Tentoonstelling Viel hij op mannen, of niet? Als je zijn vele tekeningen bekijkt, zou je denken van wel. Maar op een tentoonstelling in Haarlem lijkt het Michelangelo toch om iets anders dan erotiek te zijn begonnen.
De mannen van Michelangelo. Tot en met 25 januari 2026 in Teylers Museum in Haarlem. Info: teylersmuseum.nl
Michelangelo (1475-1564) viel waarschijnlijk niet op mannen, schrijft de historicus Michael Rocke in de catalogus bij de tentoonstelling De mannen van Michelangelo in Teylers Museum. Rocke kan het weten, want hij doet al tientallen jaren onderzoek naar homoseksualiteit in Florence in de renaissance, Michelangelo’s plaats en tijd. Nee, stelt Rocke dus, de vermaarde beeldhouwer, schilder, architect en dichter viel niet op mannen, hij viel op jongens. Op pubers en adolescenten, die weliswaar geen kinderen meer waren, maar als mannen toch net pas afgebakken. Hij had met gemak hun vader kunnen zijn. In het Florence van rond 1500 was dit volgens Rocke ‘een vrij normaal verschijnsel binnen de maatschappelijke en seksuele beleving van veel plaatselijke jongens en mannen.’
Het is de vraag of Michelangelo zijn verlangens in de praktijk heeft gebracht. Hij was een religieus man met een sterk zondebesef: best kans dat de liefde bij hem levenslang verheven en platonisch bleef. Een assistent noteerde zijn opmerking ‘laat je niet in met seks, of doe het in elk geval zo zelden mogelijk.’ Het enige wat we met zekerheid weten is dat Michelangelo aan de jongens die hij begeerde, in Florence en later ook in Rome, gedichten opdroeg en tekeningen schonk. Vier van zulke tekeningen zijn nu in Teylers te zien: een portret in krijt dat hij omstreeks 1530 tekende van en voor de bankierszoon Andrea Quaratesi, toen een jaar of achttien, en drie sterk verhalende tekeningen (waarvan één in een kopie door een tijdgenoot omdat het origineel niet meer bestaat) die hij maakte voor zijn grote liefde Tommaso de’ Cavalieri. Die was ook ongeveer achttien toen de twee elkaar in 1532 leerden kennen.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Studie van een mannelijk naakt voor de Slag bij Cascina, 1504Zwart krijt, wit hoogsel op papier.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Studies voor de Libische Sibille voor de Sixtijnse Kapel, ca. 1511Rood krijt, wit krijt op papier.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564). De Droom, ca. 1533. Zwart krijt op papier.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Studie van een mannelijk naakt voor de Slag bij Cascina, 1504Zwart krijt, wit hoogsel op papier.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Zittend mannelijk naakt (ignudo) voor de Sixtijnse Kapel, ca. 1511. Rood krijt, wit gehoogd op papier.
Alle vier de bladen komen uit Londen: ze zijn geleend van het British Museum, The Courtauld Institute en de Engelse koning. Van dat kaliber zijn de bruiklenen op deze tentoonstelling. Maar ook de zevenentwintig Michelangelotekeningen uit het eigen bezit van Teylers – soms op twee kanten van hetzelfde papier gemaakt – zijn de reis naar Haarlem waard. Zo vaak worden die kwetsbare bladen niet uit hun doos gelicht.
Het zijn hoofdzakelijk figuurstudies, niet bedoeld als zelfstandige kunstwerken maar als werkmateriaal, waarin Michelangelo op lichamen of lichaamsdelen oefende voordat hij ze in marmer hakte of in fresco schilderde. Je herkent bijvoorbeeld het lijf van Adam en de hand met uitgestoken wijsvinger van God uit de beroemde Schepping op het plafond van de Sixtijnse Kapel.
En vrijwel nergens is een vrouw te bespeuren.
Wie kennismaakt met zijn oeuvre, vermoedt al snel dat Michelangelo in onze tijd wel degelijk homoseksueel zou zijn genoemd. Hij greep elke gelegenheid aan om blote mannen weer te geven. Dat begon al met zijn vijf meter hoge marmeren David (voltooid in 1504), volgens de auteurs van de catalogus ‘de beroemdste naakte man uit de kunstgeschiedenis’. De rest van zijn leven probeerde hij opdrachten altijd zo naar zijn hand te zetten dat er veel mannelijk naakt voor nodig was. Zelfs vrouwelijke figuren waren in zijn werk vaak mannen met een pruik en twee borsten, die hij als halve kokosnoten aan hun voorkant hing.
Gezien zijn voorliefde zou je denken dat Michelangelo voor zijn tekeningen tieners en adolescenten te poseren vroeg, zoals Caravaggio dat een eeuw later deed voor zijn schilderijen. Maar hoewel er ook twee kopstudies in rood krijt hangen van knappe androgyne jongens, zijn De mannen van Michelangelo overwegend… nou ja, echte mannen. Bootwerkers. Spierbonken. Flexende bodybuilders. Michelangelo lijkt zijn krijt met steroïden te hebben versneden. De conclusie moet wel zijn dat het hem bij het tekenen van mannelijke naakten niet, of lang niet in de eerste plaats, om de erotische spanning ging. Als kunstenaar wilde hij de verbluffende machinerie tonen die een mensenlichaam is – het hoogtepunt van de schepping, vond men in renaissancistisch Italië. Daar leende een gespierde man zich blijkbaar het beste voor. Geïnspireerd door sculpturen uit de antieke oudheid zette Michelangelo zijn modellen in ingewikkelde, dynamische houdingen neer en dan tekende hij wat er in zo’n lijf allemaal werd gedraaid, gebogen en aangespannen. Wat er aan welvingen te beleven valt tussen borst en kruis, op een rug in zacht strijklicht, in een arm of schouder, been of bil. Dat alles documenteerde hij met grote anatomische kennis, maar ook met evidente liefde voor de mens, in arceringen die lijken op de beitelsporen in zijn stenen beelden.
Er zit glas voor, maar je kunt heel dicht bij die lijnen en arceringen komen. Dat is het leuke van het bekijken van oude tekeningen, en iets om steeds weer tot je door te laten dringen: alle sporen en spoortjes die Michelangelo op een ochtend of middag in vijftienzoveel in Florence of Rome met zijn krijtje of pen op een stuk papier trok, kun je vijf eeuwen later in Haarlem nog teruglezen. Je kunt er niet met een duim en wijsvinger op inzoomen, want dit is het origineel. Dit is wat er al vijfhonderd jaar is, dit is waar het mee begon. De plafondschildering in de Sixtijnse Kapel was ook maar gewoon mensenwerk dat eerst in schetsjes werd voorbereid. Die hand van God was ooit een wit vel papier waar de hand van Michelangelo boven kwam te hangen.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564) Verschillende figuurstudies voor de Sixtijnse Kapel, ca. 1511. Rood krijt, metaalstift, zwart krijt op papier (Met links de voorstudie voor de hand van God).
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC