Jongeren zijn gebaat bij sterke democratische instituties terwijl rijke landen juist bezuinigen op deze hulp.
In Madagascar is deze week president Andry Rajoelina het land ontvlucht na massale protesten tegen zijn regering. Wat vorige maand begon als protesten over de gebrekkige toegang tot elektriciteit en water, groeide in korte tijd uit tot algehele onvrede over corruptie en zelfverrijking van politici, het gebrek aan perspectief en banen voor jongeren – die 75 procent van de bevolking uitmaken – en de toenemende ongelijkheid tussen een steenrijke elite en een straatarme bevolking.
Het is de bekende cocktail van onvrede die Gen Z ( de generatie geboren tussen 1997 en 2012) in meerdere landen doet ontvlammen. Ook in Nepal, Indonesië, de Filipijnen, Marokko en Peru gingen jongeren afgelopen weken massaal de straat op om te protesteren tegen de heersende macht. Hoewel de aanleiding steeds verschilt, zijn de onderliggende klachten vergelijkbaar.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De relatief zeer jonge bevolking in deze landen loopt na haar studie op tegen een muur van beperkingen. Voor banen in de publieke sector zijn smeergeld of connecties nodig, de private sector is in veel landen minder ontwikkeld en mogelijkheden om in het buitenland te studeren of te werken, worden steeds beperkter naarmate meer landen muren opwerpen tegen migratie.
De heersende elite daarentegen baadt zichtbaar in weelde, laat haar kinderen aan de beste buitenlandse universiteiten studeren, schuift elkaar de mooiste posities toe en bewaakt haar ‘systemen’ dusdanig om te voorkomen dat jonge generaties toegang krijgen tot de macht en het kapitaal. Grootschalige investeringen dienen vaker het imago, zoals de voetbalstadions in Marokko, dan het levensgeluk van gewone burgers. Investeringen in gezondheidszorg, onderwijs of armoedebestrijding blijven doorgaans sterk achter. Dit patroon is nog zichtbaarder geworden sinds veel ontwikkelingshulp is geschrapt.
De zorgen van Gen Z zijn dan ook volkomen terecht en verdienen internationale aandacht en steun. Zolang de schrijnende kansenongelijkheid blijft bestaan, vormen opgeleide maar gefrustreerde jongeren een tikkende tijdbom. Op onverwachte momenten speelt de woede dan op zoals deze week ook gebeurde in Kenia, na de dood van de bekende oppositieleider Raila Odinga. Het begin van een bekende vicieuze cirkel, waarbij ordetroepen in een defensieve reflex schieten en keihard optreden tegen betogers, die zo op hun beurt nieuwe munitie krijgen voor hun woede tegen de regering.
De huidige protestgolf wordt vaak vergeleken met de volksopstanden in de Arabische wereld in 2011 en zelfs met eerdere postkoloniale revoluties die hun regeringsleiders ten val brachten. Toch zijn er verschillen. Gen Z organiseert zich ook via sociale media, maar de protesten worden minder gedreven door een duidelijke ideologie of politieke tegenstroming. Er gaan geen prominente leiders of belangenvertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld voorop. Dit verhoogt het risico op chaos en instabiliteit na een mogelijke val van de regering.
Om die risico’s te beperken zouden rijke landen bij zichzelf te rade moeten gaan welke kwalijke rol zij zelf spelen in het steunen van corrupte en nepotistische regeringen via omstreden (migratie-)deals en handel. Daarnaast dragen zij met de grootschalige bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking bij aan de toenemende ongelijkheid. Die budgetten dienden immers ook om democratische instituties zoals vakbonden, mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke media te versterken; dat wat deze protestgeneratie nu zo zou kunnen ondersteunen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant