Gaza Na de uitlatingen van universitair docent Harry Pettit over Gaza dreigde demissionair minister Gouke Moes (Onderwijs, BBB) met „stappen op de escalatieladder”. In plaats van in te binden koos Pettit er deze week voor om zelf aangifte te doen tegen de minister.
Gouke Moes, demissionair minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, komt aan voor de ministerraad op het ministerie van Algemene Zaken.
Een debat, vindt hij, moet je kunnen voeren „op het scherpst van de snede”. Daarom is Harry Pettit, docent sociale geografie aan de Radboud Universiteit, op sociale media wel vaker uitgesproken over de oorlog in Gaza. Zo noemde hij op X de aanval van Hamas eens „een legitieme verzetsoperatie” en schreef hij dat het „tijd is om af te maken waar de Palestijnen op 7 oktober mee begonnen zijn”.
Het komt hem geregeld op forse kritiek te staan. En laatst op een aangifte, van het CIDI, wegens vermeend antisemitisme. Daarna werden zijn uitlatingen ook aangehaald in een Tweede Kamerdebat. „Voor antisemitisme en oproepen tot geweld is geen plek”, zei demissionair minister Gouke Moes (Onderwijs, BBB) vorige maand. „Niet voor docenten, […] en zeker niet op universiteiten en hogescholen.”
De minister riep de universiteit op Pettit aan te spreken op zijn uitlatingen op sociale media. Maar toen het universiteitsbestuur dat weigerde, omdat zo’n oproep „de autonomie van de universiteit aantast” en zulke „politieke druk” volgens een verklaring „onaanvaardbaar” is, ging de minister nog een stap verder. Moes schoof op 10 oktober aan bij tv-programma Café Kockelmann en zei desnoods zelf „stappen” te zetten „op de escalatieladder”. Ook kende hij nog „verschillende instrumenten” om in te zetten.
Alleen, ook Pettit zelf kende nog wel een instrument. Want deze week heeft juist hij, de universitair docent, aangifte gedaan. Tegen de minister. Moes zou volgens de donderdag verstuurde aangifte een ambtsmisdrijf hebben gepleegd. „De minister heeft met zijn uitingen misbruik gemaakt van zijn gezag, ten koste van mijn cliënt en zijn uitingsvrijheid”, aldus Pettits advocaat Adem Çatbaş in de aangifte, ingezien door NRC.
De inmenging van de minister raakt volgens Çatbaş aan de academische vrijheid. „Luisteren naar meningen, meningen laten botsen, dat is”, schrijft hij, wat Pettit „dagelijks doet en waar hij voor staat – ongeacht de kleur en toon van een mening”. Maar met zijn uitlatingen voert de minister „ongeoorloofde” en „strafbare” druk uit op het bestuur van de universiteit om zijn cliënt „het zwijgen op te leggen”.
„Het staat iedereen vrij om aangifte te doen”, zegt de woordvoerder van minister Moes. Ze verwijst naar de „escalatieladder” die de minister deze zomer heeft opgesteld als op universiteiten of hogescholen zulke zaken spelen en „de veiligheid in het geding is”. Daarin staat:
1. Het is aan het universiteitsbestuur zelf om studenten en medewerkers „aan te spreken op ongewenst gedrag”.
2. Als dat niet werkt doen instellingen zelf aangifte.
3: De Onderwijsinspectie kan op basis van signalen onderzoek doen en „herstelopdrachten” geven aan het bestuur van een instelling.
4: Als „ultimum remedium” kan de minister, wanneer de inspectie na gedegen onderzoek tot de conclusie komt dat sprake is van „wanbeheer”, overgaan tot het geven van een „aanwijzing”.
Moes zal, met andere woorden, op de escalatieladder nog flink moeten klimmen om middels een aanwijzing stappen te zetten tegen Pettit. Al is een aangifte juridisch niet nodig, want bij een oproep tot geweld (of geweldsverheerlijking) kan het Openbaar Ministerie (OM) ook zelf besluiten de universitair docent te vervolgen.
Andersom is het ook de vraag in hoeverre de aangifte van Pettit tegen de minister, wegens misbruik van gezag, zinvol is. Het OM mag ministers en staatssecretarissen niet zelfstandig vervolgen voor ambtsmisdrijven; vervolging kan alleen plaatsvinden als de Tweede Kamer of de regering daartoe besluit. In de parlementaire geschiedenis is een minister of staatssecretaris nog nooit strafrechtelijk vervolgd voor een ambtsmisdrijf.
En ook lijkt het handelen van Moes de hoge bewijsdrempel voor misbruik van gezag niet te passeren: volgens de jurisprudentie moet sprake zijn van directe machtsuitoefening door een ambtenaar binnen een hiërarchische verhouding – en die ontbreekt nu juist omdat universiteiten onafhankelijk zijn.
Het bestuur van de Radboud Universiteit laat zich over de kwestie voorlopig niet uit. „Eerst een gesprek met de minister.” En ook de minister kan er volgens zijn woordvoerder nog weinig over kwijt. „We wachten geduldig het verdere beloop af.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC