Israëlische turners, onder wie de olympisch en wereldkampioen op vloer, zijn komende week niet welkom bij de WK in Indonesië. De regering van het moslimland weigert, vanwege de oorlog in Gaza, visa aan de zes sporters te verstrekken.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.
De boycot, net nu de eerste fase van het twintigpuntenplan in werking is getreden en Palestijnen en Israëliërs over en weer zijn vrijgelaten, is hoogst uitzonderlijk. Onder druk van regeringen en sportbonden, en uit vrees voor repercussies, kijken organisatoren wel twee keer uit voordat ze andere landen de toegang ontzeggen. Europese voetballanden waagden zich bijvoorbeeld niet aan een boycot van Israël, ook om de Fifa niet te bruuskeren.
Twee jaar geleden had de gouverneur van Bali geweigerd om de Israëlische delegatie toe te laten bij de loting voor het WK voetbal onder 20 jaar. Wereldvoetbalbond Fifa reageerde woedend en ontnam Indonesië direct het toernooi, om het aan Argentinië toe te wijzen.
De uitsluiting van de Israëlische turners bij het WK (vanaf zondag) houdt echter stand. De internationale gymnastiekfederatie FIG zegt zich niet te kunnen mengen in buitenlandse staatsaangelegenheden en legt zich daarom neer bij het besluit van de Indonesische overheid.
In een korte verklaring zei de turnbond ‘de uitdagingen te erkennen waarmee het gastland te maken heeft gehad bij de organisatie van dit evenement’. Verder hoopt de FIG dat er ‘zo snel mogelijk een omgeving wordt gecreëerd waarin atleten van over de hele wereld veilig en met een gerust hart kunnen sporten’.
Jakarta gaat die omgeving niet zijn, blijkt nu de zes gekwalificeerde Israëlische turners het land niet in mogen. De Isräelische turnbond IGF stapte nog naar het internationale sporttribunaal CAS, maar dat wees beide zaken af. Een van de zaken was aangespannen mede namens de zes turners, onder wie de in Oekraïne geboren olympisch en wereldkampioen Artem Dolgopyat. Hij hoopte zo zijn wereldtitel op de vloer alsnog te kunnen verdedigen in Jakarta.
De turners wilden dat het CAS de internationale gymnastiekbond zou verplichten om hun deelname mogelijk te maken. En om anders het toernooi te verplaatsen of af te blazen. Het CAS wees beide verzoeken af, in één geval omdat het niet over de jurisdictie zegt te beschikken om een oordeel te kunnen vellen.
De Israëlische turnbond vindt het besluit van Indonesië een ‘flagrante schending’ van regels die toch ‘vrij duidelijk zijn’. De bond noemt het ‘ondenkbaar’ dat een land een ander land kan uitsluiten van deelname aan een WK , ‘terwijl de overkoepelende instanties niets doen’.
De zes turners hadden ‘niets meer willen doen dan meedoen’, zei secretaris-generaal Sarit Shenar van de Israëlische bond. Het niet verstrekken van hun visa noemt Shenar een ‘zeer glibberige helling’ voor de sport in zijn geheel. Wat is de volgende stap?, vroeg ze zich af. ‘Dit kan nu in elke discipline, in elke sport, in elke competitie gebeuren.’
Het bestuurslid sprak van een ‘heel gevaarlijk precedent’, al valt dat nog te bezien. De afgelopen maanden hebben juist aangetoond dat er (te) weinig consensus is over de uitsluiting van Israëlische sporters of clubs. In het wielrennen leidde de druk van sponsors er, na een uit de hand gelopen Ronde van Spanje, toe dat team Israel-Premier Tech vanaf volgend seizoen onder een andere naam fietst.
Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, neemt ten opzichte van Israël al decennialang een stellige positie in. De eerste president Soekarno weigerde het land te erkennen, en Indonesië onderhoudt nog altijd geen diplomatieke banden met Israël. Dat verandert pas als dat land ‘de onafhankelijkheid en volledige soevereiniteit van de Palestijnse staat erkent’, zei Yusril Ihza Mahendra, een van de ministers in het kabinet van president Prabowo Subianto, afgelopen vrijdag.
Indonesië durft Israëlische sporters te weren, ook als het zichzelf daarmee in de eigen voet schiet. Dat deed het in 1962 bijvoorbeeld door Israël en Taiwan te boycotten bij de Aziatische Spelen, waarop Indonesië van het Internationaal Olympisch Comité (aanvankelijk) niet mocht meedoen aan de Zomerspelen van 1964 in Tokio.
Het anti-Israëlstandpunt in de sport komt voor de Indonesiërs niet voort uit ‘kleinzieligheid of isolationisme’, zei Muhammad Zulfikar Rakhmat, onderzoeker bij het Centrum voor Economische en Rechtenstudies (CELIOS), deze week tegen persbureau AP. ‘Het is een weerspiegeling geweest van de Indonesische overtuiging dat geen enkel sportevenement een apartheidsstaat mag legitimeren.’
De regering van Subianto stond dan ook onder grote druk om de turnploeg te weren, onder meer van geestelijken. Op sociale media spraken veel Indonesiërs zich uit tegen de komst van de Isräelische sporters naar hun land. Volgens de gouverneur van Jakarta, Pramono Anung, zou de deelname grote publieke verontwaardiging hebben opgeroepen vanwege de situatie in Gaza.
De MUI, het hoogste islamitische orgaan in Indonesië, had alle gemeenschappen die Palestina steunen aangespoord om tot een Israëlische boycot op te roepen. ‘Door Israëlische atleten niet toe te staan om mee te doen in de sportarena, willen we duidelijk maken dat alle vormen van kolonialisme moeten worden afgeschaft, omdat ze in strijd zijn met de menselijkheid en rechtvaardigheid’, zei secretaris-generaal Amirsyah Tambunan van de MUI in een verklaring.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant