Home

Sanne Wallis de Vries: ‘Ik kan niet meer stoppen met praten, iets waar ik wel vaker last van heb als ik gestrest ben’

Cultuurdagboek Cabaretier Sanne Wallis de Vries en zangeres Frédérique Spigt maken samen de voorstelling ‘In Natura’. „We zitten geheel op één lijn wat betreft hoeveel we van elkaar houden.”

Sanne Wallis de Vries vlak voor de voorstelling 'In Natura' in De Kleine Komedie.

Maandag 6 oktoberZoomen

Mijn maandag is vaak een vrije dag. Sinds de voorstelling met Fré in de maak is, betekent elk vrij uur: onze dialogen oefenen. Vandaag is m’n enige andere ‘werkding’ een evaluatie met de mensen van het Prinsjescabaret, dat Patrick Nederkoorn en ik traditiegetrouw weer vijf keer gespeeld hebben rond Prinsjesdag in Den Haag. De evaluatie vindt plaats via Zoom, met de dames van Theater Diligentia, producent Vera Papilaja en artistiek leider Cyanne Moe-Tjon, zonder wie wij nergens zijn. Tijdens de sessie, als ik m’n haar check en naar de anderen kijk, bedenk ik dat zoomen een van de dingen in het postmoderne leven is die ik tegelijk volkomen normaal en heel erg raar vind.

Bij Xander V (zo staat ie in m’n contacten) check ik of hij morgen eind van de middag nog langs komt in de Kleine Komedie om de bas goed in te regelen. Het afgelopen half jaar heb ik dankzij hem goed genoeg bas leren spelen om Fré te kunnen begeleiden tijdens haar vier nummers in onze voorstelling. Hij was het vergeten, maar hij kan, gelukkig.

Soundcheck van Sanne Wallis de Vries (links) en Frédérique Spigt voor hun voorstelling ‘In Natura’ in De Kleine Komedie.

Dinsdag 7 oktoberGekkenhuis

De eerste Kleine Komedie-dag! Ik volg ’s ochtends een yogales. Gelukkig is Jackó (mijn man) deze dagen thuis, ik hoef me niet bezig te houden met wie de hond uitlaat en wie er kookt. Vanaf vier uur is Vincent (Romijn, technicus) klaar met bouwen en stellen, en kunnen we als we willen repeteren op het podium. Maar Titus (Tiel Groenestege, onze regisseur) wil Fré en mij eerst in een kleedkamer naast elkaar hebben zitten om de ‘cancel-scène’ te oefenen, waarbij we tekenen met echte stiften en echt papier en ik ondertussen probeer contact met haar te krijgen. We moeten van Titus meer stiltes durven nemen, tussen zinnen in, ook als je ze achter elkaar uitspreekt. Dat komt het absurdisme ten goede, en de humor ook. Op een gegeven moment kan ik niet meer praten, omdat ik zo moet lachen. Fré zit ook haar tranen weg te vegen. „Wat een gekkenhuis joh”, zegt ze regelmatig. „Gestoord.”

Om vijf uur komt Xander de bas inregelen. Hij maakt zelfs een foto voor me van de knoppen op de bas, en hoe ver elke knop opengedraaid moet worden. Olivier (Schneider) van Theaterbureau de Mannen (ofwel ‘my agent‘, zoals ik hem altijd aan anderen voorstel) en Anne van Zantwijk (fotografe) eten mee. We zitten allemaal vrij hard te praten en te lachen. Ik merk dat Fré zich op een gegeven moment terugtrekt, wat ik heel verstandig vind.

De voorstelling gaat goed. Ik voel de boel op z’n plek vallen tijdens het spelen. Er zitten mensen in de zaal aan wie onze taal, humor en keuzes goed besteed zijn. We krijgen complimenten voor onze eigenzinnigheid, het binnenstebuiten keren van onze eigen wereld. En omdat mensen het gewoon een mooie voorstelling vinden. Voor Fré en mij fijn om te horen. We hebben allebei nog nooit zoiets gemaakt. We weten niet eens hoe het genre heet dat we beoefenen. Xander heeft de voorstelling ook gezien, hij stuurt ’s nachts nog tips & tricks. Ook Titus mailt notes.

Woensdag 8 oktoberOngeduldig

Onze kat Aagje is jarig. De tweede (en laatste) try-out die we in de Kleine Komedie spelen, gaat minder dan de avond ervoor. Ik voel dat ik op het podium ongeduldig en geïrriteerd raak en ik krijg het niet meer weg. Na afloop van de voorstelling begin ik te spuien wat me dwarszit. Fré en ik hebben allebei onze overall nog aan, ik heb zelfs m’n zender nog om. Ik kan niet meer stoppen met praten, iets waar ik wel vaker last van heb als ik gestrest ben. Ik wil dat Titus het met me eens is en dat we er alles aan gaan doen om het morgen goed te krijgen. Maar Fré trekt me niet en loopt weg. Titus kijkt me aan en zegt: „Dit was niet het goede moment.”

Ik denk eerst: ik laat het zitten, ik heb gewoon gelijk, maar dan ga ik (nog steeds met m’n overall aan) toch Fré zoeken. Ze blijkt voor in de foyer omringd door vriendinnen een borrel te drinken. Zij heeft ook haar overall nog aan. We omhelzen elkaar en tien minuten later zijn we het buiten bij de artiesteningang met een glas wijn en een sigaret in de hand roerend eens over het feit dat een conflict als dit niet alleen moet kunnen, maar zelfs nodig is. Ook zitten we geheel op één lijn wat betreft hoeveel we van elkaar houden. Titus mailt maar een paar notes. Voor Xander spreek ik qua muziek een gefrustreerd verslagje in, waar hij gelukkig een half uur later geruststellend op reageert.

Donderdag 9 oktoberPremière

Premièredag! Ik vraag aan Jackó of hij met me wil koffiedrinken, maar ik kom er zelf van terug, wil liever wandelen en moet nog toitoitjes kopen. Geoefend als hij inmiddels is, als man van vrouw met premières, vindt hij alles prima. Goedgemutst doe ik m’n boodschappen, en loop met m’n oortjes met harde funkmuziek in naar huis. Dat houd ik zo terwijl ik de was ophang. Dan zie ik Jackó de deur open doen. Ik doe m’n oortjes uit en hoor hem zeggen: er is een man met jouw portemonnee. Het blijkt dat ik m’n portemonnee al aan het begin van m’n wandeling naar huis heb verloren. De man die ‘m brengt hoort hoofdschuddend aan hoe dit heeft kunnen gebeuren. Dan wijst ie op m’n oren en zegt: „Doe die dingen uit. Wees in deze wereld, niet in die andere.”

Ik weet niet hoe ik hem moet bedanken en noteer z’n naam en adres voor later. Pas als ie uit beeld is, denk ik: ik had hem natuurlijk moeten uitnodigen voor de première!

Frédérique Spigt (links) en Sanne Wallis de Vries in De Kleine Komedie.

Vrijdag 10 oktoberTussendoor slapen

De première ging boven verwachting. Het was ook een lieve en energieke avond, met veel mensen die ons al lang en goed kennen en geen hobbel hoeven te nemen om in onze belevingswereld mee te kunnen. Mijn bestie was jarig, en met haar en drie van onze kinderen hebben we nog een afzakkertje genomen vannacht. Die heeft me enigszins de das om gedaan, voel ik vandaag. Jackó is voor twee dagen naar Groningen om te werken. Ik laat Bobbie twee keer uit en probeer tussendoor te slapen. De voorstelling gaat oké.

Zaterdag 11 oktoberVerdrietig nieuws

Laatste avond in De Kleine Komedie. We hebben twee fijne recensies binnen, Theaterkrant en AD. Dat is een heerlijke opsteker. Maar ik hoor ook eind van de middag dat Joost Nuissl is overleden, jarenlang directeur van De Kleine Komedie. Een bijzonder lieve man en geweldige directeur. Hij was degene die mij als jonkie na m’n debuut in 1997 uitnodigde om een week bij hem te komen spelen en die jarenlang alles heeft gezien. Wat een verdrietig nieuws. De voorstelling ’s avonds, de beste van de week, dragen we aan hem op.

Volgende week begint onze landelijke tournee. We weten dan gelukkig nog niet dat de Volkskrant een zure recensie zal schrijven. Over de NRC weten we nog helemaal niks. Maar Trouw is goed. En Fré en ik vinden elkaar ook heel goed, dat is iets waar je met een soloprogramma toch niet snel aan toekomt.

Een glas port bij de artiesteningang.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next