen bij betalingsproblemen (onder strenge voorwaarden). En de Wereldbank moet de armoede bestrijden en economische groei bevorderen. Wat ze níét moeten doen: zich bezighouden met het klimaat (en met thema’s als gender), zei Bessent.
Het is een frontale aanval op de groeiende aandacht voor klimaatverandering als financieel-economisch thema bij IMF en Wereldbank. De instituten zien dat de schade door extreem weer de begrotingsproblemen van landen vergroot – en dus voelen ze zich genoodzaakt het thema mee te nemen in analyses en in keuzes voor financiering.
De Wereldbank is, onder druk van meerdere lidstaten, begonnen meer in groene en minder in fossiele energieprojecten te investeren. De bank wil 45 procent van al haar leningen aan klimaatdoelen uitgeven – zeer tegen de zin van de regering-Trump.
De druk van Trump is voelbaar. In de IMF-wandelgangen wordt gezegd dat het woord „klimaat” de laatste maanden minder vaak opduikt in de communicatie. Maar het thema zelf laat zich niet zomaar weggummen. Deze week tekende het Fonds een voorlopig akkoord met Pakistan over krediet aan het land van 1,2 miljard dollar. De ernstige overstromingen in het land dit jaar – die volgden op nog grootschaliger overstromingen in 2022 – slaan gaten in de begroting. Het IMF helpt Pakistan zich „weerbaar tegen klimaatverandering” te maken, staat in het persbericht. Het land heeft toegang tot een speciaal IMF-klimaatloket dat sinds enkele jaren bestaat.
Een ander voorbeeld: Oeganda, dat ook IMF-leningen krijgt. „Door de droogtes die we meemaken groeit de economie trager. Er is meer vraag naar voedselhulp, dus daardoor hebben we hogere uitgaven”, zei Ramathan Ggoobi, de Oegandese staatssecretaris van Financiën, in een paneldiscussie.
Toehoorders van een debat over de wereldeconomie en de ‘vorming van economisch beleid in een wereldwijd veranderend landschap’, woensdag tijdens de jaarvergadering van de Wereldbank en het IMF in Washington, DC.
Bessent claimde in zijn verklaring alvast „enige vooruitgang” te hebben geboekt: het IMF heeft een klimaatafdeling formeel opgeheven, al gaat het werk ervan voorlopig door binnen een bredere ‘macro-financiële’ poot. Volgens het Nederlandse bestuurslid bij het IMF, oud-staatssecretaris Marnix van Rij, is er „ontzettend veel draagvlak” bij de IMF-lidstaten om het thema op de agenda te houden.
Van Rij zit een netwerkgroep van landen over klimaatverandering. Hij heeft zelfs de VS zover gekregen mee te praten. „De Amerikanen dwingen ons wel het thema beter uit te leggen: waarom is het macro-economisch belangrijk?” Zelf wijst Van Rij erop dat het huidige IMF-programma voor Argentinië in 2018 nodig was vanwege begrotingsproblemen die mede waren veroorzaakt door ernstige droogte.
Bij de Wereldbank was de klimaatclash eveneens merkbaar. Een grote meerderheid van lidstaten betuigde vorige week in een interne verklaring steun aan het huidige klimaatbeleid van de bank.
Staatssecretaris van Buitenlandse Handel Aukje de Vries (VVD), die bij de Wereldbankvergadering een groep van dertien grotendeels Europese landen vertegenwoordigde, zei donderdag dat klimaat en duurzaamheid „fundamentele voorwaarden” zijn voor economische ontwikkeling. De bank moet vasthouden aan de klimaatdoelen en het klimaat „systematisch” meenemen, zei ze tijdens het lidstatenoverleg.
Het contrast met de lijn van de Amerikaanse bondgenoot kan bijna niet groter zijn.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC