Staakt-het-vuren Na twee jaar oorlog en het Amerikaanse twintigpuntenplan blikken twee Nederlanders met Israëlische achtergrond en twee met Palestijnse achtergrond terug op de Gaza-oorlog, vertellen hoe die hun dagelijks leven en relaties heeft beïnvloed en of zij vertrouwen hebben in vrede.
Brahiem Hammad.
Brahiem Hammad (31) is geboren en opgegroeid in Vlaardingen, waar hij samen met zijn vrouw en dochter (5) woont. Zijn vader was een van de eerste Palestijnen die zich in Vlaardingen vestigden, via de Romi-fabriek. Vlaardingen heeft de grootste Palestijnse gemeenschap in Nederland, met zo’n vijfduizend inwoners van Palestijnse afkomst. Brahiem werkt als onderwijsvergelijker bij Nuffic.
Wat was je eerste reactie op het twintigpuntenplan van Trump?
„Eerst gaf het veel rust, omdat je weet dat er voorlopig geen bommen zullen vallen. Mensen kunnen weer ademen, verwerken wat er is gebeurd, rouwen om verloren familie. Kinderen kunnen weer even kind zijn zonder bang te zijn voor bommen. Dat gevoel is moeilijk te beschrijven.
„Nu, een paar dagen later, ben ik terughoudender. Trump en Netanyahu vertrouw ik beiden niet echt, ik heb mijn bedenkingen bij het feit dat zij de beslissingen nemen. Daarbij: er zijn door de jaren heen zoveel staakt-het-vurens afgesproken en beloften gedaan, hoeveel daarvan zijn echt nagekomen?”
Hoe was het contact met je familie de afgelopen twee jaar?
„Regelmatig, vooral met mijn neven en oudere familieleden. Het is lastig omdat ze het financieel zwaar hebben. Veel van hen werkten in Israël, in de bouw, en verdienden daar veel meer dan op de Westbank. Dat is sinds 7 oktober weggevallen; Palestijnen mogen daar nu niet meer werken. Als ik kijk in mijn eigen kringen: zeven van de tien jonge mannen die daar werkten, zijn nu werkloos.”
Hoe kijkt je familie daar zelf tegenaan? Willen ze nog in Israël werken, of liever niet?
„Liever in Palestina, natuurlijk. Maar in Israël kunnen ze vaak drie tot vier keer meer verdienen. Het is dus een rekensom: een beter leven voor hun gezin, en het geld dat ze verdienen, investeren ze ook in de Palestijnse economie.”
Vind je het belangrijk om je uit te spreken over deze onderwerpen?
„Ja. Ik ben weleens gevraagd voor een tv-optreden bij EenVandaag. Maar ik durfde op dat moment niet, bang voor andersdenkende mensen. Dat ik zou worden bestempeld als antisemiet. Tijdens Palestinademonstraties ben ik weleens ‘antisemitisch’ of ‘Jodenhater’ genoemd. Vaak wordt er geroepen van een afstand, en lopen ze daarna snel door. Ze durven het gesprek niet aan te gaan.”
Wat voor impact heeft dat op jou?
„Het kan me meestal echt weinig boeien wat er wordt gezegd; ik ken mezelf. Maar aan de andere kant heb ik een dochtertje van vijf. Er kan een willekeurige gekkie op straat zijn die haar lastigvalt. Daar ben ik eerder bang voor. Je mag mij aanspreken, maar laat mijn vrouw en mijn dochter met rust.”
Moran Zelikovich.
Moran Zelikovich (44) woont sinds elf jaar in Nederland, samen met haar twaalfjarige zoon. In Israël werkte ze als journalist. Nu heeft ze een eigen bedrijf waarmee ze Israëliërs helpt die naar Nederland willen verhuizen.
Heb je vertrouwen in deze vredespoging?„De tijd zal het leren. De vrijlating van twintig gijzelaars is een grote prestatie, maar het is geen echte vrede – eerder een staakt-het-vuren. Voor echte vrede moeten beide partijen aan tafel zitten en een akkoord voor de lange termijn overeenkomen. Nu is het akkoord gesloten met Hamas, een terreurorganisatie; dat is geen vredespartner.”
Hield de vrijlating van de gijzelaars je erg bezig? „Enorm. Ik was zó gespannen en bang dat er op het laatste moment nog iets mis zou gaan, dat ik de hele nacht niet kon slapen. Daarom appte ik met vrienden en familie tot drie, vier uur ’s nachts en zat ik de volgende ochtend vanaf zes uur aan de buis gekluisterd. Toen de gijzelaars vrijkwamen, wilde ik de straat op, meedoen aan de feestvreugde. Er zijn zo weinig blije momenten binnen de Israëlische gemeenschap hier in Nederland; als die er zijn, wil ik ze niet missen.”
Wat bedoel je daarmee?„Ik vind dat het in Nederland slechter gaat met de veiligheid van Joden. Mijn zoon en ik spreken buiten de deur geen Hebreeuws meer. Op school werd hij geconfronteerd met antisemitisme: een jongen noemde hem ‘kleine Jood’, een ander zei ‘ga naar de gaskamer’ en een medestudent deed de Hitlergroet tijdens een gesprek over Israël en Palestina. Ik overweeg te verhuizen naar de Verenigde Staten – iets wat vijf jaar geleden ondenkbaar was.”
