Home

Kan motion capture-acteren het ooit winnen van een acteur met zijn blote gezicht?

is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.

Is motion capture-acteren net zo knap als ‘gewoon’ acteren? In zo’n strak pak over een groene set vliegen, zouden Oscar-stemmers dat net zo hoog moeten waarderen als iemand die een beroemdheid tot in het kleinste gebaartje tot leven wekt?

Zoe Saldaña vindt van wel. De Avatar-actrice vertelde de Britse krant The Independent vorig jaar hoe frusterend het is om over het hoofd gezien te worden als je ‘120 procent hebt gegeven in zo’n rol’. Deze week sprak ze haar hoop uit dat regisseur James Cameron een documentaire maakt over het maakproces van Avatar: Fire and Ash, die eind dit jaar in de bioscoop te zien is. ‘Dat geeft ons eindelijk de kans om op nauwgezette wijze uit te leggen waarom performance capture de meest bevrijdende vorm van acteren is.’

In de rubriek Pics werpt filmrecensent Floortje Smit haar blik op de hedendaagse beeldcultuur.

Werkelijk? De meest bevrijdende vorm? Als je hele gezicht en bodysuit volgeplakt is met sensoren? ‘In zo’n pak voel je je volslagen idioot’, vertelde Benedict Cumberbatch bij de wereldpremière van The Hobbit: The Battle of the Five Armies (2014). ‘Alsof je in glinsterende pyjama’s rondloopt.’

Waar Cumberbatch zich over dat verlammende bewustzijn heen kon zetten, vond Hugh Grant het in Wonka (2023) regelrecht afschuwelijk. ‘Ik droeg zo’n ding dat voelt als een doornenkroon, ontzettend oncomfortabel. Er draaiden zestien camera’s tegelijk, maar ik had geen idee wat er gebeurde. Ik had het proces niet meer kunnen haten dan ik deed.’

Geen kostuum om je te ondersteunen, geen visuele ankers van het decor, dan moet je als acteur dus werkelijk álles uit jezelf halen. Dat lijkt me niet ‘bevrijdend’ maar hondsmoeilijk. En dáár mag best meer waardering voor komen.

De vraag is alleen of je het ooit kunt winnen van een acteur met zijn blote gezicht. Net als bij een dikke laag protheses gaan er onvermijdelijk nuances in het spel verloren. Er zijn animatoren die nog gezichtsuitdrukkingen of bewegingen tweaken. Hoeveel? Dat weet je als buitenstaander nooit.

Dat speelde nog een rol bij de laatste échte lobbypoging, in 2011, toen er campagne werd gevoerd om Andy Serkis te nomineren voor een Oscar voor zijn rol in Rise of the Planet of the Apes. Nu zal dat, dankzij technologische ontwikkelingen, minder relevant zijn.

Plus: er is een belangrijkere technologische reden om als Academy in ieder geval eens heel aandachtig naar het werk van de steracteurs in de nieuwe Avatar te kijken. Nu het taboe op de ontwikkeling van AI-acteurs de afgelopen maanden is doorbroken dankzij die vreselijke Tilly Norwood, is het goed om met wat nominaties te onderstrepen dat er altijd een mens nodig is om een computer te voeden.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next