Home

ESA-baas: ‘Met zo’n lage bijdrage zal Nederland ruimtevaartactiviteiten verliezen’

Josef Aschbacher | ESA-topman Directeur-generaal Aschbacher ziet dat zijn Europese ruimtevaartagentschap ESA het accent meer legt op defensie. Daar is geld voor nodig – ook van Nederland, dat met Estec een groot onderzoekscentrum van ESA huisvest. „De Nederlandse bijdrage aan ESA zit ver onder wat ik beschouw als passend voor jullie land.”

Duizenden ruimtevaartliefhebbers drommen deze zondag samen op het terrein van ruimtevaartcentrum Estec in Noordwijk: tieners, volwassenen, ouders met kinderen aan handen of op schouders, sommigen verkleed als Star Wars-personage of alien.

Waar normaal gesproken hekken, camera’s en een strikte paspoortcontrole ongenode gasten buitenhouden, kun je nu over de koppen lopen in de Space NL-tent, waar je kans loopt astronaut André Kuipers tegen het lijf te lopen. Ook zijn er tal van medewerkers van het Europese ruimtevaartagentschap ESA, om het publiek te vertellen over ‘hun’ satelliet, raket of ander ruimtevaartproject.

„Geweldig”, vindt Josef Aschbacher, directeur-generaal van ESA, de middag. Estec is het grootste ontwikkel- en testcentrum van zijn organisatie. Voor de gelegenheid is Aschbacher vandaag gestoken in een stoere blauwe astronauten-overall.

„Mensen komen vanuit heel Europa hierheen om te kijken wat we doen. Ruimtevaart gaat over technologie, maar ook over inspiratie en het aanwakkeren van dromen.”

De laatste jaren zijn die dromen minder vredig. Satellieten zenden beelden door van slagvelden en communiceren met drones, tanks en commandoposten. Kruis- en ballistische raketten en drones vertrouwen op satellietnavigatie om hun doel te bereken, al worden die signalen in toenemende mate verstoord. Een groeiend aantal landen, ook Nederland, heeft zijn strijdkrachten van een ruimtevaartafdeling voorzien. In juli lanceerde Nederland zijn eerste operationele militaire satelliet.

Wat betekent deze oorlogsstemming voor ESA? In de oprichtingsverklaring ging het in 1975 om ‘exclusief vreedzame doeleinden’.

„Helemaal nieuw is de defensiedimensie niet. Ruimtevaart is per definitie dual use [voor vreedzame en defensietoepassingen]. Neem ESA’s weersatellieten. Boeren en scheepvaart gebruiken die voor weersverwachtingen, net als luchtmachten en inlichtingendiensten. En raketten zijn ooit ontwikkeld om bommen af te leveren.

„De laatste jaren is duidelijk geworden dat Europa autonomer en weerbaarder moet worden, ook in de ruimte. We hebben dan ook discussies gehad met de ESA- lidstaten om helder te krijgen hoe we de ESA-missie moeten interpreteren: in hoeverre moeten wij aan defensietoepassingen werken?

„De uitkomst: ‘vreedzame doeleinden’ sluit defensietoepassingen niet uit. Ook de Verenigde Naties hebben vreedzame doeleinden en zetten tegelijkertijd gewapende blauwhelmen in. ESA zal niet werken aan aanvalswapens, zoals militaire raketten, maar we kunnen en zullen wel technologie voor defensiedoeleinden ontwikkelen.

„Zo bouwen we nu aan het Europese satellietcommunicatienetwerk IRIS2. Ook ligt er een voorstel voor European Resilience from Space [ERS], een project voor defensietoepassingen. Dat is een constellatie van satellieten met hogeresolutiecamera’s in het optische en infrarood-bereik, en met radar, die meerdere keren per dag beelden kunnen maken van hetzelfde gebied. In de uiteindelijke constellatie van tientallen satellieten komen ze om de twintig à dertig minuten langs. Individuele satellieten daarin zijn eigendom van de nationale defensieministeries, maar door interoperabiliteit heeft iedereen toegang tot dezelfde beelden.

„ESA heeft veel ervaring met het opbouwen van zulke satellietsystemen. Lidstaten kunnen inschrijven op dit project tijdens de ministersconferentie, eind november in Bremen.

„De eerste satelliet moet al in 2028 worden gelanceerd, wat in ruimtevaarttermen extreem snel is. ESA mag een weinig dynamisch imago hebben – deels ten onrechte, vind ik – maar dit kunnen we gewoon. Voor Italië bouwt ESA aan het Iride-netwerk, dat bestaat uit 68 satellieten met vergelijkbare doelen. De eerste zeven satellieten zijn in juni gelanceerd.”

Defensie in de ruimte gaat inmiddels niet alleen meer over signalen. Rusland, China en ook de VS hebben tests gedaan met het kapotschieten van satellieten. Onlangs meldde een Britse generaal dat de zes Britse defensiesatellieten wekelijks gestoord en geschaduwd worden door Russische satellieten.

„Dit is precies wat ik bedoel met het inherente dual use-karakter van ruimtevaarttechnologie. Operaties waarbij de ene satelliet in de buurt van de andere komt, kunnen dienen om satellieten te repareren, te verplaatsen of om schadelijk ruimtepuin op te ruimen. Maar ook om ze te storen, af te luisteren, te kapen of te vernielen.

„Ook wij werken aan deze technologie. Voor de wetenschappelijke missie Proba3 moeten twee satellieten heel precies in formatie vliegen. De ene heeft een camera, de andere een schijf die de zon heel precies afdekt. Alleen zo kun je beelden maken van de corona, de ijle buitenste lagen van de zon.

„Maar dezelfde methoden voor formatievliegen van satellieten zouden we op verzoek van lidstaten ook kunnen inzetten voor andere doeleinden. Dat zouden we graag doen, maar op dit moment is er geen programma om dat te ontwikkelen.”

U noemde de ministersconferentie in november, wat zijn daar de belangrijkste punten?

„ERS dus, dat project voor defensietoepassingen. En we hebben plannen voor aardobservatie, altijd een prioriteit voor ons, voor weersatellieten, IRIS2, bewaking tegen inkomende grote planetoïden, wetenschappelijke projecten, de ontwikkeling van Europese kleine draagraketten en van de ruimtevaarteconomie in de afzonderlijke lidstaten.

„Dit jaar was ons budget 7,7 miljard euro. Het is afwachten hoeveel de lidstaten de komende drie jaar willen verstrekken. Een deel van hun bijdrage is verplicht, een deel optioneel: lidstaten bepalen zelf hoeveel ze investeren. Hun geld komt volgens ons georeturn-systeem terug via opdrachten voor hun nationale ruimtevaartindustrieën.”

Wat is de Nederlandse bijdrage?

„Daar wil graag iets over kwijt. Nederland draagt 173 miljoen euro verplicht bij [voor drie jaar], gerelateerd aan het bruto binnenlands product. Daarnaast is 170 miljoen aangekondigd voor het optionele programma. Toen ik dat totaal zag, dacht ik eerst dat ik het niet goed begrepen had. Dit zit ver onder wat ik beschouw als passend voor Nederland, gezien de capaciteit van jullie industrie en het belang en de noodzaak van de Europese ruimtevaartambitie.

„Natuurlijk is de beslissing aan de regering, maar volgens ons creëert dit grote problemen voor de Nederlandse ruimtevaartindustrie. Als dit bedrag zo laag blijft, zal het aantal ESA-contracten met Nederlandse bedrijven teruglopen, wat een reductie van ruimtevaartactiviteiten in Nederland zal opleveren. Zo simpel is het.

„En dat is nog buiten het feit dat Estec hier gevestigd is, het grootste ESA-centrum. Volgens onze schattingen leveren 3.500 werknemers en alle bezoekers de Nederlandse economie zo’n 600 miljoen euro per jaar op.

„Dat is dus nog los van de contracten voor de ruimtevaartindustrie. Als jullie naar evenredigheid aan het totaalbedrag zouden bijdragen, kom je uit op 1,1 miljard euro – die ook nog naar de Nederlandse industrie terugvloeit. Dus hoe komt het dat jullie in totaal maar 343 miljoen bijdragen?”

