Home

Realitycheck voor politiek: klimaat- en natuurplannen volstrekt onvoldoende

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft de politiek vlak voor de verkiezingen een duidelijke waarschuwing: de landbouwparagrafen in de meeste verkiezingsprogramma’s zijn veel te slap. Om de wettelijke klimaat-, natuur- en milieudoelen te halen, moet veel harder en sneller ingegrepen worden in het huidige landbouwsysteem.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

Midden in de verkiezingscampagne spiegelt het PBL de politiek nog eens voor wat er moet gebeuren als Nederland over 25 jaar aan zijn wettelijke klimaat-, milieu- en natuurdoelen wil voldoen. Het nieuwe PBL-rapport is een onaangename realitycheck voor de bewoners van het Binnenhof, want zelfs de plannen van veel progressieve partijen gaan bij lange na niet ver genoeg om de waterkwaliteit, de natuur en het klimaat afdoende te beschermen.

Het planbureau spreekt van een ‘opgave van historische omvang’ voor de landbouwsector. Van de huidige 1,7 miljoen hectare landbouwgrond zou 150 duizend tot 200 duizend hectare omgezet moeten worden in zwaar beheerd natuurgebied (dus geen agrarische natuur, maar ‘echte’ natuur waar geen landbouw meer plaatsvindt). Het huidige overheidsbeleid voorziet in slechts 50 duizend hectare extra natuur. Dat moet dus drie tot vier keer zoveel worden.

Geen enkele politieke partij komt daar met zijn verkiezingsprogramma bij in de buurt, met uitzondering van de Partij voor de Dieren. GroenLinks-PvdA, de SP, Volt en D66 willen het natuurareaal wel uitbreiden, maar formuleren geen duidelijke doelstelling of een minder ambitieuze (D66 wil bijvoorbeeld 50 duizend hectare extra).

Dwangmaatregelen

Een groot deel van de resterende landbouwgrond (tussen de 100 duizend en 700 duizend hectare, afhankelijk van de gekozen transitiemethode) moet daarnaast sterk geëxtensiveerd worden. Dat betekent dat boerenbedrijven in bufferzones van 500 meter tot 2 kilometer rondom natuurgebieden hun veestapel moeten inkrimpen of op andere manieren minder intensief mogen boeren.

Dit kan haast niet zonder boeren te confronteren met dwangmaatregelen, maar daar schrikt de politiek tot nu toe telkens voor terug. In de zes jaar dat de stikstofcrisis al voortduurt, hebben kabinetten steeds gekozen voor vrijwilligheid. Het PBL maakt duidelijk dat volgende regeringen hard moeten ingrijpen in de ruimtelijke omgeving en veel rigoureuzer moeten bepalen welke agrarische activiteiten op welke locatie mogen plaatsvinden.

‘Het toewerken naar de verschillende doelen vraagt om een trendbreuk ten opzichte van de afgelopen 25 jaar’, schrijft het PBL. ‘Het tempo van de natuuruitbreiding moet met een factor 3 tot 4 omhoog. Er zijn veel meer natuurinvesteringen nodig, terwijl Nederland in de afgelopen jaren juist een kleiner deel van het nationaal inkomen aan natuur heeft uitgegeven.’

Het planbureau heeft twee extreme transitiescenario’s voor de landbouw doorgerekend, die de Europese doelen in 2050 binnen bereik brengen. Het kabinet kan daar met zijn beleid ook tussenin gaan zitten, maar dat maakt de gevraagde inspanningen niet minder gigantisch.

In het eerste PBL-scenario maakt de landbouwsector bij het verduurzamen maximaal gebruik van technische mogelijkheden. In dit scenario hoeft de landelijke veestapel de komende decennia niet of nauwelijks te krimpen, omdat de schadelijke emissies van het vee (o.a. methaan en ammoniak) sterk worden teruggedrongen met technische innovaties, zoals andere voermethoden en emissiearme veestallen.

Schaalvergroting

Dit scenario leunt sterk op een verhoging van de productie-efficiëntie en heeft onder andere als nadeel dat melkkoeien bijna niet meer in de wei mogen. Dit stimuleert de schaalvergroting, dus het aantal megastallen zal toenemen. Het aantal boeren daalt, want kleinere boeren die de technische vernieuwing en schaalvergroting niet kunnen financieren, zullen het niet redden. Nederland zal in dit scenario in 2050 een (nog) groter contrast vertonen tussen agro-industrieel landschap en strikt beschermde natuurgebieden (die dan dus groter zijn dan nu).

Het tweede transitiescenario gaat juist uit van minder intensieve landbouw. Het natuuroppervlak hoeft dan minder te worden uitgebreid, omdat het boerenlandschap zelf vriendelijker wordt voor planten en dieren. Ook in dit scenario zal het voor veel boeren moeilijk zijn hun verdienmodel overeind te houden. Het planbureau benadrukt dat de overheid 25 jaar de tijd heeft voor deze ingrepen, maar het feit dat de meeste politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s (opnieuw) te weinig ambitie tonen, is een veeg teken.

Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next