Home

Het is belangrijk dat beschaafde mensen fascisten de naam geven die ze verdienen, namelijk fascisten

Anderhalf jaar geleden interviewde ik de Italiaanse schrijver Antonio Scurati, bekend om zijn romanreeks over Benito Mussolini. Scurati dompelt zich al bijna veertien jaar onder in het leven van de aartsvader van het fascisme en vertelde dat de door hem bestudeerde feiten uit de jaren dertig inmiddels zo vaak resoneren in het heden, dat het moment steeds dichterbij komt dat beschaafde mensen zich niet langer mogen verbergen.

Wat bedoelt u daarmee, vroeg ik, waarna hij zei dat het fascisme aan een nieuwe opmars bezig is, mede dankzij opportunistische partijen als de VVD, die maar honing blijven zuigen uit die giftige bloem. Het is daarom belangrijk dat beschaafde mensen fascisten de naam geven die ze verdienen, namelijk fascisten.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik twijfelde toen een beetje, omdat fascisme een behoorlijk ingewikkelde term is om te gebruiken. Het is altijd al een vage ideologie is geweest die veel ruimte overlaat voor interpretatie. Dat is enerzijds de reden dat zoveel mensen worden uitgescholden voor fascist, en maar relatief weinig voor nazi (bij die laatste club zijn de spelregels immers veel duidelijker).

Anderzijds betekent het dat hedendaagse fascisten altijd een heel scala aan argumenten hebben om te bewijzen dat zij heus geen echte fascist zijn. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: ‘ik heb geen hekel aan Joden/gebruik geen geweld/koester de vrijheid van meningsuiting dus ik kan helemaal geen fascist zijn’.

Precies die vaagheid, schreef essayist Umberto Eco ooit, maakt het herkennen van een hedendaagse fascist zo lastig. ‘Het zou maar wat gemakkelijk voor ons zijn als er iemand ten tonele verscheen die zei: ‘Ik wil de poorten van Auschwitz weer openen, ik wil dat de zwarthemden weer over de Italiaanse pleinen paraderen!’ Maar helaas is het leven niet zo eenvoudig.’

De geschiedenis rijmt nooit perfect, was Eco’s punt, maar eerlijk is eerlijk: ze maken het ons de laatste maanden wel erg gemakkelijk. Zo zagen we alleen al dit kalenderjaar de rijkste man ter wereld een Hitlergroet brengen bij een partijbijeenkomst. We zagen de machtigste man ter wereld gemaskerde agententen inzetten om burgers zonder proces op te laten pakken en te laten verdwijnen.

We zagen de lijsttrekker van de grootste partij van Nederland (die al eens werd veroordeeld omdat hij vanaf een podium riep ‘minder, minder, minder’ van een bepaalde bevolkingsgroep te willen) een cartoon verspreiden die geinspireerd was op nazi-propaganda. We zagen vervolgens een meerderheid van het Nederlandse parlement besluiten niet het fascisme te verbieden, maar juist het antifascisme.

En tot slot zagen we, voor de laatste twijfelaars onder ons, hoe mannen en vrouwen in zwarte shirts met de Prinsenvlag wapperden in Den Haag, Amsterdam, Amersfoort, Houten, Uithoorn en noem maar op. Ze gooiden met stenen naar andersdenkenden, scandeerden: ‘wij zijn Nederland’ en: ‘Fransie Timmermans, vieze vuile kankerjood, Fransie Timmermans moet dood’.

Daarna riepen ze ‘Sieg Heil’ en deden ze de Hitlergroet.

Ze kruipen uit hun holen en doen dat immiddels zonder gêne. Je hoeft je neus maar even boven de digitale riolen te hangen, of boven een willekeurige column in De Telegraaf, en je herkent de stinkende walm die eruit opstijgt direct. Het herinnert ons eraan dat ieder mens, ook de moderne variant, duistere instincten bezit, en onpeilbare impulsen.

Er komt een moment dat beschaafde mensen zich niet meer mogen verbergen, zei Scurati anderhalf jaar geleden in een interview.

Hij had gelijk. En voor Nederland geldt: dit is dat moment. 29 oktober is dat moment.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next