Home

Wat te doen met oude theaterdecors: de vuilstort of een tweede leven?

Duurzaamheid Theaterdecors worden vaak relatief kort gebruikt, en zitten vol met op maat gemaakte en gedecoreerde materialen. Wat doe je daarmee na afloop van een voorstelling? De theatersector verkent duurzamere wegen voor decorproductie.

De loods van decorbouwer Simon Haen in Tilburg.

In een Arnhems pakhuis staat een enorm borstbeeld van Jozef Stalin. In 2024 was het onderdeel van een decor van de voorstelling Het achtste leven van Theater Oostpool. Jeroen Helsloot, technisch producent van het theatergezelschap: „Ik acht de kans dat iemand nog een keer een metershoog hoofd van Stalin nodig heeft minimaal.”

Wat doe je met decor en rekwisieten na afloop van een productie? Opslag is duur, verkopen lastig (wie wil er zulke specifieke spullen hebben?) en weggooien zonde. Als een decor in een opslagplaats belandt is dat vaak het voorportaal van de vuilstort, vertelt Helsloot. Decorstukken bestaan uit op maat gemaakte en gedecoreerde panelen, wanden en doeken. Als de artistieke leiding van een theatergezelschap de kans op herneming van een voorstelling klein acht, verdwijnt het decor richting prullenbak.

Dit is ook de ervaring van theatertechnicus Dennis Verhaeg, die onder meer werkte voor De Vliegende Panters, Lenette van Dongen en Diederik van Vleuten. Het is op een gegeven moment niet meer duidelijk wat zich allemaal in een opslag bevindt, en zodra die te vol wordt volgt een vaak pragmatische opruimactie, zegt Verhaeg: „Alles wat in de weg staat of beschimmeld is, gaat weg.”

De theatersector zoekt de laatste jaren naar duurzamere vormen van decorgebruik. Sinds 2023 bestaat er een Nederlandse vertaling van het Theatre Green Book, een handleiding voor duurzame theaterproductie. Uit het onderzoek Verkenning hergebruik toneelbeeld uit 2024 bleek dat er nog veel te winnen viel: theaterorganisaties gooiden te veel weg en kochten te vaak nieuw materiaal. Hoe zijn verschillende partijen in de sector nu bezig met een duurzamere productie?

Loods van decorbouwer Simon Haen in Tilburg.

Milieuvriendelijk, maar ook noodzaak

Ruud Brouwer, hoofd decorproductie van Het Nationale Theater (HNT) in Den Haag, vindt hergebruik „te gek”. Voor het decor van Romeo & Julia (2024) werd een groot deel van het decor van OustFaust (2022) vertimmerd en opnieuw gebruikt. Hetzelfde materiaal wordt binnenkort ingezet voor het decor van Captain Fantastic (2026).

In een grote loods aan de rand van Den Haag laat Brouwer de decorbouwwerkplaats van het theatergezelschap zien. Voor een groot deel vind je hier gebruikte spullen: lampen, bureaus, wanden, decoratie. Hergebruik is voor Brouwer niet alleen leuk en milieuvriendelijk, maar ook noodzaak: „Materialen zijn flink duurder geworden maar het decorbudget is nauwelijks meegegroeid.” Het gemiddelde decorbudget van vijf recente grotezaalvoorstellingen van HNT bedroeg (exclusief btw) ongeveer 73.000 euro, waarvan 25.000 euro werd uitgegeven aan materialen: in totaal zo’n 9 procent van de totale productiekosten van een voorstelling.

Brouwer geeft een voorbeeld van hergebruik: uit een grote doos vol wielen pakt hij een zogeheten triple swivel. „Die kosten 160 euro per stuk. Maken ze alleen in Duitsland. Je kan hier direct een bocht mee maken, zonder dat je het decorstuk eerst vooruit moet duwen.” De vier medewerkers van het decoratelier halen scharnieren, wielen, rails en andere bruikbare delen uit oude decors om deze later opnieuw te kunnen gebruiken.

Een volledig nieuw decor optuigen uit gerecyclede spullen is moeilijk, vertelt Brouwer. In de decorwerkplaats maken ze namelijk wat een decorontwerper heeft ontworpen. Brouwer noemt het „een nadeel van creatieve beroepen” dat ontwerpers graag hun eigen stempel op een decor willen drukken. Dat kan betekenen: nét een andere vloer willen dan die uit de productie daarvoor. Brouwer: „Er is niet één ontwerper die zegt: doe mij maar dat muurtje of tafeltje uit de vorige voorstelling.”

Decorontwerper Wikke van Houwelingen herkent dit, maar ziet meestal voldoende mogelijkheden om op duurzame wijze iets origineels te bedenken. Van Houwelingen en ontwerppartner Marloes van der Hoek, samen verantwoordelijk voor het decor van Oostpools Het achtste leven, inclusief Stalin-hoofd, begonnen hun carrière met decors vol gevonden voorwerpen. Ook voor de recente tentoonstelling Welcome to the Dreamhouse in het Groninger Museum gebruikten ze veel op straat gevonden objecten. In de dansvoorstelling Ginkgo werd volledig gebruikgemaakt van door de kringloop afgedankte spullen.

Soms is duurzaam ontwerpen lastig. Voor toneelstuk De Zaak Shell wilde het duo een „glanswitte en lekker strakke” benzinepomp op het toneel hebben. Met wit geverfde tweedehands onderdelen zou het beoogde effect maar gedeeltelijk bereikt worden. Bovendien zou het vele verven niet eens duurzamer zijn. Dus werden er nieuwe kunststof onderdelen aangeschaft.

Decorbouwer Simon Haen in zijn loods in Tilburg.

Artistieke wensen

Soms gaan duurzaamheid en artistieke wensen niet samen. Dat ziet ook Jeroen Helsloot van Theater Oostpool: „En de artistieke wensen van een regisseur zijn uiteindelijk leidend.” Desondanks probeert hij Oostpool „met een zo laag mogelijke footprint door Nederland heen te laten bewegen”. In gesprekken met regisseurs en decorontwerpers stuurt Helsloot hen richting duurzamere keuzes: liever hout dan aluminium, schuimrubber wil hij eigenlijk helemaal niet meer zien. Stelt een decorontwerper een wandje van 2,50 meter voor? Dan zegt Helsloot: zullen we 2,44 doen? Helsloot: „Een standaard houten plaatmaat is 2,44 bij 1,22. Wanden in standaardmaten kan je veel makkelijker opnieuw gebruiken.”

Over een online platform voor verhuur, verkoop en uitleen van theatermaterieel – een van de voorstellen uit het Theatre Green Book – heeft Helsloot twijfels: „Enerzijds een goed idee, anderzijds wil ik dat onze decorontwerpers door onze opslag kunnen lopen en spullen kunnen uitkiezen. Als de helft is uitgeleend, werkt dat niet goed.”

Van Houwelingen ziet kansen in zo’n online platform: „Nu weet je meestal helemaal niet wat er nog allemaal in opslagruimtes ligt.” Er zijn wel al wat initiatieven, zoals een chatgroep waarin materialen worden gevraagd en aangeboden, maar een officieel platform ontbreekt. „Daarvoor heb je fondsen en subsidies nodig”, zegt hij, „iemand moet zo’n database bijhouden. Dat is een baan op zich.”

En bestaande platforms zoals Marktplaats? Dat klinkt eenvoudiger dan het in de praktijk is, vertelt Van Houwelingen: „De ene verkoper reageert niet, een ander woont drie uur rijden verderop, of je nieuwe aankoop blijkt later toch half kapot. Het is vaak tijdrovend of kostbaarder dan gedacht.” Voor theaterproducenten reden om materialen geregeld toch nieuw te kopen.

Decorontwerper, -bouwer en „professioneel hoarder”, zoals Simon Haen zichzelf noemt, pakt het anders aan. Hij haalt spullen in huis voordat hij weet dat hij ze nodig heeft. Dat huis is een grote loods in Tilburg, van waaruit hij zijn eenmanszaak runt. „Hoe meer je van iets hebt, des te beter”, vindt Haen. Als hij ergens een verzameling prijsbekers aantreft, neemt hij ze allemaal mee. Misschien komt het ooit van pas.

Rekwisieten in de loods van Simon Haen in Tilburg.

Opgezette hond

Haen maakte decors voor Het Zuidelijk Toneel, Theo Maassen, Thomas van Luyn, Jochem Otten en Katinka Polderman. Vooral in Brabant is Haen, opgeleid als beeldend kunstenaar, een bekende naam. Bij opruimingen, faillissementen of ongewenste erfenisjes weten Brabanders wie ze kunnen bellen. In zijn loods wordt elke centimeter benut. Een kleine greep: jerrycans, lampen, hout in allerlei maten en vormen, tientallen Mariabeelden, een schatkist vol munten, doodskisten, skeletten, antieke koffers, zwaarden, nep-eten, oude apparatuur.

Makers uit het hele land komen bij hem langs om te grasduinen in zijn verzameling. Haen wijst een opgezette hond aan: „Deze heb ik ooit laten opzetten voor een voorstelling, ik verhuur hem met regelmaat.”

Ook bij eigen ontwerpen begint Haen meestal vanuit materiaal dat hij al heeft. Decors uit eerdere producties neemt hij meestal mee terug naar zijn loods om te verzagen en klaar te maken voor nieuw gebruik. Nieuwe spullen kopen gebeurt pas als de wensen van opdrachtgevers niet aansluiten op zijn verzameling.

Daar loopt de wat duurzame decorproductie vaak spaak: decorbouwers voeren een ontwerp uit van een decorontwerper, decorontwerpers ontwerpen een decor dat aansluit op de wensen van een regisseur of opdrachtgever. Een tevreden opdrachtgever en het gewenste einddoel is daarbij meestal belangrijker dan de middelen.

Alleen licht en rook

Bij Het Zuidelijk Toneel (HZT) heeft artistiek directeur en regisseur Sarah Moeremans daarom besloten tot een radicaal experiment. Zij voert de komende tijd drie verschillende praktijkonderzoeken uit naar duurzame decorproductie. De decors van het Tilburgse gezelschap mogen dit jaar alleen immaterieel, met licht en rook, worden vormgegeven. In 2026 worden drie voorstellingen met dezelfde decorstukken gespeeld. In 2027 zijn alleen tweedehands objecten toegestaan. Dit hoeft volgens Moeremans geen beperking van creativiteit te betekenen. Ze noemt het dan ook bewust geen regels, maar spélregels. Moeremans: „Ik zie juist dat dit ontwerpers uitdaagt om met andere ogen naar decorvormgeving te kijken.”

Met HZT wil Moeremans op eigen initiatief C02-reducerende maatregelen nemen, ook wanneer dat financieel ongunstig is: „Plastic uit China is ongetwijfeld het goedkoopst, maar dat willen we niet meer.” Een duurzaam theaterbedrijf moet volgens haar niet alleen van bovenaf worden opgelegd – bijvoorbeeld middels een koppeling tussen duurzaamheidseisen en subsidietoekenningen. Maar het moet ook niet alleen van onderaf komen: „Zie het als een gezamenlijk spel.” Jeroen Helsloot is het daarmee eens: „Theatergezelschappen moeten op eigen initiatief duurzamere decors produceren. Tegelijkertijd gaat het ook om de vraag: hoeveel subsidie heeft Nederland over voor mooie kunst die duurzaam, maar daarmee ook duurder is?”

Volledig klimaatneutrale theaterdecors produceren is voorlopig nog niet mogelijk, aldus Moeremans: „Het duurzaamst is natuurlijk gewoon géén theater maken. Leven betekent CO2 uitstoten. Helemaal niets uitstoten? Dat betekent de dood.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next