Wat zeg je tegen hem als hij met zulke verhalen thuiskomt?„Ik stuur hem op zelfverdedigingsles, Krav Maga, zodat hij zich fysiek kan verdedigen. En ik ga in gesprek met leraren en coördinatoren, want ik wil ook opkomen voor gerechtigheid. Gisteren zei hij iets wat me bijna deed huilen: ‘Mama, ik ben het zat om Jood te zijn.’”
Murad Bero.
Murad Bero (43) groeide op als christelijke Palestijn in Bethlehem, waar zijn vader een restaurant runde onder de Geboortekerk. Toen Murad acht was, kwam het gezin naar Nederland. Hij woont in Veenendaal met zijn vrouw en drie kinderen en werkte tot voor kort als directeur bij Stichting Gave, een christelijke organisatie die vluchtelingen in Nederland ondersteunt.
Wat dacht je toen je hoorde dat Israël en Hamas akkoord gingen met het twintigpuntenplan van Trump?„Ik ben sceptisch. Zullen beide partijen zich er op de lange termijn aan houden? En als dat niet zo is, dan is het de burger die de prijs betaalt.
„Daarnaast is het plan niet compleet. Wat gebeurt er met de Westbank? Ik ben ontzettend blij met de vrijlating van de gijzelaars. Maar verder? Bewoners van Gaza gaan terug naar ruïnes; sommigen weten niet eens meer waar hun huis stond. Wie neemt de leiding? Er wordt niet met de Palestijnen gesproken, het gaat alleen over hen.”
Je vertelde dat je je lidmaatschap van ChristenUnie wil opzeggen, heeft dat te maken met de oorlog in Gaza?
„Onder christelijke zionisten bemerk ik veel misinformatie. Zij zien Joden alleen als een instrument, ze geloven dat joden zich uiteindelijk tot het christendom zullen bekeren en het evangelie zullen verspreiden. Veel van hen denken dat dit moment nog moet komen, maar ik denk dat het al heeft plaatsgevonden, want de discipelen waren Joden.
„Sommige CU-leden zijn het met me eens, maar de tijd is voor de partij nog niet rijp. De huidige leiders zijn star. Ik weet niet of ze het nog rationeel kunnen bekijken. Mirjam [Bikker] en Don [Ceder] zijn zo overtuigd van de speciale plek van Israël in Gods ogen dat ze alle redelijkheid verliezen.”
Maar als je religie en politiek mengt, meng je ratio en geloof. Is die irrationaliteit niet een inherent onderdeel van christelijke partijen?
„Als je gelooft dat een land door God is uitgekozen, zoals Israël, kun je inderdaad niet meer rationeel kijken. Een stukje geloof kan zo sterk staan dat het rationeel denken overschaduwt. Voor je het weet, ga je dan over lijken.”
Boaz Chemtob.
Boaz Chemtob (32) is geboren in Jeruzalem en heeft het grootste deel van zijn leven in Israël gewoond. Vijf jaar geleden verhuisde hij naar Nederland voor een master in duurzaamheid. Hij woont in Utrecht met zijn partner.
Hoe kijk je naar het vredesplan?
„Ik waardeer de vaagheid ervan. Dat geeft beide partijen de mogelijkheid om op hun eigen manier een overwinning te zien. En ik vind het ook positief dat het een geleidelijk plan is, hopelijk kan dat vertrouwen in de loop van de tijd doen groeien.
„Tegelijkertijd maak ik me zorgen over het gebrek aan communicatie tussen Palestijnen en Israëliërs. De meeste Israëliërs en Palestijnen kennen alleen de negatieve verhalen. Israëliërs vrezen dat Palestijnen ons willen vernietigen. Palestijnen zien nederzettingen die worden uitgebreid. Universiteiten zijn een van de weinige plekken waar Israëli’s en Palestijnen elkaar nog wel ontmoeten in positieve context.
„Ik hoop ook dat Arabische-Israëliërs een sleutelrol kunnen spelen in het vredesproces, omdat zij beide kanten begrijpen: veel van hen hebben familie op de Westelijke Jordaanoever, maar kennen ook de Israëliërs. Hun stem zou luider moeten klinken, zowel in Israël als in het internationale debat.”
Hoe is je leven veranderd sinds 7 oktober?„Het is erg moeilijk geweest. In mijn buurt in Lombok schilderde iemand een swastika op een deur. Op de universiteit schreeuwde iemand ‘Israëliër, jij babykiller’ naar mij toen ik in het Hebreeuws belde. Op de campus zijn veel stickers met ‘Zionisten niet welkom’ en ‘Resistance is justified’. Vlak na 7 oktober hoorde ik iemand in Amsterdam ‘Fuck de Joden, steun Hamas’ schreeuwen.”
Wat mist de internationale gemeenschap volgens jou?
„Voor ons is de dreiging dichtbij. Het voelt soms alsof dat niet serieus wordt genomen, omdat men denkt aan het sterke Israëlische leger. Israëliërs leven in angst om opnieuw slachtoffer te worden van een aanval. Of die dreiging realistisch is of niet, het bestaat wel in onze beleving. Soms voelt het alsof mensen hier in Nederland die angst niet goed begrijpen.
„Ik vind dat de internationale gemeenschap een morele verantwoordelijkheid heeft om empathie te tonen voor het lijden van beide kanten. Ik zou willen dat zij meer doen om ons met wederzijds begrip dichter bij elkaar te brengen, nu voeren vaak polariserende groepen de boventoon.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC