Verkiezingen Drie politici, drie boeken. Henri Bontenbal pleit voor eindelijk normaal doen, Rob Jetten hamert op positiviteit en hoop, Marjolein Faber ventileert vooral het eigen gelijk. Boeken van politici blijven zo een ingewikkeld genre.
Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) tijdens de Algemene Beschouwingen.
Lijsttrekkers die in de aanloop naar verkiezingen een boek schrijven: zo’n exercitie krijgt al snel iets van een beter gebonden uitgave van het eigen verkiezingsprogramma aangevuld met enkele persoonlijke observaties om de ‘mens’ achter de politicus meer te laten zien. Het gaat, om in marketingtermen te blijven, om positionering van het merk.
Nu de trouwe partijaanhang blijft afkalven, zijn voor elke lijsttrekker in alle hoeken en gaten zetels te winnen. De verkiezingsuitslagen, met grote schommelingen in zetelaantallen, laten het telkens zien. Bij de afgelopen verkiezingen voor de Tweede Kamer, die van 2023, stemde volgens onderzoek grofweg slechts de helft van de kiezers op dezelfde partij als de keer ervoor. De lijsttrekker die kiezers wil binnenhalen maar tevens behouden, zal van zich moeten laten horen. Keer op keer. De mogelijkheden zijn tegenwoordig onbeperkt. Het gaat van flyeren en poseren voor selfies op de markt tot een gelikt filmpje op TikTok.
Henri Bontenbal: Het kan echt anders. Prometheus, 304 blz. € 19,99
Tegen die achtergrond doet het schrijven van een boek haast archaïsch aan. Een boek! En dan nog wel 304 pagina’s dik. De nieuwe lijsttrekker van het CDA, de 42-jarige Henri Bontenbal tekende ervoor. Daarmee treedt hij in de voetsporen van zijn verre voorganger Jan Peter Balkenende, die vlak voor de verkiezingen van 2002 hetzelfde deed. Zijn boek heette Anders en beter; het boek van Bontenbal draagt de titel Het kan echt anders. Inderdaad, anders willen de boektitels van CDA-politici maar niet worden.
Net als Balkenende destijds probeert Bontenbal met het boek zijn politieke opvattingen in een bredere context te plaatsen. Of zoals hij schrijft: „het christen-democratische verhaal voor Nederland opnieuw vertellen”. Dat Balkenende dit ruim twintig jaar geleden deed was vanuit diens achtergrond beter te plaatsen dan Bontenbal nu. Balkenende was voordat hij in de Tweede Kamer kwam bijzonder hoogleraar christelijk-sociaal denken over economie en maatschappij aan de Vrije Universiteit en medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Zodoende maakt hij in de jaren negentig in kleine kring naam als CDA-ideoloog.
Bontenbal (afgestudeerd natuurkundige) ontpopte zich aanvankelijk veel meer als wetenschappelijke doener die zich bezighield met klimaatverandering en energietransitie. Dat hij zich met die achtergrond waagt aan zowel filosofische als praktische christen-democratische vergezichten in een snel veranderende maatschappelijke omgeving is verrassend. Hoewel hierbij de kanttekening past dat het boek, zoals hij ook keurig vermeld, leunt op gedachten en bijdragen van ideologisch meer gevormde partijgenoten.
In zijn zoektocht naar het christen-democratische verhaal heeft Bontenbal de boekenkast niet geschuwd. Elk hoofdstuk over een inhoudelijk onderwerp sluit hij af met een kort portret van iemand die hem persoonlijk inspireert. Het zijn onder andere Dag Hammarskjöld, Hannah Arendt, Simone Weil en paus Franciscus die op zijn lijstje met voorbeelden staan.
De in zijn woorden „persoonlijke missie” van de afgelopen twee jaar die tot het boek leidde, heeft behalve een helder overzicht over de stand van het land een interessant inzicht opgeleverd in de denkwereld van de man die na de verkiezingen best wel eens premier zou kunnen worden. Iemand die ziet dat het populisme een steeds steviger voet tussen de deur krijgt, maar ervan overtuigd is dat populisme niet met populisme bestreden kan worden, ook niet met een lichtere of onschuldig lijkende vorm ervan.
Hij kiest net als Balkenende ruim twintig jaar geleden deed voor het begrip ‘fatsoen’, maar in het gepolariseerde klimaat van nu krijgt dit een meer urgente toon. Bij Balkenende had het nog iets bedompts, bij Bontenbal is het meer uitdagend. Het verklaart ook de huidige electorale aantrekkingskracht van Bontenbal: eindelijk iemand die normaal doet en zichzelf niet overschreeuwt. De politieke standpunten die hierbij serveert, gebaseerd op ruimte voor het maatschappelijk middenveld en nadruk op rentmeesterschap, doen klassiek CDA aan. Want ook met Henri Bontenbal blijft het CDA de partij van het midden.
Minder ruimte om te betogen dat het anders moet heeft D66-lijsttrekker Rob Jetten nodig. Hoe het wél kan heet zijn boek dat zowel qua omvang (96 pagina’s) als schrijfstijl eerder als een pamflet oogt. Korte, staccato-zinnen waarin de kiezer rechtstreeks wordt aangesproken („Ja, daar word ik soms net zo gek van als jij”).
Rob Jetten: Hoe het wél kan. Prometheus, 96 blz. € 13,99
Hoewel nog relatief jong schrijft de 38-jarige Jetten als een ervaringsdeskundige – hij was behalve Tweede Kamerlid ook ruim twee jaar minister – die heeft gezien en meegemaakt waar het binnen de overheid vastzit of misgaat. „Waarom lukt het de politiek nou alleen om grootse dingen te doen als de druk is opgelopen? En waarom weten we niet door alle zelfgecreëerde bureaucratische barrières heen te breken als het geen acute crisis is”, schrijft hij.
De stilstand moet worden aangepakt en het kan ook, zegt Jetten in zijn aanstekelijk positieve proza: „Durven kiezen voor de vooruitgang”; „We laten ons niet remmen door de mensen die zeggen dat het niet kan”; „Een overheid die groot durft te denken, maar klein durft te doen.” Veel management by speech dus; een bekend fenomeen in de consultancywereld waar D66 goed is vertegenwoordigd. Maar over hóe dat dan moet gebeuren is hij een stuk minder stellig. Dat moet de geïnteresseerde kiezer maar terugzoeken in het verkiezingsprogramma. Dit geldt ook voor de opvatting van Jetten over het veelbesproken migratiethema. Daarover zegt hij in zijn boek nauwelijks iets.
Dat geldt niet voor Marjolein Faber, namens de PVV 336 dagen minister voor Asiel en Migratie totdat Geert Wilders zijn steun aan het kabinet-Schoof begin juni introk. In haar aan „alle generaties na mij” opgedragen boek Mij krijgen ze niet klein blikt het inmiddels kandidaat Tweede Kamerlid voor de PVV terug op die even kortstondige als turbulente ministersperiode. Het is de Marjolein Faber zoals Nederland haar het voorbije jaar heeft leren kennen ten voeten uit: vol in de aanval, geen moment van zelfreflectie.
Marjolein Faber: Mij krijgen ze niet klein. Prometheus, 224 blz € 18,99
De vrouw van ‘ik ben beleid’ is ook de vrouw van ‘ik heb altijd gelijk’ die zich als minister alleen maar tegengewerkt voelde. Het ministerschap was „de hel” voor haar, schrijft ze. „Nog maar net binnen en er kwam meteen een enorme haatmachine op gang van ongekende proporties.”
Deze verongelijkte toon zet zij in het hele boek door. Dat is misschien storend, maar het is tegelijk authentiek Faber. Haar eigen verhaal maakt direct duidelijk waarom het streven „het strengste asielbeleid ooit” in te voeren maar niet is gelukt. Begrippen zoals plooien en schikken zijn aan haar niet besteed. Ze wilde „doordieselen”.
Dat zij daardoor vaak alleen stond in het politiek bureaucratische complex maakt Faber op vele plaatsen in het boek duidelijk. Ze wilde zich actief manifesteren op sociale media, maar dat ging moeizaam. „De voorgestelde tweets die ambtenaren hadden verzonnen vond ik vaak te soft. Het moest steviger. Dat leidde vaak tot ellenlange discussies.”
Er valt van alles af te dingen op het boek van Faber. Het is rancuneus (hoewel zij het zelf heeft over een „terugblik zonder wrok”), het is soms warrig van compositie en het is eendimensionaal. Maar een boeiend inkijkje in de wereld van de vrouw die de politiek een jaar lang bezighield is het zeker.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC