Home

‘Niet elke jongere die zich online extreem gedraagt is een gewelddadige nihilist’

Criminologie Jonge geweldplegers krijgen de laatste tijd vaak het label ‘nihilistische extremist’. Pas op daarmee, zeggen deskundigen, die term kun je niet op alle jongeren plakken „die online dingen doen die niet mogen”.

Het bloedbad op de Columbine High School in april 1999 werd gepleegd door twee jongemannen met wraakzuchtige ondergangsfantasieën.

Opeens was hij overal, de ‘nihilistische gewelddadige extremist’. Kinderen of jongvolwassenen, meestal mannen, die extreem geweld plegen uit pure destructiedrift, gekweekt in online vijvers vol cynisme en haat.

Het etiket is in omloop voor jongeren die online tegen elkaar opbieden in sadistisch geweld. Vaak met online filmpjes, zoals onlangs tussen groepen jongens gebeurde in Beverwijk en omstreken. Ook over zogeheten soevereinen, die ten prooi vallen aan complotfantasieën en zich aan de samenleving onttrekken, maken autoriteiten zich zorgen. In Amerika is inmiddels veel breder sprake van ‘terroristen’ met nihilistische of diffuse motieven; de moordenaar van Charlie Kirk en de aanslagpleger op Trump zouden daartoe behoren. De FBI hanteert er een nieuw, omstreden daderprofiel: de ‘nihilistische extremist’, die zich schuldig maakt aan „crimineel gedrag dat politieke, sociale of religieuze doelen nastreeft die in wezen voortkomen uit haat tegen de samenleving en de wens die te doen instorten”.

Ook in Nederland klinkt alarm. Van meme tot moord, een recent rapport van het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCSS), waarschuwt voor „een nieuwe generatie van geweld” onder jongeren, online gekweekt en voorbij duidelijke politieke of ideologische scheidslijnen. Zulk online extremisme is allang geen marginaal verschijnsel meer, aldus het HCSS, maar tegelijk „ontbreekt in Nederland belangrijke kennis over online extremistische ecosystemen”.

Dat laatste beamen drie deskundigen uit wetenschap en praktijk die samen een oproep willen doen voor meer onderzoek naar de online cultuur van extreem geweld én voor een grotere zorgvuldigheid in het debat erover. „Er is een term gelanceerd, nihilistisch extremisme, die te pas en te onpas op jongeren kan worden geplakt die online dingen doen die niet mogen”, zegt Bram Sizoo. Hij is aan de Universiteit van Amsterdam bijzonder hoogleraar klinische psychologie van radicalisering. Zijn zorg is dat er in de maatschappelijke ophef te veel op een hoop wordt gegooid.

Het Castor College in Beverwijk. Scholen in die plaats moesten in september om veiligheidsredenen dicht wegens dreiging op sociale media.

Grooming en chantage

Sizoo: „We weten er nog veel te weinig van. We zien inderdaad een nieuw soort zeer zorgwekkend gedrag online. Jongeren die ultra-gewelddadige filmpjes met elkaar delen. Maar dat leidt niet allemaal vanzelf tot gevaarlijk extremisme. Allerlei motieven kunnen een rol spelen, ook de puberale behoefte om grenzen op te zoeken of te shockeren. Generalisaties met etiketten kunnen stigmatiserend zijn voor zulke jongeren of hen juist een soort hogere status geven. Dat wil je ook niet.”

Het gaat dan om „nihilistische geweldsverheerlijking”, aldus Van meme tot moord. Met grooming en chantage „worden jongeren gedreven tot moord, seksueel kindermisbruik of zelfmoord”. Evenals Amerikaanse onderzoekers signaleert het HCSS dat ideologie daarbij geen heldere rol speelt, maar „gehybridiseerd” is. Online extremisme is een bont en vertakt netwerk dat loopt van extreemrechts ‘eco-fascisme’ en de ‘manosfeer’ tot groepen voor incels (onvrijwillig celibatair levende mannen) of islamitische extremisten. In die wirwar van ongenoegen, haat en sensatie ontstaat „saladebar-extremisme”, een „grillige en moeilijk te voorspellen mix van radicale sentimenten”, aldus het rapport. Zoals in de op het oog bizarre rechts-racistische combinatie White Jihad.

Maar wat is het verband met gewelddadig extremisme in de offline wereld? Bijval krijgt Sizoo van onderzoeker Elanie Rodermond. Zij is criminoloog aan de Vrije Universiteit en lid van een expertgroep contra­terrorisme van de NCTV. Ze zegt: „Je hoort nu veel over gamification of terror, de rol die online gaming zou spelen in radicalisering en extremisme. We zien dat er allerlei verbanden zijn tussen die cultuur en extreemrechtse online gemeenschappen, maar hoe dat precies werkt, of er een causaal bestaat, dat weten we gewoon niet.”

Vermoedelijk rekruteren rechts-extremisten in online groepen, onder jongeren die murw zijn gemaakt door langdurige blootstelling aan extreem geweld. Rodermond: „Maar we kunnen niet zien hoe de lijntjes lopen. Uit de criminologie weten we dat het ook niet makkelijk is om iemand geweld aan te doen. Alleen al om iemand te slaan moeten mensen een flinke drempel over, laat staan voor extreem geweld. Je hoeft dus echt niet over elke jongere die weleens een plaatje van Pepe the Frog deelt meteen de AIVD te bellen. Voor radicalisering zijn veel meer stappen nodig, daar moet we zicht op krijgen.”

Samen met Rosalind van der Lem, psychiater en directeur van de psychiatrische instelling Fivoor Ambulant, bereiden de twee een wetenschappelijk artikel voor over het onderwerp. Van der Lem is ook deelnemer aan het Poliplatform voor aanbieders van ambulante forensische zorg, en merkt daar brede interesse in het onderwerp. „We zien dit type radicalisme in de praktijk nog niet veel”, zegt zij „maar dat komt ook omdat we er niet op gespitst waren. De publiciteit erover kan maatschappelijke angst aanwakkeren, maar helpt ons ook om te focussen.”

En hoe zit het met ‘nihilisme’, de overtuiging dat niets in het leven enige waarde heeft? Een recent Canadees overheidsrapport herkent in extreme online groepen „een diepe misantropie, haat tegen de mensheid in het algemeen, en de wens niet alleen te verstoren maar te vernietigen”. Genoemd worden het extreemrechtse ‘No Lives Matter’ en het netwerk van ‘accelerationisten’, die ‘het systeem’ over de kop willen jagen door geweld of zelfs burgeroorlog uit te lokken. Geloof in witte suprematie is vaak de ideologie, het doel is het creëren van chaos.

Wraakzuchtige ondergangsfantasieën

Dat heeft precedenten in de offline wereld. De twee Amerikaanse daders die in 1999 een bloedbad aanrichtten op de Columbine High School bij Denver, een nog altijd beruchte school shooting, hadden zich tevoren ondergedompeld in wraakzuchtige ondergangsfantasieën. Die mogelijkheid is eindeloos verruimd door het online labyrint van extreme en occulte speculaties en sinistere complotten.

Tegelijk kan de rol van ‘nihilisme’ worden overdreven of misbruikt. Het dook in de VS al op in de destijds geruchtmakende rechtszaak van de rijkeluiszoontjes Leopold en Loeb in 1924, de boy murderers die ‘zomaar’ een 14-jarig vriendje hadden vermoord. Volgens hun advocaat waren ze geïnspireerd door het lezen van Nietzsche, de Europese filosoof met louter „minachting en sarcasme voor alles wat waardevol is in het leven”. Begin twintigste eeuw werden anarchisten en socialisten in de VS gebrandmerkt als staatsgevaarlijke nihilisten, een trend die zich in het tijdperk-Trump lijkt te herhalen.

Rodermond wil dat nuanceren: „De koppeling aan terrorisme gaat voorbij aan belangrijke verschillen. Terroristen willen maatschappelijke angst zaaien met een concreet politiek of sociaal doel. Maar bij het extreem gewelddadig gedrag dat je online vindt ontbreekt zo’n motief doorgaans. Angst in de samenleving is er wel het gevolg van, maar niet per se het oogmerk.” Het nieuwe FBI-daderprofiel dat in de VS nu wordt gebruikt is bovendien tegenstrijdig: nihilisten streven geen politieke of sociale doelen na, die hebben immers ook geen waarde.

Om al die redenen is grotere duidelijkheid over de online geweldscultuur ook in Nederland dringend gewenst, zeggen de drie. Ze pleiten voor een multidisciplinair onderzoek dat professionals – leraren, zorgverleners, politiepersoneel – moet helpen signalen te herkennen. Mét de veiligheidsdiensten want, meent Sizoo, „die zien meer dan wij in de spreekkamers tegenkomen.” Bij dat onderzoek zouden jongeren zelf de hoofdrol moeten spelen. „Wij zijn ouderen, wij snappen die wereld niet”, zegt Sizoo. Psychiater Van der Lem: „We moeten ouders kunnen uitleggen hoe ze beter op hun kinderen kunnen letten, maar ook de kinderen zelf leren hoe ze eruit kunnen blijven, en hoe ze elkaar kunnen beschermen. Daar gaat het om.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next