Het is een goede zaak dat Europa voorzichtig is met het delen van kennis met China, maar in plaats van zelf in te grijpen had minister Karremans beter kunnen vertrouwen op de Nederlandse rechtsstaat.
Bericht uit de Volkskrant van 14 juni 2016: ‘De Eindhovense chipproducent NXP verkoopt een divisie die relatief eenvoudige elektronicacomponenten maakt aan Chinese investeerders. Het bedrijf wil zich concentreren op de winstgevender fabricage van hoogwaardige halfgeleiders.’
De investeerders waren Wise Road Capital en Jac Capital, een investeringsvehikel van de Chinese overheid. De divisie ging verder onder de naam Nexperia.
Er werd op dat moment geen enkele alarmbel geluid. Integendeel. Het was juist goed dat China zich over deze laagwaardige productie ontfermde, dan konden wij Nederlanders ons met veel hoogwaardiger zaken bezighouden.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De bedoelingen van de Chinese eigenaren waren op dat moment overigens wel al duidelijk: ‘Het verwerven van technologische kennis en productiemogelijkheden is een speerpunt van het Chinese economische beleid. Met de aankopen wil het land minder afhankelijk worden van buitenlandse firma’s.’
Dat was toen geen probleem. Nu, nog geen tien jaar later, wordt het als levensgevaarlijk gezien. Minister van Economische Zaken Vincent Karremans heeft eind vorige maand een paardenmiddel uit de kast gehaald voor Nexperia om ‘het weglekken van kennis en daarmee het verlies van toekomstige productiecapaciteit’ te voorkomen.
Karremans deed voor het eerst in de geschiedenis een beroep op de Wet beschikbaarheid goederen (Wbg), wat betekent dat hij als minister alle besluiten van het bedrijf kan tegenhouden.
Deze dramatische ingreep leidde direct tot een Chinese tegenzet. De chips die uit de Chinese Nexperia-fabrieken komen, mogen het land niet meer verlaten. Hiermee komt de aanvoer van chips ook in Europa in gevaar, precies wat Karremans vreesde.
Dat Nexperia, een relatief kleine speler, ineens in het brandpunt van de belangstelling is komen te staan, laat vooral zien hoe hoog de spanningen tussen China, Europa en de VS zijn opgelopen bij de chipsproductie.
Ook hier is Donald Trump de belangrijkste aanjager. Tijdens zijn vorige regeerperiode, in 2018, zette hij de aanval in op de export van geavanceerde chipsmachines naar China. De VS zijn als de dood om hun technologische voorsprong kwijt te raken. De angst krijgt nu ook vat op Europa en de Nederlandse minister van Economische Zaken.
Dat Europa beter nadenkt over de strategische waarde van kennis is winst, dat het veel voorzichtiger is geworden met het delen van kennis met China ook.
Het blijft alleen een raadsel waarom Karremans zich nu juist zoveel zorgen maakt over de relatief laagwaardige chips van Nexperia. In zijn Kamerbrief uit hij vooral zorgen over de bedrijfsvoering. De aanleiding voor zijn drastische besluit zijn ‘serieuze signalen’ over ‘tekortkomingen’ die ‘een acute en ernstige bedreiging vormen voor de continuïteit van het bedrijf’. Signalen die duiden op wanbeleid, dus.
Het is begrijpelijk dat Karremans zich hier zorgen over maakte, maar in plaats van zelf in te grijpen had hij beter kunnen vertrouwen op de Nederlandse rechtsstaat of in dit geval, de Ondernemingskamer. Bestuurders van Nexperia hadden daar al een zaak aangespannen en de rechter greep al ongenadig hard in. De bestuursvoorzitter moest het veld ruimen en het stemrecht op alle aandelen werd overgedragen aan een onafhankelijke partij.
Het Nederlandse ondernemingsrecht biedt mogelijkheden genoeg om wanbeleid te bestrijden. De bemoeienis van Karremans is een extra slot op de deur, maar te vrezen valt dat hij ook heeft bijgedragen aan onnodige escalatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant