Verkiezingen We kunnen de zorg niet eindeloos blijven uithollen. Want op een gegeven moment is de rek eruit, schrijft Jorn Albers.
Bedden staan in de hal van de spoedeisende hulp in ziekenhuis Rijnstate in Arnhem.
Ik werk als verpleegkundige, net als mijn 200.000 collega’s. Daar leer je iets wat geen enkel verkiezingsprogramma helder durft te benoemen: kwetsbaarheid is geen fout in de samenleving, het ís de samenleving. Zorg bestaat bij de gratie van mensen die elkaar nodig hebben. Dáár, in die afhankelijkheid, wordt zichtbaar wat we als land werkelijk waard zijn.
Jorn Albers is verpleegkundige in de ggz.
Toch spreken politieke partijen in deze campagne over zorg alsof het een kostenpost is die ‘slanker’ moet. De NOS meldde afgelopen week dat bijna alle partijen hogere defensie-uitgaven willen financieren door te korten op zorg. Alleen GroenLinks-PvdA laat de zorguitgaven stijgen in de doorrekeningen. Terwijl nieuwe miljarden naar NAVO-inspanningen gaan, wordt van de zorg verwacht dat het er nóg efficiënter kan. Nabijheid en medemenselijkheid kunnen niet efficiënter, ze kunnen alleen minder.
Een samenleving kan lang draaien op de vanzelfsprekendheid van zorg. Dat er altijd wel iemand is die zijn etentje afzegt omdat er vanavond wéér gaten in het rooster vallen. Iemand die na een dienst tóch nog een late avonddienst overneemt. Iemand die, met het water al aan de lippen, zegt: ik kom wel. Misschien is dat wel de grootste gok die politiek én samenleving nemen: dat de zorg tóch wel doordraait. Zoals dat altijd gebeurt. Wij zorgverleners laten geen patiënten naar huis gaan omdat we moeten staken. Leggen het land niet plat met trekkers of uitvallende dienstregelingen. Ons vind je niet op het Malieveld. Ons morele kompas wint het altijd van protest. We werken door, ook als het systeem kraakt. En die vanzelfsprekendheid zien we terug in de partijprogramma’s.
We kunnen de zorg niet eindeloos blijven uithollen. Want op een dag is de rek eruit. Niet uit woede, maar uit uitputting. Onze zorg stort niet in met lawaai, maar in stilte. Uit de Monitor Gezond Werken in de Zorg 2024 van Stichting IZZ blijkt dat 1 op de 3 zorgmedewerkers in de VVT (verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg) erover denkt de zorgsector te verlaten.
We zijn een land geworden dat graag spreekt over zelfredzaamheid en autonomie, de liberale kernwaarden die jarenlang in onze samenleving zijn gepompt. Maar zorg begint precies daar waar autonomie eindigt. De politiek kan praten over participatie, maar weinigen sterven alleen. In de zorg weten we: genezen is niet altijd mogelijk, maar nabij blijven wél. Een hand vasthouden. De stilte verdragen naast iemand die niet meer weet hoe verder te gaan. Die handelingen komen niet voor in begrotingsstukken, maar dáár toont beschaving zich – of niet. Politieke taal en zorgtaal liggen steeds verder uit elkaar. In Den Haag gaat het over doelmatigheid, capaciteit, kosten. Bij ons gaat het over waardigheid, tijd, aandacht. In verkiezingsprogramma’s bestaan mensen als doelgroep. Voor ons als gezicht, als naam, als mens.
Dus ja, ik vraag politici om eerlijkere taal. Noem het bezuinigen op zorg als dat is wat je doet. We verhogen de NAVO-bijdrage omdat er drones boven Europees grondgebied vliegen en Poetin aan de rand van het continent staat. Maar als er dagelijks mensen wegzakken in een uitgeput zorgsysteem, noemen we dat geen crisis — dan is dat beleid. Wie investeert in zorg, investeert niet alleen in bedden en uren, maar in de erkenning dat menselijkheid tijd kost.
Ik vraag ook iets van ons als burgers: beschouw zorg niet als iets wat pas belangrijk wordt wanneer je er zelf mee te maken krijgt. Zie het als stille infrastructuur die ons allemaal draagt, iedere dag, ook als je het niet ziet. Veel van wat ons mens maakt, speelt zich af buiten ons zicht. De vraag is of we daar oog voor durven hebben, vóórdat het ons persoonlijk raakt. Zorg is geen brandblusser die je pas pakt in nood, het is het morele fundament van onze samenleving.
Wij, zorgverleners, zullen blijven zorgen. Dat heb ik beloofd toen ik mijn beroep koos. Niet onder voorbehoud van politieke aandacht of applaus, maar omdat het juist dáár begint: bij iemand die iets nodig heeft en iemand anders die zegt: ik blijf. De vraag is: wie scharen zich daarbij, politiek én maatschappelijk?
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC