In de aanloop naar de verkiezingen onderzoekt de Volkskrant uitspraken van politici. Wat zeggen ze en waarom? Vandaag: Yesilgöz en de hypotheekrenteaftrek.
is chef van de politieke redactie.
Dilan Yesilgöz windt er geen doekjes om: de hypotheekrenteaftrek is een van haar belangrijkste campagnethema’s. Dat is die niet omdat de VVD er grote plannen mee heeft, maar omdat de VVD die plannen níét heeft en nogal wat andere partijen wel. Die willen de aftrek afbouwen. Dat bepleiten ook het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Unie en De Nederlandsche Bank al geruime tijd, vooral omdat de aftrek bijdraagt aan de oververhitting van de huizenmarkt: wie netto minder rentelasten heeft, kan immers meer betalen voor een huis.
Yesilgöz maakte daar in het RTL-debat van zondagavond liefst drie keer een punt van: ‘Voor een normaal startersgezin is dat 400 euro per maand weg.’ En: ‘Starters wordt 400 euro per maand uit hun zak getrokken.’ Plus: ‘Ik weiger mee te gaan in het beeld dat 400 euro weghalen bij een normaal startersgezin een goed idee is.’
Het mag duidelijk zijn: Yesilgöz meent hiermee een sterk campagnewapen in huis te hebben. Haar partij heeft inmiddels zelfs een ‘hypotheekrente afschaf rekentool’ gelanceerd onder het motto ‘bereken jouw verlies’.
Maar klopt dat allemaal wel? Dat ligt er om te beginnen aan wat ‘een normaal startersgezin’ is. Yesilgöz heeft daarvan waarschijnlijk een andere definitie dan, pakweg, SP-leider Jimmy Dijk. Maar, om even in de VVD-achterban te blijven: twee hoogopgeleide starters die allebei een modaal salaris hebben en een huis kopen voor de gemiddelde startersprijs van 385 duizend euro, zitten met de huidige rentestand inderdaad al snel op ruim 400 euro per maand aan netto hypotheekrenteaftrek.
Yesilgöz zou dus gelijk hebben als de hypotheekrenteaftrek binnenkort pardoes wordt afgeschaft. Dan zit haar startersgezin met de gebakken peren.
Maar: er is geen enkele partij die dat voorstelt.
Het Centraal Planbureau, dat de verkiezingsprogramma’s doorrekende, heeft het handzaam op een rij gezet. GroenLinks-PvdA en D66 kiezen voor een afbouwperiode van twaalf jaar. De ChristenUnie maakt er vijftien jaar van en het CDA gaat voor dertig jaar. Alleen Volt – dat een rigoureuze hervorming van het volledige belastingstelsel nastreeft – gaat voor snelle afbouw in de komende kabinetsperiode.
Of het startersgezin daarna die 400 euro ook echt kwijt is, ligt aan de compenserende maatregelen. En die zijn er volop. De afschaffing zelf is er al eentje, omdat die in de CPB-berekeningen leidt tot lagere huizenprijzen. Starters die collectief minder budget hebben, zullen immers minder hoog bieden. Een lagere huizenprijs betekent minder lenen en lagere maandlasten.
Maar ook verder is er geen partij die mikt op een lastenverzwaring van honderden euro’s voor jonge huishoudens. Bij GL-PvdA, D66 en de ChristenUnie maakt de afbouw van de aftrek deel uit van omvangrijke fiscale pakketten waarmee de partijen mikken op lagere lasten op arbeid en juist hogere lasten voor vermogens en bedrijfswinsten.
‘Per saldo blijven de lasten gelijk, waarbij de lasten voor gezinnen lager uitkomen en die voor bedrijven toenemen’, is bijvoorbeeld het CPB-oordeel over het ChristenUnie-programma.
GL-PvdA zet tegenover de afbouw van de aftrek onder meer een verhoging van het minimumloon, een verlaging van de zorgpremie en diverse belastingverlagingen die vooral gunstig uitpakken voor de lagere- en de middeninkomens. De hoogste inkomens gaan er juist iets op achteruit.
Het CDA – de directe electorale concurrent waar Yesilgöz haar pijlen zondag vooral op richtte – koppelt de afbouw van de hypotheekrenteaftrek aan verlaging van de inkomstenbelasting en aanpassing van verschillende fiscale heffingskortingen. Daardoor is volgens het CPB ‘per saldo sprake van een neutraal effect op de koopkracht’.
In haar jacht op de kiezers winkelt Yesilgöz selectief in de verkiezingsprogramma’s van andere partijen. Zij doet die daarmee geen recht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant