Haar dood, op Eerste Kerstdag 2009, haalde het achtuurjournaal. Honderden mensen kwamen een laatste groet brengen; kinderen vereeuwigden haar met kleurpotlood en waterverf. Nijlpaard Tanja was een icoon onder Amsterdammers – en nu is ze, vanaf vrijdag, voor even terug in Artis. Niet langer als levend museumdier, maar als opgezet exemplaar in de tentoonstelling Dichtbij Tanja.
Museumdier, ja, want zo was het: Tanja achter glas in een klein, krap verblijf, als een object in een vitrine. Haar overlijden vormde een keerpunt, benadrukt Karlien Pijnenborg, die samen met haar collega Caroline Verweij de tentoonstelling inrichtte. Een besef dat het ook anders kon, meer ruimte voor de dieren. In het oude nijlpaardenverblijf wonen tegenwoordig drie reuzenschildpadden, voor hen is het groot genoeg. De jaguars, olifanten, de leeuwen – allemaal kregen ze een rianter, natuurlijker onderkomen sinds Tanja’s dood. Caroline: „Komende week, in de herfstvakantie, kunnen kinderen vlak naast haar oude bassin een workshop volgen. Ontwerp je eigen droomdierenverblijf.”
Zelf herinner ik me Tanja vooral zwemmend in dat bescheiden pierenbadje. Kleine behaarde oren die boven het wateroppervlak uitstaken en in niets leken te passen bij haar reusachtige, logge lijf. Ze is groot geworden op groentetaarten, wortels en kilo’s andijvie. En volkorenbroden, die schrokte ze in hun geheel naar binnen. Karlien: „Vaak mochten bezoekers haar voeren, dat gebeurt ook niet meer. Dieren krijgen tegenwoordig eten dat past bij hun natuurlijke dieet.”
Op haar hoogtepunt woog Tanja 2500 kilo. Nu, ontdaan van ingewanden, schedel en skelet, wordt haar gewicht nog altijd geschat op 250 kilo. „Ze is met een takelwagen het Groote Museum binnengebracht, ze paste maar net door het raam.”
Tanja’s ouders heetten Ans en Jan, haar verre voorouders Herman en Betsy. Karlien: „Meestal werden de vrouwtjesnijlpaarden vernoemd naar de echtgenote van de dierenverzorger die bij de geboorte aanwezig was.” Maar sinds 2015 krijgen de dierentuindieren in Artis geen namen meer. „De verzorgers gebruiken heus wel koosnaampjes, maar naar het publiek toe willen we de nadruk leggen op de soort.”
Het museum moet dan ook geen Tanja-tempel worden – de band tussen nijlpaard en mens door de eeuwen heen, daar draait het om. En dus passeren de heilige nijlpaarden uit het oude Egypte de revue, net als de ‘waaknijlpaarden’ van wijlen drugsbaron Pablo Escobar. Vrijwel geen ander groot dier is immers zó dodelijk: per jaar sterven er naar schatting vijfhonderd mensen door een nijlpaardaanval. In Artis is verzorger Lars ooit door Tanja gebeten toen hij haar een brood voerde en even de andere kant op keek, naar een bezoeker. Karlien: „Aandacht delen, dat schijnen nijlpaarden in dierentuinen niet goed te kunnen.”
Toch overheerst de liefde. Diezelfde Lars vertelt in Het Parool hoe hij nog altijd ontroerd raakt door zijn verzorgnijlpaard. „Soms ruik ik Tanja nog. Een soort zoete weeïge geur.” En: „Alles draaide om de dieren. Ik zag Tanja vaker dan mijn vrouw.”
Wie zelf Tanja even wil besnuffelen, komt overigens bedrogen uit: in het museum staat ze achter glas. Net als vroeger.
Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC