Home

‘Als je niet gelooft dat klimaatverandering te stoppen is, waar kom je dan je bed nog voor uit?’

Twee Nederlanders uit verschillende generaties en met andere opvattingen gaan in gesprek over verkiezingsthema’s. Dit keer: een verhuurder van privéjets en een emeritus hoogleraar energiemarkten over klimaatverandering.

is opinieredacteur van de Volkskrant.

Op school moest Tom Winters (23) uit Bemmel eens een testje maken van het Wereld Natuur Fonds, dat de ‘persoonlijke voetafdruk’ in kaart brengt. Wat bleek? Als de hele wereldbevolking er zo’n leefstijl op nahield, zou 6,3 keer het aardoppervlak nodig zijn om iedereen te onderhouden. Voor de gemiddelde Nederlander is dat 3,3 keer. Winters vertelt de anekdote lachend. Niet dat hij er trots op is: ‘Het maakt me
gewoon niet uit.’

Die bizar grote voetafdruk – de gemiddelde Amerikaan zit op 4,8 aardbollen – is vooral te danken aan zijn vlieggedrag. ‘Mijn vader zit hoog in de boom bij een grote multinational. Wij gingen vroeger regelmatig met een privévliegtuig op vakantie.’

Zelf begon hij als tiener een opleiding tot schoenmaker. Niks voor hem, bleek gaandeweg, dus toen hij zijn diploma had, sloeg hij een andere weg in. Hij begon met werken in de autoverkoop. ‘Maar dat was niet leuk; het is een onaardige wereld. Een jaar geleden heb ik daarom samen met een vriend een bedrijf opgericht.’ Priv8 Flights bemiddelt in de verhuur van privéjets.

Een honderdtachtig graden andere jeugd had Annelies Huygen (70) uit Leiden. Halverwege het gesprek zet ze een liedje in dat ze als kind zong om haar broer te plagen, die in de milieubeweging zat: ‘Alles is vervuild: lucht, bodem, water.’ Het thema is altijd in haar leven aanwezig geweest, wil ze maar zeggen.

‘In de jaren zestig werden veel corporatiewoningen gebouwd. Die huizen werden, tot ergernis van mijn vader, die werkte als installatieadviseur, nauwelijks geïsoleerd. Vanuit het idee: energie kost toch niks.’

De emeritus hoogleraar energiemarkten, die vanwege verantwoordelijkheidsgevoel voor de warmtetransitie maar moeilijk kan stoppen met werken, ziet welke problemen de kortzichtigheid van destijds nu oplevert. ‘Het is heel duur om achteraf te isoleren. Terwijl: als je dat toen had gedaan, had het bijna niks extra’s gekost.’

Ze heeft onlangs haar eerste kleinkind gekregen en maakt zich, in het licht van de klimaatverandering, zorgen over diens toekomst. Ook Winters ziet de toekomst somber in, zegt hij. ‘Klimaatverandering is zeker een probleem. Maar van de maatregelen die getroffen worden, vraag ik me af in hoeverre we daar iets mee bereiken, zeker als klein landje. Dus voor mij hoeft het niet zo.’

Huygen: ‘Waarom niet?’

Winters: ‘Het is misschien een beetje egoïstisch, maar ik vraag me af in hoeverre ik er in mijn leven last van ga hebben. En ik heb niet echt een kinderwens, dus er komen waarschijnlijk ook geen kinderen waarvoor het een ­probleem zou zijn.’

Huygen: ‘Maar de kinderen van vrienden krijgen er wel last van. En ik denk altijd: als je geen kinderen hebt, dan moet je later wel verpleegd worden door de kinderen van anderen.’

Winters: ‘Ja, ik snap waar je vandaan komt en daar is ook wel wat voor te zeggen. Maar ik vraag me af of ik in mijn eentje het verschil ga maken. Dat denk ik niet. Ik leef nu allesbehalve klimaatvriendelijk, maar als ik dat wel zou doen, denk ik niet dat ik daarmee het verschil zou maken. Ik denk dat het al te laat is.’

Annelies, geloof jij wel dat we het tij kunnen keren?

Voorzichtig: ‘Ja... Ik denk wel dat als je met z’n allen heel erg je best doet om te zorgen dat iets niet gebeurt, er een grote kans is dat dat lukt.

‘Vroeger dachten we dat we met zijn allen zouden verbranden door het gat in de ozonlaag. Dankzij internationale samenwerking is dat voorkomen. Op dit moment zijn er ook hoopgevende innovaties.’

Winters: ‘Klopt, voor vliegtuigen heb je nu bijvoorbeeld Sustainable ­Aviation Fuel. Dat stoot tot 80 procent minder uit. Maar het nadeel is dat het ongeveer vijf keer zoveel kost als normale kerosine.

‘En stel, het zou voor een paar honderd liter zijn: prima. Maar er gaan duizenden liters in zo’n vliegtuigtank. Dat loopt behoorlijk in de papieren, dus is de keuze voor kerosine snel gemaakt.

‘KLM heeft nu wel een nieuwe vliegtuigmotor, de A321. Die is een stuk ­stiller en stoot minder uit. Maar echt klimaatvriendelijk is het niet. En ik denk niet dat vliegen dat ooit gaat worden.’

Gefascineerd door de onverschilligheid van Winters, vraagt Huygen hem het hemd van zijn lijf. ‘Sorry hoor, ik ga even door’, onderbreekt ze de verslaggever. ‘Ik wil zoveel dingen weten. Want zou je het wel fijn vinden om met je ­bedrijf iets te betekenen? Of doe je ­gewoon wat de markt zegt?’

