Chemische industrie Al acht chemiebedrijven sloten dit jaar fabrieken in Nederland of onderdelen daarvan. Hoge energieprijzen sinds de oorlog in Oekraïne werken tegen, de concurrentie met China is groot. En de crisissfeer houdt aan. Meer sluitingen dreigen.
Lyondell in Rotterdam, inmiddels gesloten.
De ontmanteling is begonnen. Op de laatste vrijdag van september was de fabriek van LyondellBasell in het Rotterdamse havengebied helemaal leeggeruimd en schoongemaakt. De productie was er al gestopt. Op sociale media verscheen een filmpje waarop het licht in het complex uitgaat.
„Het verdriet hadden we al eerder verwerkt”, vertelt Ronald van Klaveren, vicepresident Global Chemical Sales & Sustainability bij de Amerikaanse chemiereus. „Maar de verbazing blijft.”
De fabriek gold met een leeftijd van 22 jaar als vrij jong. Nog niet zo lang geleden was er flink verbouwd om de uitstoot van CO2 te reduceren, een investering van rond de 250 miljoen euro. „Daarmee behoorde het tot de meest CO2-efficiënte installaties in zijn soort”, vertelt Van Klaveren. „Maar we konden de fabriek niet openhouden. Als je de komende vijf tot tien jaar geen winst meer kunt verwachten, kun je niet om die beslissing heen blijven lopen.” De meesten van de 160 medewerkers kregen werk in een andere fabriek van LyondellBasell. Zestig mensen verloren hun baan.
De fabriek, die propyleenoxide fabriceerde (gebruikt om schuim te maken voor bijvoorbeeld de vulling van matrassen en autostoelen), is een van de vijf chemiefabrieken die dit jaar de productie in Nederland stopte – en zo voor ophef zorgde. Ook fabrieken rond Rotterdam van het Thaise Indorama (PET/PTA voor onder andere frisdrankflessen), het Amerikaanse Tronox (titaandioxide voor de verf-, plastic- en papierindustrie) en Westlake (kunstharsen) sloten hun poorten. Het Amerikaanse Vynova stopte de productie van PVC in Geleen. Het Saoedische Sabic zette een van zijn drie naftakrakers in Limburg stil, het Amerikaanse Dow deed dat in Terneuzen. En de bouw van een nieuwe fabriek van Mitsubishi in het Botlekgebied, die de grondstof MXDA voor epoxycoatings zou gaan produceren, werd stilgelegd. Voor meer sluitingen wordt gevreesd.
In hun lobby voor steun voerden industrielobbies vooral de hoge energiekosten in Nederland samen met de nationale heffing op CO2-uitstoot op als belangrijke redenen voor deze sluiting. Het demissionaire kabinet zette in reactie daarop voor de zomer de Nederlandse CO2-heffing tijdelijk stop en activeerde de compensatieregeling IKC voor indirecte energiekosten weer, tot 2028.
Maar het zijn niet louter die hoge energiekosten waardoor chemiebedrijven sloten en veel andere chemiebedrijven in mineurstemming verkeren. Sinds 2022 worden ze geplaagd door een enorme – en onverwachte – toevloed van chemicaliën uit China, waar enorme overcapaciteit is. En die producten kosten veel minder dan die van Europese fabrikanten.
Het was de chemische industrie zeker niet ontgaan dat sinds 2010 de Chinese regering zelfvoorziening in de chemie tot speerpunt had gemaakt in haar vijfjarenplannen. China bouwde eerst een grote petrochemische productiecapaciteit op, gevolgd door investeringen in grote chemische complexen voor verdere verwerking van basischemicaliën tot chemische producten.
Toch was de verrassing groot toen na de coronapandemie een enorme vloed chemische halffabrikaten en producten Europa overstroomde. Manon Bloemer, directeur van de Nederlandse organisatie van chemiebedrijven VNCI: „Voor de coronacrisis kwam die zelfvoorziening moeilijk rond, omdat de Chinezen niet alle schakels in de productieketen ingevuld kregen. Maar in de coronajaren hebben ze dat voor elkaar gekregen, zonder dat wij het zagen. Alleen viel de binnenlandse vraag in China na de pandemie tegen, en het ziet er ook niet naar uit dat die voldoende zal aantrekken. Dus zijn ze hun overschotten gaan exporteren.”
Het aantal klachten van Europese bedrijven bij de EU over dumping is de laatste twee jaar sterk gestegen. Bloemer: „Waar het er voorheen één of twee per jaar waren, zagen we er vorig jaar tien en staat de teller halverwege dit jaar al op zes.”
LyondellBasell zag de vraag naar zijn pur-schuim wegvallen. Van Klaveren: „Tijdens corona was de vraag naar producten als bedden en stoelen hier hoog, veel mensen gingen met hun huis aan de slag. Daarna ging iedereen weer geld besteden aan uit eten gaan en reizen, en zakte de vraag in. Dat gebeurde ook in China, terwijl de productiecapaciteit daar met 8 à 9 procent doorgroeide. Dus gingen ze meer exporteren, tegen lagere prijzen.”
Ook bij de fabriek van de Amerikaanse chemiemultinational Ashland Industries in Zwijndrecht zagen ze plots de Chinese concurrentie toenemen. In de fabriek wordt een verdikkingsmiddel gemaakt dat wordt gebruikt in onder meer shampoos, oogdruppels en geneesmiddelen, verven en autolakken. Er werken 165 mensen. Directeur Marco van der Zwalm: „Voor ons was 2022 nog een goed jaar, maar dat was schone schijn. Vanwege alle logistieke problemen in de coronacrisis bouwden onze klanten grote voorraden op. Omdat ze daar ook weer vanaf moesten, kwam daarna een stevige dip. Ondertussen bleken de Chinezen allemaal fabrieken gebouwd te hebben die hetzelfde product maken. Hun arbeids-, energie- en grondstoffenkosten zijn veel lager. En de kwaliteit van hun middel is minder goed. Ik hoef natuurlijk niet uit te leggen dat het daardoor ook goedkoper is.”
Ook bij de fabriek van de Amerikaanse chemiemultinational Ashland Industries in Zwijndrecht zagen ze plots de Chinese concurrentie toenemen.
In China en de VS heeft Ashland Industries fabrieken die hetzelfde product maken. „Een van de Amerikaanse fabrieken is door de goedkope Chinese concurrentie gesloten. Onze fabriek in China heeft nog meer last van de Chinese concurrentie dan onze fabriek hier. Wij bedienen vooral de Europese markt en hebben veel vaste klanten die voor onze kwaliteit kiezen, bijvoorbeeld als ze geneesmiddelen of persoonlijke verzorgingsproducten maken. Maar er zijn ook veel klanten die wel degelijk naar de Chinese alternatieven kijken. Met een prijsverschil van tientallen procenten vind ik dat in alle eerlijkheid ook niet zo raar.”
Hendrik de Zeeuw, directeur Teijin Aramid.
Teijin Aramid, producent van de aramidevezel Twaron (onder andere gebruikt in de defensie-, auto- en vliegtuigindustrie), zag na het aflopen van patenten al begin deze eeuw concurrentie opkomen uit Zuid-Korea. Daar kwamen Chinese concurrenten bij. „De markt kwam al tussen 2010 en 2020 onder druk, waardoor kleinere Chinese partijen verdwenen”, vertelt commercieel directeur Hendrik de Zeeuw. „Vanaf 2019 bleven twee Chinese partijen over, die enorme uitbreidingsinvesteringen hebben gedaan. Maar na corona kwam de Chinese economie niet meer uit de dip, en zagen wij een enorme stroom op ons afkomen. En niet alleen wij, ook onze afnemers in bijvoorbeeld de optische glasvezelkabelindustrie. Zij kregen concurrentie van kabels met daarin garens van Chinese producenten.”
Teijin Aramid ziet dat de concurrerende garens tegen prijzen onder de variabele kostprijs gedumpt worden op de Europese markt. „De grootste aanstichter is de Koreaanse concurrent. We krijgen zelfs signalen dat de Chinese concurrenten klagen over Koreaanse prijzen op hun markt. Producenten uit beide landen hebben niet te maken met de milieu-eisen waaraan wij moeten voldoen. Als samenleving en als bedrijf willen we duurzame productie, maar als ik bij een grote inkoper zit, een bandenfabrikant of zo, dan worden mijn prijzen met droge ogen vergeleken met het aanbod dat ze uit China of Korea krijgen.”
Voor de Europese producenten kwam daar na de inval van Rusland in Oekraïne nog een enorme verhoging van energiekosten bij. De stroom goedkoop Russisch gas hield op, chemische bedrijven werden afhankelijk van het veel duurdere lng uit de VS en Qatar.
„Het was een perfect storm”, zegt Van Klaveren. Iedereen was verrast doordat alles samenkwam. Daar moet je iets mee doen, maar er gebeurde in Europa, en zeker in Nederland, niks.”
Juist die hogere gasprijzen tikken hard aan bij de chemiebedrijven, zegt industrie-econoom Edse Dantuma van ING. „Vooral omdat die gasprijzen hoger zijn dan in China, dat nog wel Russisch gas afneemt, en in de VS, waar ze schaliegas hebben.”
Hij wijst op onafhankelijke onderzoeken die aangaven dat de stroomkosten in Nederland 15 tot 66 procent hoger lagen dan in andere Europese landen, totdat het kabinet in de Voorjaarsnota maatregelen nam. „Het verschil is nu kleiner, maar vermoedelijk niet helemaal tenietgedaan”, zegt hij. „Mijn beeld is dat er tot nu toe relatief veel Nederlandse chemiefabrieken zijn gesloten. En in de eerste maanden van het jaar daalde de productie van de chemie in Nederland sterker dan de jaren daarvoor.”
En alsof het niet genoeg was, kwamen daar de voorbije maanden de Amerikaanse invoerheffingen bij. De directe impact daarvan is overigens beperkt. Van de in Nederland geproduceerde basischemicaliën en chemische producten gaat slechts zo’n 5 procent rechtstreeks naar de VS. Maar afnemers als de Duitse auto-industrie worden hard geraakt door die heffingen. En dat werkt weer door in hun bestellingen bij Nederlandse chemiebedrijven.
De stroom chemicaliën uit China naar Europa blijft toenemen, bleek deze zomer uit handelscijfers van de EU. Van Klaveren: „En ook Amerikaanse bedrijven zien Europa als een makkelijkere afzetmarkt. Hun importheffing gaat van 5 naar 0 procent door de deal die de EU met Trump heeft gesloten. Terwijl de Amerikanen 15 procent heffen op chemische producten uit Europa. Dat is een slechte deal.”
Producten van Teijin Aramid.
De chemiesector is bang dat meer fabrieken in Europa dichtgaan om de wereldwijde overcapaciteit het hoofd te bieden. Daarbij groeit de vrees dat ze elkáár omver trekken. Veel chemiefabrieken zijn in netwerken verbonden en leveren via pijpleidingen basischemicaliën, reststoffen en warmte aan elkaar. Die clusters zie je op locaties als Rotterdam en de Maasvlakte, Chemelot bij Geleen, of Delfzijl in het noorden van het land. En er zijn ook verbindingen met het Antwerpse havengebied, en het Duitse Ruhrgebied.
„Het is net een toren van Jenga”, zegt Van Klaveren van LyondellBasell, dat nog vijf fabrieken in Nederland heeft. „Haal je er één steentje uit, dan blijft die staan. Als je twee steentjes weghaalt, gaat die wankelen. En verdwijnen er meer stenen, dan kan het hele bouwwerk instorten.”
Ook directeur De Zeeuw van Teijin Aramid wijst op de kwetsbaarheid. „Veel fabrieken zijn in buitenlandse handen gekomen, vaak van private-equity-investeerders, doordat grote Nederlandse chemieconcerns als Akzo en DSM veel onderdelen hebben afgesplitst. De hoofdkantoren staan nu in het buitenland. En wat als zij besluiten weg te gaan? De chemische industrie is versnipperd en de binding met Nederland is veel kleiner geworden. Dat realiseren we ons te weinig.”
De druk op omzet en winst vergroot de twijfel bij chemiebedrijven of nieuwe investeringen nog rendabel te krijgen zijn. De Zeeuw: „De winstmarges zijn dusdanig verdampt dat dit de mogelijkheid tot investeren ernstig inperkt. Dan heb je het niet alleen over investeringen in uitbreiding of verduurzaming, maar zelfs over investeringen in onderhoud van het machinepark.”
Dat wringt vooral omdat de bedrijven zeggen verduurzaming niet uit de weg te willen gaan. Om CO2-uitstoot te verlagen, maar bijvoorbeeld ook om productie meer circulair te maken. De Zeeuw vertelt dat Teijin Aramid een methode heeft ontwikkeld om Twaron circulair te maken, door het uit oude producten als kogelwerende vesten of helmen te halen. „We zijn in staat daar opnieuw garen uit te spinnen. Maar de investering daarin staat onder druk.”
De Europese Commissie presenteerde deze zomer een Chemical Industry Action Plan, ter versterking van de Europese chemie. Betrokken bedrijven zien er vooral goede bedoelingen in, maar weinig concrete plannen. Daarom zullen chemische bedrijven en hun nationale en Europese brancheorganisaties blijven aandringen op compensatie voor hoge energiekosten, verlaging van de regeldruk en versoepeling van vergunningverlening.
Ook zal de chemie vragen om meer bescherming tegen buitenlandse concurrenten, mogelijk in de vorm van een ‘Koop Europees’-beleid. De Zeeuw: „Als Europese chemiebedrijven aan allerlei duurzaamheids- en milieu-eisen moeten voldoen, zouden overheden bij aanbestedingen als voorwaarde moeten stellen dat producten daaraan voldoen.”
Voor zijn eigen Teijin Aramid heeft hij de hoop gevestigd op de investeringen in de Europese defensie-industrie. „Maar ook dan zullen de strijdkrachten die materieel aanschaffen, niet alleen moeten kijken waar de eindproducten zijn geassembleerd, maar ook waar de onderdelen en materialen vandaan komen. Het zou raar zijn als ze bijvoorbeeld kogelwerende vesten of helmen in Europa inkopen, maar niet kijken of de daarin gebruikte vezel uit Europa komt of uit China.”
Een stap verder zijn invoerbeperkingen of -heffingen als producten uit andere landen niet aan de hier geldende verduurzamings- en milieu-eisen voldoen. De Zeeuw: „Het heeft geen zin als wij hier allemaal onze CO2-uitstoot verlagen en we intussen producten uit Azië of het Midden Oosten halen waar ze energie nog uit steenkool halen.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC