Home

Opinie: Peilingen hebben wel degelijk nut in een democratie, ze geven de kiezer meer opties

Er klinkt altijd kritiek op zetelpeilingen in verkiezingstijd. Hoewel soms terecht, is het toch beter om dit te hebben dan alleen de oncontroleerbare uitspraken aan talkshowtafels, stellen Peter Kanne en de peilers van Ipsos I&O.

Je kunt er de klok op gelijk zetten: zodra de verkiezingen naderen worden de zetelpeilingen ter discussie gesteld. Op de dag van de vorige verkiezingen, 22 november 2023, schreef dagblad Trouw: ‘Peilingen domineren meer dan ooit de slotfase van de verkiezingen.’

Er wordt soms beweerd dat er meer wordt gepeild dan ooit en dat peilingen een dynamiek op gang brengen die het stemgedrag beïnvloeden. Bovendien zouden peilingen ‘er altijd naast zitten’. Al snel daarna volgt de suggestie de peilingen te verbieden, of toch minstens de laatste anderhalf of twee weken geen zetelpeilingen meer te publiceren.

Voor al deze kritiek zijn wij – peilers van Ipsos I&O – niet ongevoelig. En ook niet doof. Maar waaróm we peilen wordt wel eens uit het oog verloren.

Over de auteurs
Asher van der Schelde
, Maartje van de Koppel, Sjoerd van Heck, Harm Hartman en Peter Kanne zijn werkzaam bij het peilteam van Ipsos I&O.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Informatie

Het nut van het houden van zetelpeilingen is drieledig. Ten eerste geeft het kiezers informatie bij het maken van hun keuze op verkiezingsdag. Informatie die ze kunnen gebruiken bij strategisch stemgedrag. Sommige mensen vinden dit niet goed, kiezers zouden moeten afgaan op de plannen van de partijen en aldus – zo puur mogelijk – hun stem moeten bepalen.

Maar waarom zou dat moeten? Het klopt dat sommige kiezers op basis van strategische overwegingen kiezen. Bijvoorbeeld door niet de partij van hun eerste voorkeur te kiezen maar nummer twee, omdat die partij een volgende regering een gewenste kant op kan trekken. Om die keuze te kunnen maken, kijken ze naar de peilingen. Kiezers hebben in Nederland weinig invloed op regeringsvorming. Met de strategische stem kan de kiezer deze toch een beetje sturen.

Andere kiezers hebben sympathie voor een nieuwkomer of kleine partij – denk aan Bij1 of BBB in 2021 of 50Plus nu – maar vragen zich af of die partij de kiesdrempel gaat halen. Deze kiezer wil zijn stem niet ‘verloren’ laten gaan. Ook dan kan een blik op de peilingen uitsluitsel geven. Wij hebben een zeer open kiesstelsel – er is geen kiesdrempel – en het is een democratisch verworvenheid dat nieuwe geluiden zo in het parlement vertegenwoordigd worden. Peilingen dragen hier aan bij.

De strategische stem moet overigens niet worden overschat. In 2023 stemde uiteindelijk 19 procent van de kiezers (deels) op strategische gronden. Belangrijker waren de standpunten (61 procent), de ideologie (40 procent) en de lijsttrekker (26 procent) van de gekozen partij.

Gehoord

Ten tweede helpen peilingen de media te bepalen over wat en wie ze (kritisch) moeten berichten. Het is belangrijk dat de mening van kiezers wordt gehoord, ze moeten zich vertegenwoordigd voelen in het parlement. Ook nieuwe zorgen moeten aandacht krijgen. Als er geen zetelpeilingen waren, zouden media alleen afgaan op de verhoudingen in de Tweede Kamer van dat moment. Dat bijvoorbeeld de NSC van Pieter Omtzigt in 2023 veel steun genoot in de samenleving, hadden media zonder peilingen niet kunnen weten. De aandacht was dan (weer) vooral uitgegaan naar VVD, D66, GroenLinks-PvdA en PVV.

Dit geldt nu voor het CDA: door de peilingen weten we dat de kans groot is dat deze partij een rol gaat spelen in een volgende regering. Dus weten media dat lijsttrekker Henri Bontenbal kritisch bevraagd moet worden. Het helpt ook bij de keuze wie er aan debatten mee mogen doen. Zo kunnen media recht doen aan de voorkeuren en zorgen van kiezers.

Ten derde geven peilingen politieke partijen strategische informatie over de kiezersvoorkeuren. Critici zullen zeggen: van al die peilingen krijg je een wij-vragen-zij-draaien-democratie, een peilocratie! Dat risico bestaat, er zijn politieke partijen die hun oren wel erg laten hangen naar wat de kiezers willen. Maar wat critici vergeten is dat grote politieke partijen ook hun eigen kiezersonderzoek (kunnen) doen. Nu voeren wij peilingen uit die we – kosteloos – openbaar maken; iedereen kan ervan profiteren, ook de kleinere partijen.

Sommige kritiek is niettemin terecht. Politicologen wijzen er vaak op dat de peilingen zelf geen (ongewenste) dynamiek veroorzaken, maar dat de manier waarop media ze vertalen dat wel kan doen. Bijvoorbeeld door partijen ten onrechte of te snel te bestempelen als verliezers of winnaars. Dat gebeurt als een journalist bij een verschil van slechts één of twee zetels al spreekt van een daling of stijging, of als een verschuiving maar in één van de verschillende peilingen te zien is.

Trend

De stelregel is daarom: spreek pas van een trend als dat in meerdere peilingen over een langere periode zichtbaar is. Wij betrachten deze voorzichtigheid in onze rapportages, maar sommige journalisten negeren dit en dat is jammer. Zo concludeerden wij in onze slotpeiling in 2023 dat drie partijen op gelijke hoogte stonden, maar schreef onder meer Thomas van Groningen van WNL op X dat de PVV in onze peiling aan kop ging.

Een ander belangrijk element is de voorspellende waarde van zetelpeilingen. Wij stellen altijd dat onze peiling geen voorspelling van de uitslag is, maar de stand van zaken van dat moment. We hebben te maken met onzekerheidsmarges en de kiezer maakt tussen de slotpeiling en de stembusgang nog van alles mee: debatten, talkshows, stemhulpen, krantenartikelen, interviews met de lijsttrekkers en – inderdaad – peilingen.

Je mag ervan uitgaan dat een partij die vijf dagen voor de verkiezingen op dertig zetels staat er geen tien gaat halen. Omgekeerd idem dito. De stand in de zetelpeiling zegt iets over de krachtsverhoudingen. Maar de precieze uitslag voorspellen we er niet mee, omdat een behoorlijk deel van het electoraat pas op de dag van de verkiezingen de keuze bepaalt.

Als overheid of media daadwerkelijk de wens hebben om in de slotfase van zetelpeilingen af te zien, zijn wij zeker bereid vanaf één of twee weken voor de verkiezingsdag geen peilingen meer te publiceren. Al zou dat logischerwijs dan ook voor de andere peilers moeten gelden.

Aandacht voor inhoud

Een ander, terecht punt van kritiek is dat sommigen alleen maar praten over peilingen in termen van een ‘horse race’ (wie wordt de grootste?). Hoewel dit element ook aan bod mag komen – het heet tenslotte een verkiezingsstrijd – mag er meer aandacht zijn voor de inhoud. Onze peilingen zijn daarom nooit alleen zetelpeilingen. We koppelen de stemvoorkeuren altijd aan het waarom: door welke onderwerpen laten kiezers zich leiden bij hun stemgedrag?

Een derde advies waar we nu gehoor aan geven: laat ook de twijfel bij kiezers zien. We rapporteren welk aandeel van plan is te gaan stemmen, hoeveel kiezers al zeker zijn van hun keuze, hoeveel er nog twijfelen, waartussen en waarom.

Als al dit onderzoek niet voorhanden zou zijn, dan zou het publiek moeten afgaan op oncontroleerbare uitspraken aan de talkshowtafels. Betrouwbaar kiezersonderzoek is een belangrijke schakel tussen politiek, media en kiezers. We menen de democratie er een dienst mee te bewijzen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next