Winters: ‘Dat vind ik een lastige. Als ik kan bijdragen en het niet te veel kost, vind ik dat prima. Maar uiteindelijk draait het om één ding – en dat is geld verdienen.’

‘Bij populaire routes, zoals Amsterdam-Ibiza, vraag ik soms of groepjes samen willen vliegen, als ze anders maar met z’n tweeën of drieën in het vliegtuig zitten. Dan laat je één vliegtuig gaan in plaats van vier. Maar ook dat is omwille van de kosten.’

Huygen: ‘En als je over een paar jaar steenrijk bent, omdat het bedrijf goed loopt, zou je dan keuzes maken voor het klimaat in plaats van de winst?’

Winters: ‘Dat is een goede vraag. Om eerlijk te zijn durf ik daar geen ja op te zeggen.’

Is het voor jou ook een vorm van zingeving om je te verzetten tegen klimaatverandering, Annelies?

‘Ja, zeker. Als ik zou denken: laat maar zitten, het gaat toch de verkeerde kant op, dan zou ik het heel moeilijk vinden om mijn bed uit te komen.’

Wat is jouw drijfveer, Tom? Een leuke tijd hebben?

‘Ja, ik heb plezier in wat ik doe. Dat vind ik het belangrijkste. Als ik heel druk bezig was geweest met het klimaat, had ik dit werk niet gedaan.’

Op andere plekken in de wereld ondervinden mensen wel de gevolgen van ons vertier. Voor je je daar nog verantwoordelijk voor?

‘Nee, eigenlijk niet. Dat klinkt misschien heel lullig, maar nee.’

Huygen: ‘Ik vind het wel heel verdrietig dat je de toekomst op jouw leeftijd zo pessimistisch inziet. Ik kom uit 1955 en groeide dus deels op tijdens de wederopbouw. Er was veel minder welvaart dan nu – wij gingen als student bijvoorbeeld nooit ergens koffiedrinken – maar er heerste wel een optimistisch gevoel. We gingen een betere tijd tegemoet.’

Winters: ‘Ik denk dat dat heel veel uitmaakt. Ik kom uit 2002, dus toen ik werd geboren was die welvaart er al. Je kon vrijwel alles doen wat je wilde, zeker in mijn gezin. Er is dan weinig om naartoe te werken.’

Is dat een slechte zaak?

Winters: ‘Als je ziet hoeveel mensen er ontzettend rijk zijn in Nederland, tja, daar schrik je van. Het verschil tussen arm en rijk wordt steeds groter, en de middenmoot steeds kleiner. De huizenprijzen zijn ongelofelijk hoog.

‘Ik ken best wat mensen die huizen verhuren, en die vragen allemaal de hoofdprijs. Met als argument: waarom niet? Mensen zijn vooral met zichzelf bezig. Misschien ook omdat ze het gevoel hebben dat ze het alleen moeten redden.’

Huygen: ‘Maar jij bent eigenlijk ook alleen met jezelf bezig.’

Winters: ‘Ja, dat klopt, dat ontken ik niet. En dat is ook een gevolg van deze tijd, denk ik. Voor een deel opvoeding en voor een deel de mensen met wie je
omgaat.’

Huygen: ‘Wij gingen vroeger bijna iedere week naar de kerk. Daar kregen we te horen dat we offertjes moesten brengen, dat je voor je medemens moest zorgen, je kent het wel. Iedere week weer kreeg je zo’n preek over je heen.’

Winters: ‘Ik ken wat mensen die nog naar de kerk gaan. Die denken inderdaad heel veel meer aan anderen. En nou ja, ik wil dan niet zeggen dat het geloof terug moet komen om aan elkaar te kunnen denken, maar het is wel een voorbeeld van hoe dat meer prioriteit kan krijgen.’

Zou jij in jouw omgeving een voorbeeld kunnen zijn van iemand die meer omkijkt naar anderen?

Winters: ‘Nee, dat denk ik niet. Er zijn mensen die daar beter in zijn dan ik.’

Je bent je er wel heel bewust van dat je het niet doet.

Winters: ‘Dat klopt, maar ik heb niet altijd behoefte om daar iets aan te veranderen.’

Huygen: ‘Altijd niet, geloof ik.’

Ze lachen allebei hard.

Winters: ‘Scherp.’

Huygen, als ze uitgelachen zijn: ‘Ik heb dan toch de neiging om te zeggen: dat komt nog wel, dat je je met anderen gaat bezighouden. Gek hè? Want misschien is dat helemaal niet zo. Maar door mijn eigen opvoeding kan ik me gewoon niet voorstellen dat het niet komt.’

Weten jullie al wat jullie gaan stemmen?

Huygen: ‘Ik kies altijd op het laatste moment. Maar in ieder geval voor een partij die zich bezighoudt met klimaat. Daarnaast vind ik de groeiende on­gelijkheid een belangrijk probleem. Dat voedt ook ontevredenheid, denk ik.’

Winters: ‘Ik weet het ook nog niet, ik houd me niet zoveel met politiek bezig. Maar we moeten meer over de lange termijn nadenken. Vooral om de woningnood op te lossen. Als ik hoor wat studenten voor een kamer betalen, vraag ik me af hoe ze dat ophoesten.

‘En we moeten iets doen aan het aantal mensen dat naar Nederland toekomt. Ik vind het goed dat mensen hierheen kunnen komen, maar het zijn er nu te veel. Dus ik zal ergens rechts uitkomen.’

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next