Home

De Stemwijzer werkt populisme in de hand

Verkiezingen Bij de vragen in de Stemwijzer van ProDemos ontbreekt onmisbare context, ziet Carolus Grütters. Bijvoorbeeld dat sommige plannen niet gerealiseerd kunnen worden zonder uit verdragen te stappen.

Het is een goede gewoonte in Nederland om kiezers, vlak voor verkiezingen, uitgebreid te informeren over de standpunten van politieke partijen. Een van de hulpmiddelen daarbij is de Stemwijzer die door ProDemos wordt samengesteld en een maand voor de verkiezingen wordt gepubliceerd. Het doel van de Stemwijzer is om „kiezers inzicht te geven in de verschillen tussen partijen, aan de hand van concrete beleidsvoorstellen”.

Carolus Grütters is als research fellow verbonden aan het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

De 30 stellingen in de huidige Stemwijzer zijn volgens ProDemos gebaseerd op de verkiezings­programma’s en bovendien geselecteerd omdat het onderwerpen zijn ‘die in het land spelen’. Dat is mooi. Maar dan zou het wel verstandig zijn om bij elk van de onderwerpen die in de Stemwijzer zijn opgenomen op zijn minst te vermelden of de Kamer daar überhaupt over gaat. Het is immers een vrij zinloze exercitie om een stelling voor te leggen als: het moet bij wet worden geregeld hoeveel dagen per jaar het warmer dan 25 graden mag zijn. Of: de doodstraf moet opnieuw worden ingevoerd.

Het eerste kan niet en het tweede kan alleen als Nederland besluit om uit de EU te stappen en allerlei verdragen opzegt met een verbod op de doodstraf. Zonder een dergelijke rechtsstatelijke of internationaal­rechtelijke toevoeging klinkt een dergelijke stelling makkelijk: ja gaan we doen. Punt. Maar met een kleine toelichting wat de consequenties daarvan zullen zijn, krijgt zo’n voorstel een geheel andere lading. Jammer genoeg bevat de Stemwijzer een aantal stellingen die de suggestie wekken dat de kiezer er wel over gaat, althans dat er geen Europeesrechtelijke of internationaalrechtelijke voetangels en klemmen aan vast zitten. Twee stellingen springen er uit.

Toelichting bij de stelling

Stelling nummer 8 gaat over religieus onderwijs: „de overheid moet strenger controleren wat jongeren leren bij kerken, moskeeën en andere organisaties die lesgeven op basis van levensbeschouwing.” Controleren impliceert dat je op een gegeven moment ook de bevoegdheid zou hebben om iets te verbieden. Maar de vrijheid om godsdienstonderwijs te geven is uitdrukkelijk geregeld in art. 10 van het Handvest van de Europese Unie: „Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst en overtuiging te veranderen en de vrijheid, hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé, zijn godsdienst te belijden of zijn overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in de praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.” Dit impliceert dat dat onderricht – hoe vervelend dat ook zou kunnen worden beoordeeld – niet mag worden gecontroleerd of gecensureerd. Als je dat toch zou willen inperken, dan moet je uit elke denkbare internationale samenwerking stappen, te beginnen uit de Europese Unie, voordat je een dergelijke inperking van het recht op godsdienstvrijheid zou kunnen realiseren. Die toelichting staat niet bij de stelling.

Stelling nummer 27 gaat over etnisch profileren. De stelling is dat er een wet moet komen die de overheid verbiedt om afkomst of nationaliteit te gebruiken om risico’s op criminaliteit in te schatten. Simpel gezegd staat er dat de overheid niet mag discrimineren. Maar die wet is er allang. In art. 1 van de Grondwet staat dat al: „Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Er is weliswaar een initiatiefwetsvoorstel ingediend over een verbod op etnisch profileren, maar daarin wordt slechts het discriminatieverbod uit de Grondwet herhaald.

Een cruciale fout in deze stelling is de suggestie dat het gebruik van discriminerende profielen alleen betrekking heeft op criminaliteit. Maar daar gaat het juist niet om. Het gaat niet om op de opsporing van criminelen waarbij een daderprofiel een rol speelt: ‘de dief reed op een groene fatbike, had gele schoenen en een kaal hoofd’.

Waar het wel om gaat is de praktijk waarin de overheid op basis van statistische verbanden, correlaties dus, mensen selecteert om te controleren. Dat is een vorm van discriminatie. Als je vooral roodharige mensen controleert, dan zul je heel erg vaak roodharige mensen vinden die de controle niet doorkomen, hetgeen de suggestie wekt dat je vooral roodharige mensen moet controleren om effectief te zijn: een selffulfilling prophecy. Dergelijke praktijken komen ook bij de overheid voor. Als je daar iets aan zou willen doen – en dat zou heel goed zijn – dan zou je het gebruik van profielen in zijn algemeenheid moeten verbieden. Dat kan door wettelijk voor te schrijven dat er niet op basis van profielen maar op basis van aselecte steekproeven moet worden gecontroleerd. Maar dat staat niet bij de toelichting.

Door op deze manier stellingen op te werpen zonder de consequenties daarvan te vermelden, faciliteert de Stemwijzer het populistische gedachtengoed. Dat lijkt me niet het doel van een organisatie als ProDemos.

TWEEDE KAMERVERKIEZINGEN 2025

Lees hier al onze artikelen over de landelijke verkiezingen op 29 oktober

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next