Verslaggever Iris Koppe communiceert met de Oekraïense Elena (70), bij wie ze studeerde in Kyiv. Elena zat eerst ondergedoken, vluchtte naar Hongarije, keerde terug en verblijft nu in Kyiv. De berichten zijn vertaald vanuit het Russisch.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over Oekraïne en Oekraïners in Nederland.
‘Ik zit in mijn keuken, bij het raam. De lucht hier in Kyiv is grijs, misschien gaat het straks regenen. De hele ochtend staar ik wat wezenloos voor me uit. Sinds gisteren heb ik ruzie met mijn buurvrouw, mijn steun en toeverlaat deze oorlog. De vrouw die ik elke dag zie en met wie ik lief en leed deel. Ze is boos op me, om iets dat ik haar gisteren verteld heb.
‘Met de vierde oorlogswinter voor de deur heb ik besloten om enkele maanden naar Boedapest te gaan, naar Akos. Ja, ik ga tijdelijk weg uit Oekraïne. Zelfs de zin opschrijven doet me al pijn. Ik wil eigenlijk niet weg, maar het wordt me door mijn familie aangeraden. Zelfs Maks, die in Zaporizja zit, heeft me erover gebeld. Toen hij erop aandrong, zei ik: ‘Oké, dan ga ik maar. Maar niet voor lang, rond kerst wil ik terug zijn.’ Maks was even stil en antwoordde toen: ‘Laten we het aankijken’. Sindsdien heb ik hem niet meer gesproken.
‘Rusland bombardeert nu elke week onze energiecentrales. Vorige week zat ik niet alleen anderhalve dag zonder stroom, maar ook zonder water. Het water dat we in de flat gebruiken, moet namelijk omhooggepompt worden. Ik was er niet op voorbereid. De wc kon ik niet gebruiken en koken was ook lastig. Kaarsen had ik gelukkig nog genoeg. Rusland zal opnieuw proberen ons energienetwerk te vernietigen, horen wij hier. Zodat wij de winter weer in kou en duisternis moeten doorbrengen.
‘Vorige winter heb ik me redelijk kunnen redden. Ik sliep in de badkamer, in mijn nertsenbontjas, op twee matjes en onder een dikke paardendeken. Lezen deed ik met kaarslicht. Maar het afgelopen jaar zijn mijn ogen erg achteruit gegaan. Ik schreef je er al over, maar ik zie nog maar weinig, met elk oog zo’n dertig procent van wat ik ooit zag. Het is waarschijnlijk staar, en daar zal ik voor behandeld moeten worden. Misschien is het laf om tijdelijk weg te gaan uit Oekraïne, maar straks zonder licht als een soort blinde op de tast mijn weg naar de keuken moeten vinden, zie ik niet zitten.
‘Voor het eind van de maand ben ik hier weg. De eerste sneeuw zal ik niet zien vallen. Ik heb al een treinticket. Rust heb ik alleen niet. Al dagenlang loop ik te tobben of ik mijn iconen nu wel of niet moet meenemen. Ik bid altijd bij mijn iconen, ze beschermen zowel mijzelf als mijn huis. Als ik mijn iconen meeneem is mijn huis onbeschermd. Maar zonder durf ik niet te reizen. Ach, ik weet het gewoon niet.’
‘De buurvrouw had niet verwacht dat ik weg zou gaan. Ik denk dat ze zich in de steek gelaten voelt. Ik hoop dat ze bijdraait, maar natuurlijk voel ik me vreselijk schuldig. Toen ik opperde of ze misschien voor een tijdje mee wilde naar Hongarije, kreeg ik een minachtende blik. ‘Natuurlijk niet. Ik zal Oekraïne nooit verlaten.’’
Meer afleveringen van De Schuilkelder vindt u in dit dossier over de oorlog in Oekraïne.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant