Klassieke muziek In 2028 volgt de Letse koordirigente Krista Audere (36) Daniel Reuss op als artistiek leider van Cappella Amsterdam. Dit seizoen leidt ze het koor alvast in drie programma’s. ,,Het liefst wil ik mezelf in zeven delen opsplitsen en kijken hoe ver ik kom.”
Krista Audere, dirigent.
Het vak van koordirigent is erg stil, vertelt Krista Audere (36) in een rumoerige Haarlemse koffiebar. Als ze een paar straten verderop thuis haar repetities voorbereidt, zul je haar niet horen. Partituren leest ze in stilte en muziek luisteren gebeurt met koptelefoon op. Heeft ze de piano nodig? Ook met koptelefoon. „Ik wil de buren niet storen. Het is geen leuk pianospel om naar te luisteren. Soms speel ik hetzelfde interval zeventien minuten achter elkaar.”
Zingen dan? Audere bracht haar jeugd door aan de prestigieuze Kathedrale Koorschool in Riga, zong als sopraan in professionele ensembles en soleerde in oratoria. „Wat zingen betreft ben ik eigenlijk out of business. Pas sinds ik kinderen heb”, – ze zijn één en vijf – „ben ik weer meer gaan zingen. Ik wil graag dat ze weten dat hun moeder musicus is. Mensen zeggen wel dat ik best veel zing tijdens repetities. Maar dat merk ik op zo’n moment niet. Kennelijk gebeurt het in een reflex.”
De klank van een groep stemmen in haar handen houden: als kind kreeg Audere er meteen een magisch gevoel bij toen ze tijdens een proefles koordirectie haar armen de lucht in tilde. Voor veel koorzangers voelt dat als een natuurlijke beweging. „Het is ook geen rocket science. Maar de details, dáár wordt het natuurlijk interessant. De simpelste dingen, zoals zwaartekracht in je handen voelen – ‘de zingende hand’ noemen we dat – het kan wel twintig jaar duren om dat echt te kunnen.„
Intussen wekt de Letse internationaal de interesse. In 2021 won ze in Zweden de Eric Ericsson Award, een belangrijke prijs voor jonge koordirigenten. Het leverde haar concertuitnodigingen op bij de beste Europese omroepkoren en sinds dit jaar een aanstelling als de eerste vaste gastdirigent ooit bij het Zweeds Radiokoor. Vorig jaar werd aangekondigd dat ze per 2028 wordt benoemd tot artistiek leider van Cappella Amsterdam, als opvolger van Daniel Reuss (64), die het kamerkoor sinds 1990 leidt. Het wordt Auderes eerste positie als artistiek leider, haar grootste carrièrestap tot nu toe. Daarnaast dirigeert ze al jarenlang twee gevorderde Nederlandse amateurkoren, Venus en het VU-Kamerkoor.
Wat drijft je om ook met amateurs te blijven werken?
„Amateurkoren dirigeren doe ik sinds mijn achttiende. Ik zou me niet kunnen voorstellen dat ik ooit géén amateurkoor heb. Mensen vragen me: straks heb je Cappella, het Zweeds Radiokoor, je moet reizen – wanneer ga je ermee stoppen? Ik zeg altijd: nooit. Er kan geen professionele koorcultuur bestaan zonder een amateurwereld die dat ondersteunt. Ik vind het echt geweldig om ‘echte mensen’ uit allerlei hoeken van de samenleving te horen zingen, het houdt me gezond van geest. En het is pure vreugde: voor hen is het geen kostwinning, ze kiezen ervoor om hun vrije avond aan zingen te besteden. Ik voel dat ik echt iets aan hun leven kan toevoegen. En het geeft zin aan het mijne. Natuurlijk kan natuurlijk ik niet alles eeuwig blijven doen. Ik ben ook begonnen met lesgeven [koordirectie aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, red.], en daar wil ik ook echt induiken. Het liefst wil ik mezelf in zeven delen opsplitsen en kijken hoe ver ik kom.”
Hoe zou je de Nederlandse koorzanger typeren?
„Net als Nederlanders in het algemeen: behoorlijk zelfverzekerd. Het zijn geweldige zangers om mee te werken, want ze dagen je uit.”
„Ze stellen je autoriteit op de proef. Je wordt als dirigent ondervraagd over alles wat je doet. Heel openlijk trouwens. Ik ben opgegroeid in een cultuur waarbij je tijdens een repetitie geen vragen aan de dirigent zou stellen. Als je iets niet begreep, wachtte je tot de pauze en vroeg je het eerst je collega’s of aan de dirigent persoonlijk. In Nederland steek je gewoon je hand op. Dat verschil had ik niet had verwacht toen ik hier voor het eerst kwam dirigeren. Maar ik sta er erg open voor. Ik vind het geweldig als zangers zich zo betrokken voelen. Het houdt me fris.”
„Wat ik vooral zo mooi vind aan de koorcultuur in Nederland is dat ik het zelfvertrouwen van zangers niet zo hoef te voeden. Er zijn ook landen waar je het koor eerst een halve week moet vertellen hoe geweldig ze zijn voordat ze eens een fout durven te maken. Hier komt men naar de repetitie met een houding van ‘Ik weet dat ik goed ben; ga met me aan de slag’. Dat is voor een dirigent zoveel makkelijker.”
Deze maand dirigeer je Cappella Amsterdam in Joby Talbots Path of Miracles, geïnspireerd op de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. In een geseculariseerde samenleving als de onze kunnen mensen de vaak religieuze aard van koormuziek als een drempel ervaren. Tegelijkertijd is Gen Z religieuzer dan eerdere generaties. Hoe denk je dat de koorwereld daarmee om kan gaan?
„Daar denk ik veel over na. Vroeger hadden mensen hun thuis, hun baan en dan de kerk: een third space waar ze zochten naar zingeving en zichzelf vragen stelden. In West-Europa hebben we die third space nauwelijks meer, en nu verliezen we ook de second space – werk – omdat zovelen van ons thuis werken. Hoe meer we plekken verliezen waar we met onszelf kunnen zijn, hoe meer cultuur zal overblijven als de plek waar we die verbinding wel kunnen maken. Niet alleen koormuziek kan dat, maar kunst in het algemeen. Hoe meer we losgekoppeld raken door de technologieën die de overhand nemen, hoe meer we in de kunst een echte rol te spelen hebben. We worden voor mensen als het ware hun zondagse kerkdienst. Dat neem ik heel serieus, daarom maak ik geen grapjes over mijn kunst. Wat ik programmeer, dat doet ertoe.”
„De meesten van ons hebben de reis naar Santiago de Compostella nooit gemaakt. Maar door Talbots muziek mee te maken in concertzaal krijg je een glimp van wat het is. Wat het betekent om je fysieke welzijn op te offeren, om een nieuwe huid te krijgen, om jezelf te hernieuwen. Voor mij is dat de kern van kunst. Vooral omdat zingen zo verbonden is met ons lichaam. De stem ís ons lichaam. Dat zal alleen maar belangrijker worden. Omdat we die third space nodig hebben. Op de een of andere manier moeten we ons mens-zijn voelen.”
Is zelf zingen voor jou echt verleden tijd?
„Voor nu. Ik denk dat ik twee dingen ga oppakken als mijn kinderen ouder zijn: zingen en orkestdirectie.”
Over orkesten dirigeren gesproken, in een interview uit 2016 zei je daarover…
Lachend: „…dat ik dat niet wilde, ja toch? Ik zei toen vast het tegenovergestelde. Classic!”
Je zei dat je, toen je als kind je handen voor het eerst optilde, zeker weten de klank van een koor in je hoofd had, geen violen.
„Dat is nog steeds waar. Maar ik wil mezelf blijven uitdagen. Ik hou ervan dat alles altijd veranderlijk is. Dat ik, als je me over drie jaar een vraag stelt, een totaal ander antwoord geef dan vandaag. Vroeger dacht ik dat dat een zwakte was, dat ik niet besluitvaardig of vastberaden genoeg was. Inmiddels kan ik waarderen dat ik altijd verander, ik ben er trots op dat mensen me niet kunnen ‘vangen’. Ik denk dat het iets te maken heeft met moeder worden, of met het leven lang genoeg leven om te weten dat je niet de enige bent die aan zichzelf twijfelt. Iedereen twijfelt aan zichzelf. En dat is goed. Als je niet twijfelt, dan klopt er denk ik iets niet.”
Krista Audere dirigeert Cappella Amsterdam 25/10 t/m 2/11 in Joby Talbots Path of Miracles. Later leidt ze Meriç Artaç’ Bosch Requiem 2025 en Arvo Pärts Kanon Pokajanen. Info: cappellaamsterdam.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.