Epidemie Het dodelijke pokkenvirus bemoeilijkte de onafhankelijkheidsstrijd van de Verenigde Staten tegen de Britten. Hoe zou vaccinatiepionier Benjamin Waterhouse aankijken tegen de ontwikkelingen in het huidige Amerika?
Benjamin Waterhouse (1754-1846), die onder meer in Leiden studeerde.
„Hoe verder we onze kennis van de natuur uitbreiden, hoe meer we overtuigd raken van onze onwetendheid en hoe duidelijker we inzien hoe weinig we weten van de wonderbaarlijke werken van de Almachtige Schepper van de dingen.” Het is de ietwat vage en brede conclusie waarmee de Amerikaanse promovendus Benjamin Waterhouse in 1780 zijn proefschrift afsluit.
Tegenwoordig zouden geneeskundestudenten niet meer kunnen wegkomen met slechts 38 pagina’s aan uiteenzettingen van merendeels Griekse filosofen, zoals Paracelsus, als het gaat om het onderwerp van deze promotie: het verklaren en genezen van besmettelijke ziektes. Ook zou het niet meer geschreven zijn in het Latijn, maar in het Engels.
Het vergeelde en kwetsbare boekwerk, dat nog altijd te vinden is in de Leidse universiteitsbibliotheek, is een van de weinige tastbare sporen die Waterhouse heeft achtergelaten in de studentenstad. Op de voorgevel van het rode bakstenen huis waar hij tussen 1778 en 1781 woonde, Langebrug 45, prijkt wel een ANWB-bordje. Maar dat noemt alleen John Quincy Adams, de zesde president van de Verenigde Staten, die er kort woonde tijdens zijn studietijd. De volwassen Waterhouse was hier zowel mentor als huisgenoot van het dertienjarige Wunderkind.
Waterhouse kwam in Leiden terecht na een vormende studietijd in Londen. Daar dompelde de Amerikaan zich rijkelijk onder in het milieu van de Royal Society, de Britse academie voor wetenschappen. In Nederland moest hij zijn vak in de praktijk brengen. Of om, zoals de bevriende arts John Fothergill het omschreef, „wat Nederlands slijm” – professionele kilheid – „te ontwikkelen”. Een harde heelmeester worden. In 1781 keerde Waterhouse als een van de best opgeleide Amerikaanse artsen terug naar zijn thuisland, schrijft zijn biograaf Philip Cash. En net op tijd.
De prille republiek, nog steeds verwikkeld in de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britse overheersers, schreeuwde om nieuwe ideeën over ziektebestrijding en medische innovaties. Tegelijkertijd met de revolutionaire en door de Verlichting geïnspireerde idealen van gelijkheid en vrijheid, verspreidde zich namelijk iets anders. Een dodelijk virus: Variola major. De pokken.
Naar schatting bezweken er in de periode 1775-1782 in Noord-Amerika zeker 130.000 mensen aan variola, ruim 5 procent van de totale bevolking. Een percentage vergelijkbaar met de Spaanse Griep (1918-1920) en vele malen hoger dan wat de coronapandemie heeft veroorzaakt. De meeste slachtoffers vielen in de grote steden en onder de uiterst kwetsbare inheemse bevolking. Voor die laatste was het de zoveelste verwoestende Europese plaag die hele stammen en culturen van de kaart veegde. Ontdekkingsreizigers zoals de befaamde Meriwether Lewis en William Clark troffen jaren na de epidemie overal in het land lege nederzettingen aan van native Americans. De Arikas-stam in de huidige staat South Dakota telde in 1794 nog maar twee of drie dorpjes, waar er twintig jaar eerder tientallen waren, noteerde de Fransman Jean-Baptiste Truteau in zijn dagboek.
Inheemse Amerikanen tijdens een confrontatie met de Britse kolonel Henry Bouquet, die opzettelijk dekens onder hen had verspreid die met het pokkenvirus waren besmet.
Er bestond wel een wapen in de strijd tegen pokken: variolatie of inoculatie, ofwel het overbrengen van vocht uit de puisten van met pokken besmette patiënten in kleine, door een arts toegebrachte, wondjes bij gezonde mensen. In China was al in de zestiende eeuw bekend dat wie een keer besmet raakte met variola daarna immuun was. Deze kennis waaide in de achttiende eeuw over naar Europa en Noord-Amerika.
Maar in de dertien opstandige Britse kolonies waren ze, net als nu, een beetje antivax. De procedure was controversieel. Wie zich liet behandelen, was wekenlang ziek en besmettelijk. In veel steden was inoculeren bij wet verboden, omdat het juist pokkenuitbraken kon veroorzaken als quarantaines niet goed werden gehandhaafd. Een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten, wetenschapper Benjamin Franklin, geloofde lange tijd niet in inoculeren. Totdat zijn vierjarige zoontje in 1736 aan pokken overleed. „Ik heb er lang spijt van gehad, en heb er nog steeds spijt van, dat ik het hem niet door middel van inenting pokken heb gegeven”, schreef hij jaren later in zijn autobiografie.
Ook was deze medische procedure duur en daardoor alleen weggelegd voor de allerrijksten – zoals Franklin. Boeren, ambachtslieden en bedienden konden niet zomaar wekenlang uitzieken. Amper opgeleid en diepgelovig, begrepen en vertrouwden ze de wetenschap niet en moesten er daarom niks van hebben.
