Verkiezingen Middenpartijen miskennen waarom kiezers de PVV trouw blijven. Zij zijn in de greep van een negatieve romantiek, ziet Bas Heijne. Die kun je niet met feiten weerspreken.
Een verkiezingsbord van de PVV wordt geplaatst op de Lange Vijverberg in Den Haag, in aanloop naar de aankomende Tweede Kamerverkiezingen. Foto ANP/REMKO DE WAAL
De mediajacht op de PVV-stemmer begint vroeg dit jaar. Werden bij de vorige verkiezingen pas ná de reusachtige overwinning van Wilders zijn kiezers massaal opgesnord om te vertellen wat hen ertoe gebracht had om op hem te stemmen, nu komt zijn aanhang vóóraf al overal uitgebreid aan het woord.
Het nieuws is dat zij niet afgehaakt zijn.
„Waarom PVV-kiezers de partij trouw blijven,” kopte NRC. De Volkskrant: „Achterban blijft Wilders trouw om één allesoverheersende reden: migratie.” De Telegraaf: „Buikpijn in politiek Den Haag om koppositie PVV.”
Bas Heijne is essayist en redacteur van NRC.
Want: waarom daalt de PVV niet in de peilingen? De Haagse dooddoener wil dat wie breekt, betaalt – en het was Wilders die op 3 juni jl eigenhandig de stekker uit „zijn” kabinet trok. Sindsdien peilt hij weliswaar onder de 37 huidige zetels, maar van een echte neergang is geen sprake. Het zijn de partijen die met hem in een coalitie stapten die de prijs betalen: van NSC is na de politieke implosie van Pieter Omtzigt niets meer over, BBB lijkt veroordeeld tot het politieke kerkhof van de splinterpartijen. En de VVD – de neergang van de gewezen liberalen vanaf het moment dat ze radicaalrechts probeerden te paaien is ronduit spectaculair, en verdient na het aanstaande debacle van 29 oktober een aparte analyse. Het kan niet alléén Douwe Bob zijn geweest.
Alleen de PVV lijkt overeind te blijven, en zal ook na de verkiezingen vermoedelijk de grootste partij blijven. Op het eerste gezicht is dat een raadsel. Wilders brak niet alleen, zijn kabinet was met afstand het slechtst presterende kabinet sinds mensenheugenis. In plaats van beleid kregen we gescheld, geruzie en gesteggel. De zogenaamd pragmatische insteek van de ambtenaar Dick Schoof leidde tot niks. Marjolein Faber, de PVV-minister van Asiel en Migratie kondigde honderden keren „het strengste asielbeleid ooit” aan, er kwam niets van terecht. Roepen en regeren bleken twee verschillende dingen. Iedere schijn van eensgezindheid werd onmiddellijk door Wilders zelf met gehoon en gedreig op X tenietgedaan.
Het vertrouwen van Nederlandse burgers in de politiek is door deze tenenkrommende vertoning gedaald tot 4 procent.
Het is nog niet alles. Na de val van dit onmogelijke kabinet zou het de kiezer duidelijk moeten zijn dat geen zichzelf respecterende partij ooit nog met de PVV in zee zal gaan, al haalt die partij 50 zetels. De VVD heeft Wilders opnieuw uitgesloten. CDA-leider Henri Bontenbal beseft dat hij in een coalitie met Wilders zal worden opgegeten en weer uitgespuugd; vanaf het begin heeft hij regeren met de PVV uitgesloten – Bontenbal zal de fatale fout van Omtzigt vermijden. Er is op rechts dus domweg geen meerderheid te vinden. Zelfs Joost Eerdmans beseft dat de toxische Wilders voor hem politiek niks oplevert.
Dus Wilders kan hard roepen dat hij dit keer wel minister-president gaat worden, regeren zal hij niet.
Vandaar dat nu al die aanstaande PVV stemmers voor camera en microfoon worden gesleurd: why? Waarom volhardt de PVV-stemmer in zijn keuze voor Wilders?
