Home

Gitarist Ace Frehley, de zilveren space cowboy van Kiss, wees anderen de weg

Gitarist Kiss-gitarist Ace Frehley (1951 –2025) gold als de ultieme superheld van zo’n beetje alle rockmuzikanten ter wereld. Hij was het oneens met de commerciële richting die de band opging.

Vlnr: Gene Simmons,, Ace Frehley, Peter Criss en Paul Stanley.

Een rock-’n-roll-astronaut (of alien?) die sneller soleerde dan het licht en vanaf zijn gitaarhals raketten afvuurde: wie wilde dat nou niet zijn? Ace Frehley was het. De gitarist van glamrockband Kiss had ogen als grote zilveren sterren en banjerde in een futuristisch driehoekig ruimtepak en glimmende laarzen met decimeters dikke plateauzolen over het podium, waar alles in de fik stond en ontplofte.

,,Dear Earthlings”, schreef hij in zijn hoedanigheid als ‘The Spaceman’ (of ‘Space Ace’) binnen in de hoes van het album Alive! waarmee Kiss in 1975 doorbrak. ,,De zwaartekracht op aarde is niet helemaal hetzelfde als op mijn planeet, maar ik raak er langzaam aan gewend.”

Inmiddels heeft Paul Daniel Frehley de aarde verlaten: hij overleed donderdag op 74-jarige leeftijd in Morristown (New Jersey) nadat hij daar vorige maand in zijn thuisstudio hard op zijn hoofd was gevallen.

Frehley geldt als icoon die zo’n beetje alle rockmuzikanten ter wereld heeft beïnvloed – of het nu gaat om zijn karakteristiek scheurende geluid of simpelweg het idee dat iedere slaapkamergitarist kan uitgroeien tot ultieme superheld. Toen hij 21 jaar oud was, reed zijn moeder hem naar de auditie die zijn leven zou veranderen. Kiss maakte van rock-‘n’-roll glitterende showbusiness, een kruising van Disneyland, horror en sciencefiction. De band verkocht vele miljoenen platen en werd achtervolgd door een hondstrouw leger van fans die zich precies zo schminkten: het zogeheten Kiss Army.

Het viertal had weliswaar een gevaarlijk en shockerend imago, mede dankzij de bloedspugende en als vleermuis beschilderde bassist Gene Simmons, maar maakte eigenlijk relatief brave, makkelijk in het gehoor liggende rock die aansloeg bij de grote massa. Hun grootste hit ‘I Was Made For Loving You’ (1979) was nota bene disco. Die koerswijziging beviel Frehley niet: hij wilde raggen.

Grijpgrage ceo’s

Zanger-gitarist Paul Stanley en Simmons schreven het merendeel van het repertoire en golden als publiekslievelingen, maar onder muzikanten genoot Frehley het meeste aanzien. Want behalve rockhelden waren Stanley en Simmons toch ook vooral de grijpgrage ceo’s van de eeuwig rinkelende KISS-kassa.

Frehley kon niet aanzien hoe zij de band – waarvan hij het logo had ontworpen, met twee bliksemschichten als S’en – op alle mogelijke manieren uitventten, ook als dat helemaal niets meer met muziek te maken. Waarom verkochten ze in hemelsnaam broodtrommels, kauwgom, deodorant, wc-papier, condooms en krasloten?

Uit onvrede met die uitverkoop verliet hij in 1982 de band en ging solo. Hij keerde in 1996 terug voor een (rendabele) reünie maar trapte het na een paar jaar alweer af. Net als bij de vorige breuk klonken over en weer dezelfde verwijten: Stanley en Simmons waren dictatoriale controlfreaks, Frehley was een verslaafde junk die het verschil niet wist tussen de voor- en achterkant van zijn gitaar.

Zijn invloed echoot echter door tot in de verste uithoeken van het rockuniversum. Het verklaart waarom bijvoorbeeld de grungers van Pearl Jam (in hun eerste hit ‘Alive’) exact dezelfde, hoog naar laag dartelende solo speelde als de Zweedse deathmetalband Entombed (in hun vernietigende moker-hymne ‘Damn Deal Done’): dat was namelijk een citaat uit de Kiss-kraker ‘She’ en diende als eerbetoon aan de zilveren space cowboy die hen ooit de weg had gewezen. Frehley was vereerd, maar ook eerlijk: hij had het loopje gejat van ‘Five To One’ van The Doors.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next