De Onafhankelijkheidsoorlog en de great smallpox epidemic waren een keerpunt voor variolatie. „We moeten meer angst hebben voor deze kwaal dan het zwaard van onze vijand”, schreef generaal George Washington op 6 februari 1777 aan de hoofdarts van zijn Continentale Leger. De strijd van de Amerikaanse rebellen tegen de Britse overheersers was tot dan toe geen succes. Met veelal ongetrainde en ongedisciplineerde militieleden – boerenjongens en oude mannen – verloor de opperbevelhebber en toekomstige president gedurende het acht jaar durende conflict meer gevechten van het machtigste leger ter wereld, dan dat hij won. Washingtons grootste vijanden waren niet de redcoats en hun beruchte Hessische huurlingen, maar de pokken.
Voor deze Founding Father betekende de epidemie dat honderden manschappen aan het front tegelijkertijd ziek werden en in quarantaine moesten. Deze patiënten moesten dan weer bewaakt worden – opdat ze niet ontsnapten en meer mensen besmetten – door resistente soldaten, die Washington op hun beurt dan weer moest missen aan het front. De eerste grote militaire campagne van de Amerikanen, de invasie van door Groot-Brittannië overheerst Canada, liep stuk door variola. Bijna de helft van de elfhonderd manschappen bezweek eraan.
Na maandenlang twijfelen beval Washington in het voorjaar van 1775 dat zijn manschappen geïnoculeerd moesten worden tegen de pokken. Het op grote schaal ziek maken van zijn leger en hen wekenlang in ziekenhuizen opsluiten was lange tijd een te groot risico. Toch, vond Washington, hing zijn militaire succes af van het indammen van pokkenbesmettingen. Ook al was het een logistieke nachtmerrie om voor de Britten geheim te houden dat duizenden manschappen van het front werden gehaald. „Ik hoef niet te zeggen hoe belangrijk de noodzaak tot geheimhouding is”, schreef Washington aan een arts. „Er is geen twijfel aan dat de vijand gebruik zal maken van deze informatie.” Zo begon in 1777 heimelijk de eerste door de staat ingestelde immunisatiecampagne in de Amerikaanse geschiedenis. Een die volgens historicus Ron Chernow een van de doorslaggevende factoren was voor het winnen van de oorlog tegen de Britten.
Dit was het klimaat waarin Waterhouse terugkeerde in 1781. Een waar de Amerikaanse idealen van life, liberty and the pursuit of happiness onlosmakelijk verbonden waren met een geloof in medische vooruitgang. Waar revolutionaire nieuwe persoonlijke vrijheden alleen konden bestaan als burgers elkaar collectief beschermden tegen ziekmakers. In dit Amerika hielp Waterhouse, een jaar na aankomst, met het oprichten van de Harvard Medical School. Toen nog een kleine dependance van de universiteit, tegenwoordig een van de meest prestigieuze en bekende medische faculteiten ter wereld.
Hier begon Waterhouse met het experimenteren met een pokkenvaccin. Hij kreeg in 1799 door een bevriende arts uit Londen het boek van de Britse arts Edward Jenner toegestuurd. Wat Waterhouse voor de rest van zijn leven ‘de gulden verhandeling’ zou noemen, veranderde voorgoed zijn leven en ook de Amerikaanse medische wetenschap. In het boek beschrijft Jenner hoe het besmetten van gezonde patiënten met milde koepokken, vaccineren (naar het Latijnse woord voor koe, ‘vacca’), hen immuun maakt voor het veel dodelijkere pokkenvirus. „Tijdens het lezen van dit werk werd ik getroffen door de talloze voordelen die het dit land kan geven en ook het menselijk ras”, schreef Waterhouse, die danig onder de indruk was, aan de gulle gever.
Brieven over de potentie van vaccinatie aan zijn oude vriend en president John Adams, vader van zijn Leidse huisgenoot John Quincy, bleven onbeantwoord in 1799. Maar diens vicepresident en opvolger Thomas Jefferson, misschien wel de grootste bondgenoot van Amerikaanse wetenschap en geneeskunde in die tijd, antwoordde wel. Deze auteur van de Onafhankelijkheidsverklaring had zich in 1766 al illegaal laten inoculeren tegen pokken. De twee correspondeerden uitgebreid over Waterhouse’ experimenten met vaccinaties. Als president hielp Jefferson vanaf 1801 het volksgezondheidsverhaal van de arts verspreiden. Met zijn hulp en inzicht om het vaccineren van kwetsbare native Americans tot een prioriteit te maken, verspreidde deze nieuwe levensreddende medische procedure door heel Noord-Amerika. Het leverde Waterhouse de titel ‘de Amerikaanse Jenner’ op.
Het gevecht tegen pokken in de Verenigde Staten in de achttiende en negentiende eeuw, luidde een tijdperk in van medische vooruitgang en vertrouwen in de wetenschap. Met als hoogtepunten het poliovaccin, dat mede door de inspanningen van president Franklin Delano Roosevelt werd ontwikkeld, en de meer recente covidvaccins.
Waterhouse zou schrikken van het Amerika anno 2025. Onder leiding van minister Robert F. Kennedy werd dit jaar onderzoek naar veelbelovende mRNA-vaccins gestaakt. Ook worden er momenteel gevestigde vaccinatieschema’s voor kinderen zonder duidelijke wetenschappelijke redenen aangepast, is de grootste mazelenuitbraak sinds 2000 gaande, krijgen kwakzalvers een plek in medische adviescommissies en is het chaos bij de Centers of Disease Control (de Amerikaanse RIVM).
Het is een bizarre wending van een medisch succesverhaal in een land dat volgend jaar zijn 250-jarig jubileum viert.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC