Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Ach, de Nederlandse vlag. Persoonlijk zou ik wel zonder kunnen, maar mensen schijnen er dol op te zijn. Prima. Ik associeer hem vooral met glunderende vlaggendragers op de Olympische Spelen en met windstille villawijken op de ochtend van Koningsdag.
Nog maar een maand geleden las ik in deze krant een reportage van Patrick van IJzendoorn over het gevlag in Groot-Brittannië, en dan vooral tijdens tamelijk enge antimigratiedemonstraties. Toen vond ik dat nog vrij exotisch, maar inmiddels is de Nederlandse vlag ook hier van een herinnering aan koninklijke verjaardagen verworden tot, ja, tot wat eigenlijk? Deze week besloot de gemeente Uithoorn, waar ruzie is over de komst van een azc, de Nederlandse vlag uit het straatbeeld te weren. Die zou, voor sommige mensen, intimiderend kunnen zijn.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De volgende dag hing het hele dorp vol rood-wit-blauw. Gezellig.
Een verslaggever van De Telegraaf had zelf een vlag meegenomen en hield die voor het gezicht van een dorpsbewoner.
‘Is dit intimiderend? Nee? En als ik ’m nou dichterbij houd?’
Nee, zei iedereen die De Telegraaf tegenkwam. Het is maar een doek. Een stukkie katoen. En het ‘staat voor Nederland’ – wat mensen daarmee ook mogen bedoelen. Kortom: de symboliek van een vlag werd in één moeite door ontkend én bevestigd.
Het deed me denken aan een gigantische kerel die je eerst een tijdje aankijkt alsof hij je elk moment een eind weg kan slingeren, daarna op de mondharmonicatonen van Ennio Morricone naderbij komt, wat potige vrienden wenkt, zijn knokkels laat kraken, vlak voor je gaat staan en dan zacht in je oor fluistert: ‘O, vind je dit intimiderend? Maar ik sta hier alleen maar. Ik mag hier toch wel staan van jou?’
In de eerste Mr. Bean-film wordt het hoofdpersonage in de Verenigde Staten geconfronteerd met een motorrijder die zijn middelvinger naar hem opsteekt. Bean, onbekend met het fenomeen, begint vervolgens naar iedereen opgewekt zijn middelvinger op te steken, en ontdoet het gebaar daarmee blijmoedig van iedere dreiging of belediging. Min of meer het omgekeerde gebeurt nu met de Nederlandse vlag.
En het gekke is niet dát het gebeurt. Ik bedoel, sla de recente analyses van historici en politicologen er maar op na. Fascisme, here we come. Nog even wat checks-and-balances slopen en we zijn er weer bij en dat is pri-hi-ma. Wat nu wordt geoogst, is dat wat de afgelopen twintig, dertig jaar lang is gezaaid.
Nee, het gekke is dat mensen zich nog altijd in allerlei bochten denken te moeten wringen. Dat ze betogen houden dat het ze gaat om het symbool, om een specifieke vrijheid (die zelden of nooit voor de ander geldt) of een traditie. Boven op de modderschuit van xenofobie en ressentiment wappert een vlag. Zeg nou maar gewoon wat je bedoelt, je opinie wordt gedeeld (én gevoed) door talloze volksvertegenwoordigers, daar heb je tegenwoordig geen schaamvlag meer voor nodig.
Voor de vlag zelf is het wel sneu. Daarom pleit ik voor modernisering: iedere Nederlander ontvangt vanaf nu naast een BSN-nummer ook een eigen rood-wit-blauw vlaggetje, ontworpen door een of ander dystopisch AI-programma. Ieder volgend vlaggetje is net even anders dan het vorige. Met dat vlaggetje kan tweemaal per jaar gevlagd worden: op de eigen verjaardag en op een speciaal in te stellen Vlaggetjesdag, waarop je er even aan herinnerd wordt met hoe spectaculair veel spectaculair verschillende mensen je dit land bewoont.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant