Home

Op het veld ben je een speler, geen vluchteling, merken deelnemers aan dit Europese toernooi

Voetbal Op de KNVB-campus in Zeist verzamelden jonge voetballers zich voor het eerste officieuze EK voor vluchtelingen in Nederland. ‘Mijn beste vrienden zijn nog steeds de jongens met wie ik voor het eerst ging voetballen.’

Het Finse elftal won het officieuze EK voor vluchtelingen in Zeist. Foto Ricco Brouwer/Soccrates

Op de KNVB-campus in de bossen van Zeist worden bezoekers deze woensdag verwelkomd door achttien mannequins, elk gekleed in het nationale tenue van een Europees land. De kantine staat vol met tafels bedekt met witte tafelkleden, elk met een vlag, een pionnetje en een bal. De helft van het gezelschap is strak in pak, de andere helft in trainingskleding. Op het podium schittert de bokaal die morgen naar een van de deelnemende landen zal gaan.

De setting lijkt op een loting van het EK, maar het is de start van iets heel anders: de ‘Unity Euro Cup’, een officieus EK voor vluchtelingen, dit jaar voor het eerst georganiseerd in Nederland.

Het toernooi ontstond in 2021 tijdens een lunch bij de UEFA, met het idee om voetbal in te zetten als middel voor maatschappelijke inclusie en om vluchtelingen te helpen integreren in hun gastlanden. In 2022 vond de eerste editie plaats, met teams uit acht Europese landen. Inmiddels doen er achttien teams mee. De teams zijn gemixt en bestaan uit zeven statushouders en vier ‘gewone’ spelers uit het land dat ze vertegenwoordigen, met minimaal drie vrouwen per team.

Stromae en Snollebollekes

Om half negen ’s ochtends loopt het Nederlandse team de spelerstunnel door, richting het veld. Ze spreken Nederlands, Engels en Arabisch door elkaar. Op het veld voegen ze zich bij spelers uit zeventien andere landen. „Spelen we op veld twee?” roept een Poolse speler. „Tak,” antwoordt zijn teamgenoot. Over het terrein schalt de muziek van Stromae en Snollebollekes. De teams lopen met hun landenvlag het veld op, onder applaus. Liechtenstein en Polen doen dit jaar voor het eerst mee.

Nederland speelt zijn openingswedstrijd tegen Italië. „Iedereen voelt dat dit het echte werk is,” zegt Tessa van Ruiten, normaal gesproken speelster van het Amsterdamse DVVA maar deze woensdag een van de speelsters van het Nederlandse team. De vaantjes worden uitgewisseld en Nederland trapt af. Het tempo ligt hoog; af en toe vliegt er iemand onderuit, maar de sfeer blijft sportief. Italië domineert, Nederland blijft knokken. In de slotminuut maakt het thuisland de gelijkmaker: 2-2.

Na verlies tegen Ierland (2-4), herpakt Nederland zich tegen Malta en Albanië: 2-1 en 3-0. In de kwartfinale wacht Finland. „Het is erop of eronder,” zegt trainer René van Rijswijk, voormalig speler van RKC, NEC en Cambuur. Het wordt eronder. Finland, de latere winnaar van het toernooi, blijkt te sterk: 0-3.

Restauranttips

Het Nederlandse team werd tijdens drie trainingsdagen geselecteerd uit vijfhonderd jongeren die zich hadden aangemeld. Van Ruiten: „Dan leer je elkaar kennen, niet alleen als links- of rechtsbuiten, maar als mens. We wisselen restauranttips uit — iemand noemde een Jemenitisch restaurant in Amsterdam dat ik heb opgeslagen. En we gingen samen naar [de EK-kwalificatiewedstrijd] Nederland–Finland. Dan merk je dat je grapjes maakt en hechter wordt.”

De spelers worden behandeld als professionals: het officiële Nederlands tenue, training op het veld van Oranje en overnachting in het KNVB-hotel. „Dat geeft je het gevoel dat je serieus genomen wordt, dat je gezien wordt”, zegt Van Ruiten.

Een van de toeschouwers is Khaled Alyami, die in de editie van 2023 meespeelde in het Nederlandse team. Hij is afkomstig uit Jemen en voor hem was het toernooi een manier om zijn dankbaarheid te tonen: „Ik wilde laten zien dat ik waardeer wat Nederland mij geeft: een huis, zorg, veiligheid. Daarom wilde ik het toernooi winnen.” Daarnaast geeft de sport hem een gevoel van gelijkwaardigheid. „Op het veld ben je geen vluchteling, maar speler.”

Een van de toeschouwers is Anoush Dastgir, bondscoach van Oranje onder 18 en zelf gevlucht uit Afghanistan. Voetbal heeft hem geholpen in Nederland te integreren. „Ik kwam in 2000 als tienjarige naar Nederland. Op school in het azc zag ik weinig Nederlanders. Pas bij voetbalclub GVV ’57 in Grave leerde ik de taal, kreeg ik zelfvertrouwen, voelde ik me onderdeel van de gemeenschap. Mijn beste vrienden zijn nog steeds de jongens met wie ik voor het eerst ging voetballen.”

Demonstraties

Deelnemende spelers zijn zich bewust van de polarisatie in samenleving en politiek rond hun aanwezigheid in Nederland en andere Europese landen. In 2024 wilde toenmalig minister Marjolein Faber (PVV) via een noodwet een asielstop afdwingen, afgelopen najaar diende Caroline van der Plas (BBB) opnieuw een motie daartoe in. De spelers hebben gehoord van de protesten tegen de komst van azc’s, en recente anti-immigratieprotesten in Den Haag en Amsterdam.

Alyami maakt zich er geen zorgen over: „Het is politiek. Ze gebruiken vluchtelingen om stemmen te winnen. Mijn PVV-vrienden willen gewoon een huis of een beter leven. Dat snap ik.”

De Afghaanse oud-bondscoach Khalida Popal, nu statushouder in Denemarken, coachte het Europese team, een combinatie van statushouders en medewerkers van de Europese Commissie. Popal ziet de media als sleutel om het negatieve beeld rond asiel en migratie te veranderen. „De verhalen over vluchtelingen zijn vaak negatief. We hebben positieve verhalen nodig — hoe we bijdragen aan de samenleving.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next