Het is toch een vrijwillige bijdrage?

„Ja, maar het resultaat zal zijn dat activiteiten van Estec gereduceerd worden. En die zullen dan naar centra in andere landen gaan, want ik kan ze niet blijven steunen met deze financiering.

„Drie jaar geleden heb ik al besloten het hoofdkwartier van het Human and Robotic Exploration-centrum van Noordwijk naar Keulen te verhuizen. Er zijn veel lidstaten met grote interesse in het opbouwen van dit soort centra en de versterking van hun industrie. Dus ik denk dat Nederland nog eens goed naar zijn bijdrage moet kijken. „

De Duitse astronaut Matthias Maurer en zijn Franse collega Thomas Pesquet tijdens een demonstratie in ESA’s LUNA-centrum te Keulen.

Over bezuinigen gesproken: de regering-Trump wil 6 miljard dollar op NASA bezuinigen, bijna een kwart van het budget. ESA werkt intensief samen met NASA, vooral bij wetenschappelijke missies en in het bemande maanprogramma Artemis.

„Er zijn negentien wetenschappelijke missies waarin we samenwerken. Drie ervan zouden grote gevolgen ondervinden van de bezuinigingen:  de ruimte-zwaartekrachtgolvenantenne LISA [geplande lancering 2035}, röntgentelescoop Athena [2037] en de Venus-missie EnVision [2031]. Nog niets is zeker [Congres en Senaat houden de korting voorlopig tegen], maar we kijken hoe we die bezuinigingen kunnen opvangen, binnen Europa of met andere landen, zoals Japan.

„In sommige gevallen hebben we al besloten aan alternatieven te werken. We kunnen niet blijven wachten op een beslissing in de VS. De Mars Sample Return-missie is voorlopig al geschrapt; die zou verzamelde gesteentemonsters van Mars terugbrengen naar de aarde. ESA zou daarbij een Mars-satelliet leveren, ERO, als tussenstation in de terugreis. We kijken nu hoe we die missie kunnen ombouwen naar een onderzoekssatelliet in een baan om Mars.”

Hoe is het met de ontwikkeling van eigen Europese raketten?

„Met de Ariane 6 hebben we sinds vorig jaar weer een eigen Europese zware draagraket. Om kleinere en goedkopere Europese raketten te ontwikkelen en om de Europese ruimtevaarteconomie aan te jagen, hebben we de European Launcher Competition uitgeschreven.”

Afgelopen maart heeft het Duitse ISAR Aerospace een eerste lanceerpoging gedaan met zijn Spectrum-raket, vanuit het noorden van Noorwegen. De raket stortte al snel neer, maar ISAR beschouwde de poging als een succes vanwege de opgedane ervaring en de verzamelde data.

Geen probleem, zegt Aschbacher over het incident: „Dit hoort bij het ontwikkelen van een raket. Ik denk dat ze bij ISAR zeer capabel zijn en binnenkort een raket met succes lanceren. Ik wil graag klant van ze worden.

„Er zitten nog vier andere Europese rakettenbouwers in de competitie. ESA wordt dan de anchor customer en verleent ook steun bij de opbouw en verbetering van de fysieke infrastructuur voor de Europese ruimtevaart. Ook hiervoor zal ik de lidstaten in november om een bijdrage vragen.”

CV

Josef Aschbacher (1962, Ellmau, Oostenrijk) raakte als zevenjarige gefascineerd door ruimtevaart toen hij de eerste maanlanding op televisie zag. Hij studeerde natuurwetenschappen aan de Universiteit van Innsbruck en promoveerde op het gebruik van satellietdata. In 1990 begon hij als trainee bij het ESA-centrum Esrin voor aardobservatie in Frascati, Italië. Vanaf 1994 werkte Aschbacher bij het Joint Research Centre van de Europese Commissie. Hij keerde in 2001 terug naar ESA waar hij werkte aan het aardobservatieprogramma Copernicus. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van de ESA-aardobservatieprogramma’s, en sinds maart 2021 directeur-generaal van ESA in Parijs.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Economie

Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt

Source: NRC

Previous

Next