Hét allesoverheersende thema is inderdaad migratie, maar het feit dat Wilders als grootste coalitiepartij juist op dit gebied idioot weinig voor elkaar kreeg, doet er voor hen nauwelijks toe. Hoe dat kan? De reden: voor de PVV-aanhang is migratie geen praktisch probleem, maar een existentieel probleem. De emotie waaraan wordt geappelleerd is die van angst voor een radicaal soort identiteitsverlies, de angst om overspoeld of weggevaagd te worden. Vandaar dat Wilders louter in apocalyptische termen over migratie spreekt, ook al staan zijn hyperbolen los van de feiten. Feiten doen alleen maar af aan het overweldigende gevoel tot in je kern bedreigd te worden.
Iedereen die zich op een meer realistische, pragmatische manier met migratie wil bezighouden, is zodoende een vijand, omdat het absolute karakter van de „asielcrisis” ontkend zou worden. Vandaar dat Marjolein Faber als minister nooit op zoek ging naar draagvlak, niet wilde communiceren, onbereikbaar was, lege mantra’s bleef spuien. Anderen zagen dat als zwak- en domheid, maar voor haarzelf, en voor Wilders vooral, was het haar kracht.
Haar zojuist verschenen politieke memoires („Ik ben een slagersdochter uit Amersfoort”) zijn dan ook bewust gespeend van iedere kritische zelfreflectie. Mij krijgen ze niet klein luidt de titel, en dat is precies de heroïek waarop wordt gemikt. Niet: ik bakte er weinig van, ik liep keer op keer stuk op mijn onbuigzaamheid en incompetentie, nee: ik bood heldhaftig verzet tegen de fatale krachten die Nederland (en dus ook de PVV-stemmer zélf) in zijn bestaan bedreigen.
Iedereen was tegen haar, zij hield stand.
Haar slotakkoord („Ik deed het voor Nederland!”) is veelzeggend in zijn doorgeschoten pathetiek. Mind you, dit is een minister die elf maanden in functie was toen ze door haar eigen partijleider naar huis werd gestuurd. Faber: „De slagersdochter die het opnam tegen de bestuurderselite. De bestuurderskaste die onze verzorgingsstaat afbreekt met het opengrenzenbeleid. Die ons land laat overspoelen met een tsunami van niet-westerse gelukszoekers. […] Daarom dieselde ik door, iedere dag.”
Zulke retoriek verdraagt geen pragmatisch beleid, het is een gesloten circuit. In de reeks interviews door NRC met de lijsttrekkers van de middenpartijen in de aanloop naar de verkiezingen doet de een na de ander een poging asiel en migratie te bevrijden van die apocalyptische visioenen.
Luister even. Gevraagd naar het onderwerp waar het in de campagne voor de verkiezingen minder over zou moeten gaan, antwoordde CDA-lijsttrekker Henri Bontenbal: „Ik zou zeggen: over migratie, de problemen van migratie. En juist meer over hoe je het probleem echt oplost. Dus minder over allerlei mythes en het toch een beetje zwartmaken van bepaalde groepen. Maar méér over de asielketen in Nederland en hoe je die beter organiseert.”
Rob Jetten van D66: „Er is ook een gevoel van: de wereld is op drift, er komen heel veel nieuwe mensen in Nederland bij, maar hebben we met elkaar wel afgesproken wat de normen en waarden zijn die voor ons allemaal gelden? En dan heb je ondertussen een paar populisten die daar elke dag als een pyromaan bij staan om mensen angst aan te praten. Dan moeten wij opstaan en zeggen: oké, ik zie een deel van het probleem, een deel niet, en zo zou ik het willen oplossen.”
Ook Frans Timmermans van GroenLinks-PvdA antwoordt op de vraag waarover het minder zou moeten gaan: „Over migratie. Er zijn veel meer onderwerpen in Nederland die aandacht verdienen in de politieke discussies.”
Je kunt altijd hopen. Maar mensen die zich in hun existentie bedreigd voelen – of zeggen dat ze dat worden – help je niet met praktische oplossingen, niet met nuchtere statistieken of geruststellende argumenten. Het probleem kan alleen in absolute termen worden voorgesteld, het is alles of niets: er is een asielcrisis, iedere asielzoeker is er één te veel, onze manier van leven wordt bedreigd. Vandaar dat de onheilspellende roep om ‘remigratie’ van mensen die zich ‘geen Nederlander voelen’ op de rechterflank bon ton is geworden.
De vasthoudende PVV-stemmer laat zich zijn apocalyps niet zomaar afnemen. Jetten heeft het over „angst aanpraten”, maar hij vergeet denk ik hoezeer Wilders zijn stemmers een gevoel van eigenwaarde geeft. In je woedende afwijzing van ieder moeizaam uitgevoerd praktisch beleid kun je jezelf heel wát vinden; net als Marjolein Faber waan je jezelf verzetsheld. Want in Nederland is de zogenaamde bezorgde burger ook altijd behoorlijk vol van zichzelf: kijk twee minuten naar ‘Els Rechts’ en je weet genoeg. De extreemrechtse relschoppers van 20 september brulden „Wij zijn Nederland!”. Eh, dat zijn ze juist niet, en daar zit precies het probleem. Ik heb overigens ook de indruk dat wanneer deze permanent opstandige burgers hun mooie landje weer terug zouden krijgen, ze geen idee zouden hebben wat ze ermee zouden moeten doen.
Ik noem het negatieve romantiek. Juist door te zwelgen in slachtofferschap, je te verlustigen aan wrok, herwin je een verloren gevoel van eigenwaarde. Dat gevoel laat je je niet zomaar afnemen, en al helemaal niet met droge statistieken en redelijke argumenten. Daarom lijken mij de op zich begrijpelijke pogingen van de lijsttrekkers van middenpartijen om het asiel- en migratiedebat in praktische termen te verwoorden, niet effectief. Erger nog, je loopt, denk ik, in een valstrik: door de bedachtzame stem van de redelijkheid te willen zijn, geef je alleen maar zuurstof aan de negatieve romantiek van extreemrechts. Bedachtzaam is voor hen synoniem voor halfzacht. Voor deze mensen is er maar één oplossing: alles grenzen dicht, het land op slot. Dat dat onmogelijk is, is precies de bedoeling.
Wie bevangen is van negatieve romantiek geeft dat niet zomaar op. Je wilt gezien worden, en als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. De makke van de middenpartijen is dat ze er zo slecht in slagen er een positieve romantiek tegenover te zetten.
Als je veroordeeld bent tot kanttekeningen maken bij de apocalyptische uitzinnigheden van Geert Wilders kom je nauwelijks aan een eigen verhaal toe. Toch wordt juist dat gevraagd: niet alleen gejammer over de bedreiging van onze rechtsstaat, niet alleen ontzetting over hooligans die zich te buiten gaan rondom het Malieveld, niet alleen inzetten op Wilders die „niet levert”. Het gaat om het herwinnen van een vernieuwd democratisch elan, dat laat zien dat je persoonlijke welzijn alleen kan gedijen in een vrije samenleving. Ook daar is romantiek voor nodig, meeslepende aansporingen, woorden die je raken tot in je wezen. Democratie, zoals ik onlangs schreef naar aanleiding van de klassiek geworden grafrede van de Atheense staatsman Perikles, heeft vuur nodig, niet alleen bedachtzaamheid.
In een boeiend opiniestuk in de Volkskrant schreef de geograaf en schrijver Floor Milikowski onlangs: „Als liefhebber van politiek en het politieke debat, merk ik al een aantal jaren dat mijn interesse afneemt en mijn afkeer toeneemt. De belangrijkste reden is dat vooral de Haagse politiek op geen enkele manier biedt waar het land en de samenleving om vragen: visie, ambitie en dromen over de toekomst van Nederland. Wat voor land en samenleving willen we over tien, vijftig, honderd jaar zijn en hoe willen we daaraan bouwen.”
De paradox is, schrijft Milikowski, dat dit op lokaal niveau in Nederland overal wél gebeurt. En hoe! Het is vooral Den Haag dat in de ban is van negatieve romantiek, daarbij avond aan avond een handje geholpen door de publieke omroep. Milikowski: „Of het nu in Limburg is, Noord-Brabant, Overijssel of Friesland, overal zijn voorbeelden te vinden van individuen, groepjes mensen, projecten en beleidsplannen die juist wel kiezen voor verbeelding, verbinding en vooruitgang.”
Amen. Ook hier gaat het om provinciale trots, ook dit is nationale eigenwaarde, ook hier is sprake van een gevoel van gemeenschap. Ook dit is te verwoorden in een meeslepend verhaal.
Omarm het, koester het, draag het uit.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC