Home

Er wordt moord en brand geschreeuwd over ‘de kloof’. ‘Maar dat betekent niet dat die bestaat’

Jan Willem Duyvendak | hoogleraar sociologie De kloof tussen arm en rijk, stad en platteland, jong en oud is niet zo diep als we denken, schrijft socioloog Jan Willem Duyvendak in zijn nieuwste boek. „Ervaring gaat boven de feiten. Dat vind ik hoogst problematisch.”

Socioloog, filosoof en hoogleraar Jan Willem Duyvendak.

Jan Willem Duyvendak (66), hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, was een paar weken geleden te gast bij het zondagochtendprogramma Buitenhof om te vertellen over zijn laatste boek Spookkloven. De ondertitel: ‘Waarom Nederland minder gepolariseerd is dan we denken.’ En ‘we’, schrijft hij, dat zijn echt niet alleen Geert Wilders die denkt dat er een gapend gat zit tussen de ‘gewone hardwerkende Nederlander’ en de niet-Nederlander of de BBB die boos is over de afstand tussen boer en Randstedeling. Elke politieke partij, van links tot rechts, ziet een groeiende afstand tussen arm en rijk, hoog- en laag opgeleid, overheid en burger. En ondertussen spoort een Sire-campagne mensen aan vooral met elkaar te blijven praten en zo hun onderlinge verschillen te overbruggen.

Duyvendak had bij Buitenhof willen zeggen wat hij in zijn boek met statistieken onderbouwt: Nederland is een van de allerrijkste en allergelukkigste landen ter wereld en die kloven waar het ook nu in de verkiezingscampagne weer de hele tijd over gaat: die zijn er of niet, of veel minder groot, en dieper worden ze al helemaal niet. Het zijn kortom spookkloven. In zijn boek loopt hij acht vermeende kloven één voor één af en concludeert dat over de hele linie iederéén nu veel hoger opgeleid is, dat minder mensen in armoede leven dan ooit, en dat links-rechts en oud en jong het vaker eens zijn over onderwerpen die vroeger explosief waren: euthanasie en abortus, gender en seksualiteit, religie. Grosso modo vinden Nederlanders ongeveer hetzelfde, ‘prudent progressief’ noemt Duyvendak dat. En ook nieuwkomers gaan na verloop van tijd steeds meer op ‘ons’ lijken.

Geweldige boodschap om te brengen, toch? Polarisatie, het buzz-woord van de laatste jaren, bestaat niet, het is niet zo zwart-wit. Maar Jan Willem Duyvendak vond in Buitenhof Josse de Voogd tegenover zich, electoraal geograaf en auteur van Atlas van afgehaakt Nederland. En hij kan per stad, per wijk, per straat aanwijzen hoe zeer mensen van elkaar verschillen in opleiding, inkomen, gezondheid en hoe dat hun politieke keuzes bepaalt. Hoe zieker, armer of achtergestelder mensen zijn, ziet hij, hoe verder ze afdalen in hun kloven.

Maar er speelt nog wat. Josse de Voogd is chronisch ziek – hij lijdt aan het chronisch vermoeidheidsyndroom – waardoor hij minder kan werken en dus minder verdient, en hij rekent zich tot de „groeiende groep werkende armen”. Uit onderzoek én eigen ervaring zegt hij te weten dat het niet klopt wat Duyvendak beweert en na afloop van het tv-programma wordt er flink nagevuurd op X en LinkedIn. Duyvendak leeft in een „spreadsheetrealiteit” dan wel de realiteit van de hoogopgeleiden. Hij wordt beticht van arrogantie en bevooroordeeldheid en hij was net zo goed een ervaringsdeskundige, maar dan één „aan de rijke kant van de samenleving”.

Onbedoeld werd hier bevestigd wat Duyvendak ziet als dé verklaring voor de ‘spookkloven’. „Er is een mismatch tussen de feitelijke kloven en de perceptie ervan.” Ik ervaar een kloof, dus bestaat die. Maar er kwam nog iets anders bij: niet alleen wát hij zegt wordt in twijfel getrokken, ook wie het zegt is discutabel. Duyvendak, met zijn zes van de zeven vinkjes (-1, want hij is homoseksueel) mag niet zeggen dat het wel meevalt met de ongelijkheid in Nederland.

U moet uw mond houden.

„Ik heb het gemerkt. Het wordt meteen identiteitspolitiek. Mensen denken aan mijn lichaam af te kunnen lezen wat mijn identiteiten zijn. Een witte, oude man met een zilveren lepel. Een Marie-Antoinette die nog geen dag in armoe heeft geleefd.”

U staat aan de verkeerde kant van vrijwel alle kloven die u behandelt. Man, wit, hoogopgeleid, stadsbewoner, geboren Nederlander, welgesteld, ik gok dat u geen moslim bent…

Hij lacht. „Alleen over seksualiteit heb ik recht van spreken. Nou ja, en iets over de generatiekloof, de kloof der kloven van de jaren zestig, zo is het woord kloof in de politiek terechtgekomen. Ik ben wel een oude man, maar niet een die zegt dat alles vroeger beter was. Integendeel. Ik ben totaal niet nostalgisch, ik zeg juist dat het nu veel beter is dan vroeger. De opvattingen, het gedrag, de manier van kleden, vrijwel alle verschillen tussen de generaties zijn zo goed als verdwenen. Vroeger wilde jong absoluut nooit oud zijn, nu wil zelfs de oudere niet meer oud zijn. De conflicten zijn weg, de jonge generatie heeft geen problemen met thuiswonen, de drang om uit huis te gaan is verdwenen. Ik wist op mijn achttiende niet hoe gauw ik weg moest komen.”

Ze kunnen ook niet weg, want er zijn te weinig kamers en huizen.

„Dat is de andere kant, dat wil ik wel erkennen.”

Maar in uw jonge jaren was het: ‘geen woning, geen kroning’?

„Het was geen walhalla, nee. Het was de tijd van de Koude Oorlog, wapenwedloop en economische crisis. Toen ik begin jaren tachtig afstudeerde was er een enorme werkloosheid, voor leeftijdgenoten was het totaal vanzelfsprekend om de uitkering in te gaan. Ik zal geen moment zeggen dat ik zielig was, want ik kon nog steeds studeren en zelfs een tweede studie doen [filosofie]. Maar een sombere tijd was het wel.”

Dat noemen we nu bestaansonzekerheid.

„Hét onderwerp van de vorige verkiezingen. De paradox is dat we nooit eerder zoveel bestaanszékerheid hadden als nu, en tegelijkertijd de angst nog nooit zo groot is geweest die te verliezen.”

De fear of falling heet dat onder sociologen.

Zeggen dat het goed gaat, of beter dan vroeger, maakt mensen blijkbaar boos?

„Twee dingen kunnen tegelijkertijd waar zijn. Ik wil niks afdoen aan de problemen die er zijn, er zijn mensen in deplorabele omstandigheden. Maar er is ook sterk empirisch bewijs dat het in Nederland op bijna alle fronten beter gaat, voor bijna iedereen. Die uitkomst heeft mij ook verbaasd. Want hoe kan het dan dat nogal wat collega-wetenschappers moord en brand schreeuwen over kloven die er niet of nauwelijks blijken te zijn?”

U ervaart geen kloof, zeggen die collega’s, dus ziet u hem niet.

„Ik wil geen moment ontkennen dat eigen ervaringen een rol spelen, maar ik zou het heel treurig vinden als iemand die rijk is, en ik ben rijk in de zin dat ik goed verdien als hoogleraar, dat ik dan geen goed onderzoek kan doen naar armoede. Toch zijn er best veel wetenschappers die ervaring de belangrijkste bron van kennis zijn gaan vinden. Het Sociaal en Cultureel Planbureau doet permanent onderzoek naar de ervaringen en het onbehagen van burgers. Niet dat ik wil zeggen dat ervaringsfeiten onbelangrijk zijn, maar náást objectief onderzoek en cijfers. En dan zie ik dat in 1985 28 procent van de kinderen in armoede leefde en nu is het 1 op de 28. Dat is een spectaculaire daling.”

Maar cijfers doen blijkbaar niets af aan het gevoel van ongelijkheid?

„Heel pijnlijk was dat na mij in Buitenhof Tim ‘S Jongers te gast was. [politicoloog en auteur van Armoede uitgelegd aan mensen met geld]. Hij kwam praten over kinderen die in armoede leven. En hij zei in zin twee: ‘o, die statistieken, dat zegt me niks.’ Cijfers doen er niet meer toe, ervaring gaat boven de feiten. Dat vind ik hoogst problematisch.”

Mensen in armoede ervaren armoede maar zijn niet arm?

„Ik ontken niet dat mensen het moeilijk hebben, dat herhaal ik voortdurend. Het punt is: er blijven altijd laagopgeleiden bestaan, er zijn inkomensverschillen, en ja in de provincie zijn minder winkels en bussen dan in de stad. Maar de verschillen nemen af. En juist omdat we elkaar zo dicht naderen, accepteren we ongelijkheid niet meer. We worden steeds bozer over de verschillen die resteren. Dat er dak- en thuislozen bestaan in zo’n rijk land wordt problematisch gevonden, maar vergeet niet dat er tientallen miljoenen zijn besteed aan succesvol beleid om mensen van de straat te krijgen. Natuurlijk zijn er altijd weer nieuwe groepen die hulp nodig hebben, nu de arbeidsmigranten.”

We hebben de mensen aan de andere kant van de kloof nog nooit van zo dichtbij gezien?

„Dat zie je het best bij de kloof der kloven van nu: die tussen hoog- en laagopgeleiden. In 1981 waren lager opgeleiden nog in de meerderheid (57,7 procent) en hoger opgeleiden met 11,1 procent in de minderheid. Die verhouding is volledig omgeklapt, nu zijn lager opgeleiden juist de kleinste groep. De kloof is getalsmatig afgenomen, maar gevoelsmatig gegroeid. Hoger opgeleiden voelen zich ongemakkelijk bij die resterende verschillen, ze schamen zich voor het hiërarchische ‘hoog’ en ‘laag’ en praten liever over praktisch en theoretisch geschoold. De hoger opgeleiden zijn zelf gaan vinden dat het terecht en begrijpelijk is dat er een rechtse revolte is ontstaan tegen hun arrogantie. De emoties over een steeds kleinere kloof lopen steeds hoger op.”

Emoties verblinden ons zicht op de kloof?

„Nou en of. Want wie boos is kijkt niet meer goed, die interpreteert de feiten verkeerd. De ervaren kloof strookt niet meer met de feitelijke. De enige echte, gigantische kloof is die tussen de ervaren, emotionele polarisatie en de werkelijke polarisatie. We voelen tegenstellingen die er niet zijn.”

Misschien valt u qua emotiehuishouding een beetje uit de tijd?

„Misschien, enigszins. De samenleving is de afgelopen dertig, veertig jaar sterk geëmotionaliseerd en die emoties geven we ook nog eens meer gewicht. Populisme gedijt bij emoties, vooral negatieve. Politici én journalisten én wetenschappers zijn die emoties steeds serieuzer gaan nemen. Ik zeg niet dat je emoties moet negeren, ik zeg dat emotie en ervaring niet hetzelfde zijn als kennis.”

CV Jan Willem Duyvendak

Jan Willem Duyvendak (Markelo, 1959) is directeur bij het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS).

Hij is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next