Home

De Chinese kool heeft een ‘superqueer’ seksleven

Op welke manier beïnvloedt insectenvraat de bestuiving van gewassen? Sommige planten gaan dan snel over tot zelfbestuiving.

De bestuiverradar van Hanneke Suijkerbuijk (35) staat goed afgesteld. Zojuist vertelde ze al dat ze, sinds ze begon met haar promotie, steeds sneller is geworden in het opmerken van insecten – een kleine beweging in haar ooghoek, een zacht gezoem, meer is er niet voor nodig. En ook nu, tijdens de fotosessie te midden van de najaarsbloemen op de Wageningse universiteitscampus, is het raak. „Blinde bijen”, zegt ze direct. En inderdaad, na goed kijken zijn tussen het geel enkele geel-zwart gestreepte zweefvliegen te zien: de blinde bij blijkt, in weerwil van de naam, geen bij.

Iets verderop, in de tuin en de kas naast het Radix-gebouw, heeft Suijkerbuijk de afgelopen jaren talloze keren naar vliegende insecten gekeken: welke soorten er op welke planten afkwamen en hoe lang ze bleven zitten. „Voor mijn promotie bestudeerde ik hoe insectenvraat de bestuiving van planten kan beïnvloeden, en dan in het bijzonder die van Chinese kool – een gecultiveerde variant van raapzaad, Brassica rapa. Dat is een eenjarige plant dus die bloeit al snel, dat is wel handig als je maar vier jaar de tijd hebt voor je onderzoek.” Zo ontdekte ze dat al dat knagen heel uiteenlopende gevolgen kan hebben. „Bestuivers kunnen zich afwijkend gedragen bij een plant met vraatsporen, maar ook de plant zelf kan anders gaan reageren. Bijvoorbeeld door sneller aan zelfbestuiving te gaan doen.”

Net als veel andere planten is het seksleven van Chinese kool „superqueer”, aldus Suijkerbuijk. „Ze hebben heel uiteenlopende mogelijkheden om aan nageslacht te komen, met zowel eicellen als stuifmeel, ze kunnen zichzelf bevruchten of met andere kruisen…” Wel hebben de meeste planten één voorkeursvariant. „Over algemeen heeft een soort voordeel bij kruisbestuiving, omdat dat de kans op inteelt verkleint. Maar als je tijd als plant begint te dringen vanwege vraat, en je hebt het stuifmeel en de eicellen tot je beschikking om jezelf te bestuiven, zou je dan onder die stressvolle omstandigheden niet tóch alsnog kiezen voor zelfbestuiving?”

Interessant voor bio-landbouw

Het antwoord daarop ligt in de verschillende genotypes, ontdekte Suijkerbuijk. „Afhankelijk van hun precieze genetische samenstelling bleken Brassica-planten uiteenlopende strategieën te hanteren. Eén genotype produceert bijvoorbeeld substantieel meer zaden na insectenvraat, terwijl een ander genotype qua reproductie vooral nadelige gevolgen ondervindt, of juist nauwelijks reageert. Zulke ontdekkingen zijn interessant voor veredeling binnen de landbouw: je hebt veel minder pesticiden nodig als je planten hebt die goed op vraat reageren.”

En dan is er dus nog de interactie met bestuivers: ook die blijkt afhankelijk van de plantengenen. „Een genotype dat onder stress alsnog veel stuifmeel produceert, zal meer bestuivers aantrekken dan een genotype dat dat niet doet.” En als een plant veel bloemen heeft, is de kans groter dat de bestuiver nóg een bloem van dezelfde plant bezoekt, waardoor de kans op zelfbestuiving – met het insect als facilitator – toeneemt.

„Leuk aan dit onderzoek vond ik dat er geen eenduidig antwoord uitkwam, omdat je dus al die genotypes hebt. Een strategie die het ene jaar succesvol is, hoeft dat het volgende niet te zijn. Daarom is het op groepsniveau handig als al die varianten aanwezig zijn. Dat zie je bij mensen ook: onze maatschappij is geen eenheidsworst.”

Uitstapje naar insectenhersenen

Juist de omgang tussen organismen vindt Suijkerbuijk fascinerend. „Interacties vormen de rode draad in mijn loopbaan: tussen planten en insecten, tussen mensen onderling – ik heb vóór mijn promotie drie jaar op de communicatieafdeling hier bij de universiteit gewerkt. Ik was niet de typische bioloog die als 5-jarige al met een schepnet in de sloot viste, vooral gedrag heb ik altijd interessant gevonden. Om die reden heb ik tijdens mijn studie ook nog een uitstapje gemaakt naar cognitieve neurowetenschappen, in Nijmegen. Daar – en later ook in Wageningen, toen ik weer terug was – heb ik naar insectenhersenen gekeken: ik wilde onderzoeken hoe een specifiek virus het gedrag beïnvloedde van een nachtvlinder met de naam Spodoptera exuiga, de Florida-uil. Die rups klimt onder invloed van dat virus helemaal naar de top van een plant en sterft daar.” Ze wijst op de rupsenknuffel die ze bij zich heeft. „Dit is Spodoptera exuiga, gemaakt door een oud-collega van mij.”

Aanvankelijk was Suijkerbuijk bang dat een promotietraject wellicht te eentonig zou zijn. „Maar gelukkig mocht ik mijn eigen voorstel schrijven, met veel soorten onderzoek: in het veld, in het lab, in de kas, achter de microscoop… Daardoor vlogen die vier jaar voorbij.”

Inmiddels is ze zelfs begonnen aan een postdoc-traject aan Wageningen University, ook bij de groep plant-insect interactions. „Het is zo’n breed onderwerp dat ik er nog altijd mijn nieuwsgierigheid in kwijt kan. Nu wil ik meer naar de evolutionaire kant van plantenverdediging gaan kijken. Een plant die zich heel goed verdedigt tegen vraat, bijvoorbeeld door kleinere bloemen te ontwikkelen, wordt daardoor misschien óók wel minder aantrekkelijk voor bestuivers. Té vermijdend gedrag is dus ook niet per se gunstig.”

Sowieso zal Suijkerbuijk niet snel op insecten uitgekeken raken. „Je kunt niet lang naar bestuivers kijken zónder waardering voor ze te krijgen. Wat ik zo leuk vind aan hommels, bijvoorbeeld, is dat ze echt verschillende karakters lijken te hebben – de één veel actiever dan de ander. Op warme dagen, met van dat drukkende weer, zag ik sommige hommels zelfs in slaap vallen in de bloemen die ze bezochten.”

Eén beginnerstip voor wie zelf een bestuiverradar wil ontwikkelen: let op paarse bloemen. „Die zijn heel populair bij hommels. Bij paarse vegetatie weet je vrijwel zeker dat je succes zult boeken.”

Wie isHanneke Suijkerbuijk?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next